Guus!
 
 
 
 
Etentje bij mij thuis!
 
 


In oktober 1964 begonnen Jef de Groot (mijn voorbeeld,
producer/regisseur) en ik aan een televisieserie onder de
titel Hoofdstuk:
De serie doorbrak de destijds gangbare opvattingen over
het maken van programma-televisie. De opnames vonden
plaats in Studio A, in Hilversum. Het was het begin van
wat later het MediaPark zou worden. Neergezet als bouw-
hal maar bij gebrek aan studio’s, in gebruik genomen als
televisiestudio. Tot die tijd kwamen de ‘grote’ producties
uit 'Vitus' een tot studio omgebouwd parochiehuis in
Bussum. Daar zag ik voor het eerst een ‘kraan’. Primitief
dingetje, overgenomen uit de filmindustrie. Je had een
‘dollyduwer’ nodig om het ding te laten rijden en kleine
draaiorgelwieltjes om de camera een klein stukje omhoog,
of omlaag te laten bewegen.
Maar nu waren we in Studio A en stond er een ‘state of the
art’, Vinton dolly. Aan de voorkant een arm die tot wel
‘2 meter 20cm’ omhoog kon en wel tot zo’n 60 cm omlaag.
Voor elke regisseur met een beetje ambitie een geniaal
apparaat dat programma’s van ooghoogte kon optillen naar
nieuwe ongekende perspectieven. De arm kon links en rechts
uitzwenken, voor- en achteruitrijden maar, o wonder, ook
nog eens zijwaarts verplaatsen. Crabben in vaktaal.
Twee jonge honden waren briljant in het bedienen van de
dolly. De ene was Martijn Lindenberg en de andere Guusje
Verstraete. Guusje was mijn man. Scheurde met die
machine onder studiobruggen door, aaide met de lens langs
instrumenten en gezichten, wuifde met de zwenk-arm als het
handje van de koningin en trok de camera in een luttele
seconde van 60 cm, naar 2 meter 20.
Snel, behendig, geconcentreerd en euforisch opgelucht als
het allemaal gelukt was. Hij was zo goed en inspirerend, dat
ik de proloog van Hoofdstuk: III Jazz, in één camerabeweging
wilde opnemen. Een non-stop doorgaande rit van de Vinton-
dolly van een minuut of 6. De studio stond die ochtend vol
met  muzikanten die in de Nederlandse Jazz-scene van begin
jaren 60, van betekenis waren.
In één shot en in één rijer van
de Vinton-dolly werd het 'Gesamtwerk' live gespeeld en
opgenomen.
De studio zinderde van spanning en opwinding.
Een soort spanning, die je in de commerciële productie-
fabrieken van nu, nog maar zelden ervaart.

 
 

Guusje voelde zich verwant met de nieuwe televisie die Jef en
ik in de studio aan het ontwikkelen waren. In onze perceptie
was televisie niet alleen een elektronisch gereedschap dat
gebeurtenissen in bewegende beelden kon verslaan, maar
een medium met een eigen autonoom karakter. Een medium
dat door zijn eigenheid, de elektronica, in creatief opzicht
nieuwe en andere mogelijkheden bood dan de gevoelige laag
op een plastic drager van de film of fotografie.
In de voorbereiding van een aflevering vonden diepgravende
en ook wel verhitte discussies plaats in het karakteristieke,
landelijke huisje van Jef de Groot aan de Sophialaan in
Hilversum. Jef was getrouwd met Mariëtte Flink, dochter van
Richard Flink en Mieke Verstraete. Mariëtte was dus een
nichtje van Guusje en die familieband kwam Guus goed uit.
Hoe hij het deed weet ik niet, maar vaak als Jef en ik, soms
in het bijzijn van decorontwerper Massimo Götz en belichter
Henk de Rover een meeting hadden op de Sophialaan, kwam
Guusje op bezoek. Hij luisterde gretig naar wat er besproken
werd, zoog alles in zich op en genoot van die gesprekken.
Guusje wilde ook regisseur worden.
Toen er bij de Avro een vacature kwam voor een regisseur/
producer heeft Guus gesolliciteerd en hebben Jef en ik hem
bij programmaleider Ger Lugtenburg, van harte aanbevolen.
Guus werd aangenomen, kreeg een bureau op mijn kamer
en zijn droom begon het contour van werkelijkheid te
krijgen. Hij liep een tijdje mee met programma’s die ik in die
tijd produceerde en regisseerde.
Nou is er een groot verschil tussen kijken hoe een ander het
doet en het zelf bedenken en uitvoeren. Bij zijn eerste
opdracht als regisseur legde Guus zijn plannen en ideeën
aan mij voor en vroeg advies. Dat hield hij lang vol.
Hij was ambitieus, gedreven en wilde coûte que coûte een
goeie regisseur worden.
In 1967 en ’68 regisseerde ik de ‘Weekend Shows’ met
Johnny en Rijk. In augustus 1967 vond programmaleider
Ger Lugtenburg dat ik ook maar de shows met een nieuw
komisch duo moest gaan doen, ‘de Mounties’.
Leek mij niet zo’n goed idee. Als regisseur twee komische
duo’s dienen, zou zo maar tot onderlinge irritaties kunnen
leiden. Ger zag dat probleem niet. De verschillen in ‘format’
waren groot. Johnny en Rijk was een theatershow en
‘de Mounties’ een gefilmd verhaaltje.
Ik heb de eerste aflevering ‘De man zonder hoofd’ met de
Mounties gedraaid en merkte meteen dat Johnny en Rijk
daar moeite mee hadden. Ik begreep dat wel.
Daarom stelde ik Ger Lugtenburg voor om Guusje de
serie met de Mounties te laten regisseren. Dat is toen
gebeurd en dat markeerde het begin van Guusje’s zegetocht
door de wereld van het grote amusement.
We hebben altijd contact gehouden, soms wat intensiever
zoals in de periode dat we samen voor Studio Aalsmeer
werkten, soms meer incidenteel. We hebben als dat zo
uitkwam ook wel eens een programma van elkaar
overgenomen. Toen ik het te druk had in Duitsland nam
hij een show over uit een serie die ik bij ‘de Mol’ regisseerde
en toen hij een keer klem zat nam ik een ‘Ivo Niehe-Show’
van hem over.
Dat ging moeiteloos en probleemloos.
In het begin van zijn carrière volgde Guus mijn methode.
Ik bedenk van tevoren hoe ik een programma in beelden
wil vertalen. Schrijf dat ook voor cameramensen en schakel-
technicus gedetailleerd uit met aanwijzingen en
tekeningetjes. Guus heeft zich echter in de loop der jaren
ontwikkeld tot de regisseur van het gevoel. Iemand die de
continuïteit vastlegt en daarna zijn programma-instinct
aanvoelt en volgt. Daarin was hij fenomenaal.
Guus beschikte daarnaast over een onweerstaanbaar wapen.
Humor! Hij was buitengewoon aimabel en had ‘Schmäh’.
Een wonderbaarlijk zalfje van liefde en waardering voor de
mensen waar hij mee werkte. Hij had het vermogen om
iedereen voor zich in te nemen.
Hoe diep dat zat blijkt wel uit de ongekende hoeveelheid
namen, van mensen die bij de televisie een rol spelen, of
hebben gespeeld, onder de rouwberichten in de kranten.
Mijn laatste mailtje met hem dateert van 25 augustus van
het vorige jaar. Hij sluit dat af, met:
A.s. zondag doe ik de ‘Sing a long’ ter afsluiting van de Uitmarkt.
Gelukkig live, altijd leuk.
Ik groet je mijn meester,
Guus
Kus
Aan mij zijn laatste groet, zijn laatste kus.
Guusje’s laatste ‘vast’s’, ‘fades’, ‘mooie beweging’, ‘prachtig
shot’ en ‘cut’s’ hebben het theater verlaten.
Mijn hart huilt.
Mooie reis Guus!!
Bob

 
 

Bijlage:
Mail van Guus n.a.v. mijn verjaardagsfeest 2015
waarop ik van vrienden een beeld kreeg van de door mij
zeer bewonderde beeldhouwer Willem Lenssinck.

 
 
 
     
     
 

TOOTS 2:
New York 12 april 1980
 
Toots heeft een engagement voor een week in de
Greenstreet Bar.

 
  greenstreetbar  
 

Bij jazzkenners een place to be. Het is een
modern sfeervol restaurant, in de Village. Good food,
good atmosphere, small stage.
Het is ook de week waarin de New York Jazz Awards zullen
worden uitgereikt. Toots,  al meerdere malen winnaar in de
categorie Miscellaneous, is ook dit jaar weer genomineerd.
De keuze zal gaan tussen Howard Johnson – tuba, Andy
Narrell – steeldrums en Toots. Later die week zal de jury de
winnaars bekend maken. Toots wint.

 
  tootsaward  
 

Op de 13e ’s avonds heeft Toots een repetitie met zijn side-
men. De pianist Kenny Barron en de bassist Paul West.
Het management heeft die twee geëngageerd. Toots heeft
nooit eerder met ze gewerkt. Men kent elkaar alleen van
naam. Intussen hebben Otto Boris en ik te maken met
totaal onvoorziene problemen. Toots had op persoonlijke
titel afspraken gemaakt met Benny Goodman en Paul
Simon. Als Otto Boris met de respectievelijke heren contact
zoekt, laat het management van Goodman weten, dat hij
absoluut geen tijd heeft en Paul Simon laat weten dat hij
te ziek is om geïnterviewd te worden, laat staan om samen
met Toots te musiceren.
Ik vertel het Toots. Hij is teleurgesteld en vraagt of hij het
nog een keer mag proberen. Maar ook die directe
persoonlijke telefoontjes veranderen niks aan de situatie.
Onze ‘gründlich’ opgebouwde planning is voor een belang-
rijk deel naar de knoppen.
‘Was machen wir nun, Bobchen’, vraagt Otto Boris.
Tja.., wat nu? ‘Wie Jazzmusiker, wir Improvisieren!’
Ik ga naar mijn kamer en probeer de linker en rechterhelft
van mijn brainframe zo te synchroniseren dat we de tijd
die we overhebben, zinvol en dienstbaar aan het portret
van Toots, kunnen inzetten.
Één van de markantste city landmarks in New York vond ik
het ijsbaantje op Rockefeller Center. Als kind had ik eens
een prachtige romantische speelfilm gezien, waarin dat
ijsbaantje een belangrijke rol speelde. Dat is me altijd
bijgebleven en diep in mijn hart ook de wens om daar eens te
mogen draaien.
Ik stelde Toots voor, dat hij op die plek een mini lezing zou
geven over zijn instrument. Over de verschillende
mondharmonica’s en het verschillende gebruik. Toots vond
het enig. Klein probleem was wel, dat je daar niet zomaar
kan draaien. Onze New York crew legde uit, dat je zoiets
ongeveer een jaar of twee van te voren moet aanvragen bij
de speciale afdeling op het stadhuis, dat zich bezighoudt met
het verlenen van filmvergunningen.
Otto Boris, hoorde dat aan en zei dat hij maar eens langs
zou gaan bij dat ijsbaantje . Twee uur later was hij terug
mochten we daar draaien wanneer we maar wilden.
Het ijsbaantje werd gerund door een magere, lange, bitse,
oorspronkelijk Duitse vrouw. Een ‘Hager-typ’, zeg maar
Olijfje van Popeye.
Otto Boris had haar met zijn ‘Wiener Schmäh’, ingepakt,
geparfumeerd en in zoete woorden gewikkeld.
Een dag later gingen we daar draaien.

Maar eerst was er ’s avonds de eerste repetitie van Toots,
met Barron en West. We rijden naar een straat ergens in 
Manhattan aan de Westside. De kennismaking is vanuit
Paul West open en buitengewoon hartelijk: ‘...is this the
gig....eh.... I waited all my life for this...”  haha...! Barron is
gereserveerder. Wat afstandelijker. Professioneel.
Toots, pakt zijn muziekmap uit de tas en legt uit wat hij aan
repertoire zou willen spelen. ‘..eh a few Monk things....some
Miles Davis, ..all Blues...’

 
  toots_barron  
 

Barron knikt eens. Gaat achter de vleugel zitten en steekt
een lang dun sigaartje op. Het repetitielokaal is een
naargeestige ruimte. Zuilen die het zicht belemmeren, hier
en daar een tafeltje met te lang gebruikte stoelen. Smoezelige
kleuren, plat en koud neonlicht.
Het doet er niet toe.
Toots zet z’n broodje aan z’n mond en blaast de eerste 2
maten van Monk’s ‘Straight no Chaser’. Feilloos valt Barron
in met de voor Monk zo typische ‘valse noot’. Over Toots’
gezicht vlindert een gelukkige glimlach. Voor het mini-
publiekje van Huguette, Toots’ Amerikaanse manager en
wij als crew wordt er schitterende muziek gemaakt. Op zijn
fluwelen zachte manier stuurt Toots de anderen aan. Soms
met een vriendelijke onderbreking, soms door met de ene
hand de harmonica en microfoon vast te houden en met de
andere, door het knippen met zijn vingers het tempo op te
voeren of juist terug te nemen. De kilte en de smoezeligheid
van het repetitielokaal en de creativiteit van drie muzikanten
die, omdat ze nog nooit met elkaar gespeeld hebben, toch wel
even willen laten horen wat ze in huis hebben, maakt de
avond tot iets heel bijzonders.
Een paar uur later liggen we allemaal tevreden in ons bedje.
Even vergeten dat er nog een paar problemen dienen te
worden opgelost. Maar ja, wat in mijn hoofd ontstaat, zet
Otto Boris om in werkelijkheid. Goodnight Irene.
Pff... snarch....!!

De volgende dagen speelde Toots ’s avonds in de Greenstreet
Bar en draaiden we overdag op plaatsen met herinneringen
en geschiedenis.
We draaien voor de ‘Cotton Club’. De plek die refereert aan
de cotton fields in het zuiden van Amerika, de slavernij
en de oorsprong van de blues. Voor Toots, eigenlijk een plek
van voor zijn tijd. Zijn jazzcarrière begon in de jaren 40. Toen
waren de hoogtijdagen van de Cotton Club’ al voorbij. Hij
kijkt naar de replica van wat ooit geschiedenis schreef.
‘..in het origineel waren het de tijden van Louis Armstrong en
King Oliver. Dit hier is retro-nostalgie...’ zegt hij. ‘Dit is geen
Cotton Club. Je kan beter spreken van een polyester-club’.

 
  cottonclub  
 

Onder politiebescherming, (was nodig volgens onze New York
crew,) gingen we naar Harlem. Om precies te zijn naar:
253 West 125th Street. De biotoop waar velen begonnen die
later tot grote hoogten stegen. ‘The Apollo Theatre’.
Toots  bewaart er mooie herinneringen aan. In 1951 heeft hij
er twee weken gespeeld als gitarist bij George Shearing.
Twee jaar eerder, in 1987 was er na renovatie een speciaal
concert ter gelegenheid van de heropening. Toots was
uitgenodigd om mee te spelen met o.a. J.J. Cale, Ralph
McDonald, the Brecker Brothers. Het was een feest en
een grote eer.

 
  tootsapollo  
 

Behalve een internationaal gewaardeerde, virtuoze muzikant
is Toots ook componist. Zijn bekendste stuk is Bluesette.
In de film heb ik een muzikaal doorlopende montage
gemaakt van misschien wel 40 verschillende uitvoeringen
van dat stuk. Volgens Toots zijn er wel honderd:
Ja Bob, dat is mijn pensioen, haha...’zei hij schaterlachend.

Ik had hem verteld dat ik een dwarsfluit wilde kopen en hem
gevraagd of hij mee wilde gaan. ‘...maar natuurlijk... ‘Op een
vrije middag, neemt hij me mee naar 48th of 56th
street, of misschien ook wel een straat daartussen. Hoe dan
ook een straat waar vele muziekwinkels bij elkaar zijn.
Het was alsof een popstar door de staat liep. Van alle kanten
werd hij herkend en begroet. In de winkel was het nog erger.
Muzikanten waar hij mee gespeeld had, kwamen op hem af,
muzikanten die ooit wel eens met hem zouden willen spelen,
wilden een praatje maken. Het was ongekend.
Uiteindelijk hebben we de dwarsfluit gekocht, liepen daarna
een klein platenwinkeltje binnen, omdat ik daar een speciale
plaat hoopte te vinden en al neuzend door de bakken, klonk
ineens ‘Bluesette’ door de zaak. De eigenaar had hem
herkend, was een jazzfan en wilde zijn waardering laten
horen. Toots werd er verlegen van. Glimlachte vriendelijk en
zei tegen mij: ‘..hoor je het....mijn pensioen....hahaha!
Onder applaus verlieten we de zaak.

Er waren veel mooie, bijzondere en bizarre momenten.
Op een dag zou ik een stuk met Toots draaien rond de
prachtige fontein met de engel in Central Park.
Er ontstaat een Hollywood sfeertje. Gernot Roll, had
kollossale spots laten aanrukken, rails in een cirkel rond de
fontein laten leggen en daarop een camerakraan geposteerd.
Iedereen is hard aan het werk om de eerste ‘slate’ te kunnen
draaien.
Ik sta een beetje aan de zijkant toe te kijken.
Ongemerkt is er iemand achter mij komen staan die tegen
mijn rug zegt: ‘Tja, als we ooit zover nog eens zouden komen.
Dit is toch wel het echte werk.’  Als ik mij omdraai kijk ik in
het gezicht van Ralph Inbar.’
‘Inderdaad Ralph, als.... hoe mooi is dat...?’
We babbelen een beetje. Het grappige is, dat het niet de
eerste keer is dat ik Ralph in het buitenland tegenkom.
Een paar jaar eerder ook al in New York en ergens in de
60er jaren, na de zesdaagse oorlog lopen we elkaar tegen
het lijf, voor de Jaffa-poort in Jerusalem.
Nu dus in Central Park. Als de voorbereidingen klaar zijn
komt mijn Amerikaanse regie-assistent naar mij toe en
zegt: ‘Bob, we are ready’.
‘Sorry Ralph, ik moet aan het werk.’
Zijn bek viel open! Even moet hij gedacht hebben:
Bananasplit!

 
  fonteincentralpark  
 

 

We hebben een afspraak met Bill Evans. De sublieme
pianist en componist, die vele malen onderscheiden is met
Grammy-awards en de pianist, die op één nummer na, met
Miles Davis speelt op de beste jazzplaat ever, ‘Kind of Blue’.
Toots en hij hebben onlangs samen een LP opgenomen
onder de titel ‘Affinity’. Ook weer genomineerd voor een
Grammy.
We rijden naar New Jersey, waar Evans woont in een
redelijk luxueus flatgebouw.
Als we aanbellen, wordt er niet gereageerd.
‘Jeez...hij zal het toch niet vergeten zijn....’?
Toots, wacht geduldig in de hal. Arm om de schouder van
Huguette en zij haar arm om zijn middel. Lief beeld.
We bellen nummers waarop Bill, bereikbaar zou kunnen
zijn, maar er wordt nergens opgenomen.
We wachten!
Na drie kwartier stapt hij de hal binnen. Excuseert zich en
we gaan met de lift naar boven.
I didn’t know you were coming’, zegt hij tegen Toots, ‘I
thought they come for a quote ..... I had some juicy stuff
prepared. Hahaha...’
Als ik op de lessenaar van de vleugel kijk, zie ik een met
potlood geschreven score van Jan Akkerman. Ik ben
verrast. Akkerman is natuurlijk ook een geniale muzikant,
maar om zijn score bij Bill Evans op de lessenaar te zien
liggen is verrassend. Op de één of andere manier voel ik
ook iets van trots. Bizar natuurlijk.
Ze praten een beetje. Lachen een beetje. Allebei geen
eloquente babbelaars die elkaar veel te zeggen hebben.
Totdat Bill Evans achter de vleugel gaat zitten, Toots zijn
broodje pakt en het over muziek gaat. Dan praten de noten.
Het is taal die ze zonder woorden tot in alle finesses
beheersen en waarvan ze de grammatica tot in het kleinste
detail, kennen. Bill heeft een gipsen manchet om zijn linker
hand. Ongelukje gehad. Maakt allemaal niet uit.
Ze mompelen iets tegen elkaar en dan begint Toots te spelen
en valt Bill in. Wat er dan gebeurt valt voor mijn muzikale
begrippen, niet meer onder spelen, maar is virtuoos,
hogeschool jongleren met een melodie, waarbij ongeveer elke
maat moduleert naar een andere toonsoort. Er ontstaan
waaiers van over elkaar buitelende akkoorden, die Toots, als
een wildwatersurfer met golven van noten bestijgt, beklimt,
dan weer afdaalt naar de lagere regionen om ze weer op te
tillen naar de Goddelijke genade die muziek kan zijn. De
twee mannen kijken met een enkele blik naar elkaar en zijn
volkomen gelukkig.
Het is duidelijk.
Dit is het verhaal van Toots.
Zijn muziek.
Hij praat met zijn instrument. Schitterende monologen
waarin puurheid, oprechtheid en emotie niet te missen zijn.
Het zijn niet de woorden die alles zeggen, maar de noten.

 
  tootsbillevans  
 

Een paar maanden na onze opname stuurt hij mij
onderstaande drukwerkje.

 
  huwelijk  
 

We houden contact en ik informeer hem over de montage.
Als die klaar is maken we de afspraak dat hij, als hij in
Nederland een gig heeft, ik hem ophaal en we bij mij thuis
de film gaan bekijken.
In januari 1981 is het zover. Hij belt dat hij een optreden
heeft in Vollebregt. Ik ga erheen, haal hem op en aan het
begin van de nacht zitten we samen bij mij thuis naar de film
te kijken.
Hij is ontroerd.
Voor ik hem terugbreng naar z’n hotel zegt hij: ‘‘k Heb ook
nog een presentje voor jou...’
Hij grijpt in z’n tas en geef mij z’n broodje.
Affinity’....zegt hij.
Het broodje is gedateerd 79/6.
Op de bovenkant heeft hij een stickertje met zijn naam en
adres geplakt met wat handgeschreven woorden:
‘To Bob with gratitude and love. Toots’

 
  broodje  
  Indeed Toots, with gratitude and love!!
Bob Rooyens_24.8.'16
 

 

 

TOOTS:

 
  toots-intro  
 

Bavaria Atelier GmbH – München – Prod.-Nr. 35.127
‘Toots Thielemann’
Het is begin april 1980 als ik de ‘Stabliste’ plus de
planning onder ogen krijg van een film die ik over Toots
ga maken.
De secretaresse die de ‘Stabliste’ getikt had kende Toots
kennelijk niet, hield waarschijnlijk niet van jazz en tikte
zijn naam als Thielemann, in plaats van Thielemans.
Slordigheidjes waar ik niet zo van houd.

