60 Jaar Televisie in Nederland
28.8.2011

   
 

Mooi moment om de stand van het medium ’s te evalueren. 
De belangrijkste ontwikkeling is niet de techniek, maar de 
macht. Die heeft zich verplaatst van regisseur naar 
producent. Van omroep naar netmanager. Van programma 
naar geld verdienen.
Televisie werd oorspronkelijk geleid door mensen die met lijf 
en ziel waren geworteld in programma maken. 
Het programma was het doel. 
Nu is het programma middel om andere doelen na te streven. 
Geld (de Mol), macht (Murdock), omzet (Unilever, Cola, Sony) 
Jerry Mander (auteur van: 4 Arguments for the elimination
of Television
) stelde vast dat 70% van de informatie die
door de media (tv, radio, bladen, boeken, kranten, films)
verspreid wordt, in handen is van 7 bedrijven. Van die 70%
wordt 50% gecontroleerd door 3 bedrijven: TimeWarner, 
Disney en Fox.
Die verwevenheid van macht en media zie je ook in 
Nederland. De Telegraaf heeft ’t via campagnes in de krant 
klaar gespeeld om een eigen podium te verwerven in het 
Publieke Bestel en toen Unilever ’t niet meer opportuun vond 
om Life & Cooking te financieren, verdween het programma.
Punt!
Omdat het risico op boetes niet meer opweegt tegen de 
voordelen van de merchandising stopt de Tros nu met ’t 
uitzenden van kinderprogramma’s (Studio 100 producties, 
K3, Kabouter Plop, Piet Piraat etc)
Dat ’n publieke omroep op grond van merchandising- 
problemen met programma’s stopt is een opvallende nieuwe 
ontwikkeling.

Van commerciële televisie zijn de doelen duidelijk. Dat die
aangestuurd worden door commercieel getrainde marketeers 
en managers ligt voor de hand.’t Bombardement van de 
alpha-golven in de hersenpan dient ter verspreiding van de 
boodschap en ter stimulatie van de consumptie, de core-
business van de reclame.
’t Uiteindelijke doel is tenslotte geld verdienen. 

Van een Publieke Omroep zou je mogen verwachten dat ze 
geleid wordt door mannen en vrouwen bij wie het programma 
prioriteit nummer 1 is. Wat mij betreft gedomineerd door 
mensen die uit het vak komen en daar ook hebben 
aangetoond, benul te hebben van programma maken.
Dat is niet zo. De huidige kern van de publieke omroep wordt 
geleid door managers en vergadertijgers met een borst vol 
titels.
Noch in de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep, noch
in de raad van toezicht, zit één programmamaker. Wel zag ik 
in die raad een lid met 29 betaalde nevenfuncties.
Tja....!
Ook omroeporganisaties, worden over het algemeen, met 
uitzondering van een enkele als BNN en Max, geleid door 
managers en juristen. 
Is dat erg?
Ja! Dat vind ik wel. Ik heb veel gehad aan het feit dat Ger
Lugtenburg (programmaleider Avro) zelf een gedreven 
regisseur en -producer was geweest. Als hij iets tegen me zei 
dan had dat oneindig veel meer betekenis dan een gesprek 
dat plaats vindt op basis van een gezagsverhouding. 
Andersom, als ik ‘m iets vroeg, was zijn mening niet alleen 
van betekenis, veelal was de impact inspirerend en verliet je 
zijn kamer in een roes van blijdschap over een zojuist 
ontvangen cadeautje. 
Omroepen werden scherp gehouden door opmerkelijke 
programma’s van andere omroepen, maar toch vooral door 
discussie en debat van binnenuit.
Die kritische laag is met de komst van de commerciële 
televisie verdwenen. De beste mensen vertrokken naar de 
vrije producenten. Anderen werden freelance en wat 
overbleef waren medewerkers die vasthielden aan de 
reddingsboei van het vaste dienstverband en bij wie in veel 
gevallen ambitie en avontuur veranderde in ontevredenheid 
en chagrijn. 
Waar ooit, naast de ‘run of the mill’ de zoektocht naar de 
identiteit en mogelijkheden van het medium werden 
gestimuleerd, geldt nu het adagium van copy/paste.
Succes wordt uitgemolken en schaamteloos gekopieerd.
Programma-ideeën zijn niet meer het product van fantasie
maar van marketingcriteria. 
TV-lab is een mooi initiatief om ruimte te scheppen tegen 
vanzelfsprekendheid, gemakzucht en het ‘doe nou maar 
gewoon’ syndroom, (kon jammer genoeg nergens de 
samenstelling vinden van de vakjury. Wie zijn die beslissers
en aan welk meetlatje worden de ideeën getoetst?) maar goed
het is een druppel van hoop.
Een drenkeling in de ‘mer a boir’ van op resultaat gerichte producties.

