Heerlijk eerlijk Heertje.

De queeste van Raoul Heertje naar de
echtheid achter de gespeelde werkelijkheid
van televisie is interessant, maar leidt in de
huidige vorm noch tot ontluistering van de
code, noch tot inzicht in het bedrog.
Het programma is een idee zonder vorm.
Het is een soms tragische worsteling van
de stand-up comedian in Heertje met de
zoeker naar de echtheid in Heertje.
Het programma zelf is een hartverwarmende
mislukking door de onmachtige vormgeving.
Er is geen sluitende gedachte en als gevolg
daarvan ook geen sluitend concept.
Daardoor wordt het programma het
getroebleerde tegendeel van wat het
beoogt te zijn.
Het signaleert niks, zeker niet wanneer het
voortdurend zichzelf analyseert.
De ontmaskering ligt niet bij de integere
intenties van Heertje, maar juist bij de
minder integere misvormde codes van
andere programma’s.
Ga vissen bij de ‘De Wereld draait door’
of bij ‘Pauw en Witteman’ en het programma
mits goed geproduceerd en met visie en
intelligentie geregisseerd, wordt spannend
en onthullend.
Heertje probeert in zichzelf en binnen zijn
productieteam te ontdekken wie de echtheid
manipuleert.
Dat is niet interessant. Het is ook geen fair
deal tegenover de gasten die hij vraagt.
Onthul wie er liegt in de programma’s die
door een groot publiek worden geslikt
als integer en waar.

Leer van het aanwezige publiek bij de opname.
De verwarring is groot.
De standup comedian werkt niet in deze setting.
Een grap wordt niet begrepen want het complot
met het publiek is dat we serieus op zoek zijn
naar de echtheid van alles en iedereen.
Grappen nemen die gedachte niet serieus.
Dus wordt er niet gelachen.
Het programma is de gekunstelde valkuil
van zichzelf geworden.

Er is iets veel groter aan de hand, dan wat
Heertje tracht te achterhalen in televisie.
Het is de versluierende taal van politici.
Gemakzuchtige journalistiek
die eerder de knipselmap gebruikt dan de
eigen onbevooroordeelde speurneus.
Een minister-president die zich verzet tegen
de kernwaarde van democratie: controle!
Dit versus een publiek dat alles in de krant
of op televisie als waar ervaart.
Ogylvi en Char doen ons geloven dat er
naast de onze een parallelle wereld bestaat.
De gelovigen janken tranen met tuiten.
Albert Verlinde doet ons geloven dat de
mensen die hij niet mag ook niet deugen.
De gelovigen in Verlinde stropen de mouwen op.
Het lijkt onbegonnen werk om de oplichting
van de waarheid en de beïnvloeding van het
gezonde verstand te ontmaskeren.
Heertje zoekt het dicht bij zichzelf en blikt
daarbij verrast en naïef om zich heen.
Alles in hem toont op een geweldig lieve
en integere manier aan, dat hij de emotionele
en cognitieve manipulatie van het publiek
wil doorzien en aantonen,

Hij omringd zich daarbij met mensen die zelf
deel zijn van het oude complot. Spigt ken ik niet.
Lijkt mij een integere vrouw, maar is ook deel
van een coterie die elkaar hééél erg goed vinden.
Voor promotie van haar nieuwe CD weet ze daar ook
heel goed gebruik van te maken. Niks op tegen,
maar niet geschikt om te ontrafelen.
Inhoudelijk waren de "Buitenhof's" onder van Friesland
prima in orde. Qua vormgeving was het onder zijn
verantwoordelijkheid toen, evenals nu van een
rampzalig armoede.
En dat is de grote makke van het Heerlijk eerlijk Heertje
programma (wie was er nou zo geil op die truttige alliteratie?)
Er is noch bij inhoud noch bij regie iemand die in staat is
om idee en vorm samen te brengen als twee
passende helften van een ritssluiting.
Het is zowel redactioneel als vorm een treurige
chaos. Het programma verteld niet, wat het beoogt
te vertellen.
Iemand heeft bedacht dat de regisseur ook een
functionaliteit moest dienen binnen de parameters
van het concept.
We zien een regiekamer en een man die roept: TWEE!
Waar slaat dit in godsnaam op?
Goed idee. Slecht omgezet in programma en net zo
beroerd omgezet in vorm.
16.1.'09
Bob Rooyens

 
 

Heerlijk eerlijk Heertje. (2)

Naar aanleiding van de uitzending van 20 februari
kom ik nog een keer terug op het programma van
Raoul Heertje. (column 17.1.’09)
Het grote misverstand in het programma is, dat er
niet één werkelijkheid bestaat en dat alles manipulatie is.
De televisie-esthetiek: het licht, het decor, de aankleding,
de taal, zijn vormgevingselementen die verwachtingen
scheppen en de afspraak met de ontvanger aangaan,
duiden of bevestigen.
De beeldgrammatica manipuleert door keuzes van uitsnedes
en overgangen, het oog en daarmee het hart.
Heertje’s programma is niet de werkelijkheid achter de
afgesproken werkelijkheid; het programma is Heertje.
Was het de zoektocht naar een gedefinieerd idee, dan
zou het team de ideeën kunnen toetsen aan de definitie.
De definitie is Heertje. Een bijzondere man, die zich niet
langer wenst te verbergen achter een grap, maar die
zichzelf als kwetsbaar, onzeker, nieuwsgierig mens
onbewust tot inhoud heeft gemaakt.
De redactievergaderingen die aanvankelijk een nogal
manifest deel waren van het programma, zijn inmiddels
geminimaliseerd. De spaarzame shots die daarvan nog
gebruikt worden, laten Heertje aan het woord en tonen
een nogal radeloos team dat niet de indruk maakt Heertje
nog te kunnen volgen.
De aflevering van gisteravond begint met Heertje in de
biechtstoel. Eindeloze confessies in jumpshotdiarree.
Mijn aandacht verflauwde. Van een rondje zappen werd
ik ook niet vrolijker. Terug naar Heertje.
En toen zag ik iets dat mij deed denken aan de schok die
Monty Python veroorzaakte begin jaren 70. Wat ik zag
was eigenlijk nog beter omdat hier de werkelijkheid en
de groteske ongeëvenaard op elkaar botsten. Heertje
interviewde Harry Mens waarbij hij niet alleen de vragen
stelde maar op basis van eerdere interviews ook de
antwoorden gaf. Zelden zo’n mooie ontluistering gezien als
in het gezicht van Mens. Z’n enkele opmerkingen om quasi
leuk te anticiperen sloegen dood op z’n kwaaie kop en de
hulpeloosheid van z’n taal.
Geniale televisie met een afscheid in het café dat ontroerde
door Heertje’s onbevangenheid en Harrie’s
ongemakkelijkheid.
De afsluiting in de biechtstoel had nou net weer niet
gemoeten. Soms is ‘less’ echt ‘more’.
21.2.’09
Bob Rooyens