Montreux mei 1979. (bijna een jaar eerder)
Ik heb een ontbijtafspraak met Hannes Hoff, Chef Drama
und Unterhaltung van de WDR.
‘Gisteravond werd het ‘Gouden Roos Festival’ met een feestje
afgesloten. Hannes Hoff en ik mogen elkaar en waarderen
elkaar. Hij heeft onvoorwaardelijk geloof in mij en gaf mij
alle ruimte om programma’s te maken. Daarmee waren we
ook succesvol. Zowel in Montreux, bij de BBC, in Brazilië,
Japan als elders.
Die ochtend aan het ontbijt zij hij: ‘Bob wat zou je leuk
vinden om te maken’.
‘Hûh...?’
Het overviel me.
Ik dacht even na en zei: ‘...een film rond Toots Thielemans.
Een blik in het leven van een uitzonderlijke musicus en
aimabel mens.’
Hij keek me even aan. Kleine glimlach, ogen waarin plezier
rondzwom en een mond die zei`: ‘Bob, machen wir’!
Zo begon mijn avontuur met Toots.
Mijn wens werd in de allereerste plaats afgevuurd door mijn
adoratie voor zijn prachtige talenten maar ook door een
zekere afgunst. Had ik maar zijn talent gehad. Met mijn
schoolvriendjes Reier Schot en Wim Romer waren we in een
ver, ver, verleden als mondharmonica-virtuosen, landelijk
winnaar geworden van de Oprechte Amateur. Bovendien
speelde ik ook gitaar, met dim, pim, trim en beetje
slimaccoorden, maar ’t was natuurlijk in de verste verte
helemaal niets vergeleken bij die prachtige, lieve, uniek
getalenteerde internationale grootheid.
Ik wilde mijn bewondering omzetten in een film. Niet al te
zeer geleidt door adoratie, maar veelmeer door
nieuwsgierigheid. Zijn leven ervaren, zijn pleziertjes, zijn
bewonderaars ontmoeten, hem leren kennen. Hoe keek hij
om zich heen, hoe beleefde hij zijn leven. Had hij nog andere
ambities, behalve een internationaal geprezen jazzmuzikant
te zijn? Hoewel dat eigenlijk geen ambitie was. Het overkwam
hem.
Hannes Hoff, gaf Bavaria Studio’s in München de opdracht
om de productionele kant van de film te regelen.
Ik kende daar veel mensen.
Had daar eerder al films gemaakt en wilde deze film graag
draaien met Gernot Roll, een fenomenale cameraman
waarmee ik een voor die tijd (1970) nogal spectaculaire film
gemaakt had rond Esther Ofarim.
De Produktionsleiter werd Otto Boris Dworak, een naar enige
corpulentie neigende Oostenrijker die hand- en spandiensten
had verricht bij het draaien van ‘The Sound of Music” en in-
middels als productieleider een stevige reputatie had
opgebouwd. Heerlijke man. Iemand waarmee ik meteen
een band voelde.

Tijdens de voorbereiding had ik een aantal gesprekken met
Toots, altijd in aanwezigheid van zijn, lieve, zorgzame,
onafscheidelijke, jongere levenspartner Huguette. Om hem
ergens te spreken te krijgen was nog niet zo eenvoudig. Als ik
hem belde, hoorde ik meestal het antwoordapparaat: “this is
Toots Thielemans speaking, until december 15, I am in Tokyo,
please leave your name and message on this recording
machine and I will return your call as soon as I can. Please
speak after the beeb.’  Tokyo kan je vervangen door New
York, Moskou, Sao Paulo of een ander ver oord. Maar
gelukkig hoorde daar ook met regelmaat Nederland bij.
Het bleek moeilijk om Toots te verleiden tot een vorm
van zelfanalyse. Hij zocht bij voorkeur de wat luchtige kant
van het leven en deed de meer persoonlijke vragen af met een
grapje, een glimlach of een schaterlach.
Hoewel hij het ook wel vermoeiend vond, genoot hij zeer van
het leven dat hij leidde. Altijd onderweg, altijd ergens in de
wereld in een hotel, maar altijd ook applaus en bewondering
van fans en van de kleinste tot de allergrootsten in de muziek.

10 april 1980
Eerste draaidag.

 
  slate_zurich  
 

We staan op het platform van het vliegveld Zürich-Kloten
en wachten op het vliegtuig van SwissAir, waar Toots
en Huguette zo meteen uit zullen stappen. Als het toestel is
uitgerold, gaat het kontje van de machine open en stapt
Toots, gevolgd door Huguette, met de gitaar in de ene en een
tas in de andere, uit het toestel. Zwarte vissers-pet op
zijn hoofd, duffelse jas aan (’t is begin april en koud) en
een dikke glimlach op zijn gezicht.

 
 

zurich_kloten

 
 

We gaan per taxi naar Hotel Nova Park, waar Toots die
avond en de dag daarop, een gig heeft met Monty Alexander
piano, Martin Drew drums en Ray Brown bas.
De begroeting vindt plaats in de bar. Vrolijkheid,
gezelligheid, omhelzingen, schouderklopjes en een glaasje
op het weerzien. ‘
How are you man..?’
‘Big baer brown, zegt Toots en omhelst de grote zware
fenomenale bassist, die voor dat grote lijf een veel te hoge
stem heeft.
Thank you guys’, zegt Toots, ‘to come to my show.... hahaha’.
Iedereen lacht hartelijk mee.
Die middag wordt er gerepeteerd. Relaxte sfeer, professionals
onder elkaar. Monty luistert naar Toots die op de gitaar in
accoorden een melodie speelt, big bear Brown staat op een
rond praktikabeltje en zegt tegen Monty: ‘play a couple of
bars of ‘Summerwind’, I want to know what it feels up here’
Monty zet ‘Summerwind’ in en dan vindt het mysterie van de
muziek plaats...  Vier topmuzikanten, een aantal akkoorden,
die binnen een zeker aantal maten de bodem leggen voor een
melodie, een ritme, een tempo het creatieve genie van het
individu en je hoort, gedragen door 4 individuele talenten, de
fabelachtige symbiose van 4 verschillende instrumenten.
De niet tastbare kunst in de ordening of chaotische ordening
van klanken.
Tijdens die repetitie gebeurt natuurlijk, wat ik altijd heb
meegemaakt als jazzmuzikanten ergens op een plek in de
wereld spelen, er duiken altijd andere jazzmuzikanten op.
Er is kennelijk een tamtam die de muziek vooruit reist
waardoor men van elkaar weet, wat, hoe en waar.
Zo ook hier. De repetitie wordt onderbroken om bassist
Jimmy Woode te omhelzen en even later volgen de hugs en
kisses met John Ward, destijds drummer bij het Hazy
Osterwalt sextet, maar daarvoor drummer in het kwartet van
Toots.
Vrolijkheid, plezier, herinneringen, een gelukkig weerzien.

’s Avonds bij het concert voor het publiek, treedt Toots op als
de leader. Op zijn rustige, beetje verlegen manier spreekt hij
het publiek toe en kondigt hij de nummers aan. Dan is
het tijd voor een intermezzo. Toots kondigt een nummer aan
als ‘a peace of auto-biography: the dirty old man’. Met het
gezicht van een stout jongetje, kijkt hij Ray Brown aan en
zegt: ‘there is lyrics, but we won’t sing them, right Ray..?’ Het
plezier stuitert door de ruimte. Hij speelt ‘dirty old man’ op
de gitaar (hij speelt sowieso die avond veel gitaar) maar ook
met de gitaar.
Alle 4 hebben dikke pret. Toots haalt diep adem, zet aan om
te gaan zingen, maar komt niet verder dan:’...why don’t
you.....’
Het waarom horen we niet, de tekst fade uit achter een
suggestieve glimlach en een besmuikte blik van Ray Brown.
Het publiek lacht.
They know the words, Ray’ en even later ‘lalalaat’ Toots
het refreintje met een dikke knipoog naar de seksuele
implicatie. Nergens wordt het meer dan de ondeugende
suggestie van een stoute jongen.

 
  dirtyoldman  
 

Toots heeft met het publiek en de muzikanten een complot
gesmeed dat iedereen die het
meebeleefd een beetje gelukkiger maakt. Het is een
topavond.

Twee dagen later zitten we in het vliegtuig naar New York.
Otto Boris heeft doodsangst voor vliegen. Zodra het toestel
gaat taxiën om te vertrekken, trekt hij een jas over zijn
hoofd en is niet meer aanspreekbaar.
Toots en Hueguette zitten als twee verliefde teenagers
bij elkaar. Het is behalve voor Otto Boris, een relaxte vlucht.
Buiten bij Kennedy Airport worden we opgewacht door onze
New York crew. Een eindje verderop zien we Ray Brown
vervoer regelen voor zichzelf en zijn bas. We wuiven.
‘k Ben blij’, zegt Toots, ’dat ik mijn brood verdien met mijn
broodje en mijn gitaar. Ray moet altijd 2 tickets kopen. Één
voor hemzelf en één voor z’n bas. Haha..’
Gernot Roll, de cameraman schuift bij Toots en Huguette in
een taxi en rijdt mee naar onze verblijfplaats voor de
komende 10 dagen, het Marriott Essex House aan Central
Park South.

 
  essexhouse  
 

Tegen het einde van de middag, als we het tijdverschil
meerekenen is het al middernacht, hebben we nog even
een gesprekje op de hotelkamer om kort het schema voor de
komende dagen door te nemen. Terwijl we daar toch redelijk
vermoeid zaten vroeg ik hem hoe hij zich voelde. Op ons
lijstje stonden de komende dagen ontmoetingen met o.a.
Benny Goodman, Paul Simon en Bill Evans en toen zei hij:

‘Ik ben nu 58, ik ben heel gelukkig. Ik heb het punt bereikt
waarop ik relaxt, met zeg maar energie nul, in harmonie ben
met mijn geliefde en mijn muziek...
Ik heb geen yacht nodig of een paleis, alles is goed zo, we eten
lekker, ik kan een broek kopen en ik hoop dat ik de paar jaren
die ik nog heb kan blijven reizen en muziek maken en tenslotte
kan zeggen, ik heb mijn best gedaan met de gaven van ‘the
man upstairs’.
23.8.’16
(wordt vervolgd)

 

 

 
 
 

DWDD Summerschool
Wouter Bos
Doceert: de goede politieke speech

 
 
 
 

Het doel van een politieke speech is de toehoorder te
overtuigen van jouw ideeën en daardoor de kiezer
op jou, of op hem of haar voor wie je de toespraak houdt,
te laten stemmen.
Het college van Wouter Bos in DWDD Summerschool
over dit thema was technisch dik in orde.
Vlotte presentator die met pathos, de ethos prima
verwerkte in het spoorboekje van de logos.
Helaas was de keuze van de clips nergens boeiend noch
verrassend.  
‘Jatten mag’, vindt hij. Bos liet na te wijzen op het
negatieve effect daarvan zoals vorige week bleek bij de
speech van Melania Trump en hoe echtgenoot Donald
schijnbaar moeiteloos kiezers achter zich weet te scharen
met speeches waaraan de logos ontbreekt, de pathos
weliswaar met perslucht wordt uitgebrald, maar de ethos
ver te zoeken is.
Hij liet na, toe te voegen wat Aristoteles had weggelaten,
namelijk ‘Personalitate.’
Zijn voorbeelden werden door hem gecheckt aan de drie
principes van Aristoteles. Maar die principes, hoe
waardevol ook, worden moeiteloos gelogenstraft als de
‘Personalitate’ over de Pathos beschikt om de Ethos
en de Logos geloofwaardig te verdraaien.
Dat Bos op geen enkele manier zichzelf, noch andere
Nederlandse (ex) politici als voorbeeld stelde, maakte zijn
college tot een veilig, vrijblijvend verhaal, gebaseerd op de
afgelebberde, overbekende voorbeelden uit de geschiedenis.
Jammer, want hij is een goeie docent die een prikkelender
college verdient.
29.7.’16
Bob Rooyens

 
     
     
 
Nog wat aanvulling
 
  Zondagmiddag met stijgende verbazing
gekeken naar een NTR documentaire in de serie
‘Andere tijden’ over de grote amusements-
shows uit de jaren 70 en 80.
 
   
 

Ik zag sprekende hoofden langs komen die
glorieerden als in hun beste herinnering.
Mannen met uiteenlopende functies, waarbij
sommigen in de lens keken alsof het soortelijk
gewicht van hun informatie explosief nieuws
bevatte.
De mannen die productioneel of als presentator,
bij de besproken programma’s betrokken waren,
lepelden brave teksten en keken schalks bij het
opbiechten van hun manipulatieve zondes die er
voor moesten zorgen, dat toch vooral de ‘leukste’
kandidaten konden winnen.
Wat beoogde de NTR met dit programma?
Inzicht verschaffen over wat…?
Het showklimaat?
De impact op het publiek?
De betrokkenheid van goede doelen?
Ging het om de waardering voor de showmasters?
De onderlinge competitie?
Maatschappelijke ontwrichting?
Cohesie van het Nederlandse volk in een
gemeenschappelijk spasme op de zaterdagavond?
Het geniale talent van ontwerper Roland de
Groot in een volgspot zetten?
(Wijdt daar eens een documentaire aan NTR?)
Wat was het verhaal?
…en waar was Mies Bouwman?
Alsof ze niet bestaan heeft en alsof 1 van de 8
niet voorloper en kaskraker was van de Vara
werd ze door de makers verdonkeremaand!!

Nou is kaskraker misschien niet zo’n geslaagd
woord. Toen ik aan de laatste serie Sterrenshows
begon, bleek de kas van de Vara leeg en
versteende het plan om met de Circustent door
Nederland te reizen, tot 1 standplaats op een
terrein in Utrecht.

 
 


 
  Bij het ontstaan van de ‘Sterrenshows’ was ik
nauw betrokken.
Ik voerde mede redactie en regisseerde voor de ARD
het eerste Duitse net, op zaterdagavond ’TeleZirkus’.
Een familie-programma met Internationale Showstars,
verrassende invallen, publieksmobilisatie, bijzondere
circus-acts, enz.
Het programma reisde mee met het rondtrekkende
Circus ‘Williams-Althoff’ en werd daarom elke week
vanuit een andere stad geproduceerd en ‘live’
uitgezonden.
Hans Peeters’ (Vara) is een groot circusliefhebber
en vader van twee zoons die op topniveau circus-
artiest waren. Met enige regelmaat, stond Hans
bij ‘Williams-Althoff’ aan de buffetwagen.
Op een avond belde hij mij op en zei, dat hij
Willem Ruis enthousiast probeerde te maken voor
een show in een circustent.
Willem zag er niks in.
Daarom wilde Hans van mij wat VCR-tapes lenen
zodat Willem TeleZirkus’ met eigen ogen kon zien.
Dat trok Willem over de streep.
Het kwam ook de Vara goed uit, omdat ze een
ledenwerfactie in het land konden koppelen aan
het grootste, reizende, elektronische circus ter
wereld.
Ja, Willem hield wel van een superlatief.
Ik kreeg van Willem het verzoek om die shows
in de tent ook te willen regisseren. Ik heb de eerste
show gedaan en daarna nog één ergens rond
carnaval in een ijzige vrieskou, maar verder had
ik geen tijd.
Het seizoen daarop, (wat uiteindelijk de laatste
televisieshows waren, die Willem heeft gemaakt)
heb ik alle Shows gedaan.
Van reizen is niks gekomen. De Vara was bijna
failliet. Maurice Koopman moest vertrekken.
Marcel van Dam kwam.
Willem kreeg te horen dat de budgetten omlaag
moesten. Willem pikte het niet, lag dwars.
De Vara sondeerde bij Mies Bouwman of ze de show
over wilde nemen. Mies vond dat maar raar en belde
Willem om te horen hoe dat zat.
Willem wist van niks en ontplofte.
Zo begonnen we aan de laatste serie ‘Sterrenshows.’
Marc Jansen produceerde,
Hans Peeters schreef de liedjes en que-cards..
Hub Berkers bouwde de grootste passerelle uit de
geschiedenis van de showbusiness en voor het eerst
werd er een camera-kraan ingezet.
25.1.’16
Bob Rooyens
 
     
  podwitt  
 

Vorig jaar voelde ik al een paar keer de aandrang om iets te
schrijven over Podium Witteman, het programma waarin
Paul Witteman zichtbaar van geluk smelt op een muzikaal
bedje van roomboter.
En wat mij betreft zeer terecht.
Ik glijd met hem mee naar interessante muzikanten,
verrassende uitvoeringen, onverwachte combinaties en dat
alles, moet ik aannemen, als resultaat van prikkelende
redactionele ideeën. 
Paul vlindert van hot naar elders en van ver naar dichtbij op
de thermiek van echte interesse en gedrevenheid.
De uitzending van vandaag lichtte de grendel op mijn
terughoudendheid en dwingt mij om van mijn enthousiasme
te getuigen.
De reden om er niet eerder over te schrijven was de
abominabele vormgeving van het programma. Vanuit mijn
achtergrond, kan ik daar niet omheen.
De uitzending van vandaag, rond en (mede) samengesteld
door Herman van Veen, was inhoudelijk buitengewoon
prikkelend en boeiend.  
De vormgeving daarentegen was weer armoedig.
Het ontstijgt niet het niveau van een avondje tussen de
schuifdeuren. Rondom is overal wat publiek neergekwakt.
Een ratjetoe van overwegend ouden van dagen, gekleed,
in de uitverkoopresten van C&A en Piet van den Brul.
Soms alleen in tegenlicht en strooilicht. Maar dan altijd nog
voldoende aanwezig om als kijker afgeleid te worden.
De belichting is dramatisch. Plat en sfeerloos.
De cameravoering is onnavolgbaar.
Het ene lelijke shot wordt overtroffen door het volgende.
Ik kan geen begin ontdekken van muzikaal- noch
dramaturgisch inzicht.
Mijn hart jankt als ik dat zie.
Maar natuurlijk is de regisseur opgezadeld met de inzichten
van een uitvoerend producent en heeft de belichter
nooit gehoord, wat er van hem verwacht werd.

Het is de oppervlakkige gesel van producententelevisie, die
creativiteit heeft teruggebracht tot sluitpost van een programma.
Zo wordt televisie anno nu gemaakt en is Hilversum opgezadeld
met een aantal Publiek Rechtelijke schijtlaarzen die buigen naar
staatssecretaris Dekker. Een olijke krullenbol van de VVD, die
als pook van het vrije marktdenken de commerciële omroepen
omhelst en de publieke omroep opstookt tot as.
Behalve ooit Jan Slagter, hoorde ik nooit een weerwoord, een
oproep tot verzet uit de Publieke Omroepen.
Iedereen zit daar kennelijk op zijn reet en denkt het zal mijn
tijd nog wel duren, et après nous le déluge.
Dood- en doodzonde.
Ik liet mij even meeslepen door mijn ongenoegen over het
beheer van het publieke domein.
Maar ter afsluiting terug naar Podium Witteman.
Het programma staat redactioneel, maar verdient echte liefde
wat betreft de vormgeving.
Bob Rooyens
3 januari 2016

 
     
 

10.6.’15
RTL-LateNight zong afgelopen vrijdag
een hymne voor de familie de Mol

 
 
 
 

Terecht natuurlijk. Het zijn uithangborden van
creatief ondernemerschap, lef, talent en zowel
nationaal als internationaal succes.
Nou heeft zowel macht (Fulbright: De arrogantie
van de macht) …als succes, de nijging om zich te
ontwikkelen in de richting van een Stalinistisch
voetstuk.
Niet altijd, omdat de protagonisten zichzelf
zijn gaan zien als centrum van het universum,
(dat natuurlijk ook wel)
maar vooral omdat zich in hun nabijheid de morele
'yes-man' ophoudt. Mannen en vrouwen die niet
nalaten om met een handvol veren, prijzende taal
en natte tong, uit te venten hoe briljant ze iemand
vinden.
Laffe schijtlaarzen natuurlijk die de ruimte voor een
kritische toon vernauwen, tot het opgebrande pitje
van een stervend waxinelichtje.

Je toe-eigenen of je laten toe-eigenen van
andermans talenten is een proces waar niet
veel grootheden aan lijken te ontkomen.
Biografieën (die bij voorkeur onder eigen regie
geschreven worden)
neigen al snel tot een
hagiografie.
Ik ken John vanaf het begin van zijn zelfstandige
optreden als producent. Een aantal van de muziek-
specials die hij via platenmaatschappijen en
sponsoring wist te financieren, heb ik voor hem
omgezet tot programma. Na het debacle van TV10, heb ik
de eerste twee jaar, ongeveer alles wat met show
en spel te maken had voor hem geregisseerd,
mede vorm gegeven en nog wel iets meer dan dat.
De handige, economische manier om bijvoorbeeld
‘LoveLetters’ zowel voor Nederland als voor
Duitsland in Hilversum, achter elkaar op te nemen,
kwam van mij.
Het idee had ik eerder al besproken met Hannes
Hoff (chef drama und unterhaltung) bij de WDR en
Joop van den Ende in relatie tot de ‘Way of Life’
programma’s.
In zijn ambitie om de rijkste man op aarde te
worden, gunt John zichzelf alles en anderen, die
als vazal zich koesteren in de schaduw van de
zonnegod, een fooitje.
Maar daarover wellicht een andere keer meer.

 
 
'Dierenbingo',
 
 
 
 
'Loveletters,
 
 
 
 
100 Duizend Show (latere postcode loterijShow,)
 
 
 
 
'Doet 'ie het'
 
 
 
 

..en Schouten City - Serie rond Tineke Schouten


 
 

Het was hoe dan ook een periode waarover
meer te vertellen valt dan het 'In dulci jubilo'
dat overwegend wordt afgescheiden door de
monden van de slippendragers.
Geen misverstand.
Voor de uitzonderlijke prestaties van John en
Linda, licht ik joyous mijn imaginaire hoed.
Waar echter de hand gelicht wordt met de
geschiedenis is een correctie op zijn plaats.

Afgelopen vrijdag luisterde ik met stijgende
verbazing en ook wel geamuseerd naar de
exegese van Tony Berk over het concert van
John Denver uit de Jaap Edenhal.

 
 
 
 

Berk, een man met grote kwaliteiten en
verdiensten…. (Terzijde: Ooit is het hem gelukt
om op mijn verzoek alle toegangswegen naar
Gstaad (Zwitserland) te blokkeren, omdat ik
voor een opname met Toon Hermans en (allicht!)
een fanfare, dat nou eenmaal nodig had.)

 
 
Toon in Gstaad
 
 

…ok, die Tony Berk dus, bevestigde de nijging om met
het wierookvat vol Halleluja's en Loof den Heer in de
richting van John te wapperen.
Nergens voor nodig natuurlijk. John zou groot genoeg
moeten zijn, om te kunnen dealen met de werkelijkheid.
Maar John zei niks en hoorde de lofzang met een
zachte glimlach aan.
Nou de feiten:
Denver werd naar Nederland gehaald door
concertpromotor Lou van Rees. Lou bood Denver
aan voor een televisieopname. Via Gerrit den Braber
bood John het concert aan bij de Avro.
Gerrit vroeg mij om het te regisseren.
Lou had een vliegtuigje gecharterd waarmee we
met een groepje naar Londen vlogen.
In Wembley had de BBC verrassend genoeg,
voor mij een camper ingericht. Van het gezelschap
was ik de enige die ze daar kenden van zowel mijn
inzendingen naar internationale TV-festivals, alsook
van de BBC-serie 'Aquarius'.
Een serie over nieuwe televisie, waarin recent 4
programma's die ik voor de WDR gemaakt had, 
waren uitgezonden.

