‘k Heb Rijk gezien op een zondagochtend in het trapportaal

van het Hamburgse appartementenflatje. Naakt!

Kraay had hem als een lastig kind buiten de deur gezet en 

liet ‘m er niet meer in. Elke keer als er mensen in- en 

uitliepen, rende Rijk een trap op of blokkeerde hij de lift om 

uit het zicht te blijven.

‘Bob, ik sluip gewoon achter jou mee naar binnen’, zei Rijk.

Ik belde aan, Kraay vroeg met de nichtenstem van Babs, wie

er dan wel aan de deur mocht wezen?, waarop ik zei dat ik ‘t

was. 

Hij deed de deur open. Zag kans mij binnen te laten en Rijk

in ’t halletje waar nog 3 deuren op uitkwamen, te laten 

staan. Meteen keek hij door ’t verklikkeroog van de deur 

naar wat er gebeurde. We hoorden ’t geluid van de lift, 

deuren slaan en Kraay kwam niet meer bij toen Rijk weer 

alle kanten uitvloog om zich te verstoppen.


‘k Heb gehoord, samen met de studio-crew van Studio 

Hamburg, hoe hij mopperend en z’n teksten repeterend,

op het toilet ‘een banketstaaf ging bakken’, maar vergeten 

was de microfoon uit te zetten.

‘k Heb gezien hoe Kraay in de Heer ging, nadat de Heilige 

Maagd aan hem verschenen was tussen de takken van een 

boom op Grand Canaria.

‘k Heb gezien hoe hij ’s avonds in Hamburg naar het lof ging

en ’s morgens naar de vroegmis.


Hoe hij in München samen met zijn grote nieuwe liefde Mai 

Lun aan het cocoonen was in een appartementje. Het strijk-

ijzer mee, de pantoffels mee en de televisie mee.


‘k Heb meegemaakt hoe hij, met dat prachtige talent, om de

muziek van een taal zo te laten klinken dat je ervan overtuigd 

was dat hij die taal ook vloeiend sprak, worstelde met het 

Duits.

Taal te laten klinken als Duits koste hem geen enkele moeite.

Duits verstaanbaar spreken en ook nog zo te timen, dat de

grappen op tijd kwamen en effectief beloond werden met een

volle lach, was moeilijk.

‘k Heb gezien hoe ‘m dat soms zo totaal kon frustreren, dat 

hij op z’n Kraay’s in het Duits ging improviseren, waardoor 

het publiek geen idee meer had waar het over ging en hij 

daarom nog harder ging persen om ze toch aan het lachen

te krijgen.

 Hoe verschillend de twee ook van elkaar waren, het was 

prachtig om te zien hoe Rijk, die vanuit zijn UFA-opleiding, 

goed Duits sprak, Kraay met handigheidjes en 

tussenzinnetjes, weer terug kon zetten op de oorspronkelijke

tekst. Als dan ook de lach weer kwam, zag je de paniek in de

ogen van John verdwijnen voor sprankelende vonken van 

zelfvertrouwen. 


‘k Heb de bizarre haat/liefdeverhouding gezien, die hen

niet alleen psychisch maar ook fysiek dwong om af en toe

afstand van elkaar te nemen, maar beiden beseften dat bij 

het grote publiek de som van de twee succesvoller was, dan

de solistische inbreng van het individu.

Dat zijn talenten een groter speelveld aankonden, dan alleen 

die van de komiek moet een grote voldoening en een groot 

cadeau voor hem zijn geweest. Joop van den Ende’s intuïtie 

heeft dat feilloos herkend en Joop’s geloof in zijn talent heeft 

hij met verve omgezet tot grote theaterprestaties.

Denken aan Kraay opent een mer à boire aan herinneringen.

Dierbare en dankbare.


‘k Heb gezien hoe hij iedereen te slim af was in onderhande-

lingen. ‘k Zie allerlei komische perikelen die ontstonden 

nadat wij met z’n drieën de Johnny Kraaykamp, Rijk de 

Gooyer, Bob Rooyens BV hadden opgericht.

Na afhankelijk te zijn geweest van allerlei producenten, 

werden we zelf producent. Onze eerste contract sloten we

met de TROS voor de productie van de:

Johnny Kraaykampshow

Johnny Kraaykamp 18.7.2011

Ach, de KONING is dood!

Aan het lawaai dat inmiddels aan het losbarsten is en 

waarvan de ervaring leert dat necrologieën en andere 

herdenkingprogramma’s elkaar veelal overlappen en

in oppervlakkigheid en platheid niet veel voor elkaar

onder doen, leek het me zinvol om niet van buitenaf

te reflecteren, maar van binnenuit. 


Zo’n jaar of 17 heb ik met Johnny en Rijk programma’s 

gemaakt. ‘k Heb gezien hoe Kraay met ’n kleine trilling in z’n

onderlip zijn publiek in verwarring bracht.

Was ’t verdriet dat aanzette tot huilen of was ’t verdriet waar

je om moest lachen. 

‘k Heb gezien hoe die twee, 5 maanden als een kibbelend 

echtpaar samenwoonden op een flatje in Hamburg.

Hoe zijn gezicht verwondering spiegelde toen hij daar op 

straat niet herkend werd. Geen ‘hallo Johnny’ of ‘hé die 

Kraay’

Als ik ’s avonds of in het weekend nog een keer langs 

kwam om met ze te repeteren, speelden ze, om mijn reactie 

te zien, soms in ijzige stilte ruzie, vaak speelden ze twee valse 

ouwe nichten. Rijk was dan Herman, een alcoholistische 

stoere bink en Kraay was Babs, de vrouwelijke bezorgdheid 

met valse snieren en streken.

Maar vooral zie ik een lieve man. Zachte ogen. Iemand die 

om je gaf. Iemand die, toen ik in een krant op een onheuse

manier werd aangevallen, het voor me opnam en met een

ingezonden brief de desbetreffende journalist, een draai om

z’n oren gaf. 

Een gebaar van waardering en vriendschap om nooit te 

vergeten.

Talloze verhalen stromen naar mijn vingers. Wellicht

vinden ze ooit nog eens de toetsen om ze te vertellen. 

De KONING is dood.

De dood is een ontroostbare verspilling.

Bob Rooyens

18.7.2011