’t Idee om mensen met kennis van binnenuit meer te 
betrekken bij leidinggeven, is met name de mantra waarmee 
Johan Cruyff Ajax en via zijn University, de sportwereld
bestookt.
Zoals iedereen kan volgen, blijken dat moeilijke processen te 
zijn. Je krijgt de indruk dat beroepsbestuurders liever niet te 
maken hebben met ervaring en kennis van zaken. Daar geldt 
het aloude adagium van het dorp, waarbij de dokter, de 
dominee, de notaris en de burgemeester wel uitmaakten wat 
goed is voor de dorpelingen.
De besturen van de traditionele omroepen, zijn net als de 
Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht, ook volgepakt 
met juristen en vergadertijgers. Je mag er toch van uitgaan, 
dat de opdracht aan het bestuur luidt, dat het de belangen 
van de vereniging dient, beschermt en behartigt. Toch heeft 
al die potentie bij elkaar niet kunnen verhinderen, dat de 
omroepen hun autonomie hebben ingeleverd en nu min of 
meer met de pet in de hand en de vinger op de naad van de 
broek, bij de netmanager toestemming moeten vragen om 
een programma in het zendschema opgenomen te krijgen.
Omroepen zijn net als commerciële zenders voor een groot
deel productiehuizen en inkoopbureaus. Er is wel een ver-
schil: de commerciëlen moeten verdienen aan programma’s, 
de publieke omroepen niet. Is dat zichtbaar in de program-
mering? Een beetje, maar zo’n 80% is niet specifiek identifi-
ceerbaar. Er wordt door de commerciëlen met veel geld 
gerammeld om populaire presentatoren van de publieke 
omroep tot een overstap te bewegen. Niet omdat ze
publieke programma’s maken, maar programma’s voor een
groot publiek. Daarvan rinkelt de kassa en dat is toch waar 
commerciële televisie om draait. 
Er is veel veranderd in 60 jaar.

Het instituut Beeld & Geluid organiseert met enige regelmaat 
bijeenkomsten om die 60 jaar te gedenken of te vieren of 
zoals ikzelf mocht meemaken te debiliseren en te verdraaien.
Waarschijnlijk omdat ik ook nog wel eens een spelshow in
elkaar heb gezet: (Wedden Dat, Love Letters, Doet ‘ie ‘t, 
100.000 Show, SterrenShow)

   
 