In de Jaap Edenhal, werd gewerkt met een 'ryder'
van 40 pagina's, waarin stond wat wel en wat niet
mocht. O.a. werd geëist, dat er 8 handdoeken van
een bepaalde stof, kleur en lengte in de kleedkamer
van Denver moesten liggen en dat er altijd een
ping-pong tafel beschikbaar zou zijn.
Verder waren camera's die het zicht van het publiek
op de performance zouden kunnen hinderen verboden.
Omdat ik niet alles op (beeld-benauwende) lange
lenzen wilde fotograferen, ben ik met John Denver
een potje gaan tafeltennissen.
Dat was nog niet zo eenvoudig, omdat zijn management
(hetzelfde destijds als dat van Frank Sinatra) hem
isoleerde van de buitenwereld.
Behalve voor Lou van Rees en voor mij als regisseur
was er voor zover ik weet nauwelijks doorkomen aan.
Tijdens het wedstrijdje, probeerde ik hem te verleiden
tot een wat minder restrictieve houding.
Mijn alternatief was twee handcamera's op de eerste
rij van de zaal.
Hij won het potje pingpong, ik kreeg mijn camera's tussen
het publiek.
Berk, de schat, wilde ons doen geloven dat zowel productie,
organisatie en regie in handen was van John.
Dat zal in veel gevallen wel zo zijn, maar toen niet.
John was aardig, bescheiden en keek rond als
Alice in Wonderland.

Dat er überhaupt iets van die show te zien was, komt
door het feit, dat ik als enige nog een
VCR-opname daarvan had. Een paar jaar geleden
liet een medewerker van Beeld & Geluid mij
weten, dat John Denver's Amerikaanse management
aan een internationale DVD-box werkte met J.D.'s
erfgoed.
Daar wilden ze graag de Amsterdam-show aan
toevoegen. 
De show bleek nergens meer te vinden.
Ten einde raad belde B&G mij op met de vraag of ik
er nog iets van had.
Na enig zoekwerk vond ik een oude VCR-cassette.
De kwaliteit daarvan was dermate slecht, dat ik weigerde
om die af te geven.

B&G zei dat er mogelijkheden waren om de kwaliteit
serieus te verbeteren en bood aan om de cassette om te zetten
naar een digitale file met een aanzienlijk hogere kwaliteit.
Mochten de Amerikanen daar enthousiast van worden,
dan wilde B&G heel graag participeren in een eventuele deal.
Ik heb mijn VCR afgegeven met de afspraak, dat het
enige doel zou zijn, een zichtkopie voor de Amerikanen.

Na de uitzending bij RTL-LateNight, blijkt dat
zonder mijn toestemming de show is opgenomen in de
archieven van B&G en dat ‘iedereen‘ er kennelijk
zonder enige ruggenspraak over kan beschikken.
Schandalig.
Beeld & Geluid is een instituut zonder geheugen.
Men verzint daar een eigen geschiedenis en print
dat in boekjes, die door iemand met de voornaam
doctorandus worden gelegitimeerd.
Cowboys, die er maar een beetje op los rotzooien.
Zie mijn eerdere columns over een instituut  dat
meer bezig is met zichzelf en de verkoop van Teletubbies
in de shop, dan met het doel waarvoor het is opgericht.

Outtro:
Vandaag was de uitreiking van de Reiss-microfoon
en Nipkowschijf.
Van de Reiss-microfoon weet ik niks, maar na het
beluisteren van excerpts van de genomineerde
radioprogramma's vond ik de keuze voor een man
met een prikkelend, eigenzinnig geluid wel de juiste.
Bij de keuze voor de Nipkowschijf vond ik het bizar,
dat ‘Lubach’ een aanmoedigingsprijs kreeg en het
‘Sinterklaasjournaal’, serieus in competitie was.
Dat de winnaar van de 3 genomineerden,
‘Onze man in Teheran’ werd, was zeer terecht.
Roel van Broekhoven en Thomas Erdbrink hebben
Iran van binnenuit  laten zien. Al onze preoccupatie
met een verderfelijk regiem, werd teruggebracht tot
proporties van de menselijke maat.
Bravo!!

Nu ik toch de handjes tegen elkaar sla, trommel
ik ook een applaus op dit venster voor de terugtredende
Henk van Gelder.
Nipkow lag veel en vaak aan de beademing,
Dat de schijf (en uiteraard de Reiss microfoon) nog in
leven zijn is voornamelijk zijn verdienste.

Naar ik begrepen heb is hij daarbij van harte
ondersteund door Willem Pekelder en Sjak Jansen.
Sponsoring rond de Nipkowschijf lijkt een chronische
ziekte.
In 1969, toen ik zelf de Nipkowschijf uit handen van
Nico Scheepmaker ontving, mocht ik die alleen maar even
vasthouden voor het plaatje. Wegens gebrek aan financiële
middelen, was de schijf geleend van Mies Bouwman en ging
hij vanzelfsprekend, na het kiekje, naar haar terug.
Dankzij Henk van Gelder, heeft die situatie zich (bij mijn
weten) nooit meer voorgedaan.
Bob Rooyens

 


 

 
 

Goedenavond dames en heren.
7.4.'2015

MAX neemt de kijker mee terug in de tijd.
Eerder al met: 'Mama, ik wil bij de revue',
en nu weer met: 'Goedenavond dames
en heren'.
 
 

 
 

De twee afleveringen die ik gezien heb, zijn
gesitueerd in 1963.
De biotoop is de televisie
en de dramaturgie een flut verhaaltje met
clichés zo dik als de bijbel en een bij elkaar  
gefantaseerd beeld over televisie en de
makers van destijds.
De programmadirecteur die wordt opge-
voerd is een idiote sjacheraar wiens grootste
en belangrijkste opdracht het lijkt te zijn om de
aankoop van het 250.000e televisietoestel te
vieren met het bij elkaar brengen van een
truttig, uiteengespat zangduo.
(Wel verrukkelijk gespeeld.)

‘Goedenavond dames en heren’, is gemaakt
op de hurken. Het begint met een omroepster die
op kinderlijke toon de avond besluit met het
zwaaien naar de kijker, zoals omroepster 
‘Tante’ Hannie (Lips) dat deed naar de kleuters.
Het debiliseert televisie anno 1963 tot het flutterige
kinderlijke niveau van:
Dappere Dodo, Swiebertje en Rikkel Nikkel.

 
  tantehanniethendodo  
 

De screentest in aflevering 1, slaat werkelijk nergens
op. De regisseur is een blinde talentloze
gepreoccupeerde banketbakker, die ook niet kan luisteren.
De betere kandidate wordt afgekapt en weggestuurd
maar... uiteindelijk als beste gekozen.(?!)
In aflevering 2 wordt ze gecoacht in spreken, door
met open mond de tongtwister: ‘Liesje leerde Lotje
lopen langs de lange Lindelaan...’ uit te spreken.
Wat een kinderachtige onzin!
Als de acteur, (en Peter Blok is natuurlijk een goeie
acteur) dat van de regisseur zo moest spelen, dan doet
‘ie een wereldjob. Maar ook dan blijft het een grove
verkleutering en vervalsing van de toenmalige
werkelijkheid.
Ik weet er iets van, omdat ik zelf in die tijd samen
met Roelof Kiers (Google maar eens) op eigen
verzoek een maar maanden continuety-regie heb
gedaan. (voor de wat jongere lezers: continuety-regie
omvatte alles met betrekking tot de presentatie van een
uitzendavond. Teksten voor de omroepster, beeld-
illustraties en graphics.)

Wellicht uit praktische overwegingen of misschien
wel uit gemakzucht zijn de redactieburelen in
'Goedenavond dames en heren.' vastgeplakt
aan de studio.
Onzin!
Geen enkele omroep had de burelen in of aan een
Studio. Ja, radiostudio, maar geen televisiestudio.
...en waarom ligt Hilversum in Leiden en heeft het
plotseling grachten?
Geschiedvervalsing!
Belangrijk?
Ja! Het zijn in zeker opzicht details, maar de
manipulatie van veel details creëert een vals beeld. 

Typerend voor het niveau waarop deze serie
is aangepakt, is de vertolking van de tijdgeest door
de Selvera’s, het repertoire van Gonnie Baars,
Dappere Dodo, Flip de tovenaarsleerling, een
vleugje Peyton Place een agressieve, bozige
Dr. Moerman, (de omstreden alternatieve huisarts
en duivenmelker die meende op basis van duivenvoer
en wat supplementen, kanker te kunnen genezen)
en een recept voor aalbessentaart op de radio.

Een treurigmakende, eenzijdige selectie uit een
grabbelton vol truttigheid. Het was het jaar van
een barre winter, met een legendarische
Elfstedentocht.
De wereld stond radeloos, hopeloos en onmach-
tig stil bij de moord op John F. Kennedy.
Het was een periode waarin we net ‘Open het
Dorp’, achter de rug hadden.
Waarin Leen Timp en Pierre Janssen in
Kunstgrepen” het publiek op fenomenale
wijze kennis lieten maken met kunst.
Er was prikkelend drama van Walter van der
Kamp, Willie van Hemert, Eimert Kruidhof.
De schrijvers Hella Haasse, Harry Mulisch,
Victor van Vriesland en Godfried Bomans,
verrasten en amuseerden in het buitengewoon
geestige panelprogramma: ‘Hou je aan je woord’.
Ik moet denken aan Ger Lugtenburg,
programmadirecteur bij de Avro, inspirator en
animator van nieuwe programma’s en van
jonge regisseurs, zoals Roelof Kiers en ikzelf.
Jef de Groot ontwikkelde met Ton van Duinhoven
en schrijvers als Hugo Claus, Bernlef en Remco
Campert de literaire Show.
‘In 1963 begon de Vara op voorspraak van Mies
Bouwman een eigen versie van het BBC format:
This was the week that was’.
Schrijvers, columnisten, journalisten, opinion-
leaders als:
Joop van Tijn, Jan Blokker, Dimitri Frenkel Frank,
Rinus Ferdinandusse, Peter Lohr en Gerard Reve
schudden Nederland op in:
‘Zo is het toevallig ook nog ’s een keer’.

 
 

 
 

Wat een geweldige kans om van romantiek,
tijdgeest en geschiedenis een ontroerende,
reflecterende, nostalgische en geestige symbiose
te maken.
In ‘Goede avond dames en heren’, draait de
dramaturgie echter om een onnozel verhaaltje.
‘De ene dochter van de kapper die graag wil,
wordt het niet, maar de andere dochter, die
’t eigenlijk niet interesseert, wordt de nieuwe
 omroepster.’
Vader, een chagrijnige conservatief, vindt dat
natuurlijk allemaal maar niks. ('Mijn dochters
gaan niet achter een raam zitten. Welk raam
dan ook.)
Verder nog wat strooigoed van een paar jongens
rond de dochters, een broer van de kapper die
programmadirecteur is bij de televisie en een
gesjeesd zangduo.
Het is net zo boeiend als de geboorte van de
vla-flip.

Van mijn eigen briljante kapper Rob Sweers,
die tevens expert is op het gebied van vintage
Opel's, hoorde ik dat de oldtimers die in de serie
voorkomen, historisch verantwoord zijn en
ergens las ik uit de mond van de auteur, dat
hij bij het schrijven ook gelet heeft op het
toenmalige taalgebruik.
Het woord ‘teener’, kende men destijds nog
niet. In 1963 zei men, aldus zijn research:
‘teenager’.
Als de energie die is gestoken in het reproduceren
van precies en verantwoord taalgebruik zich
door zou zetten in een representatief beeld
van de televisie en het erfgoed, dan zou het
wellicht nog een leuke serie kunnen worden.

Maar ja, gisteravond bagatelliseerde ‘Benno’
een probleem tot een ‘appeltje/eitje’.
Nou, in 1963 lagen de ‘appeltje/eitjes’ nog
verscholen in toekomstig taalgebruik en echt
niet in de mond van het toenmalig woordgebruik.
Ik blijf alert en houd jullie op de hoogte van
dit pruttelpotje op het petroleumstel van MAX.

Bob Rooyens

 
     
     
     
 

TV-Beelden

26.2.2015
Dit jaar ontvangt Ria Bremer, voor haar bijzondere
bijdragen aan het bespreekbaar en inzichtelijk
maken van ingewikkelde medische ingrepen en
problemen, de televisie oeuvre-award.
Zeer terecht natuurlijk.
In het rondje, dat ze de afgelopen tijd langs een
paar televisieprogramma's gemaakt heeft, werd nog eens
goed duidelijk hoe serieus, empatisch, betrokken en
verantwoordelijk Ria en de motor en organisator
achter de schermen Mieke Benda omgingen, met de
mensen die bereid waren hun ernstige medische
problematiek te tonen.
Met de keuze ben ik het dus van harte eens.
Met de wijze waarop de organisatie achter de prijzen
daarentegen omgaat met eerdere laureaten, ben ik
wat minder te spreken.
Zie hieronder:

Op 13 februari j.l. ontving ik onderstaande uitnodiging:

 
 

tvb_uitnodiging

 
 

Vorig jaar ontving ik ook zo’n uitnodiging en dacht, als je al
enige waarde hecht aan een prijs die je door collega’s uit het
vak is toegekend, dan bevestig je met je aanwezigheid, dat je
die eer waardeert.
Er zijn maar een handje vol ‘oeuvre award’ winnaars en ik ging
van de veronderstelling uit, dat de ‘organisatie van de TV
beelden’ die gekroonde juweeltjes van de Nederlandse
Televisie, met enige egards en honneurs zou ontvangen.
Een eretafeltje, in de nabijheid van de nieuw te
kronen laureaten, met exquise hapjes en een fluitje
champagne, leek mij voor de hand liggend. Wat is anders de
waarde van een prijs, als je er zelf geen waarde aan toekent.

Nou wist ik natuurlijk wel, dat zoiets niet zou gebeuren.
Nederland kent nauwelijks traditie in het eren van prijs-
winnaars.
Van de organisatie van ‘De TV-beelden’ (whoever they may
be) verwachtte ik wat dat aangaat ook niks en daarin werd ik
ook niet teleurgesteld.
De Kromhouthal was een leuk aangeklede lange pijpenla.
Aan de bar werd royaal geschonken en vrienden en collega’s
lachten naar elkaar met de grijns van de chimpansee en
schreeuwden daarbij onverstaanbare teksten.
De uitreiking van de prijzen ontsteeg maar net het niveau van
de schuifdeuren en dat laatste is dan voornamelijk nog
te danken aan het talent van degenen die de prijzen
uitreikten.
Om die uitreiking te kunnen zien, was voor mede oeuvre-
award draagster Ireen van Ditshuyzen en voor mij en mijn fraaie
begeleidster een plaatsje gevonden, op de achterste rijen.

Hoewel de uitnodiging anders deed vermoeden, wordt er
dus merkbaar geen prijs gesteld op je aanwezigheid.
Niet erg, één keer gaan volstaat dan.
Dit jaar kreeg ik met dezelfde ronkende tekst die refereerde
aan mijn oeuvre-award, opnieuw een uitnodiging.
Ik heb daar niet op gereageerd.
Een paar dagen later kreeg ik een bevestiging dat mijn aanmelding
was ontvangen(?!)
Weer een dag later bleek dat de uitnodiging een gunst betrof.
Ik las dat de belangstelling overweldigend is en als ik niet snel
zou bevestigen, dan zouden de mij aangeboden plaatsen

naar een ander gaan.
Hûh!!??
!Toen was ik het zat en heb ik de Organisatie van de TV-beelden 
onderstaand mailtje gestuurd waarop ik overigens geen reactie heb
gekregen:

 
  tvbeeldenmail  
 

 

 

De Fractie:
Bij de herdenking van 350 jaar: 'Vrede
van Münster" in 1998 kreeg ik van de
WDR en ARTE het verzoek om een
idee te ontwikkelen.
Ik schreef een scenario waarbij ik er van
uitging dat in 1648 televisie al bestond.
TV was het vertrouwde vehikel voor de
boodschap.
Er waren 'Breaking News" reportages.
(authentieke) ARD correspondenten,
deden verslag uit Europese hoofdsteden.
Cabaretiers maakten grappen over de
gezanten. 'Ooggetuigen' werden geïnterviewd
en met politieke analyses, werd de
geschiedenis geduid.
Het herkenbaar inzichtelijk maken, van
processen met grote maatschappelijke
betekenis vindt in mij dus een enthousiaste
loftrompetter.
http://www.bobrooyens.com/krieg_frieden.html

 
 
 
 

'De Fractie', gebruikt het gereedschap en
de ruimte van de werkelijkheid om met fictie
inzicht te verschaffen in processen waar we
als burgers direct bij betrokken zijn.
Het feit dat Femke Halsema de oermoeder
is van deze baby, maakt aannemelijk dat
de onderlinge omgang van de fractieleden
van de VPN en de sturing door de
leiding een goede afspiegeling is van de
werkelijkheid.
…en dat is zorgelijk. Temeer omdat de
voltallige fractie van D66 in DWDD beaamde,
dat de gespeelde situaties voor hen heel
herkenbaar zijn.
Ik zag een fractieleidster die op humorloze
commandotoon geen tegenspraak duldde
en haar leden bestraffend toesprak als kleuters.
De onderlinge dagelijkse run of the mill, betrof
een bureaustoel, naijver van de alfa-mannetjes,
sms-verkeer met mams en een spin die
met een ongecommuniceerd gat in de romp, zonk
op een persconferentie.
Een Gronings fractielid raakte door een
dilemma dat haar en haar familie persoonlijk
raakte, in een crisis en een wat onduidelijke
uit het script van 'Borgen' gevallen,
politiek-wijze achtergrondfiguur, strooide met
Machiavelliaanse strategische adviezen en
ander politiek kiemzaad.
Een zorgelijk beeld, dat eerder een psychiater
behoeft dan een spindokter.
Dat als voertuig een dramaturgie wordt ge-
bruikt die fictief is (Groningen), soms ongerijmd
(voorstellen nieuw fractielid) of (loshangend
ambitieus) Charlie Hebdo, is minder relevant
dan de schrikbarende afwezigheid van visie
en intellectueel discours.
Wat prevaleert is de onthutsende ijdelheid op
de korte baan van het persoonlijke succesje.

Veel is voor verbetering vatbaar:
tekstregie, dramaturgie, zinvolle inpassing van
actualiteit (niet alleen maar doen om het doen),
de 2 dimensionaliteit van de rollen verdiepen
met de derde van de persoonlijke identificatie,
maar er is een begin van iets dat veel meer
kan zijn, dan een aardige dramaserie.
Bob Rooyens
13.1.'15

 

columnlijst

Adèle 5.11.'14

In DWDD van 31 oktober uitte Sonja Barend
haar bedenkingen tegen de documentaire
van Maarten Mourik, over Adèle Bloemendaal.
Ik kon het niet hartgrondiger met haar eens
zijn. Als je als maker van zo'n film een vilein
concentraat van aftakeling tot centraal thema
maakt, dan is dat een artistieke misdaad
ten opzichte van haar rol en betekenis in de
Nederlandse theater- en televisiecultuur.
Ze was voor de documentaire-maker alleen
interessant vanwege die achtergrond.
In het pand waar Adèle op dat moment woonde,
waren talloze identieke deuren, waar de
maker niet aanbelde, aanklopte, door de
brievenbus zijn naam riep of met een brood
onder zijn arm en een paar cadeau-bonnen
van de Bijenkorf in een envelop, iemand
probeerde te verleiden tot een optreden
voor zijn camera.
Nee, 't was hem te doen, om die ene deur
waarachter die, unieke diva, comédienne,
singer, actrice woont.

Dat schept de morele en artistieke verplichting
om te laten zien, waarom je als maker van
zo'n documentaire juist haar wilt portretteren.
De fragmenten die de brille van haar carrière,
eer aan zouden kunnen doen, vielen als een
paar willekeurige druppels in een oceaan van
treurnis en waren nog geen begin van een ook
maar enigszins representatief overzicht van
haar talenten.

In 1964, maakte ik als 't jongste regisseurtje
van Hilversum, één van mijn eerste programma's
met haar: 'Hoofdstuk1'.

h1titel
 
   
 

Het was gedacht als een serie personality-
shows. Hoe dat is gelopen heb ik beschreven
In mijn column over Ramses.
Jarenlang heb ik met Adèle gewerkt bij:
'Citroentje met Suiker'. 'De Johnny Kraaykamp-
shows' en op haar verzoek heb ik in Carré
de theatershow: 'Adèle in Casablanca'
opgenomen.
Een veelheid van haar talent kon ze kwijt in
de shows die Rob Touber met haar maakte.

Wordt het niet eens tijd om iets van dat werk
te laten zien inplaats van alleen maar een
beeld achter te laten van een vrouw die na
zeven herseninfarcten haar eigen afscheid
moet regisseren op een bankje aan het
water?
Bob Rooyens

http://www.bobrooyens.com/hoofdstuk_bg.html
(Fragmentje Adèle uit Hoofdstuk I)

 
  h1_titel  
 

 

 

 
 
RAMSES
 

 

Op 6 oktober 1964 werd door de Avro ‘Hoofdstuk I’
uitgezonden. Het programma markeerde het begin van
televisie als medium met een eigen creatieve potentie.
Techniek werd daarin mede vormgever en beïnvloedde
de emotionele impact van het beeld.
De serie was oorspronkelijk opgezet als programma-
concept rond de eigenzinnige hoog getalenteerde jonge
cabaretière Adèle Bloemendaal.
Bij de voorbereiding van ‘Hoofdstuk II’ ontstond er tussen
mede-producer Jef de Groot en Adèle een kwestie die ermee
eindigde dat Adèle in stevige bewoordingen, Jef de Groot
adviseerde, om die 2e show maar in zijn reet te stoppen.
Fysiek gezien was dat niet haalbaar maar bovendien zouden
we op de al dicht naderende opname-deadline, letterlijk
met een gat zitten.
Jef kwam met een alternatief.
Loesje Hamel!
 
loesjeh
 
Internationaal topmodel, intelligent, witty, eigen vocabulaire,
stralende personality en prachtig. Ze kende de wereld van
uiterlijk en glamour, maar door haar huwelijk met de acteur
Jules Hamel, ook de wereld en wetten van het theater.
Ik filmde met Loesje in Brussel, repeteerde met haar in
Amsterdam en overal waar we waren dook altijd weer de
man op die op dat moment, genadeloos verliefd op haar was.
De aankomende, aanzwellende onverbiddelijke
bestsellerauteur: Jan Cremer. Jan was verliefd als een
zijden lapje. Zacht en lief. Prachtig om te zien.
Hoofdstuk II, werd niet het programma van Loesje, maar
wel een programma waarin Loesje een zeer belangrijke rol
speelde. Loesje en ik bleken in Ansje van Brandenberg
 
ansjevanb
 
 

een gezamenlijke vriendin te hebben en beide vonden dat ik
maar eens moest kennismaken met hun vriend, Shaffy.
Nat van de drukinkt gaf Ansje mij: ‘Het boek LIELJE’.
Geschreven door Ramses, geïllustreerd door Joop Admiraal.
(zijn vriend, minnaar, geliefde, piekeraar...)
Het boekje is de natte droom van Sedaris, absurd als
Lewis Carroll, grappig en bizar, geschreven met woorden, die
dollen, rennen, vliegen, verrassen, feesten, zingen, gakken,
kakelen, rondedansjes maken en nieuwe taal creëren:
De protagonisten zijn Niente en Fie.
Als je de eerste regels leest:

‘Nee’, denkt Niente, draaft hard over het mos, staat stil, geeft
even een petsje op de kuit en gaat gezellig lachen. Het koetje
loeit en in de verte trilt een bijtje. Niente holt nu door de wei en
laat zich pardoes vallen, wiegt even heen en weer en peutert in
de bloemen....


