Johnny Kraaykamp 18.7.2011
 
Ach, de KONING is dood!
Aan het lawaai dat inmiddels aan het losbarsten is en
waarvan de ervaring leert dat necrologieën en andere
herdenkingprogramma’s elkaar veelal overlappen en
in oppervlakkigheid en platheid niet veel voor elkaar
onder doen, leek het me zinvol om niet van buitenaf
te reflecteren, maar van binnenuit.  
Zo’n jaar of 17 heb ik met Johnny en Rijk programma’s
gemaakt. ‘k Heb gezien hoe Kraay met ’n kleine trilling in z’n
onderlip zijn publiek in verwarring bracht.
Was ’t verdriet dat aanzette tot huilen of was ’t verdriet waar
je om moest lachen.
‘k Heb gezien hoe die twee, 5 maanden als een kibbelend
echtpaar samenwoonden op een flatje in Hamburg.
Hoe zijn gezicht verwondering spiegelde toen hij daar op
straat niet herkend werd. Geen ‘hallo Johnny’ of ‘hé die
Kraay’. Als ik ’s avonds of in het weekend nog een keer langs
kwam om met ze te repeteren, speelden ze, om mijn reactie
te zien, soms in ijzige stilte ruzie, vaak speelden ze twee valse
ouwe nichten. Rijk was dan Herman, een alcoholistische
stoere bink en Kraay was de vrouwelijke bezorgdheid met
valse snieren en streken.
 ‘k Heb Rijk gezien op een zondagochtend in het trapportaal
van het Hamburgse appartementenflatje. Naakt!
Kraay had hem als een lastig kind buiten de deur gezet en
liet ‘m er niet meer in. Elke keer als er mensen in- en
uitliepen, rende hij een trap op of blokkeerde hij de lift om
uit het zicht te blijven.
‘Bob, ik sluip gewoon achter jou mee naar binnen’, zei Rijk.
Ik belde aan, Kraay vroeg met de nichtenstem van Babs, wie
er dan wel aan de deur mocht wezen?, waarop ik zei dat ik ‘t
was.
Hij deed de deur open. Zag kans mij binnen te laten en Rijk
in ’t halletje waar nog 3 deuren op uitkwamen, te laten
staan. Meteen keek hij door ’t verklikkeroog van de deur
naar wat er gebeurde. We hoorden ’t geluid van de lift,
deuren slaan en Kraay kwam niet meer bij toen Rijk weer
alle kanten uitvloog om zich te verstoppen.
‘k Heb gehoord, samen met de studio-crew van Studio
Hamburg, hoe hij mopperend en z’n teksten repeterend,
‘een banketstaaf ging bakken’, maar vergeten was de
microfoon uit te zetten.
‘k Heb gezien hoe Kraay in de Heer ging, nadat de Heilige
Maagd aan hem verschenen was tussen de takken van een
boom op Grand Canaria.
‘k Heb gezien hoe hij ’s avonds in Hamburg naar het lof ging.
Hoe hij in München samen met zijn grote nieuwe liefde Mai
Lun aan het cocoonen was in een appartementje.
‘k Heb meegemaakt hoe hij, met dat prachtige talent, om muziek
van een taal zo te laten klinken dat je ervan overtuigd was
dat hij die taal ook vloeiend sprak, worstelde met het Duits.
Taal te laten klinken als Duits koste hem geen enkele moeite.
Duits verstaanbaar te spreken en ook nog zo te timen, dat de
grappen op tijd kwamen en effectief beloond werden met een
volle lach, was moeilijk.
‘k Heb gezien hoe ‘m dat soms zo totaal kon frustreren, dat
hij op z’n Kraay’s in het Duits ging improviseren, waardoor
het publiek geen idee meer had waar het over ging en hij
daarom nog harder ging persen om ze toch te laten lachen.
Hoe verschillend de twee ook van elkaar waren, het was
prachtig om te zien hoe Rijk, die vanuit zijn UFA-opleiding,
goed Duits sprak, Kraay met handigheidjes en
tussenzinnetjes, weer terug kon zetten op de oorspronkelijke
tekst. Als dan ook de lach weer kwam, zag je de paniek in de
ogen van John verdwijnen voor sprankelende vonken van
zelfvertrouwen.
‘k Heb de bizarre haat/liefdeverhouding gezien, die hen
niet alleen psychisch maar ook fysiek dwong om af en toe
afstand van elkaar te nemen, maar beiden beseften dat bij
het grote publiek de som van de twee succesvoller was, dan
de solistische inbreng van het individu.
Dat zijn talenten een groter speelveld aankonden, dan alleen
die van de komiek moet een grote voldoening en een groot
cadeau voor hem zijn geweest. Joop van den Ende’s intuïtie
heeft dat feilloos herkend en Joop’s geloof in zijn talent heeft
hij met verve omgezet tot grote theaterprestaties.
Denken aan Kraay opent een mer à boire aan herinneringen.
Dierbare en dankbare.
‘k Heb gezien hoe hij iedereen te slim af was in onderhande-
lingen. ‘k Zie allerlei komische perikelen die ontstonden
nadat wij met z’n drieën de Johnny Kraaykamp, Rijk de
Gooyer, Bob Rooyens BV hadden opgericht.
Na afhankelijk te zijn geweest van allerlei producenten,
werden we zelf producent. Onze eerste contract sloten we
met de TROS voor de productie van de:
Johnny Kraaykampshow
Johnny Kraaykamp
 
Maar vooral zie ik een lieve man. Zachte ogen. Iemand die
om je gaf. Iemand die, toen ik in een krant op een onheuse
manier werd aangevallen, het voor me opnam en met een
ingezonden brief de desbetreffende journalist, een draai om
z’n oren gaf.
Een gebaar van waardering en vriendschap om nooit te
vergeten.
Talloze verhalen stromen naar mijn vingers. Wellicht
vinden ze ooit nog eens de toetsen om ze te vertellen.
De KONING is dood.
De dood is een ontroostbare verspilling.