weddendat wilemruis

http://www.bobrooyens.com/Clp80ies26.html 

   
  kreeg ik een uitnodiging voor een bijeenkomst onder de titel 
RetroQuizShow. 
Zonder al te veel duiding en samenhang was het deksel van 
de oude doos geschroefd en werden er wat montages van 
fragmenten geprojecteerd.
De presentator had behalve een guitig bekkie ook een lollig 
gouden glitterjasje aangetrokken en deed reuze z’n best om 
een zaal met vakgenoten in beweging te krijgen.
Onbegonnen werk!
De oude Kraay zei in zo’n situatie wel ’s tegen me:
‘God, wat kan die man hard werken’.
De presentatie leed ook onder technische pech, waarbij films 
niet wilden starten, quizknoppen niet werkten en een 
spelletje met de aanwezigen leegliep als een te slap 
dichtgeknoopt luchtballonnetje. 
De antenne van Mies Bouwman signaleerde bij deze 
gelegenheid, een onvruchtbare bodem voor de door haar 
voorbereidde speech, zodat ze die maar wegliet en de middag 
verder overliet aan de presentatie van de geupdate versie van 
Bert van der Veer's Magnum Opus: '60 jaar televisie in 
Nederland'.
Een moment waarbij het aantal veren dat over en weer met 
de vaste hand van dartkampioenen in de specifieke 
achterwerken verdween mij even deed denken aan 'Mon truc 
en Plumes' het fabuleuze verenballet van Zizi Jeanmaire.
De speech van Joop van den Ende was de enige substantiële 
bijdrage met een historische context. Een prikkelende these, 
waarbij het jammer was dat er geen gelegenheid werd 
geboden tot discussie.
Zo’n bijeenkomst hoort de toehoorders uit te nodigen tot een 
dialoog. Joop's speech gaf door ook aanleiding toe maar bood 
daartoe niet de gelegenheid. 
Een gemiste kans om de middag naar een zinnig debat over 
60 jaar televisie te tillen. 
Instituut Beeld & Geluid, met die schitterende buitenkant 
van Jaap Drupsteen
   
  beeldengeluid    
 

schiet aan de binnenkant, als 
archivaris, beheerder van het erfgoed, verspreider van de 
geschiedenis en platform voor onderzoek en discussie, bij 
zo’n bijeenkomst gewoon te kort. Er is gebrek aan historisch 
besef, aan duiding en aan vermogen om een programma te 
produceren en te regisseren dat staat als een huis, klinkt als 
een klok en knalt als champagne.

Een andere bijeenkomst geafficheerd als symposium onder 
de titel ‘Vorm van Vermaak’, betrof 60 jaar televisie-
vormgeving in Nederland.
Omdat ik zelf ooit betrokken was bij het door de WDR in 
Keulen georganiseerde, 3 daagse symposium ‘Television 
Design International’, was ik wel nieuwsgierig hoe Beeld
& Geluid dat onderwerp aan zou pakken.
De middag begon met een paar filmpjes uit de jaren zestig 
van het niveau ‘kleutertje luister’. Op de hurken werd 
aan vakgenoten uitgelegd wat een maquette was en nog wat
brique à brac uit de tijd van ‘weet je nog wel oudje’. Plaats ’t 
in een context en het zou grappig kunnen zijn. Dat was niet
gebeurd. Er werd ook niet gelachen. 
‘Er was een bijdrage van een mevrouw die zichzelf en haar 
bureau promote als archivaris van vormgevers-archieven(!) 
Als je maar een middagje uittrekt om 60 jaar televisievorm-
geving te doorgronden, dan komt er van alles bij mij op dat 
de moeite waard is om te bespreken, maar toch niet hoe een 
ontwerper z’n tekeningen het beste zou kunnen opbergen. 
Dat is zoiets als de chefkok die laat zien hoe hij de bordjes 
afwast in plaats van hoe hij een maaltijd bereidt. 
Een componist gaf inzicht in hoe hij leaders en aanverwante
graphics voorzag van geluid. Ook heel interessant en zeker 
een belangrijk element in vormgeving, maar dat geldt ook 
voor kostuum, licht, kap en grime, cameravoering, editing
special effects, narrating, nasynchronisatie etc. maar 
daarover geen woord. 
Beide consumeerden toch al gauw een derde op van de 
middag. Dan heb je mijns inziens, je eigen thema niet goed 
begrepen.
De rest van het symposium werd gedomineerd door grafici. 
De dames en heren van de korte baan. Compressed Art, 
pressurecooker kunst of volgens Lydia Pees ambacht. 
Schitterende voorbeelden van hun werk gezien. Maar ’t is 
maar een deel van wat vormgeving is. Decorontwerp kwam 
nauwelijks aan bod en voor zover het er wel was, vond ik
de keuzes zeer discutabel. Historische duiding en context
ontbrak. 
TopPop werd deze middag gepresenteerd als het highlight in 
60 jaar televisie-vormgeving. Dat is opvallend omdat TopPop 
begon als brave copie van BBC’s ‘‘Top of the pops’. Dat is 
niet bepaald een teken van grote eigen creatieve rijkdom, 
maar toch eerder het gemakzuchtige binnenhengelen van 
andermans creativiteit.
Penney de Jager is geen vondst van TopPop maar 
overgenomen uit de inboedel van Moef GaGa.
                   Door mij persoonlijk met mijn vriend Robert
                   Kaesen destijds directeur en choreograaf
                   van het Nationaal Ballet, uit het corps de
                   ballet geplukt. 
Frans Schüpp heeft met zijn grafische talent, het programma 
een identiteit en een smoel gegeven. Die credit verdient hij 
ook, maar er werden mensen omhoog gejubeld die in de 
ontwikkeling van televisievormgeving, niet meer dan 
randfiguren zijn geweest. Die opgepookte borstklopperij 
binnen een coterietje van mannen die ’t zo enorm met 
zichzelf getroffen hebben, vond ik stuitend en respectloos ten 
opzichte van de geschiedenis en het erfgoed. Uiteindelijk 
kwam de aap uit de mouw. De aanleiding voor deze 
geestelijke groepsmasturbastie was het verschijnen van een 
boek onder dezelfde titel als het symposium.