...dan denk je ‘Ah ...2 kinderen’.
Maar even verderop blijkt dat Niente en Fie 2 dames zijn
van 50 jaar.
Het is een hilarisch boekje en ik kon niet wachten om de
auteur te ontmoeten.
Onze eerste ontmoeting was in Americain op het Leidseplein.
‘k Had al een zekere reputatie opgebouwd met programma’s
als ‘Voor de Vuist Weg’, (geen decor, vorm gegeven met een
paar rekwisieten op de lege bühne van het Theater Concordia
in Bussum en razend populair) De serie ‘Domino” waarvan
de aflevering met Jacques Brel heftige emoties had
losgemaakt en heel recent de nooit eerder vertoonde
televisievormgeving in ‘Hoofdstuk I’.
Hij was de flamboyante, zorgeloze, multi-getalenteerde
schrijver, dichter, componist, schilder, acteur en bekende,
beruchte, beroemde levensgenieter.
Binnen de kortste keren plopten over en weer ideeën als
luchtbellen in kokend water. We lagen elkaar, we mochten
elkaar en we wilden samen iets gaan maken.
Onze gedachten en ideeën dobberden op sherry’s en wijn
naar het afstudeerproject dat Ramses had gemaakt op
de toneelschool. Het was een musical met de titel ‘Olé
la Margarita.
Waar ’t precies over ging, weet ik niet meer, wel herinner
ik mij dat alles wat verkeerd kon gaan, verkeerd ging.
Uitvoerenden kwamen op in de verkeerde kostuums en op
’t verkeerde moment. Er werden teksten gezongen op de
verkeerde melodieën. Soms kwam men op van links, terwijl
toch iedereen aannam dat de opkomst van rechts zou zijn.
Anderen die een verkleding niet haalden, liepen panisch in
hun blote kont de bühne op, kortom ‘Helsa poppin’ all over
again.
‘Dat gaan we doen’, riep ik.
We schaterden en namen er nog één.

(wordt vervolgd met:)

’t Hansopje van de Pastorale
Nachten in de 3e Weteringdwarsstraat
De Gelagkamer
Zoektocht naar zijn huis op het water
De toevallige ontmoeting in Berlijn
...en andere herinneringen.

 

 

 
columnlijst

leenspzm
Als ik in Elst, zo in de loop van de ochtend, de boerderij van
Leen en Mies binnenstapte, klonk door de lange gang van het
voorhuis naar het achterhuis, met enige regelmaat een stuk
uit de ‘Immortal Concerts’ van The Modern Jazz Quartet.
In 1960 live opgenomen tijdens een tour door Scandinavië.
Muziek, die ook in de wat ballad-achtige stukken ervoor
zorgde, dat je overal zin in kreeg. ‘Feelgood’ muziek waarbij
Leen weliswaar nog net niet met z’n vingers knipte noch met
z’n hoofd ritmisch meebewoog, maar wel met een schaduw
van een glimlach rond z’n mond zei: ‘Lekker hè’!
Voor Mies was het niet anders. Lekkere ochtendmuziek waar
je vrolijk van werd.
‘k Heb wel ’s tegen ‘m gezegd, zal ik ’s wat andere stukken
van het Modern Jazz Quartet voor je meenemen.
Nou, dat mocht wel, maar ’t hoefde niet.
Dit was lekkere muziek. Meer was eigenlijk niet nodig.
Als een grapje, een plaagstootje, althans dat dacht ik zei hij
jaren geleden al ‘s: ‘dit is de muziek die ook gedraaid moet
worden als ik dood ben en jij moet dan spreken.’
‘Ja hoor Leen, prima, daar hebben we ’t nog wel ’s over’.
Wat jaren geleden een losse opmerking leek, is nu ineens
werkelijkheid geworden...
Donderdag 7 november 2013 namen we in Leusden afscheid
van Leen Timp.


Met z’n zoon Joost, had hij nog eens nadrukkelijk de ‘do’s
and don’ts' van de uitvaardienst doorgenomen.
In een ontroerende inleiding vertelde Joost welke regie-
instructies hij gekregen had:
‘Vanaf het begin van de dienst zet je de ‘Immortal Concerts’
op en verder wil ik maar 2 sprekers: Bob en Maarten (van
Rossem).
‘Maar als ze spreken’, zei Joost, ‘wat doe ik dan met de muziek’?
‘Nou die zet je dan gewoon een beetje zachter’!
....en zo is het gegaan.
Leen had eigenlijk alles in de hand, behalve Mies.
Voorafgaand aan de dienst sprak ik haar en toen wist ze
niet of ze door het verdriet en de pijn in staat zou zijn om
zelf ook nog iets te zeggen.
Dat deed ze wel.
Moedig en aangrijpend nam ze afscheid van haar grote,
grote liefde. Woorden die iedereen begreep en raakten, sloot
ze af met de oproep voor een applaus, voor de man waar
ze zo onnoemelijk veel van hield.
Dat kwam er.
Een lange, terechte, diepgemeende, staande ovatie!


Tekst zoals uitgesproken bij
het afscheid van Leen op
7 november 2013 in de aula
van Crematorium Amersfoort.


Dit is geen naschrift, maar een bijschrift,
zoals er vele,nog vele zullen zijn en komen om iets compleet te maken dat
compleet is zoals het was.
 
Het is dinsdag 29 oktober, zo rond een uur of negen ’s avonds,
als de telefoon gaat. Het is Mies.
Stoer zoals ze is, tranen en verdriet nauwelijks hoorbaar
verdrukkend.
 
‘Bob, ‘t is een aflopende zaak’.
Stilte....
‘Kan ik ‘m nog zien, spreken...?’
‘Nee, dat denk ik niet’.

Jezus Leen, wat jammer.
Mies zei, dat je wilde dat ik iets zou zeggen na je overlijden.
Ze zei ook: ‘hij is nog hardstikke helder en wil wel graag
vooraf nog even de tekst lezen.
Dus wil je zo lief zijn en iets opsturen.....?’
 
‘k Heb ‘t daar moeilijk mee.
Maar ja, jij bent de regisseur, ook nu, op dit moment en we
houden er beide van dat de aanwijzingen van de regisseur
worden opgevolgd, dus..... hierbij iets, dat met de gedachte
aan jou nu in mij opkomt....:

Ik ben je fan, vanaf het moment dat ik nog op school zat en
mijn neus tegen de etalageruit van de radio- en televisiezaak
drukte om me te vergapen aan het nieuwe wonder.

Ademloos keek ik naar een live ballet, tegen het decor van
een echte Noordzee, met een echte dreigende wolkenlucht,
van waarachter de zon met een wilde, toevallige
penseelstreek dansers van het Ballet der Lage Landen in alle
tinten grijs kleurde. 
Prachtig! Gedurfd! Gewaagd!
Een situatie waarbij alles mis kan gaan.
Maar je lef werd beloond. ‘t Ging niet mis, het was
onvergetelijk mooi en maakte op mij een diepe indruk.
 
Live uitgezonden natuurlijk!
.....en weg natuurlijk.
Zoals zoveel van het avontuurlijke, niet door wetten en eisen
gedicteerde werk van jou, uit de periode waarin televisie als
programmatelevisie nog moest worden uitgevonden, is
verdwenen.
Jaren later snuffel ik bij boekhandel Foyles in Londen over
de afdeling televisie en film. Daar krijg ik een boek in handen
met de titel: ‘Television by Design’ van Richard Levin en
verdomd... op pagina 176 staat een foto van jouw ballet aan
zee.
Ik was verrast en verguld.
Boek meteen gekocht.
Bij alle andere voorbeelden in het boek, stond uiteraard
netjes de naam vermeld van de designer.
Niet bij jou.
Natuurlijk was je naast de producer en regisseur ook de
designer.
De designer van het weglaten en van het overlaten. Van het
niets en het natuurlijke. Je schiep de natuur niet, maar
durfde wel de keuze aan van de grilligheid.
....en bij dit ballet, werkte je als designer samen, met
uiteindelijk niemand minder dan de Schepper zelf.
  Ik richtte me rechtstreeks tot jou Leen, omdat het bizarre is
dat jij dit ook leest, of krijgt voorgelezen door Mies.
 
Omdat je wat ik hierna ga zeggen allang weet, richt ik mij nu
maar rechtstreeks tot hen die gekomen zijn om jou de laatste
eer te bewijzen.
 
Leen is de kunstenaar van het weglaten.
Voor velen is de uitdrukking: ‘Less is more” een dekmantel
voor een beperkt talent.
Bij Leen is ‘t een directe route naar de kern.
Leen was visionair en idealist.
Visionair in de vorm.
Idealist op de inhoud.
Het nieuwe medium televisie was niet alleen een doorgeefluik,
maar ook een kunstvorm en
een instrument om het bestaan te verrijken.
 
Tussen 1959 en begin jaren 70, zag televisiekijkend
Nederland de perfecte, creatieve synthese tussen de visionair
en de idealist.
Leen vond in Pierre Janssen de ideale boodschapper, om in
een sobere minimalistische vormgeving van zowel beeld als
muziek, de kijker te overrompelen en te verleiden om naar
kunst te kijken en er van te genieten.
 
Met als aanleiding die serie, ontving hij in 1961, de eerste
Nipkow schijf.
Leen is daarmee stamhouder van een prijs die door de jaren
heen, tot doel heeft uitzonderlijke kwaliteit te belonen.
Dat hij aan het begin van die lijst prijkt is een passende plek
voor de ware pionier.
Wat mij betreft had hij de schijf voor z’n documentaire werk
en z’n baanbrekende televisiewerk in het algemeen nog wel
een paar keer mogen krijgen.

Wat ik in Leen erg bewonderde en waar ik ook veel plezier
aan beleefde, is zijn scherpzinnigheid en tegendraadse
analyse.
Ideeën, of argumenten die in een discussie als de waarheid,
in een comfortabel bedje leken te liggen, werden door hem,
vanuit een verrassende invalshoek beetgepakt en nog eens
flink opgeschud.
 
Het eerst zo vanzelfsprekende gelijk, bleek dan vaak niet
meer dan gebabbel op het slappe koord. Standpunten
graaiden naar bevestiging in een luchtledig, waarna Leen’s
analyse uiteindelijk door iedereen werd omarmd.
Grappig proces om te zien, maar tegelijk ongelooflijk
scherpzinnig en briljant.
 
Leen is de kunstenaar van het weglaten.
Ook vond hij het niet zo nodig dat er aandacht werd
geschonken aan zijn eigen werk als beeldend kunstenaar.
Toch hebben de jaren dat hij aan de Haagsche
Kunstacademie heeft gestudeerd werk opgeleverd dat gezien
mag worden
Herman Krikhaar heeft in z’n toenmalige galerie aan het Spui,
na lang aandringen, zijn werk geëxposeerd.

Volgens mij waren dat overwegend doeken van mannen, die
rond hun edele delen wasbakjes torsten, met verwrongen
pijpen en kranen.

Eigenlijk de plek waarop je dat zou kunnen verwachten bij
Francis Bacon, maar die doopte zijn penselen in de
verwrongen pijn van het hele mensbeeld.
 
Leen’s kunst, loodgieterde met idee en kwast rond de
genitaliën.

wastafel1 wastafel2  
     
wastafel3 wastafel4  
     
wastafel5 wastafel6  
     

Waarom hij dat deed wist ‘ie niet. Later had hij daar wel een
verklaring voor, maar die moest onder ons blijven, dus daar
kan ik verder ook niks over zeggen.
Krikhaar had de doeken trouwens heel snel verkocht.
Voor velen reden om meteen aan nieuw werk te beginnen.
Niet voor Leen.
Hij was er kennelijk klaar mee, want ik heb behalve geestige
en prachtige computertekeningen, nooit meer een
geschilderd vervolg gezien op de serie wastafels.

computertekeningen_cartoons

vips

VIPS

 

   

netmanagers

VERGADERING VAN NETMANAGERS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

hiephiep

HIEP HIEP...

   

visite

VISITE

   

zelfportret

ZELFPORTRET

   
     

Een tijdje geleden vertelde ik hem over een
tentoonstelling die ik gezien had in het Haags
Gemeentemuseum. Ik noemde onder andere het werk
van de Friese schilder Sjoerd de Vries. Van hem
had ik een schilderij gezien, dat in lagen was opgebouwd,
maar zodanig dat er een soort 3D-effect was ontstaan.

Een tijdje later stuurde Leen me een tekening waarop een
wat volumineuze naakte man, voor een wastafel staat.
Inderdaad, weer een wastafel.De man kijkt achterom.
Zijn spiegelbeeld is niet afgedraaid,
maar kijkt met hem mee.
De afbeelding is getekend op transparant papier.
Daaroverheen liggen in laagjes, in een hele precieze lay-out,
stevige benen en sterke armen.
3D had hij erbij gezet.
Symboliek met een glimlach.
Ik vind het prachtig!

Het heeft een bijzonder plekje in mijn huis zoals Leen zolang
ik leef, een bijzondere plek zal hebben in mijn hart.

Bob Rooyens 
9 november 2013 

 
 
     

 

Column
Broadcast Magazine website
19 juni 2013

Loopje
Originele televisievormgeving verlangt dat je nadenkt over de
emotionele content en de visuele omzetting daarvan. Inhoud
bestaat uit emoties en kennisoverdracht. Niks nieuws dus.
Variaties op hetzelfde. Het enige dat verandert is de
vormgeving. De emoties bij ‘Nieuwe Oogst’, (talentenjacht uit
de jaren zestig) zijn niet anders dan die bij X Factor. De enige
variabele is de vormgeving. Veel gelijksoortige programma’s
zijn wat dat betreft elkaars blauwdruk.
Zo zijn de huisje- boompje- beestje-programma’s dol op
het loopje’.De presentator (trice) loopt het shot in en na het
oplepelen van een tekst er weer uit. Of, (variant) gaat ergens
naar binnen of, (hoe comfortabel) loopt tegen een
gesprekspartner aan.

Ook actualiteitenrubrieken zijn verzot op het loopje. De
politicus paradeert zinloos over het Binnenhof, de
wetenschapper loopt de trap op naar niemandsland, de
advocaat grijpt een makkelijk bereikbaar wetboek. Anderen
lopen naar een bureau, een wand met ordners, bladeren
nutteloos in een boek, of staren met papegaaienogen naar
een computerscherm.
Het slaat nergens op, maar bij gebrek aan ideeën zie je die
aanpak dagelijks terug. Het is de stoplap, om een gesproken
tekstje in onder te kunnen brengen.

Bij het NOS-Journaal heeft men over het loopje nagedacht en
bevonden dat het de inhoud ‘newsier’ maakt, urgenter en
dichter bij de kijker brengt.
Hùh!? (Zou CNN dit al weten?)
Dus nieuws is niet gewoon nieuws maar wordt meer nieuws
door het relaxt en ter loops te vertellen(!?) Bovendien maakt ’t,
in de NOS-Journaal-filosofie de nieuwslezers meer tot verteller
en anchor!
Nou is een anker dat van links naar rechts wandelt niet het
droomgewicht om je bootje aan vast te koppelen en als ik een
verteller wil, dan vraag ik Huub Stapel wel.
Bij mij heeft die vormgeving niks verdiept, maar eerder afgeleid
van de berichtgeving. Ik merk dat de loopjes van Rob Trip (een
man waarvan ik blind alles aannam wat hij zei) mij nu
verleiden tot andere gedachten. In een totaalshot, staat de
camera hoger dan ooghoogte. Zijn hoofd lijkt daardoor groter
(groothoek) en zijn dunne, naar o neigende benen nog dunner.
Bovendien zie ik door de gekozen uitsnede meer vloer dan
nieuws. De choreografie van de uitzending, dwingt het Anker
om onderweg een aantal stations aan te doen.
Leidt enorm af.
Bij de dames, draaide ’t voor de breuk met het verleden,
hoofdzakelijk om ’t truitje en het kapsel, daar is nu het
(on)nodige bijgekomen.
Nieuws wordt niet ‘newsier’ door een loopje, maar door een
consequent gehanteerde journalistieke meetlat en de omzetting
van die keuze in een verhelderende vormgevings-dramaturgie.
Bob Rooyens

 
  Column
Broadcast Magazine website
20 juni 2013
 
 

Opleiding
Na ‘het loopje’ van gisteren, vandaag een stapje terug naar
opleiding. Waar komt zoveel matigheid, na-aap en onkunde
vandaan?
Omroepen werden oorspronkelijk geleid door programma-
makers als Ger Lugtenburg en Gijs Stappershoef. Mannen die
televisiezweet herkenden en programma’s op inhoud en vorm,
met gezag konden bespreken. Dat was vormend en
inspirerend.
Tegenwoordig wordt televisie geleid door managers en
marketeers. Waar programma de boodschap was is het nu
een product. Minder aandacht voor authenticiteit, meer voor
marktaandelen, kijkcijfers en steeds lagere productiekosten.
’t Zal mede een gevolg zijn van inflatoir regiewerk, maar ik
vrees niet de enige oorzaak.
Ik ging eens neuzen bij de opleiding. ‘k Stak m’n vinger in de
lucht en de wind kwam uit de richting van de Media Academie.
De Media Academie biedt een menukaart.
Aan de hand van modules (waar ik als follow-up van een
basisopleiding, helemaal voor ben) kan je naar eigen inzicht en
ambitie een opleiding samenstellen.
Maar er is geen basis!
Er zijn alleen maar modules die voor iedereen die de knip
trekt, zonder vooropleiding openstaan.
In 14 dagen ben je cameraman en kan je (volgens de M.A.)
professioneel(!) reportages en documentaires maken.
Het kan nog gekker, sneller en goedkoper.
Wie programmatisch inzicht heeft (?) kan na 3 dagen (zonder
specifieke voorkennis) de markt op als DV-cameraman.
De brochure zegt, dat de cameraman/cursist, zo min mogelijk
afgeleid door technische kennis (logisch want daar voorziet de
opleiding niet in) zich kan concentreren op de journalistieke
inhoud en vormgeving. (journalistiek inzicht en vormgeving, is
voor de M.A. kennelijk net zo vanzelfsprekend als ademhalen.)
De M.A. maakt ‘t bij de regieopleiding minstens net zo bont.
De cursus ‘Itemregie on Camera’ duurt 6 dagen. Daarna ben
je, (volgens de brochure), in staat om zelfstandig een item te
produceren, het in samenwerking met een cameraman op te
nemen en ‘t grotendeels zelfstandig af te monteren. 
Meercamera-regie duurt 17 dagen, maar dan kan je ongeveer
alles, inclusief ’t knippen met je vingers.
Tja...!
’t Interesseert kennelijk niemand meer wie er cut roept en
waarom.
Belangrijker is aaibaarheid, je bereidheid tot het overdragen
van je rechten, dienstbaarheid en byzantinisme.
Dan verbaast ook het geklungel niet bij een prestigieus
programma als Buitenhof, waar men er na 16 jaar nog
steeds niet in slaagt, om personen aan tafel buiten beeld
te wisselen.
Bob Rooyens

 
 

Column
Broadcast Magazine website
21 juni 2013

Loose ends
A
Avro – A van Algemeen vervangen door Ambitie.
Omroep zonder gezichten. Teveel wisselende contacten.
Kro heeft Arie in de kast, Fons en Sven in ‘t Brandpunt, Derk
en Yvon op zoek. De Tros heeft André en Volendam. De Ncrv
een koddige rechter en Caroline Tensen. De Vara heeft veel
gezichten. De EO, Knevel, v.d. Brink en God en Max heeft
Jan Slagter, Jan Slagter en Jan Slagter.
Aanbevolen:
Four arguments for the elimination of television – Jerry Mander.
Amusing ourselves to Death – Neil Postman. Brainframes –
Derrick de Kerckhove. Nietzsche en Kant lezen de Krant –
Rob Wijnberg – en de niets en niemand ontziende biografie van
R. Heertje: Mark Rutte is lesbisch.
Adèle
Moordwijf. Na uitzending van Hoofdstuk I (1964),
http://www.bobrooyens.com/hoofdstuk_bg.html
waarin Adèle schitterde als protagonist, bezochten Jef de
Groot (producer) en ik de diva om Hoofdstuk II te
bespreken.
Heerlijk liggen rollen, staan, vliegen en stuiteren in die
geweldige lach van haar, totdat Jef iets zei, dat bij Adèle een
genadeloze woede veroorzaakte.
‘Steek jij die show maar in je reet!!!!’, schreeuwde ze naar hem.
Een paar jaar later gebeurde dat bijna letterlijk in Keulen waar
Dusty Springfield (ook een dame met pit) een forse
Produktionsleiter probeerde om te bouwen tot Wiener
Sängerknabe. Maar daarover bij gelegenheid meer.
Hoofdstuk II, was met Loesje Hamel en in III tot en met VI
werd het idee de protagonist.
B
Bnn – Kutje, pik, andijvie. Storm in een glas water. Dezelfde
gezichten, dezelfde noodrem. Establishment is de Lorelei aan
de horizon.
Bezuinigen – Met minder geld, in kortere tijd, met minder
mensen, meer produceren. (zie ook K – kwaliteit)
Bekritiseren – Kritiek is ontwikkeling. Tevreden mensen
willen geen verandering.
C
Cut – Er zijn er in dit vak, die denken dat het correct
uitspreken van het woord cut, voldoende is om jezelf
regisseur te noemen.
Misvatting!
Een regisseur is iemand die talent paart aan inzicht in zowel
programma als gereedschap. Hij/zij heeft een opvatting,
staat daarvoor met overtuiging en kan die overbrengen op
anderen. Voor mezelf heb ik programma-maken vastgelegd in
de 4c-Formula. De eerste C is het concept. (het wat!) De
tweede C is de content. (invulling van ‘het wat’) De derde C
geldt construction. (het hoe?) De vierde C carry out.
D
Draaien – Was vorige week, op een zonnige dag aan ’t draaien
op een fraaie waterplas. Verbrande kop, hooikoorts, tranende
ogen, natte neus, zonnesteek, à bout de souffle. Verder geen
probleem.
De - week is voorbij hier houdt het op.....
Bob Rooyens

 
 

 
 

Jérôme

Jérôme, prachtig eigenzinnig mens, heeft z’n hielen gelicht,
zit op de knie van God, ironische glimlach om de mond,
heerlijk glaasje in de hand.
Prachtige man, ontembare held, geen nek waar de leiband
om paste. Een stem van adel, romig karakter, zonder evenknie.
Vol en rijk brainframe.
Herinneringen die er toe doen.
Als hij er was, dan was hij ook onmiskenbaar aanwezig.
Rijk belde me ’s en zei: ‘Bob ‘k heb niks te doen, weet jij wat’?
Ik zei ‘k denk na en bel je terug.
’s Avonds bedacht ik ‘Komt Rijk, komt Raad’, een quasi
talkshow, waarin Rijk als ombudsman voor groteske
bureaucratie, de strijd aan zou binden met de overheid.
Als decor zag ik een Vargas-vrouw, prikkelend, grote
borsten en een vulva als verdwijnpoort. Ik wist ook
meteen dat Jérôme als het alter-ego van Rijk, tussen
die borsten moest liggen en als een regisseur, Rijk moest
aansturen.
Ik gaf Jérôme prikkelende teksten, Tonny Eyk was als
Jefke de Keukelaire een ingehuurde Belgische
orkestleider die op een briljante manier, met een suffe blik
een orkest van mafkezen leidde en het programma was
een shock.
Ik nam er twee op, maar na uitzending van de eerste, greep
de toenmalige directeur van de Avro, Siebe van der Zee
persoonlijk in en verijdelde uitzending van aflevering 2.
Jérôme zat nergens mee.
Hij genoot van de plek tussen de Vargas-borsten,
het uitzicht en de commotie.

jerome    
jerome    

Ach talloze herinneringen dringen zich op.
Op een ochtend belt Jérôme en zegt” ’t Is mooi weer Bob,
ik kom gezellig een glaasje drinken in je biotoop. Haal me
even af in Weesp.’ Jérôme had geen auto, kon waarschijnlijk
niet eens autorijden. We lunchen, hebben een geweldige
middag, drinken een glas en nog een glas tot zo na een
uur of zeven er een soort alarm in hem afgaat, dat zegt
Jérôme, je hebt vanavond voorstelling.
Volkomen rustig en relaxt zegt hij: ‘Bob, goede vriend’,
‘ik geloof dat ik vanavond nog een voorstelling heb, ’s even
kijken....’ Hij slaat er een raar boekje op na: ‘Inderdaad
vanavond moet ik spelen in Hoorn’.
‘Hoe laat!?’
‘Om acht uur’!
‘Godverdomme Jérôme, ’t is al kwart over zeven’.
‘Nou, met die snelle auto van jou halen we dat makkelijk’.
“Een taxi lijkt me een beter idee’, zeg ik.
‘Dat wordt lastig beste vriend, want de knip is leeg.!’
We stapten in de Porsche en ik scheurde naar Hoorn.
De voorstelling bleek al begonnen.
Ik liep met hem mee naar binnen en hij speelde, met een
geamuseerde blik, een briljante rol.
Ach Jérôme, ‘k denk aan de steun die je bood bij het
overlijden van Marja, de moeder van 2 van mijn 3 kinderen.
Verlies is een rotzak en doet pijn.
Bob
17.5.2013

 

 
  Bert Nipkow  
 

De Televizierring was en moet een televisiefeestje blijven voor
publiek en programmamakers in het populaire segment.
Onvergelijkbare genres, giebelen, zingen of lullen tegen
elkaar in een strijdperk waar bijdehante trucjes, foefjes en
manipulaties, steeds minder vat op lijken te hebben.
De verkiezing is onderhevig aan allerlei imponderabilia.
Een programma dat niet rond de ringverkiezing wordt
uitgezonden, heeft nauwelijks kans. De voorkeur en
waardering van het publiek wordt bepaald door het
korte termijn geheugen.
Representatief voor de bevolking is de verkiezing niet.
(Jongeren kijken niet, ouderen weten niet hoe ’t mobieltje
of de computer werkt en geloven het wel.)
In zekere zin is de verkiezing een tombola.
Nieuwe regels stonden propaganda toe voor het eigen
programma. In die zin is de Televizier-Ring intussen
medeplichtig geworden aan oprukkende beeldvervuiling.
Naast logo’s en promo’s, wordt ‘t ‘kijkplezier’ in toenemende
mate verziekt door tekstcrawls en ideetjes die dampen van
de eigen roem. 
Schaf dat maar af!
Nou is entertainment niet het evangelie van de werkelijkheid
noch dat van de onaantastbare waarheid.
Entertainment is manipulatie.
Het strijdperk van dit jaar werd gevuld met een briljante
goocheltruc waarbij het stuiptrekkende format van de
talenttest, als Lazarus herrees.
Daarnaast een programma dat ons als een spannende
detective laat geloven dat in ieder van ons een doortrapte
leugenaar schuilt en tenslotte een potje venijnige kroegpraat
over voetbal aan de stamtafel.
Over ’t ‘gala’ kan ik niet zoveel zeggen. Behalve een enkel
zapmomentje ben ik jaren geleden al afgehaakt bij de
incestueuze omhelzingen van elkaars creatieve geestes-
producten. Al dat soort programma’s zijn afgelebberde
vormen van de Oscar-uitreiking en nooit op zichzelf staande
hoogstandjes van origineel entertainment.
Geen reden om je druk over te maken, totdat ik vanmorgen
las dat Bert van der Veer wordt bedreigd.
Wat heeft hij in Godsnaam gedaan?
Heeft hij stelling genomen tegen de Islam?
Heeft hij barricaden beklommen om beursmanipulatie door
vileine speculanten aan de schandpaal te nagelen?
Maakt hij zich kwaad over hondenpoep op straat?
Heeft hij zijn kapper beledigd?
Heeft hij in een schokkende, provocerende stijl een
vraaggesprek geregisseerd?
Welnee!
Hij dreigt het slachtoffer te worden van zijn ergernis over het
winnende programma. Bert vindt Voetbal International een
programma van ordinaire kroegpraat, zonder production
value.
Hij is het daarom niet eens met de keuze van het publiek.
Daarom vindt Bert dat de spelregels voor de verkiezing van
de Televizier-Ring moeten worden aangepast. 
’t Kan volgens hem niet zo zijn, dat ’t publiek een programma
kiest naar eigen goeddunken.
Een publieksprijs is mooi, maar als de keuze niet overeenkomt met
die van Bert, dan kan je het publiek niet langer zelf laten
uitmaken aan welk programma de prijs moet worden toegekend.
Production value is het toverwoord dat moet voorkomen
dat ordinaire kroegpraat er met de ring vandoor gaat.
En omdat ’t publiek geen idee heeft wat production value
betekent, ziet hij een taak weggelegd voor professionals
(ik veronderstel dat hij bedoelt mensen als hijzelf) om
zo’n begrip, dat helemaal niets garandeert, te gebruiken
om subjectief, stemmen toe te voegen of af te trekken.
Tot zover Bert’s redenering.
Volslagen idioot, maar dat doet er nu even niet toe,
want nog veel idioter en ziekelijker is het natuurlijk, dat
Bert’s leven door het geven van zijn mening wordt bedreigd.
Dat is ernstig!
Bert zei ’t allemaal aan zijn eigen stamtafel.
Een man met een snor en een sterk ontwikkeld demagogisch
talent verwaterde Bert’s protest tot een onbeduidend plasje.
‘Wat jij moet doen’, zei de man ‘jij moet je eigen Bert van der
Veer Award beginnen.
Toen gebeurde er iets wonderlijks.
Bert zei dat die prijs al bestond en Nipkowschijf heet.
Nou ben ik zelf onderscheiden met de Nipkowschijf maar
heb die in de verste verte nooit met Bert geassocieerd.
Bert zelf, is bij mijn weten, nog nooit onderscheiden voor zijn
bijdragen aan de televisie.
Allemaal niet erg.
Talloze collega’s die avontuurlijker en origineler zijn
aangelegd dan Bert, winnen ook geen prijzen. Maar ’t is echt
verkeerd als in de Nipkowschijfjury actieve programmakers
mee gaan bepalen wie de onderscheiding verdient. Dat waren
tot nu altijd televisiejournalisten en nooit regisseurs die er
als journalist een beetje bijklussen of andersom.
Typisch gevalletje van de slager die zijn eigen vlees keurt.
Als ’t gaat om ’t veranderen van de spelregels, dan lijkt ’t me
veel belangrijker om de samenstelling van de Nikpkowschijf
jury zuiver te houden.
Dat is een verplichting tegenover de voorgangers van de
huidige jury en een verplichting aan de zuiverheid van de prijs.

26.10’11

 
  aanmelden mailinglist  
 

 

 

60 Jaar Televisie in Nederland _ 28.8.2011
Mooi moment om de stand van het medium ’s te evalueren.
De belangrijkste ontwikkeling is niet de techniek, maar de
macht. Die heeft zich verplaatst van regisseur naar
producent. Van omroep naar netmanager. Van programma
naar geld verdienen.
Televisie werd oorspronkelijk geleid door mensen die met lijf
en ziel waren geworteld in programma maken.
Het programma was het doel.
Nu is het programma middel om andere doelen na te streven.
Geld (de Mol), macht (Murdock), omzet (Unilever, Cola, Sony)
Jerry Mander (auteur van: 4 Arguments for the elimination
of Television) stelde vast dat 70% van de informatie die
door de media (tv, radio, bladen, boeken, kranten, films)
verspreid wordt, in handen is van 7 bedrijven. Van die 70%
wordt 50% gecontroleerd door 3 bedrijven: TimeWarner,
Disney en Fox.
Die verwevenheid van macht en media zie je ook in
Nederland. De Telegraaf heeft ’t via campagnes in de krant
klaar gespeeld om een eigen podium te verwerven in het
Publieke Bestel en toen Unilever ’t niet meer opportuun vond
om Life & Cooking te financieren, verdween het programma.
Punt!
Omdat het risico op boetes niet meer opweegt tegen de
voordelen van de merchandising stopt de Tros nu met ’t
uitzenden van kinderprogramma’s (Studio 100 producties,
K3, Kabouter Plop, Piet Piraat etc)
Dat ’n publieke omroep op grond van merchandising-
problemen met programma’s stopt is een opvallende nieuwe
ontwikkeling.

Van commerciële televisie zijn de doelen duidelijk. Dat die
aangestuurd worden door commercieel getrainde marketeers
en managers ligt voor de hand.’t Bombardement van de
alpha-golven in de hersenpan dient ter verspreiding van de
boodschap en ter stimulatie van de consumptie, de core-
business van de reclame.
’t Uiteindelijke doel is tenslotte geld verdienen.

Van een Publieke Omroep zou je mogen verwachten dat ze
geleid wordt door mannen en vrouwen bij wie het programma
prioriteit nummer 1 is. Wat mij betreft gedomineerd door
mensen die uit het vak komen en daar ook hebben
aangetoond, benul te hebben van programma maken.
Dat is niet zo. De huidige kern van de publieke omroep wordt
geleid door managers en vergadertijgers met een borst vol
titels.
Noch in de Raad van Bestuur van de Publieke Omroep, noch
in de raad van toezicht, zit één programmamaker. Wel zag ik
in die raad een lid met 29 betaalde nevenfuncties.
Tja....!
Ook omroeporganisaties, worden over het algemeen, met
uitzondering van een enkele als BNN en Max, geleid door
managers en juristen.
Is dat erg?
Ja! Dat vind ik wel. Ik heb veel gehad aan het feit dat Ger
Lugtenburg (programmaleider Avro) zelf een gedreven
regisseur en -producer was geweest. Als hij iets tegen me zei
dan had dat oneindig veel meer betekenis dan een gesprek
dat plaats vindt op basis van een gezagsverhouding.
Andersom, als ik ‘m iets vroeg, was zijn mening niet alleen
van betekenis, veelal was de impact inspirerend en verliet je
zijn kamer in een roes van blijdschap over een zojuist
ontvangen cadeautje.
Omroepen werden scherp gehouden door opmerkelijke
programma’s van andere omroepen, maar toch vooral door
discussie en debat van binnenuit.
Die kritische laag is met de komst van de commerciële
televisie verdwenen. De beste mensen vertrokken naar de
vrije producenten. Anderen werden freelance en wat
overbleef waren medewerkers die vasthielden aan de
reddingsboei van het vaste dienstverband en bij wie in veel
gevallen ambitie en avontuur veranderde in ontevredenheid
en chagrijn.
Waar ooit, naast de ‘run of the mill’ de zoektocht naar de
identiteit en mogelijkheden van het medium werden
gestimuleerd, geldt nu het adagium van copy/paste.
Succes wordt uitgemolken en schaamteloos gekopieerd.
Programma-ideeën zijn niet meer het product van fantasie
maar van marketingcriteria.
TV-lab is een mooi initiatief om ruimte te scheppen tegen
vanzelfsprekendheid, gemakzucht en het ‘doe nou maar
gewoon’ syndroom, (kon jammer genoeg nergens de
samenstelling vinden van de vakjury. Wie zijn die beslissers
en aan welk meetlatje worden de ideeën getoetst?) maar goed
het is een druppel van hoop.
Een drenkeling in de ‘mer a boir’ van op resultaat gerichte producties.

’t Idee om mensen met kennis van binnenuit meer te
betrekken bij leidinggeven, is met name de mantra waarmee
Johan Cruyff Ajax en via zijn University, de sportwereld
bestookt.
Zoals iedereen kan volgen, blijken dat moeilijke processen te
zijn. Je krijgt de indruk dat beroepsbestuurders liever niet te
maken hebben met ervaring en kennis van zaken. Daar geldt
het aloude adagium van het dorp, waarbij de dokter, de
dominee, de notaris en de burgemeester wel uitmaakten wat
goed is voor de dorpelingen.
De besturen van de traditionele omroepen, zijn net als de
Raad van Bestuur en de Raad van Toezicht, ook volgepakt
met juristen en vergadertijgers. Je mag er toch van uitgaan,
dat de opdracht aan het bestuur luidt, dat het de belangen
van de vereniging dient, beschermt en behartigt. Toch heeft
al die potentie bij elkaar niet kunnen verhinderen, dat de
omroepen hun autonomie hebben ingeleverd en nu min of
meer met de pet in de hand en de vinger op de naad van de
broek, bij de netmanager toestemming moeten vragen om
een programma in het zendschema opgenomen te krijgen.
Omroepen zijn net als commerciële zenders voor een groot
deel productiehuizen en inkoopbureaus. Er is wel een ver-
schil: de commerciëlen moeten verdienen aan programma’s,
de publieke omroepen niet. Is dat zichtbaar in de program-
mering? Een beetje, maar zo’n 80% is niet specifiek identifi-
ceerbaar. Er wordt door de commerciëlen met veel geld
gerammeld om populaire presentatoren van de publieke
omroep tot een overstap te bewegen. Niet omdat ze
publieke programma’s maken, maar programma’s voor een
groot publiek. Daarvan rinkelt de kassa en dat is toch waar
commerciële televisie om draait.
Er is veel veranderd in 60 jaar.

Het instituut Beeld & Geluid organiseert met enige regelmaat
bijeenkomsten om die 60 jaar te gedenken of te vieren of
zoals ikzelf mocht meemaken te debiliseren en te verdraaien.
Waarschijnlijk omdat ik ook nog wel eens een spelshow in
elkaar heb gezet: (Wedden Dat, Love Letters, Doet ‘ie ‘t,
100.000 Show, SterrenShow)

     
 

http://www.bobrooyens.com/Clp80ies26.html
kreeg ik een uitnodiging voor een bijeenkomst onder de titel
RetroQuizShow.
Zonder al te veel duiding en samenhang was het deksel van
de oude doos geschroefd en werden er wat montages van
fragmenten geprojecteerd.
De presentator had behalve een guitig bekkie ook een lollig
gouden glitterjasje aangetrokken en deed reuze z’n best om
een zaal met vakgenoten in beweging te krijgen.
Onbegonnen werk!
De oude Kraay zei in zo’n situatie wel ’s tegen me:
‘God, wat kan die man hard werken’.
De presentatie leed ook onder technische pech, waarbij films
niet wilden starten, quizknoppen niet werkten en een
spelletje met de aanwezigen leegliep als een te slap
dichtgeknoopt luchtballonnetje.
De antenne van Mies Bouwman signaleerde bij deze
gelegenheid, een onvruchtbare bodem voor de door haar
voorbereidde speech, zodat ze die maar wegliet en de middag
verder overliet aan de presentatie van de geupdate versie van
Bert van der Veer's Magnum Opus: '60 jaar televisie in
Nederland'.
Een moment waarbij het aantal veren dat over en weer met
de vaste hand van dartkampioenen in de specifieke
achterwerken verdween mij even deed denken aan 'Mon truc
en Plumes' het fabuleuze verenballet van Zizi Jeanmaire.
De speech van Joop van den Ende was de enige substantiële
bijdrage met een historische context. Een prikkelende these,
waarbij het jammer was dat er geen gelegenheid werd
geboden tot discussie.
Zo’n bijeenkomst hoort de toehoorders uit te nodigen tot een
dialoog. Joop's speech gaf door ook aanleiding toe maar bood
daartoe niet de gelegenheid.
Een gemiste kans om de middag naar een zinnig debat over
60 jaar televisie te tillen.
Instituut Beeld & Geluid, met die schitterende buitenkant
van Jaap Drupsteen

   
 

schiet aan de binnenkant, als
archivaris, beheerder van het erfgoed, verspreider van de
geschiedenis en platform voor onderzoek en discussie, bij
zo’n bijeenkomst gewoon te kort. Er is gebrek aan historisch
besef, aan duiding en aan vermogen om een programma te
produceren en te regisseren dat staat als een huis, klinkt als
een klok en knalt als champagne.

Een andere bijeenkomst geafficheerd als symposium onder
de titel ‘Vorm van Vermaak’, betrof 60 jaar televisie-
vormgeving in Nederland.
Omdat ik zelf ooit betrokken was bij het door de WDR in
Keulen georganiseerde, 3 daagse symposium ‘Television
Design International’, was ik wel nieuwsgierig hoe Beeld
& Geluid dat onderwerp aan zou pakken.
De middag begon met een paar filmpjes uit de jaren zestig
van het niveau ‘kleutertje luister’. Op de hurken werd
aan vakgenoten uitgelegd wat een maquette was en nog wat
brique à brac uit de tijd van ‘weet je nog wel oudje’. Plaats ’t
in een context en het zou grappig kunnen zijn. Dat was niet
gebeurd. Er werd ook niet gelachen.
‘Er was een bijdrage van een mevrouw die zichzelf en haar
bureau promote als archivaris van vormgevers-archieven(!)
Als je maar een middagje uittrekt om 60 jaar televisievorm-
geving te doorgronden, dan komt er van alles bij mij op dat
de moeite waard is om te bespreken, maar toch niet hoe een
ontwerper z’n tekeningen het beste zou kunnen opbergen.
Dat is zoiets als de chefkok die laat zien hoe hij de bordjes
afwast in plaats van hoe hij een maaltijd bereidt.
Een componist gaf inzicht in hoe hij leaders en aanverwante
graphics voorzag van geluid. Ook heel interessant en zeker
een belangrijk element in vormgeving, maar dat geldt ook
voor kostuum, licht, kap en grime, cameravoering, editing
special effects, narrating, nasynchronisatie etc. maar
daarover geen woord.
Beide consumeerden toch al gauw een derde op van de
middag. Dan heb je mijns inziens, je eigen thema niet goed
begrepen.
De rest van het symposium werd gedomineerd door grafici.
De dames en heren van de korte baan. Compressed Art,
pressurecooker kunst of volgens Lydia Pees ambacht.
Schitterende voorbeelden van hun werk gezien. Maar ’t is
maar een deel van wat vormgeving is. Decorontwerp kwam
nauwelijks aan bod en voor zover het er wel was, vond ik
de keuzes zeer discutabel. Historische duiding en context
ontbrak.
TopPop werd deze middag gepresenteerd als het highlight in
60 jaar televisie-vormgeving. Dat is opvallend omdat TopPop
begon als brave copie van BBC’s ‘‘Top of the pops’. Dat is
niet bepaald een teken van grote eigen creatieve rijkdom,
maar toch eerder het gemakzuchtige binnenhengelen van
andermans creativiteit.
Penney de Jager is geen vondst van TopPop maar
overgenomen uit de inboedel van Moef GaGa.
                   Door mij persoonlijk met mijn vriend Robert
                   Kaesen destijds directeur en choreograaf
                   van het Nationaal Ballet, uit het corps de
                   ballet geplukt.
Frans Schüpp heeft met zijn grafische talent, het programma
een identiteit en een smoel gegeven. Die credit verdient hij
ook, maar er werden mensen omhoog gejubeld die in de
ontwikkeling van televisievormgeving, niet meer dan
randfiguren zijn geweest. Die opgepookte borstklopperij
binnen een coterietje van mannen die ’t zo enorm met
zichzelf getroffen hebben, vond ik stuitend en respectloos ten
opzichte van de geschiedenis en het erfgoed. Uiteindelijk
kwam de aap uit de mouw. De aanleiding voor deze
geestelijke groepsmasturbastie was het verschijnen van een
boek onder dezelfde titel als het symposium.

‘Het is te prijzen en verheugend dat er over zoiets belangrijks
als design een boek wordt uitgegeven,
                   In mijn opvatting is er alleen maar design
                   en is wat men inhoud noemt een andere
                   ordening (vormgeving) van steeds hetzelfde.
maar dit boek dat de pretentie heeft om een historisch
verantwoord overzicht te zijn van 60 jaar televisievormgeving
schiet ernstig te kort. Net als het symposium wordt dit boek
gedomineerd door grafische ontwerpers.
Een paar ontwerpers werden wellicht niet geheel ten
onrechte op een sokkel gezet maar voor baanbrekende grafici
als bijvoorbeeld Hans de Cocq en Jaap Drupsteen (een
fenomeen dat een geheel eigen oeuvre heeft ontwikkeld) was
daarop geen plaats.
Het primaat van televisievormgeving, lag en ligt voor het
overgrote groot deel nog steeds bij het dekorontwerp.
In het boek lijkt dat een bijzaak.
Zo zeer, dat een pagina gedomineerd wordt door het ‘Biesiot-
effect’. Volgens de uitleg is dat ’t aanbrengen van een kleurtje
in een zwart/wit decor uit de tijd dat televisie nog in
zwart/wit uitzond.
‘k had er eerlijk gezegd nog nooit van gehoord en de kijkers
hebben het nooit gezien. Vanzelfsprekend gun ik Freek de
lauweren die hem daarvoor worden toegeworpen, maar als
de echte prestaties, zoals die geleverd zijn door Roland de
Groot, Massimo Götz, Peter Gabriëlse, Fokke Duetz, Cor
Hermeler, Hub Berkers, Hans Christiaan van Langeveld, Mia
Schlosser en nog een paar anderen, helemaal niet of in een
paar bijzinnen worden genoemd dan is dit boek een
historische farce.
De aansturing, invloed en betekenis van regisseurs bestaat
al helemaal niet in de perceptie van de auteurs. Je zou een
flink hoofdstuk kunnen wijden aan bijvoorbeeld Leen Timp,
de meester van het weglaten. Leen is voor de schrijvers niet
meer dan een voetnoot. Wel achten zij nieuws- en sport-
programma’s qua vormgeving van dusdanige betekenis dat
er 81 pagina’s van de in totaal 243 (1/3 dus) aan zijn gewijd.
Bij het doorbladeren stuitte ik ook meteen al op een aantal
fouten die ik moeiteloos kon vaststellen omdat ik zelf
betrokkene ben:

  1.    Jef de Groot, een baanbrekende vernieuwende regisseur
       wordt in ’t boek teruggebracht tot 1 verwijzing in het
       register met de foutieve omschrijving dat hij mij
       zou hebben opgeleid bij het programma Club Domino
 
 

      Jef heb ik behalve als publiek bij mijn uitzending met
      Jacques Brel, nooit bij een repetitie of uitzending van
      Domino gezien.
      Zijn werkelijke betekenis is verdonkeremaand.
      Teruggebracht tot een voetnootje dat ook nog onjuist is.
2.   Bij het ontwerp voor Loveletters staat van den Bersselaar
      als ontwerper. Fout dat was Peter Gabriëlse en die taart
      was een suggestie van mij. ‘k Had er namelijk al ’s één
      laten bouwen voor een Duitse show.
      http://www.bobrooyens.com/matrimony_gilbert.html
3.   Moef GaGa wordt afgedaan als meer vorm dan muziek.
      De formulering op zich is al behoorlijk achterlijk. De
      auteur beschikt kennelijk over een meetorgaan, dat
      zoiets registreert. Dat zal wel het oor zijn dat hij of zij
      heeft laten hangen naar ingefluisterde vooroordelen of
      achterklap.
      http://www.bobrooyens.com/moefbg.html
4.   De luminanz keyer (bedoelt om titels helder over
      televisiebeelden te kunnen tonen) wordt door de schrijvers
      als nieuwe techniek geplaatst in 1967.
      Dat is curieus omdat ik de l. keyer in 1964 al
      programmatisch als vormgevingsinstrument benutte in
      de serie Hoofdstuk: 
      http://www.bobrooyens.com/hoofdstuk_bg.html
5.   Ten onrechte wordt een ontwerp van Roland de Groot
       toegeschreven aan Freek Bisiot.