‘Het is te prijzen en verheugend dat er over zoiets belangrijks 
als design een boek wordt uitgegeven,
                   In mijn opvatting is er alleen maar design
                   en is wat men inhoud noemt een andere
                   ordening (vormgeving) van steeds hetzelfde.
maar dit boek dat de pretentie heeft om een historisch 
verantwoord overzicht te zijn van 60 jaar televisievormgeving 
schiet ernstig te kort. Net als het symposium wordt dit boek
gedomineerd door grafische ontwerpers. 
Een paar ontwerpers werden wellicht niet geheel ten 
onrechte op een sokkel gezet maar voor baanbrekende grafici
als bijvoorbeeld Hans de Cocq en Jaap Drupsteen (een 
fenomeen dat een geheel eigen oeuvre heeft ontwikkeld) was
daarop geen plaats.
Het primaat van televisievormgeving, lag en ligt voor het 
overgrote groot deel nog steeds bij het dekorontwerp.
In het boek lijkt dat een bijzaak.
Zo zeer, dat een pagina gedomineerd wordt door het ‘Biesiot-
effect’. Volgens de uitleg is dat ’t aanbrengen van een kleurtje 
in een zwart/wit decor uit de tijd dat televisie nog in 
zwart/wit uitzond. 
‘k had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord en de kijkers 
hebben het nooit gezien. Vanzelfsprekend gun ik Freek de 
lauweren die hem daarvoor worden toegeworpen, maar als
de echte prestaties, zoals die geleverd zijn door Roland de
Groot, Massimo Götz, Peter Gabriëlse, Fokke Duetz, Cor 
Hermeler, Hub Berkers, Hans Christiaan van Langeveld, Mia 
Schlosser en nog een paar anderen, helemaal niet of in een 
paar bijzinnen worden genoemd dan is dit boek een 
historische farce.
De aansturing, invloed en betekenis van regisseurs bestaat 
al helemaal niet in de perceptie van de auteurs. Je zou een 
flink hoofdstuk kunnen wijden aan bijvoorbeeld Leen Timp, 
de meester van het weglaten. Leen is voor de schrijvers niet
meer dan een voetnoot. Wel achten zij nieuws- en sport-
programma’s qua vormgeving van dusdanige betekenis dat 
er 81 pagina’s van de in totaal 243 (1/3 dus) aan zijn gewijd.
Bij het doorbladeren stuitte ik ook meteen al op een aantal
fouten die ik moeiteloos kon vaststellen omdat ik zelf 
betrokkene ben:

   
  1.    Jef de Groot, een baanbrekende vernieuwende regisseur
       wordt in ’t boek teruggebracht tot 1 verwijzing in het 
       register met de foutieve omschrijving dat hij mij 
       zou hebben opgeleid bij het programma Club Domino
   
 

greco

brel1

   
 