 

Mijn arme hart vult zich met droefheid over het gebrek aan
kennis, het historische inzicht bij de schrijvers en het falen
van Beeld & Geluid in de historische bewaking en
bescherming van de feiten.
Maar wat wil je?
’t Instituut wordt geleid door een oud-reclameman.
Bij deze keuze heeft geld verdienen en ’t instituut
populariseren kennelijk prioriteit boven de bewaking van
historische juistheid en waarden.
Kortom Vorm van Vermaak ziet er leuk uit.
Inhoudelijk is het een flutboek.

Dan toch ook nog maar even over het bombardement van
herdenkingsprogramma’s dat aan het losbarsten is.
Dat 60 jaar televisie tot amusementsnippers versneden
wordt, met soms leuk zijnde, maar vooral leuk doende
bn’ers, soit!
Dat Koos Postema ’t koninklijk huis in zes programma’s nog
’s doorakkert, prima. (Koos mag voor mij wel vaker op de
buis, als de regisseur hem dan maar niet van die zinloze
loopjes laat maken.)
Maar waarom dan ook niet 6 programma’s waarin zes maal
10 jaar televisiegeschiedenis wordt doorlopen in een door
bijvoorbeeld Mies geleide talkshow. Als er één is die het
allemaal heeft meegemaakt en het ook met verve, met citaten
en met mensen uit het vak kan, dan is zij het wel.
Dat Han Peekel op z’n Peekeliaans (praatje – plaatje) met
Schmäh en empathie simpele televisie-monumenten optrekt,
van mij mag het!
Maar waarom niet ook serieuze echte documentaires over
programmamakers die de zaaibedden hebben opgemaakt
waar anderen tot op de dag van vandaag, van oogsten.
...en waarom niet een serie programma’s gemaakt met de
mannen en vrouwen die er al die jaren met hun neus
bovenop hebben gezeten. De mannen en vrouwen die op de
vloer stonden, die bij de techniek en in de regie zaten.
Zij stonden 60 jaar op de plekken waar het gebeurde, naast
en tegenover de mensen die het moesten doen en deden.
Zij hoorden de woorden die nooit werden uitgezonden. Zij
waren de pilaren, de steun, het houvast, de pijlers onder elk
moment dat onzichtbaar door de ruimte reisde om als
programma, bij het publiek uit het schijnbare niets te
materialiseren tot beeld en geluid.
Zij voelden huidnabij de angst, het plezier, de irritaties, de
pijn, de woede, het verdriet van presentatoren, acteurs,
actrices, zangers, performers, sterren en anonieme
kandidaten die van de ene dag op de andere de held van de
natie werden.
De verhalen van 60 jaar televisie van binnen uit en niet
zoveel flut van buiten af.
Bob Rooyens

aanmelden mailinglist

 

 

  Willem Ruis _ 4 augustus 2011  
  wmruis  
 

Dinsdagdagochtend 5 augustus 1986.
Ik ben in Keulen. Net 't Maritim-hotel verlaten en via 't
Hauptbahnhof voor een ochtendkrantje, op weg naar 't
WDR studiocomplex 'An der Rechtschule".
Ligt allemaal dicht bij elkaar.
Heerlijke dag, zonnetje schijnt.
Over 't Domplatz loop ik naar de internationale kranten-
kiosk in het station. Als ik de Telegraaf pak, zie ik tot mijn
grote schrik dat Willem een dag eerder overleden is.
Veel onverwachter kan een schok niet zijn.

In 1982 was ik voor de WDR begonnen aan een serie shows
onder de titel TeleZirkus. Opgestart als een familieshow op
de zaterdagmiddag, ontwikkelde het programma zich al snel
tot de ARD zaterdagavondshow. Circus was een verbindend
element ('t programma kwam uit de grote tent van
Williams-Althoff) maar 't programma bood naast
spectaculaire circus-acts ook comedy, spelletjes, live-stunts
met stad en publiek plus internationale vedetten als,
Dalida, Nana Mouskouri, Barry Gibb, Ivan Rebroff,
Caterina Valente
, kortom van alles met naam en faam uit
die tijd.
Hans Peters, producer bij de Vara, circusgek en vader van
twee zoons die adembenemende strapatsen uithaalden op
het dodenrad, kwam ik met enige regelmaat tegen bij de
buffetwagen van Williams-Althoff.
De Vara was op zoek naar een nieuw concept voor Willem.
Hans had er wel één: TeleZirkus!
Willem zag er niet veel in. Hans belde mij en vroeg of ik
videobanden had, waarmee hij mogelijk Willem zou kunnen
overtuigen.
Ik bezorgde hem een paar VCR's en daarmee lukte 't om
Willem enthousiast te krijgen voor ''t Grootste elektronische
circus ter Wereld'.
Willem hield wel van woorden die eigenlijk niks zeiden, maar
wel van betekenis leken.
't Is het toverzout van de Showbusiness.
Peters belde me, zei dat Willem om was, 't nu helemaal zag
zitten in een tent en 't heel erg op prijs zou stellen als ik 't
programma zou willen regisseren.
We checkten de data waarna bleek, dat ik maar tijd had
voor twee afleveringen. Leek mij verstandiger om met één
regisseur de hele serie te doen. Dat vond Willem niet.
Hij wilde graag eens met mij werken en vond twee beter dan
niks.
Ik vond 't ook wel een prikkelend idee om eens met hem te
werken. Een autonome Pietje Bel, die erin geslaagd was de
quizmaster van het formaat condoom op te blazen tot de
showmaster van het formaat Zeppelin.
In mijn rondje over vernieuwende televisie in de 'De Wereld
Draait Door'
, heb ik 't als volgt geformuleerd:

 

    Vernieuwende televisie is in mijn definitie televisie die
verrast en emotioneel overrompeld. Een voortzetting
van wat er al is vanuit een andere invalshoek, vorm
of toon.
Dorus, maakte van Variété televisie.
Zonder Tom Manders geen Rudy Carrell.
Amusement, gericht op lachen, ontroeren en paaien
van een paar mensen in de huiskamer.
Vernieuwend was de toon van Willem Ruis.
Hij doorbrak het keurige formuleren, aaien en
likken. Hij was aardig, pissig en nam geen blad voor
de mond. Zonder Willem geen Paul de Leeuw.
Paul heeft katten, jennen en beledigen tot nieuw credo
gewekt. Zonder Paul geen Gordon en Jolink. De
uiteen gevallen toppers die de grens van wansmaak,
grof gebektheid en onderbroeken lol nog een stukje
hebben opgerekt.
Vanavond de vernieuwer van de toon, Willem Ruis.
(volgde een fragment uit de Sterrenshow. Note: B)
 
 

In het eerste seizoen van de Sterrenshow heb ik er dus twee
geregisseerd. Eén in Den Bosch en één naar ik meen in
Emmen. 'k Herinner me daarvan dat 't steenkoud was en
Carnaval. Samenwerking met Willem was leuk, wederzijds
inspirerend. Veel hoefde en kon ik aan de eerste serie niet
bijdragen.
De programma's waren goed voorbereid, Marc Jansen was
een uitstekend georganiseerde uitvoerend producent. Hubje
Berkers
zorgde, als altijd voor een mooie showaankleding.
Leo Busscher maakte prachtige, provocerende, aan alle
kanten stralende showkostuums, leuke gasten, kortom een
goed geoliede showmachine.
Na de eerste aflevering die ik had geregisseerd, vroeg Willem
of ik zin en tijd had om de volgende serie helemaal te doen.
Dat leek me heel leuk en 't was ook passend te maken
binnen mijn agenda.

De voorbereiding:
Ter voorbereiding van het nieuwe seizoen reisden Willem,
Hub Berkers, Marc Jansen en ik naar New York en vandaar
door naar Las Vegas en Los Angeles.
In New York kwam Willem alleen van zijn hotelkamer af,
om een musical te gaan zien of om iets te eten. De overige
tijd zat hij met een notitieblokje te kijken of de Amerikaanse
televisie inspiratie bood, waarmee hij zijn programma kon
smukken. Willem kon zijn inspiratie soms wel eens heel
dicht tegen het origineel aan laten leunen, maar voor zover
ik heb meegemaakt, vond hij in de omzetting van een idee
altijd wel z'n eigen creatieve identiteit als maatstaf.
Hij behoort in mijn ogen niet, tot de creatief gehandicapte
parasieten die trots zijn op de mantra: 'Beter goed gejat dan
slecht bedacht'. Het is een zin die behoort tot het prerogatief
van lapzwansen en zwakbegaafden om openhartig en luid te
verkondigen dat ze trots zijn op hun criminele brainframe.

In Vegas werd Willem steeds meer het kind in de Candy
store. Wij allemaal trouwens, maar Willem's ogen, houding
en taal zaten samengepakt in het jongetje met blosjes.
't Ventje, zoals hij die in zijn 'dromen' in de 'Willem Ruis Lotto
Show', soms in een matrozenpakje, zo aandoenlijk kon
neerzetten.
In het MGM GRAND zagen we Don Arden's "Jubilee'.
A Dazzling MGM Extra Vaganza. Met als ondertitel:
The Show of the Decade! Volgepakt met The Minstrels,
Al Jolson, The Ziegfeld Follies, The Bandwagon, The
Titanic en om 't publiek nog even flink te prikkelen,
scheerden er tot slot vliegtuigen over ons hoofd.
Bij Siegfried & Roy begon de show met de verdwijning van
het voordoek. Een doek, groot genoeg om Christo nat van
te laten dromen, verdween binnen enkele seconden door een
gaatje in de vloer met de afmeting van een vingerhoed.
Althans zo ervoeren wij dat.
Fabelachtig!
In Caesars Palace zat Willem ook weer als een kind zo
gelukkig te genieten van Liberace. Een wat corpulente
eigenzinnige, autonome dragqueen, vals als een adder,
slijmend als kwijl, jankend om z'n moeder en dat in de
entourage van opgeschuimde kitsch met zoete, populair
klassieke pianomuziekjes die onderweg onder de toverstafjes
van zijn vingers, veranderden in popdeuntjes.
Gouden kandelaar op de met ornamenten en reflecterend glas
verrijkte vleugel, kroonluchters overal en portret van mamma
onder handbereik.
Z'n te dikke lijf gehuld in fantastische kathedralen van
kitsch. Kostuums om bij te janken van schoonheid.
Heerlijk!

Natuurlijk strekten we ook wel eens onze hand uit naar de
éénarmige bandiet of kochten een briefje voor de doorlopende
bingotrekkingen. Daar tussendoor werd de aandacht dan
weer opgeëist door aankondigingen op groot formaat beeld-
schermen voor de paardenraces.
De Vara was nog op zoek naar een sponsor voor de show en
daar in Vegas kreeg Willem, kijkend naar de races in het
stralende, rammelende en reutelende gokpaleis 't toch wel
redelijk verrassende idee, om de Totalisator als sponsor
binnen te halen.
Dat is nog gelukt ook, waardoor we tijdens de Sterrenshow
twee keer een onderbreking hadden voor een live-schakeling
naar een paardenrace. Maar daarover later meer.

Behalve dat Willem de presentator, de Showmeester en de
Speelmeester was, was hij ook het uithangbord, het
fundament, de bedenker en de schrijver.
Solisten met die talenten en dat soort kwaliteiten, zijn in
televisieland een uitzondering. Tom Manders (Dorus) was er
een en Rudy Carrell maar verder zou ik 't niet weten.
Na Willem probeerde wel een enkele koekenbakker met
ernstige zelfoverschatting in het gat te springen dat
Willem had nagelaten, maar dat is niemand gelukt.
Wel ontstond er een speelveld voor Paul de Leeuw, die de
Pietje Bel toon van Willem nog een stukje oprekte, maar al
snel met zijn tomeloze energie en creativiteit bedenker en
epicentrum werd van zijn eigen universum.

De show
Het principe van de Sterrenshow draaide om het realiseren
van dromen van 'gewone' mensen. Nou was dat niet meer
dan een handvat, maar wel één waar grote zorg en aandacht
aan werd besteed.
Kandidaten konden zich bij de Vara melden. Brieven werden
gezeefd en wat niet het soortelijk gewicht had van een
baksteen, werd uitgenodigd voor een auditie. De dromen van
de kandidaten waren over het algemeen niet erg origineel of
schokkend.
De kunst was om vanuit een klein idee of matig talentje een
shownummer te creëren dat door aankleding, repetitie en
begeleiding, de omvang van 't idee of talentje ver oversteeg.
Zo kon 't gebeuren dat een wat te dikke, maar leuke vrouw
die zich had aangemeld met een idee waar uiteindelijk toch
te weinig 'Spielraum' in zat, werd aangepraat dat ze altijd al
gedroomd had om te mogen tapdansen in een chorusline.
Dat kwam ons goed uit, omdat we heel graag een tapdance
nummer wilden doen met de Roly Poly's. Een groep
overjarige, veel te dikke maar onstuitbaar enthousiaste
Engelse revue-girls.
Bij de audities draaide het om twee criteria. De potentie van
de droomwens en het inschatten van de amusementswaarde
van de deelnemers.
Willem was daar goed in.
Hij zag vrijwel meteen of iemand een kandidaat was waar
emotie aan vastzat of niet. Andersom gebeurde ook wel, dat
het idee of het talent prikkelde om er iets mee te doen, maar
de personality van de kandidaat er niet bepaald van
afspatte. Dan werd de oplossing gezocht in een prikkelende
gastrol van een nationale of internationale beroemdheid. Ik
denk aan Mike Burstyn als Barnum. Hij assisteerde een
schattig meisje op een draad met een parasolletje. Ze kon
het wel, maar door de zenuwen kukelde ze er voortdurend
vanaf. Het werd een ontroerende tearjerker. Teveel emoties
voor een zakdoek.
Ik denk aan Jeroen Krabbé als lachende suikerjonker op
een bruidstaart.
Ik zie Sonja Barend in een Cleopatra-setting heel mooi zijn,
maar wel met lichte paniek in haar ogen voor een naderend
muzikaal duetje.
Kandidaten waren altijd met z'n tweeën. Meestal één als de
artiest en de ander als steun, toeverlaat en morele 'yesman'.

In de aanloop naar de uitzendingen, ontstond tussen Willem
en mij een intensief contact.
Minstens 1 keer, maar meestal wel een keer of drie, vier per
dag belde hij. Bij voorkeur 's avonds laat.
Ik houd daar van. Die bezetenheid en betrokkenheid, ja
fixatie op het beter, op 't nog mooier, op 't nog spannender,
op 't nog verrassender, is zeer aan mij besteed. Vaak ging ik
dan 's avonds ook nog even bij hem langs.
Vele avonden, meestal in 't bijzijn van Marc Jansen,
hebben we tot diep in de nacht in zijn bungalow in Laren,
ideeën gewisseld, nieuwe bedacht, weggesmeten en weer
andere verzonnen.

Intussen had Hub Berkers aan het decor van het eerste
seizoen een aantal aanpassingen gemaakt, waarvan de
meest spectaculaire een passerelle was die op een hoogte
van een meter of 7 de twee buitenste pistes (van de 3) met
elkaar verbond.
Het was de tijd dat de eerste camera op afstand bediend kon
worden en Adriaan, een knappe grip-operator, in Nederhorst
den Berg uit de mecanodoos voor volwassenen de eerste
echte camerakraan had gebouwd.
Dat bood totaal nieuwe vormgevingsperspectieven. In
samenspraak met Ruud Stienen, mijn eerste cameraman
stelde de NOB twee cameramensen beschikbaar om met de
nieuwe remote-apparatuur te gaan oefenen.
Een tent kent zo zijn eigen problemen. Na 4 jaar met Franz
Althoff
en zijn circus te hebben rondgetrokken wist ik dat
wel. Nou zijn problemen allen maar interessant als creatief
denkkader voor oplossingen. Eind 60er jaren kreeg ik de
boekjes van Edward de Bono onder ogen. Sindsdien weet
ik dat problemen je enorm veel plezier en voldoening
verschaffen als je ze oplost. Het is ook een vorm van
mindset. Als iemand van de crew, geluidman, cameraman,
belichter etc. roept ''k heb een probleem', dan denk ik altijd:
'joh, waarom los je 't niet op'!, want achteraf blijkt er altijd
een oplossing te zijn en ik zou me niet prettig voelen als ik
zelf geen moeite had gedaan om die te vinden.
In dit geval was het probleem dat de beperkte ruimte in de
tent het changeren met de kraan onmogelijk maakte. Dat
irriteerde mij omdat het rendement van deze geweldige
nieuwe extentie beperkt bleef tot een horizontale en verticale
beweging.
De camera kon voor- en achteruit rijden, maar niet dwars.
Dat beviel me niet. Ik zocht naar een oplossing en vond die
tenslotte in het uitbreiden van de rail, met een wissel.
Daarmee kon ik een kruis leggen en de camera zowel voor-
als achteruit en via de wissel ook dwars laten rijden.
Om die gebouwd te krijgen had heel wat voeten in de aarde.
Uiteindelijk is het gelukt en ik zag tot mijn plezier, toen ik
later nog eens in Nederhorst op bezoek was, dat de wissel
als een soort kunstwerk aan de muur was gehangen.
Dat was mooi. Daar in die circustent is op vele manieren
geschiedenis geschreven.

De uitzendingen
Terwijl wij toewerkten naar de eerste uitzending van het
nieuwe seizoen was er bij de Vara van alles aan de hand.
De Vereniging Arbeiders Radio Amateurs stond aan de
rand van een faillissement. Dat bleef niet zonder gevolgen.
Medewerkers in vaste dienst die in ons team zaten, werden
nerveus en vreesden voor hun baan.
Willem werd verzekerd dat er aan het budget voor de
Sterrenshow niet getornd zou worden.
Met die geruststelling werkten we verder aan de uitzending
van de eerste show, die gepland was naast de paardenren-
baan in Hilversum.
Vandaar zouden tent en programma naar Utrecht reizen en
vervolgens kriskras het land door in een frequentie van 1
uitzending per drie weken.
Tijdens de repetities in de tent was er bij de nodige Vara-
medewerkers die toch al niet al te fris en zelfverzekerd op
hun benen stonden, nogal was scepsis over de omvang en
haalbaarheid van het spektakel. 'k Kan me ook niet één
vrolijk en enthousiast gezicht herinneren van een Vara-
medewerker.

 
   

Mijn productie- en regieassistente had gesolliciteerd
naar de vacante functie van producer en te horen
gekregen dat die job voor haar veel te hoog gegrepen
was.
De samenwerking met haar was voortreffelijk, maar
't zat haar natuurlijk wel dwars.
Later werd ze één van de pijlers van Joop van den
Ende als uitvoerend producente en nu is Karin
Meurs een topdog bij StageHolding.
Zegt wel iets over het vermogen om kwaliteiten te
evalueren en de manier waarop de Vara destijds
met hun mensen omging.

 
   
 

't Programma zat volgepakt met shownummers verdeeld
over drie pistes.
Er was een vidiwall die aangestuurd moest worden.
Het was de eerste keer dat een kraan werd ingezet.
Voor 't eerst zaten ook twee cameramensen achter een
tafeltje op afstand een camera te bedienen.
Er liep een wisselwachter rond om de kraan naar
verschillende posities te manoeuvreren.
Er waren honderden medewerkers die op tijd naar hun plek
moesten worden gedirigeerd.
Tientallen dansers moesten de trappen op naar een hoogte
van zeven meter en via een passerelle, aan de andere kant
die trappen ook weer af.
Showgirls zakten op zitjes, hangend aan lieren op 'cue' uit 't
firmament van de tent.
Precies getimed met de paardenrennen, schakelden we voor
een race naar de renbaan en dat alles live.
Hans Peters bekende later dat bij de repetities zijn
angstzweet te ruiken moet zijn geweest. Hij kon niet geloven
dat het spektakel als clockwork in elkaar zou passen.
Maar dat gebeurde wel en na afloop was hij onbeschrijfelijk
lyrisch. Ontroerd bekende hij, dat 't het mooiste was wat hij
ooit gezien had.
Daar moet dan natuurlijk wel zijn betrokkenheid als
initiatiefnemer en als producer en tekstdichter van worden
afgetrokken.
Het in elkaar zetten van een eerste show is vanzelfsprekend
tijdrovender door het ontbreken van routines en
ervaringswaarden. Daarna is het zaak om zowel voor jezelf
als voor een crew uitdagingen in te bouwen, zodat
programma's die voor een deel routine zijn, niet
routinematig worden geproduceerd.
Als dat gebeurt, dan slipt de vitaliteit en het leven als
zuurstof uit het hart van een productie.

Binnen de Vara werd 't alsmaar onrustiger. Han van Essen,
hoofd gevarieerde programma's zag de bui kennelijk al
hangen en was opgestapt.
Directeur Maurice Koopman werd als één van de
verantwoordelijken gezien voor het dreigende banca rotta en
moest vertrekken.
Na de eerste uitzending vanuit Hilversum, trok het circus
richting Utrecht voor de volgende show.
In de drie tussenliggende weken werden de berichten
alsmaar somberder.
Willem leed er onder. Logisch. Zijn kind werd bedreigd. Van
gesprekken met Vara-bestuurders werd hij niet gelukkig.
We moesten er maar vast ernstig rekening mee houden, dat
er op het budget gekort zou worden en dat het reizen met de
tent wel 's niet door zou kunnen gaan.
Willem, Marc Jansen en ik hielden regelmatig crisisberaad.
Wat als dit..? Hoe doen we als dat...?
Willem wilde er eigenlijk niks van weten. Hij was obstinaat,
recalcitrant. Hij had garanties gekregen en daar wilde hij de
omroep aan houden.
Voor de ingang van de Vara op de Heuvellaan, was een tank
gestopt. Toen 't deksel openging verscheen het hoofd van
Marcel van Dam. De sterke man, die als nieuwe voorzitter
verlosser en crisismanager was binnengehaald.
De misschiens en eventueels van wensdromen werden
vervangen door de rauwe werkelijkheid van budget-
beperkingen en het schrappen van het reisprogramma.
De tent werd opgebouwd in Utrecht en is er de volgende
acht afleveringen ook niet meer weggegaan.
Willem was kwaad. Z'n plezier was weg. Hij was nukkig.
De Vara had hem in zijn ogen bedrogen. Hij was ook niet
van plan om concessies te doen.
Jansen en ik probeerden de moed erin te houden.
Ik stelde voor om zelf iets te bedenken om de budgetcuts op
te vangen.
'Hoe dan'?
'Door zelf sponsoren te werven'.
'Hoe dan'?
In 1986 gingen Postgiro en RPS over in Postbank. Dat ging
gepaard met veel lawaai en getoeter in advertenties en
publicaties. Symbool van die overgang was een meer dan
manshoge kluis.
Ik stelde voor om een in eerste instantie afgewezen
kandidaat van midden 50, die zo graag opera, of operette
wilde zingen, alsnog in de show te halen en hem, in een
plexiglas kluis, 'If I were a richman' uit Anatevka te laten
zingen.
Op de bodem van de kluis geen vloer, maar een rooster
waaronder een machtige ventilator het in de kluis kon laten
stormen.
Op het rooster zag ik in mijn fantasie een miljoen gulden
aan kleine coupures liggen.
Als de ventilator aan zou gaan, zou de man letterlijk in een
wolk van een miljoen gulden staan. Hij zou een kostuum
dragen dat makkelijk door de stormachtige
wind en middelpunt vliedende krachten zou
worden meegesleurd, zodat hij in zijn blote kont met
aangepaste tekst vrolijk en gelukkig zou kunnen zingen:
'If I were a rich man'...
Ya ha deedle deedle, bubba bubba deedle deedle dum…..

Willem's fantasie schakelde meteen.
'Ja, en dan laten we zo'n gepantserde geldwagen, begeleid
door motoragenten de bühne oprijden en streng bewaakt
het geld in de kluis deponeren'.
Iedereen enthousiast.
Marc Jansen ging de haalbaarheid checken bij de mannen
achter de nieuwe Postbank.
Nou, die wilden wel.
Dat was een goed begin om alle voornemens en plannen van
de serie te redden.
Kort nadat Jansen de deal rond had, troffen we elkaar in de
tent voor de eerste repetitie in Utrecht.
Willem was er al en zat in z'n camper.
'Hij doet 't niet', zei Jansen.
'Wat niet'?
'Vraag 't m zelf!'
Willem zat sacherijnig en pissig in zijn camper.
'We doen 't niet. Geen deals met sponsoren. De Vara moet
gewoon de afspraken nakomen.'
Praten hielp niet. Onwrikbare wrok tegen de Vara
blokkeerde zijn flexibiliteit in denken en handelen.
Die is de hele serie gebleven. De euforie na de eerste
uitzending was helemaal verdwenen. De sfeer was letterlijk
ijzig. Buiten vroor het en in de tent was het koud. Soms
helemaal geen verwarming. Soms een beetje. Geen klimaat
voor veel vrolijkheid.
Tijdens uitzendingen kon hij de verleiding niet weerstaan
om wat cynische opmerkingen richting de Vara te maken.
Z'n ogen die z'n boyish charmante leuke Pietje Bellige
authenticiteit karakteriseerden, lachten niet meer.
Het plezier in het performen was er uit verdwenen.
Hij deed de shows wel en in de huiskamer zal dat niet
direct waarneembaar zijn geweest, maar subliminaal werkte
het door.
Ik heb 'm wel eens gezegd dat zijn richting in de diepte lag,
naar het publiek en niet in de breedte stootjes uitdelen die
voor 't publiek onbegrijpelijk waren en tegenover de
verantwoordelijken bij de Vara ineffectief. Het deed er niet
toe. De telefoontjes tussen hem en mij werden minder
frequent. Op de wekelijkse vergaderingen bij de Vara kwam
hij regelmatig te laat en soms helemaal niet. Als hij zich al
excuseerde dan met een kutsmoes, zodat vooral duidelijk
werd dat hij de Vara niet meer serieus nam.
Dat de consequentie van die houding was, dat hij het team
ook niet meer serieus nam deerde hem niet merkbaar.
De vaste crew in de tent, de dansers en andere
medewerkers, hielden zich afzijdig. Er werd veel over de
show gepraat en geschreven en voor iedereen die er aan mee
mocht werken, was dat op zich al een feest en belevenis.
Men genoot van nieuw ontstane tradities zoals het gezamenlijk
smullen van Bossche bollen op een eerste repetitiedag.
Willem liet zich zo weinig mogelijk op de vloer zien.
Als hij zelf niet betrokken was bij een repetitie, trok hij
zich terug in z'n camper. Vaak met Jansen in z'n buurt.

Het slot
Zo tegen het einde van de serie, word ik op een namiddag
opgebeld door Jansen.
Hij klinkt serieus, verontrust en praat heel zachtjes:
'Bob, ik ben bij Willem, zou je ook hierheen willen komen?'
'Wat is er?'
'Ken jij La Valse van Ravel'?
'Ja, dat ken ik wel'.
'Willem heeft daarop een nieuw productienummer bedacht
en 't lijkt me goed als jij daar ook even naar kijkt.'
Een productienummer op La Valse van Ravel in een show-
programma?
Sommige dingen kunnen niet. Je laat geen uitgehongerde
haai los in een vol zwembad. Je leest geen boeken van
Kluun, je maakt geen productienummer op La Valse.
Bezaaid met Strauss-citaten ontwikkelt zich een muzikale
ineenstorting. Muziek waarin de wals beestachtig wordt
gemarteld en verkracht. An der schönen blauen Donau,
wordt in een kolk van muzikale gruwel vermalen tot
Apocalyps. Eén, twee, drie, één twee drie wordt bij Ravel het
ritme van de Totentanz, de Danse Macabre.
In Laren hing geen vrolijke sfeer.
Willem's enthousiasme dat mij bijna altijd aanstekelijk
meesleepte naar het heilige vuur van willen, moeten en
kunnen, zag er onecht uit.
Ik vroeg 'm waarom 'ie uitgerekend op La Valse een
productienummer wilde doen.
Hij vertelde dat 'm dat was aangereikt in een visioen.
In een droom had hij gedetailleerd gezien hoe het moest
worden en ook op welke muziek.
Op het productieterrein in Utrecht stond dicht bij de tent
een hoge torenflat. In zijn droom stond Willem op het dak
van die flat en kon hij op magische wijze door het tentdoek
kijken en zien wat er op de 3 pistes gebeurde.
Op de linkerbühne zag hij wolken van vrolijkheid. Er werd
gedanst, gemusiceerd en gefeest. Op de rechterbühne
groeven, in zwart geklede doodgravers een graf voor een
reus.
Op de middenbühne liep een blinde man op stelten.
Als die zich bewoog in de richting van de vrolijkheid
moedigde Willem hem vanaf het dak luid en enthousiast
aan.
Maar de man op stelten zwalkte, kon geen richting houden
en bewoog zich dan weer in de richting van de doodgravers.
Willem schreeuwde vanaf het dak de longen uit zijn lijf.
"Niet doen! NIET DOEN!'
Maar de man op stelten hoorde hem niet en liep zijn noodlot
tegemoet. Hij viel in het graf en werd door de doodgravers,
snel toegedekt met zand en aarde.
Het was gruwelijk en verdrietig.
Op de linkerbühne trok men zich er niets van aan. Daar
was plezier en danste, musiceerde en feestte men gewoon door.
Willem keek me met verwachtingsvolle ogen aan.
'En...?'
't Bleef even stil.
'Prachtig Willem'!
'Schitterend! Een waanzinnige scène voor een film van
Fellini, maar totaal ongeschikt voor een luchtig amusement-
programma. 't Publiek zal totaal in verwarring raken, geen
idee hebben waar 't om gaat en het nummer zal z'n doel
totaal voorbij schieten. Dit moeten we niet doen'!
'Ja, dat zei ik ook al', zei Marc Jansen.
In Willem's perceptie snapten wij er ook al niks meer van.
Het visioen, de droom. Dat had een reden, dit moest
gemaakt worden.
Ik zag een evangelist met een sacrale boodschap wanhopig
proberen zijn naasten te overtuigen van zijn geloof.
Willem kon sowieso moeilijk omgaan met kritiek. Dat
maakte 't evalueren van de show en van zijn performances
lastig en wat Willem betreft ongewenst.
We hielden voet bij stuk en het productienummer is er niet
gekomen.

Toen ik daar in Keulen op het Hauptbahnhof het bericht las
en de eerste schok een beetje had verwerkt, zag ik allerlei
mooie en dierbare herinneringen en...dacht ik ook terug aan
de confrontatie met zijn droom:
Willem de ziener die van bovenaf zag hoe alles in het
honderd liep. Zijn artistieke alter ego die blind op stelten
boven iedereen uittorende maar voor zichzelf geen richting
meer vond tussen het feest van de showman en de val in het
graf van zijn wrok en teleurstellingen.
Willem had in het visioen zijn eigen dood gezien.
Bob Rooyens

 

 

Johnny Kraaykamp 18.7.2011
 
Ach, de KONING is dood!
Aan het lawaai dat inmiddels aan het losbarsten is en
waarvan de ervaring leert dat necrologieën en andere
herdenkingprogramma’s elkaar veelal overlappen en
in oppervlakkigheid en platheid niet veel voor elkaar
onder doen, leek het me zinvol om niet van buitenaf
te reflecteren, maar van binnenuit.  
Zo’n jaar of 17 heb ik met Johnny en Rijk programma’s
gemaakt. ‘k Heb gezien hoe Kraay met ’n kleine trilling in z’n
onderlip zijn publiek in verwarring bracht.
Was ’t verdriet dat aanzette tot huilen of was ’t verdriet waar
je om moest lachen.
‘k Heb gezien hoe die twee, 5 maanden als een kibbelend
echtpaar samenwoonden op een flatje in Hamburg.
Hoe zijn gezicht verwondering spiegelde toen hij daar op
straat niet herkend werd. Geen ‘hallo Johnny’ of ‘hé die
Kraay’. Als ik ’s avonds of in het weekend nog een keer langs
kwam om met ze te repeteren, speelden ze, om mijn reactie
te zien, soms in ijzige stilte ruzie, vaak speelden ze twee valse
ouwe nichten. Rijk was dan Herman, een alcoholistische
stoere bink en Kraay was de vrouwelijke bezorgdheid met
valse snieren en streken.
 ‘k Heb Rijk gezien op een zondagochtend in het trapportaal
van het Hamburgse appartementenflatje. Naakt!
Kraay had hem als een lastig kind buiten de deur gezet en
liet ‘m er niet meer in. Elke keer als er mensen in- en
uitliepen, rende hij een trap op of blokkeerde hij de lift om
uit het zicht te blijven.
‘Bob, ik sluip gewoon achter jou mee naar binnen’, zei Rijk.
Ik belde aan, Kraay vroeg met de nichtenstem van Babs, wie
er dan wel aan de deur mocht wezen?, waarop ik zei dat ik ‘t
was.
Hij deed de deur open. Zag kans mij binnen te laten en Rijk
in ’t halletje waar nog 3 deuren op uitkwamen, te laten
staan. Meteen keek hij door ’t verklikkeroog van de deur
naar wat er gebeurde. We hoorden ’t geluid van de lift,
deuren slaan en Kraay kwam niet meer bij toen Rijk weer
alle kanten uitvloog om zich te verstoppen.
‘k Heb gehoord, samen met de studio-crew van Studio
Hamburg, hoe hij mopperend en z’n teksten repeterend,
‘een banketstaaf ging bakken’, maar vergeten was de
microfoon uit te zetten.
‘k Heb gezien hoe Kraay in de Heer ging, nadat de Heilige
Maagd aan hem verschenen was tussen de takken van een
boom op Grand Canaria.
‘k Heb gezien hoe hij ’s avonds in Hamburg naar het lof ging.
Hoe hij in München samen met zijn grote nieuwe liefde Mai
Lun aan het cocoonen was in een appartementje.
‘k Heb gezien hoe hij, met dat prachtige talent, om de muziek
van een taal zo te laten klinken, dat je ervan overtuigd was
dat hij die talen ook vloeiend sprak, worstelde met het Duits.
Taal te laten klinken als Duits koste hem geen enkele moeite.
Duits verstaanbaar te spreken en ook nog zo te timen, dat de
grappen op tijd kwamen en effectief beloond werden met een
volle lach, was moeilijk.
‘k Heb gezien hoe ‘m dat soms zo totaal kon frustreren, dat
hij op z’n Kraay’s in het Duits ging improviseren, waardoor
het publiek geen idee meer had waar het over ging en hij
daarom nog harder ging persen om ze toch te laten lachen.
Hoe verschillend de twee ook van elkaar waren, het was
prachtig om te zien hoe Rijk, die vanuit zijn UFA-opleiding,
goed Duits sprak, Kraay met handigheidjes en
tussenzinnetjes, weer terug kon zetten op de oorspronkelijke
tekst. Als dan ook de lach weer kwam, zag je de paniek in de
ogen van John verdwijnen voor sprankelende vonken van
zelfvertrouwen.
‘k Heb de bizarre haat/liefdeverhouding gezien, die hen
niet alleen psychisch maar ook fysiek dwong om af en toe
afstand van elkaar te nemen, maar beiden beseften dat bij
het grote publiek de som van de twee succesvoller was, dan
de solistische inbreng van het individu.
Dat zijn talenten een groter speelveld aankonden, dan alleen
die van de komiek moet een grote voldoening en een groot
cadeau voor hem zijn geweest. Joop van den Ende’s intuïtie
heeft dat feilloos herkend en Joop’s geloof in zijn talent heeft
hij met verve omgezet tot grote theaterprestaties.
Denken aan Kraay opent een mer à boire aan herinneringen.
Dierbare en dankbare.
‘k Heb gezien hoe hij iedereen te slim af was in onderhande-
lingen. ‘k Zie allerlei komische perikelen die ontstonden
nadat wij met z’n drieën de Johnny Kraaykamp, Rijk de
Gooyer, Bob Rooyens BV hadden opgericht.
Na afhankelijk te zijn geweest van allerlei producenten,
werden we zelf producent. Onze eerste contract sloten we
met de TROS voor de productie van de:
Johnny Kraaykampshow
 
Maar vooral zie ik een lieve man. Zachte ogen. Iemand die
om je gaf. Iemand die, toen ik in een krant op een onheuse
manier werd aangevallen, het voor me opnam en met een
ingezonden brief de desbetreffende journalist, een draai om
z’n oren gaf.
Een gebaar van waardering en vriendschap om nooit te
vergeten.
Talloze verhalen stromen naar mijn vingers. Wellicht
vinden ze ooit nog eens de toetsen om ze te vertellen.
De KONING is dood.
De dood is een ontroostbare verspilling.

 

5.7.’11
Herinneringen aan Willem Duys (3 slot)
De internationale doorbraak
die er niet kwam...

‘t Is ergens voorjaar1983.
Telefoon gaat.
‘Bob met Willem. ‘k Heb een idee en dat zou ik graag eens
met je willen bespreken.’
Vier jaar eerder was na 175 afleveringen de ‘Vuist’ gestopt.
De Vuist die hoeken en uppercuts uitdeelde waar Nederland
van stond te trillen, was verwaterd tot een knuistje.

De zondagochtend werd nu voor Willem en voor vele
honderdduizenden Nederlanders de hoogmis, waar hij de
hoogte, diepte en breedte van zijn muzikale plezier kon
celebreren.
Met een stem die smeerde als roomboter, betrok hij de
luisteraar in een avontuurlijk complot van muzikale
contrasten en verrassende kennismakingen.
‘Muziekmozaïek’ was geluk op zondagmorgen.
Met je geliefde in bed, of ontspannen aan een kopje koffie
met een croissantje.
Een therapeutisch anker na een hectische week.
Daarnaast deed hij met zichtbaar veel plezier mee aan
allerlei lichtvoetige programmaatjes als Babbelonië en
hoorde hij onlosmakelijk bij het Eurovisie Songfestival.

Even een kleine terzijde:
                                    In datzelfde jaar 1983, produceerde en
                                    regisseerde ik het nationale song-
                                    festival.
                                    Bernadette won. ....’Berna wie....?
                                    Ja, Toppers!
                                    Bernadette (Eindigde wel als 7e!)
                                    Op 23 april was ik namens de NOS bij
                                    de Europese finale in München.
                                    Willem verzorgde zoals altijd het
                                    commentaar.
                                    ‘Bob’ zei hij, ‘waarom kom je tijdens de
                                    uitzending niet bij mij in de
                                    commentaarcel zitten. Glaasje wijn
                                    erbij. Je kan nog eens opstaan en de
                                    benen strekken.’
                                    Een vooruitzicht dat oneindig veel
                                    aantrekkelijker was dan uren vastgepind
                                    op een stoeltje hokken in een zwetende
                                    zaal vol geloof, hoop en tegen beter weten in.
                                    De eindeloze uren die een songfestival
                                    over het algemeen viert met afgelikte
                                    cliché’s en composities die zijn voortgeko-
                                    men uit het brein van een
                                    hersendode, zijn geen pretje om uit te
                                    zitten.
                                    Dit keer was ’t een feest.
                                    Onder ’t genot van een mooi glas wijn,
                                    (Althans voor mij. Willem’s
                                    drankconsumptie was tijdens
                                    de uitzending zeer, zeer matig.)
                                    buitelden zinnen als acrobaten uit zijn
                                    mond.
                                    Lenig en soepel, mooie woorden,
                                    kritische noten, prikkelende
                                    toelichting en tijdens de performances
                                    met mij converserend over de
                                    megalomanie van Ludwig II en zijn
                                    theatrale scheppingsdrang.
                                    Hohenschwangau, Neuschwanstein,
                                    Herrenchiemsee en het prachtige
                                    theatrale Linderhof.
                                    Moeiteloos gleed Willem, uit een gesprek,
                                    bij de laatste maten van een optreden
                                    terug in zijn verantwoordelijkheid als
                                    commentator.
                                    Je moet erbij geweest zijn, om ’t te
                                    geloven.

Terug naar ’t begin van dat jaar.
Willem kwam langs en vertelde zijn idee.
Hij wilde serieuze gesprekken voeren over zaken die er toe
doen, met mensen die er toe doen. Hij had, vond hij, na de
Vuist met veel plezier clownesk en grappig lucht verplaatst,
maar was nu wel toe aan iets substantieels.
Uit piëteit tegenover Willem zal ik het idee niet helemaal
onthullen, maar sinds ik vorige week bij mijn beeldschone en
zeer deskundige mondhygiëniste hoorde dat één van haar
klanten (een topdog van een facilitaire toeleverancier) haar in
de stoel opbiechtte dat hij met Willem had gewerkt aan een
groot journalistiek project, waarbij hij inderdaad namen
noemde die op het lijstje van Willem en mij voorkwamen, voel
ik me wel vrij om er iets over te zeggen.
’t Was een rudimentair idee met internationale potentie.
Ik raakte enthousiast. Een prikkelend plan, dat erom
smeekte, te worden omgezet tot een programma.
We lieten het stuiteren en rollen. Bekeken het van voor
naar achter en van boven tot onder.
Gesprekspartners zouden worden gerekruteerd uit het
topsegment van kennis en kunnen. Uit mannen en vrouwen
die algemeen, maar zeker ook in eigen kring, gezien en
aanvaard worden als de beste, meest vooraanstaande of
gezaghebbendste.
Ver weg van ‘Wisdom of the crowd’ maar op de lip van
‘decisionmakers’ en ‘trendsetters’, ‘beroemdheden, denkers,
kunstenaars, geestelijken, politici, wetenschappers, militairen
en captains of Industry’.
Niet in Nederland, nee mondiaal!
Het bijzondere school niet alleen in de keuze van de
protagonisten, maar mede in de vraagstelling, de vorm van
de vraagstelling, de samenstelling en de montage.
Ik was verrast.
Dit was andere koek dan de gezellige mantra van de Vuist;
‘het kind, de oude man en het dier’ of grappige opmerkingen
maken bij een televisiespelletje.
Dit was een zoektocht naar de waarheid. Niet Socratisch,
maar vanuit de Nietzschiaanse gedachte dat de waarheid
niet bestaat. De waarheid is voor velen de optelsom van
meningen die het meest met elkaar overeenkomen.
‘Ik houd mij maar aan de feiten’, is een zin waarmee politici
zich graag smukken als monopolist van de ‘waarheid’.
Dat is hoogmoedig en arrogant.
Waar opposanten dezelfde feiten aanvoeren en tot diametraal
tegengestelde conclusies komen, is de waarde van het feit
niets meer dan de interpretatie die er aan gegeven wordt.

Ik vroeg of hij er met de Avro over had gesproken.
Dat was niet ’t geval. ’t Idee was nog nat van de geboorte
en bovendien vroeg Willem zich af, of we het idee niet
zelfstandig konden gaan produceren.
Hij kende een Hollander in Monaco, die financieel lekker
geboerd met schepen en die wel zin had om zijn
neus eens te poken in de stras, de veren en de netkousen van
de showbusiness. Hij bewonderde Willem en was zeer bereid
om voor de ideeën en gedachten van zijn held, de knip te
trekken.
In gedachten zag ik beide mannen lunchen op het terras van
Café de Paris schuin tegenover het Casino. Willem verspreidt
de geur van populariteit en roem, de ‘Portefeuille’ verspreidt
de geur van geld.
De mannen nemen nog een slok van hun portje en zien in
hun fantasie, hoe monumentale deuren openzwaaien naar de
poses van de macht, de schoonheid van de kunst, de kracht
van de liefde en de manipulatie van de geest.
De Portefeuille snuit zijn neus en dept een traan.
Willem knort en James Taylor zingt: “You’ve got a friend’.

Eén van de beroemdheden die Willem graag voor zijn
idee zou willen interviewen was Liv Ullmann. Fenomenaal
internationaal actrice van Noorse origine.
Muze van Ingmar Bergman.
Een grote wederzijdse liefde die nooit leidde tot een huwelijk,
beide waren al gehuwd, maar wel leidde tot een dochter.
Ze won talloze internationale awards voor zowel theater- als
filmrollen en trad in 1980 in de voetsporen van Danny Kay
als ambassadeur van Unicef.
Willem wist dat ik haar kende en vroeg me haar te willen
polsen. Dat heb ik gedaan, ze vond ’t een prikkelend idee en
zegde haar medewerking toe.

’t Is Zaterdagavond 23 juli. Ik heb net
vanuit Kiel een live uitzending achter de
rug op Duitsland 1. In het Maritim Hotel
treffen staf, crew en artiesten elkaar om
een geslaagde uitzending te vieren. Ik
drink een glaasje met Gitte. Ze heeft op
dat moment een dampende relatie met
Andrew Lloyd Webber en omdat zij en ik
elkaar goed kennen, lult ze bubbelend als
een fles ‘Pernod-Ricard Perrier-Jouet’
over haar nieuwe liefde.
Mijn kinderen Rinke 13 en Roene 11 zijn
er ook bij en inmiddels afgetaaid naar
hun kamer.
De volgende ochtend zal Suzanne mij op
weg naar huis, afzetten op de luchthaven
van Hamburg. Daarvandaan vlieg ik naar
Oslo om later, na een (naar zal blijken)
eindeloos durende treinreis, Willem, Mary
en de financier te treffen in Sandefjord.
Als ik de hotelrekening krijg blijkt dat er
gisteravond onophoudelijk druk verkeer is
geweest tussen roomservice en de kamer
van mijn kinderen.