      Jef heb ik behalve als publiek bij mijn uitzending met 
      Jacques Brel, nooit bij een repetitie of uitzending van 
      Domino gezien. 
      Zijn werkelijke betekenis is verdonkeremaand. 
      Teruggebracht tot een voetnootje dat ook nog onjuist is. 
2.   Bij het ontwerp voor Loveletters staat van den Bersselaar
      als ontwerper. Fout dat was Peter Gabriëlse en die taart
      was een suggestie van mij. ‘k Had er namelijk al ’s één
      laten bouwen voor een Duitse show.
      http://www.bobrooyens.com/matrimony_gilbert.html
3.   Moef GaGa wordt afgedaan als meer vorm dan muziek.
      De formulering op zich is al behoorlijk achterlijk. De
      auteur beschikt kennelijk over een meetorgaan, dat 
      zoiets registreert. Dat zal wel het oor zijn dat hij of zij
      heeft laten hangen naar ingefluisterde vooroordelen of 
      achterklap. 
      http://www.bobrooyens.com/moefbg.html
4.   De luminanz keyer (bedoelt om titels helder over
      televisiebeelden te kunnen tonen) wordt door de schrijvers
      als nieuwe techniek geplaatst in 1967.
      Dat is curieus omdat ik de l. keyer in 1964 al 
      programmatisch als vormgevingsinstrument benutte in
      de serie Hoofdstuk:  
      http://www.bobrooyens.com/hoofdstuk_bg.html
5.   Ten onrechte wordt een ontwerp van Roland de Groot
       toegeschreven aan Freek Bisiot.

   
 

Mijn arme hart vult zich met droefheid over het gebrek aan 
kennis, het historische inzicht bij de schrijvers en het falen 
van Beeld & Geluid in de historische bewaking en 
bescherming van de feiten. 
Maar wat wil je?
’t Instituut wordt geleid door een oud-reclameman. 
Bij deze keuze heeft geld verdienen en ’t instituut 
populariseren kennelijk prioriteit boven de bewaking van 
historische juistheid en waarden.
Kortom Vorm van Vermaak ziet er leuk uit. 
Inhoudelijk is het een flutboek.

Dan toch ook nog maar even over het bombardement van
herdenkingsprogramma’s dat aan het losbarsten is.
Dat 60 jaar televisie tot amusementsnippers versneden
wordt, met soms leuk zijnde, maar vooral leuk doende 
bn’ers, soit! 
Dat Koos Postema ’t koninklijk huis in zes programma’s nog 
’s doorakkert, prima. (Koos mag voor mij wel vaker op de 
buis, als de regisseur hem dan maar niet van die zinloze 
loopjes laat maken.)
Maar waarom dan ook niet 6 programma’s waarin zes maal 
10 jaar televisiegeschiedenis wordt doorlopen in een door 
bijvoorbeeld Mies geleide talkshow. Als er één is die het 
allemaal heeft meegemaakt en het ook met verve, met citaten 
en met mensen uit het vak kan, dan is zij het wel.
Dat Han Peekel op z’n Peekeliaans (praatje – plaatje) met 
Schmäh en empathie simpele televisie-monumenten optrekt, 
van mij mag het!
Maar waarom niet ook serieuze echte documentaires over 
programmamakers die de zaaibedden hebben opgemaakt
waar anderen tot op de dag van vandaag, van oogsten.
...en waarom niet een serie programma’s gemaakt met de 
mannen en vrouwen die er al die jaren met hun neus 
bovenop hebben gezeten. De mannen en vrouwen die op de
vloer stonden, die bij de techniek en in de regie zaten.
Zij stonden 60 jaar op de plekken waar het gebeurde, naast 
en tegenover de mensen die het moesten doen en deden. 
Zij hoorden de woorden die nooit werden uitgezonden. Zij 
waren de pilaren, de steun, het houvast, de pijlers onder elk 
moment dat onzichtbaar door de ruimte reisde om als 
programma, bij het publiek uit het schijnbare niets te 
materialiseren tot beeld en geluid. 
Zij voelden huidnabij de angst, het plezier, de irritaties, de 
pijn, de woede, het verdriet van presentatoren, acteurs, 
actrices, zangers, performers, sterren en anonieme 
kandidaten die van de ene dag op de andere de held van de 
natie werden.
De verhalen van 60 jaar televisie van binnen uit en niet 
zoveel flut van buiten af.
Bob Rooyens