Ik vlieg over Kiel op weg naar Oslo.
Daar beneden ligt de geschiedenis van gisteren.
Eindelijk in Sandefjord, tref ik in de lobby van het hotel
Willem, Mary en de financier.
‘k Had een wat bejaarde kerel verwacht, maar hij blijkt een
redelijk goed uitziende blonde midden veertiger.
Ze zijn in gesprek met Donna Lynton en echtgenoot.
Donna heeft die avond een zeer goed betaalde schnabbel voor
een exclusief gezelschap in hetzelfde hotel.
Grappig, nog maar kort geleden stond ze ergens in een
Nederlandse show voor mijn camera’s en nu treffen we
elkaar in een onbekend dorp in Noorwegen.
Raar.
Wij hebben om acht uur een dinerafspraak met Liv.
Voor mij een hartelijk weerzin, voor Willem, Mary en de
Portefeuille een aangename kennismaking.
Liv is een bescheiden vrouw, wars van sterallures. Gedreven
in haar vak. Bewogen in haar werk voor Unicef.
Willem was hoffelijk, charmant en won snel haar vertrouwen.
Het was een prettige avond. Willem lichte ’t idee nog eens toe.
Er werd breed en aangenaam geconverseerd. De Portefeuille
was wat stilletjes. Hij bleek als een blok voor Liv gevallen en
keek haar schaapachtig verliefd aan. Toen ik ’t door had, vond
ik ’t nogal ongemakkelijk, maar Liv leek eraan gewend en
negeerde de blikken van de duitenman.
Nadat we een afspraak hebben gemaakt voor de opname op de
volgende dag, nemen we afscheid.
Na Kiel en de reis naar Sandefjord ben ik inmiddels ook wel
een beetje gaar. Ik wens iedereen welterusten en ga naar bed.

De volgende dag ben ik al vroeg wakker. Ik drink een kop
koffie en loop ’t dorp in. Hoewel de taal nauwelijks te verstaan
is, merk ik als ik voor de krantenkiosk sta, dat ‘ie leest als
Nederlands.
Om 10 uur heb ik afgesproken met een Noorse cameraman.
Aanbevolen door mijn vriend Gernot Roll, dus dat zit wel goed.
Hij is zo midden dertig, ervaren, goeie reputatie, prettig mens.
Ik vertel ‘m wat ik nodig heb en wijs ‘m de ruimte waar we
zullen draaien.
Samen met zijn assistent gaat hij opbouwen en uitlichten.
Om half twee gaan we draaien.
Verbazingwekkend genoeg, bewandelt Willem tijdens de
opname geen zijpaden die er voor het concept niet toe doen,
maar houdt hij zich aan de route die we vooraf hebben
uitgedokterd. 
Ik zie hoe een prikkelend idee vorm krijgt en zich omzet tot een
spannend programma met internationale allure en potentie.
Liv is geen politica die kool en geit spaart, taal wordt bij haar
geen voertuig van verhullen en toedekken, maar van oprechte
gedachten en emoties. Met hart en hoofd, scheidt ze ‘Wahrheit’
van “Dichtung’ en zo ook, reageert ze met respect maar zonder
onderscheid naar macht of persoon, op de vragen die Willem
haar stelt.
Na de opname is iedereen in opperbeste stemming.
Liv nodigt ons uit om later op de middag, bij haar boven op het
basalt met uitzicht op het fjord, een glaasje te komen drinken.

Zo rond een uur of vier zijn we bovenop de berg bij haar
cottage. Een voornamelijk uit hout opgetrokken 60er jaren
bungalow waar ze samen woont met haar dochter.
De vlag hangt uit.
‘Een Noorse gewoonte om te laten weten dat je thuis bent’, zegt
ze. Willem verteld dat zoiets in Nederland ’t privilege is van
maar één vrouw, de koningin.
Liv zegt dat ‘ie tegenwoordig altijd wappert, omdat de
afwezigheid van de vlag door inbrekers werd opgevat als een
uitnodiging voor een kraak.
We zitten op het terras.
Glaasje wijn.
Heerlijke namiddag.
Het fjord is immens breed.
Kolossale vrachtschepen hebben ’t formaat van kleuter-
speelgoed.
Het water is ijl golvend zilver. Zuiver als ‘t ‘l’âme d’agneaux van
Jan van Eijck.

Hier boven op de rots, in alle stilte en rust zou je je ook
makkelijk eenzaam kunnen voelen. Hier gebeurt niets.
Af en toe suist een vogeltje door de lucht. Andere geluiden
dringen hier niet door.
Liv vertelt dat in 1981 toen zij in New York was, een vriend
van haar, de auteur John Briley op deze plek het scenario
heeft geschreven voor de film Ghandi.
Ik had de film gezien. Ik kon wel snappen dat Briley hier
de afzondering en een zekere mate van ascese vond die hij
voor het script nodig had.

Voor ons ligt een zwembad, maar hoewel ’t prachtig weer is,
is het potdicht afgedekt.
Als Willem vraagt of ze er veel gebruik van maakt, is het
verrassende antwoord: ‘Nee, nooit’!
Ze vertelt dat ze onlangs als ambassadrice van Unicef in
Bhutan is geweest. Eén van de minst ontwikkelde landen ter
wereld. Een arm koninkrijkje ingeklemd tussen China en
India. Ze hoorde daar het schrijnende verhaal van een moeder
die tijdens een grote droogte een keuze moest maken voor haar
zwakke, zieke kind, tussen geen water of vergiftigd water. Dat
had haar zo aangegrepen, dat ze nooit meer met een goed
gevoel, zich de luxe wilde permitteren om in haar zwembad te
liggen.
Ik opperde dat ’t zwembad haar misschien juist de kracht
en energie kon geven, waardoor ze op een effectieve manier
haar werk voor de armste en zwakste kinderen van de wereld
succesvol kon doen. Ze glimlachte me toe. Mijn morele
chantage had een puntje gescoord.

’t Is een leuke ontspannen middag.
Willem is gelukkig, Mary babbelt er met Liv gezellig op los en
de Portefeuille doet af en toe met het afhangende gezicht van
een verliefde hond, een paar duiten in het zakje.
Ik vermoedde dat hij de idolisering van het ikoon verwarde
met liefde, of verliefdheid.
Maar ’t was wel schattig.

Als ik een plasje wil doen, word ik naar een houten hutje van
een vierkante meter op een stuk basalt verwezen, zo’n 50
meter buiten de cottage.
Ik weet niet wat ik zie.

Daar hangt aan 4 houten wandjes de jubel en waardering voor
Mrs. Ullmann’s werk en prestaties, van de groten der aarde.
‘k Zie van The White House, een handgeschreven brief van
president Carter, ‘k zie brieven van gekroonde hoofden,
van Kissinger, van het Vaticaan, van Koch de burgemeester
van New York, Hellnwein (een graficus die ik persoonlijk erg
bewonder), Roncalli, Paul Newman, Andy Warhol....
Prachtig!
Dit is een onovertroffen statement van nederigheid en
relativering.
Verreweg de meeste mensen lijsten dat soort brieven in en
hangen die ergens goed in ’t zicht voor de bezoeker.
Zij relativeert de loftuitingen terug tot behang voor het
schijthuis.

Rond een uur of zeven nemen we afscheid en gaan in het
hotel dineren.
We zijn ’t er zeer over eens, dat we een geweldig project in
handen hebben. Zeker met engels als voertoon en bezet met
de prominenten die ons voor ogen staan, ligt de weg naar
een internationale breakthrough voor Willem open.
Ik vraag hem of ik de cassettes mee naar Holland zal
nemen om ‘t materiaal te spotten en te ordenen voor editing,
maar Willem neemt de cassettes liever mee naar
Frankrijk. Hij kan eigenlijk niet wachten, om het resultaat
te zien.
Na een tijdje bel ik ‘m eens om te vragen wat hij ervan vond
en of ’t geen tijd werd, om ‘s wat vaart te zetten achter de
volgende stappen.
Willem zegt dat hij ’t materiaal nog niet gezien heeft maar
dat hij mij op korte termijn over de voortgang zal informeren.
‘k Hoor niks.
‘k Zal ‘m daarna vast nog wel een keertje gebeld hebben,
maar de orde van de dag roept en ‘k zat tot over m’n oren in
het werk.
Het prachtige plan is uiteindelijk in een soort niets verdwenen.
Willem heeft mij nooit verteld waarom hij ’t heeft laten liggen.
’t Was het perfectie idee om zijn carrière een internationale,
verdieping te geven. Het omvatte, journalistiek, human interest
en verbluffing.
Het idee was Willem.
Onbegrijpelijk dat ’t nooit verder is gekomen dan dat ene
interview in Sandefjord.

23.6.2011
Herinneringen aan Willem Duys (2)
Reportage:

28 december 1963.
De KL 244 landt op Schiphol.
Aan boord 4 passagiers. ‘Wie het toestel als laatste verlaat
mag het houden’, grapt de purser.
Het zijn zware tijden voor de KLM.
Een dag eerder las ik ’s morgens in de krant, dat de Oost-
Duitse autoriteiten, voor ’t eerst sinds de bouw van de muur
in 1961, bewoners van West-Berlijn toestonden naaste
familieleden in Oost te bezoeken. Een dramatische geste ‘für
unter den Weihnachtsbaum’ van kerstengel Walter Ulbricht
en zijn Deutsche Volksrepublik.
De mensen waren opgetogen, de overheden gereserveerd.
Das Passierscheinabkommen mocht toch vooral niet
betekenen dat het Westen, Oost-Duitsland als staat zou
erkennen.
Het duurde daarna nog tot 9 november 1989 voordat de
muur viel en de krankzinnigheid voorbij was. Een jaar later
schreef en regisseerde ik (ook weer tijdens Kerst) vanuit
‘Das Schauspielhaus’, muziektempel van het toenmalige
Honnecker-regime, het grote verzoeningsprogramma tussen
Oost- en Westduitsland: ‘Macht hoch die Tür, die Tor macht
weit.’
Maar daarover wellicht een andere keer meer.
Het krantenbericht vermelde ook nog dat de BBC die avond
live verslag zou doen.
Ha dacht ik, daar staan dus camera’s.
Ik belde met de geniale Ger Lugtenburg (Avro programma-leider)
en zei iets in de geest van: ‘Ger ’t is Kerst. Bij de
Potzdammerplatz is even een klein gaatje in de muur.
Ouderen mogen eindelijk hun kinderen bezoeken,
vasthouden, omhelzen. Drama, emoties. De rauwe
werkelijkheid van het leven betrapt aan de poort van de
geschiedenis. Moeten we daar niet bij zijn?’
Acties met de geur van kamikaze vonden in Ger meestal een
gretig supporter.
‘Mmmm...’ bromde Ger. Ik hoorde het trommelen van zijn
vingers op z’n bureau.
Dan....
‘Ja, geweldig idee moeten we doen! ‘Neem Willem voor de
interviews en organiseer ’t maar met Oster.’
‘Hoe is Willem z’n Duits Ger’, vroeg ik.
‘Dat weet ik niet, maar die man kan alles’.
Ik belde Oster en we gingen aan het werk.
Even later belde Ger terug.
‘k Heb Willem gesproken en voor de zekerheid nog even
geïnformeerd naar zijn Duitse taalvaardigheid.’
‘Duits’, had Willem gezegd, ‘is als een tweede moedertaal
voor mij.’
‘Maar’, zei Ger, ’vraag ook Ageeth (Scherphuis). Kunnen ze
elkaar ondersteunen en aanvullen en een paartje doet ‘t in
zo’n situatie altijd beter’.
Jawel, Ger kende de emotionele parameters van zijn publiek.
Oster en ik vonden al snel uit dat de Sender Freies Berlin de
BBC faciliteerde en dat zij na de BBC-uitzending, die om 10
uur ’s avonds zou beginnen, met alle plezier aan onze
uitzending wilden meewerken.
We boekten hotelkamers, zochten een vlucht en toen werd ‘t
problematisch.
Rechtstreeks vliegen naar Berlijn vanuit Amsterdam was
onmogelijk. Op grond van de Potsdam overeenkomst
mochten alleen de geallieerden (Engeland, Frankrijk,
Amerika en de Sovjet-Unie) in Berlijn landen. Vanuit het
Westen waren 3 luchtcorridors aangewezen.
Hamburg, Frankfurt en Hannover.
Het was dus zaak om in één van die drie steden een vlucht
te boeken naar Berlijn.
Het was Kersttijd, ’t aantal vluchten ten opzichte van nu
beperkt en om te beginnen was er zelfs naar één van de drie
steden geen stoel meer vrij.
Een spannend, impulsief initiatief leek te eindigen in een
sur place. We telefoneerden met directies van luchtvaart-
maatschappijen, de voorzienigheid en iedereen die ons maar
op weg zou kunnen helpen.
Oster had uiteindelijk een route te pakken. Eerst naar
Düsseldorf, vandaar naar Frankfurt, maar naar Berlijn was
de stand-by-lijst ’t beste wat men ons kon bieden.
Wat te doen?
Gaan natuurlijk!
Begin van de middag waren we op Schiphol.
Zeeën van tijd. De uitzending stond als ingelast programma
gepland voor na het late NTS-journaal, dus zeg maar rond
elf uur. 
Even een nootje voor de wat jongere lezers:
NTS is de voorloper van NOS.

Ageeth was op Schiphol al bezig met het bedenken en
vertalen van vragen. Waar nodig zocht ze bevestiging of
steun in het woordenboek.
Willem vertrouwde met zijn onverwoestbare optimisme, op
zijn instinct. Hij bevestigde ons nog eens dat zijn kennis van
het Duits vergelijkbaar was met zijn kennis van het
Nederlands en dat niemand zich daarover zorgen hoefde te
maken.
De vlucht naar Düsseldorf verliep probleemloos. Willem was
de held bij de passagiers en het bedienend personeel. Een
maand eerder waren we begonnen met de Vuist en dat was
in Nederland niet ongemerkt voorbij gegaan.
Ageeth was een geliefde en populaire omroepster/presen-
tatrice met een journalistieke achtergrond die in
tegenstelling tot Willem aandacht liever meed, dan genoot.

Na een paar uur wachten in Düsseldorf vlogen we door naar
Frankfurt.
Ageeth concentreerde zich, blokte, verzamelde voor zover
voorhanden materiaal en checkte haar Duits.
Zachtjes repeteerde ze zinnen, vragen en uitspraak.

In Frankfurt ging het mis. Elke maatschappij had een stand-
by-lijst zonder eind, maar er was er niet één waar wij op
voorkwamen.
Ageeth, Oster en ik werden nu toch wel een beetje nerveus.
De tijd begon te dringen.
Het liep tegen achten.
Geen vlucht.
Willem dronk ontspannen een kopje koffie en monterde ons
op met zinnen als: ‘Ach, ’t komt wel goed’.
Daar leek ’t totaal niet op.
Negen uur, nog steeds geen vlucht.
Oster grossierde bij het baliepersoneel van Air France, BEA,
en PanAm in gouden bergen. Hij beloofde z’n jackets,
televisiespecials, documentaires en ander snoepgoed, als ze
ons maar op een vliegtuig naar Berlijn wilden zetten.

Er werd druk getelefoneerd tot en met de Senaat van Berlijn
toe en eindelijk, om 10 uur, zaten we in een toestel van
PanAm.
Willem nam nog een kopje koffie, vertelde anecdotes en
babbelde wat met het cabinepersoneel. Ageeth, Oster en ik
hoopten en baden dat we nog op tijd bij de muur zouden
zijn, maar vreesden dat ’t niet zou gaan lukken.
Kort voor elf uur stonden we op Tempelhof.
We propten ons zo snel mogelijk in een taxi.
‘Wohin”?, vroeg de chauffeur.
“An die Mauer wo die Alten von Tagen durchtreten’ zei
Willem opgewekt.
Ik kreeg een bang voorgevoel, dat het Duits van Willem toch
een andere betekenis en grammatica had, dan het Duits van
de Duitsers.
Maar de taxichauffeur had ’t begrepen en gaf gas.
Aanvankelijk met lijm aan de banden, maar nadat we hem
de urgentie hadden uitgelegd, vloog hij als een raket door
het feeëriek verlichte Berlijn.

Op de Potzdammerplatz worstelden we ons door
toeschouwers en Polizei. We zagen een metershoge
kerstboom en hoorden begeleidt door een blaaskapel, een
koor stichtelijke kerstliedjes zingen.
Dat leek me een prima plaats delict.
‘Zet ze daar maar neer Fred,’ zei ik tegen Oster. Hij ging
camera en microfoon zoeken en ik de reportagewagen.
De timing was perfect.
De BBC was aan het afronden.
Ik kreeg verbinding met de HCK in Bussum en hoorde dat
daar al 20 minuten een kaart in beeld stond met de tekst:
We wachten op verbinding met Berlijn.’

Ik oriënteerde me snel waar de 3 camera’s ongeveer stonden
en nam de regie over van de BBC collega.
‘k Sprak drie enthousiaste zinnen tegen een crew die ik nog
nooit gezien had en vroeg om een shot van de blaaskapel.
Tot mijn grote vreugde ‘thank you Lord’ bleek zowel ’t koor
als de kapel gekleed in onvervalste Leger des Heils
kostuums. Sprookjesachtige aanblik. Er branden wat open
vuren en in een driepoot hing een pot voor financiële
donaties. Oster meldde zich via de intercom van een
cameraman. Willem en Ageeth stonden bij de boom en hij
had mensen die net door de BBC waren geïnterviewd stand-
by voor een gesprek. Ik zei dat hij de muziek moest stoppen
en dat ze daarna voor ’t begin van onze uitzending, op zijn
teken konden inzetten met een mooi kerstlied.
De muziek zweeg. Voor mijn camera’s zag ik poëtische
beelden van mensen die in alle richtingen wolken uitpuften
van gecondenseerde lucht en enthousiast riep ik tegen de
HCK in Bussum...
‘...We kunnen’!

Even later zagen de Nederlanders die nog wakker waren,
live beelden uit Berlijn.
Ik was ontroerd en euforisch.
Het was gelukt!
Willem was in zijn element.
Hij speelde in grootse vorm een virtuoze pot tafeltennis
met Duits klinkende woorden.
Hij interviewde een oudere Berlijner alsof hij een gesprek
voerde met een krasse bejaarde in de Vuist.
Minpuntje was wel dat ze elkaar niet helemaal begrepen.
Enerzijds klinkt Berlijns soms heel makkelijk, maar
bedoelen ze toch echt iets anders dan ’t schijnt.
Willem zat er niet mee.
Hij vond op die avond een nieuw soort Duits uit, dat merk-
waardig genoeg wonderbaarlijk veel leek op echt Duits.
’t Klonk bijvoorbeeld veel en veel beter dan ‘t Alkmaarse
volledig a-Duits gesprokene Duits van Rudy Carrell.
Rudy slaagde erin om Duitse woorden, niet Duits te laten
klinken. Voordeel bij Rudy was wel, dat bij hem de woorden
en de syntaxis klopten zodat men hem verstond en begreep.
Willem sprak met veel empathie en gebroken stem met
Berlijners die zojuist afscheid hadden genomen van hun
dierbaren in Oost. 
Voor hoe lang?
Voor eeuwig?
Hield de waanzin dan nooit op?
De emoties liepen bij velen over de wangen.

Willem vertaalde zinnen die nooit gesproken waren en
maakte daarvan emotionele essays over humaniteit, onrecht
en verdriet, die het zicht op morgen vertroebelden tot
een onzekere toekomst.
Hij predikte de kerstgedachte bij de snerpende vrieskou
onder de nimbus van de boom en de zegeningen van het pas
geboren kindje Jezus in de ijskoude kribbe.
Omgeven door de warmte van herders, schapen en koningen
onder een muur van onmenselijkheid, haat, afstand en
verdeeldheid.
De camera-lenzen besloegen van ontroering.

’t Idee van Lugtenburg om Ageeth mee te vragen, bleek
achteraf briljant. Zonder haar had de reportage alle
mogelijkheden in zich gehad om te ontsporen tot een Monty
Python-achtige sketch.
Zij stelde waar nodig de goeie vragen, kneedde en duwde
Willem als hij uit de bocht dreigde te vliegen terug in het
goeie spoor, brak af, vulde aan en zette antwoorden in het
juiste perspectief.

 

‘Die beste Nachtclub von Berlin’, riep Willem opgewekt na
afloop tegen een taxichauffeur.
Wat wij niet wisten en waar we ook totaal niet aan dachten,
is dat nachtclubs premie betalen aan chauffeurs die een
vrachtje bij ze afzetten.
Dat systeem werkt waarschijnlijk op basis van hoe slechter
de club, hoe hoger de premie want wij werden afgezet bij een
nogal ordinaire stripteasetent.
Ageeth voelde zich niet erg op haar gemak maar in de
euforie van het moment schikte ze zich en bestelden we
een drankje. Een stripper draaide op ’t bühnetje haar
routine van een minuutje of vijf, zonder dat wij er veel oog
voor hadden.
We zaten nog te diep in het avontuur van de dag.
De spanning, de ervaringen en de emoties moesten eruit.

Na de act was er een kleine pauze waarna een nieuwe
stripper zich ging afpellen. Het was mij opgevallen dat
iemand achter de bar het startsein voor een optreden gaf,
door twee keer te knipperen met een zaklantaarn.
De jolige roes waarin we ons koesterden, bracht de
kwajongen in Willem naar boven. Als een act voorbij was
pakte hij een halve minuut later z’n aansteker en zwaaide er
twee keer mee door de duistere tent.
Prompt startte de muziek en begon een meisje te strippen.
Nadat hem dat voor de tweede keer gelukt was kwam een
uiterst potente barman ons vragen of we daarmee wilde
stoppen.
Toen begon het wat uit de hand te lopen.
Oster werd baldadig en sprak tegen de gestaalde man zijn
vermoeden uit, dat de glazen gevuld werden met spiritus en
eiste de fles te mogen zien waaruit we ons drankje hadden
gekregen.
Intussen zwaaide Willem achter zijn rug nog ’s twee keer
met de aansteker waarna de muziek weer begon, ’t gebrek
aan humor bij de man plaats maakte voor echte boosheid
en wij dringend werden verzocht om het pand, na het
betalen van een belachelijke prijs voor één drankje, te
verlaten.

Een dag later.
De KL 244 landt op Schiphol.
Aan boord 4 passagiers. ‘Wie het toestel als laatste verlaat
mag het houden’, grapt de purser.
Voor geen goud willen missen.

 

WILLEM DUYS
2 juni 2011

Bijna alles waar in "De Wereld draait door"
geen tijd voor was.

1963
Ger Lugtenburg, geniale programmaleider van de Avro
kwam terug van een reisje Amerika en was enthousiast over
de Tonight Show.
Geknipt programmaconcept voor Willem.
Oster en ik waren in zijn ogen ’t ideale vehikel om
’t programma te maken.
Tonight Show? We hadden geen idee.
Nederland had 1 net.
Buitenland kon je niet ontvangen dus de Tonight Show zei
ons niks. Ger legde ’t uit.
Een man zit aan een bureau en ontvangt gasten voor een
gezellig gesprekje. Tussendoor zingt iemand af en toe een
liedje en dat is het...
Oja, en dan is er ook nog een ‘second banana’.
Wat is dat?
Iemand die de hele show aanwezig is en af en toe iets zegt
of flink meelacht om een zwakke grap.
(Tegenwoordig noemen we zo iemand sidekick, tafelheer
of tafeldame.)
Die leek me bij Willem nogal overbodig en is dus ook
nooit ter sprake gekomen.
Oster en ik deden samen redactie en samenstelling. Fred
bekommerde zich meer om de productionele consequenties
en ik om de regie.
‘t Idee was weinig spectaculair. Nogal basic eigenlijk.
Ik dacht een simpele formule, geen ingewikkeld decor.
Ach weet je wat....eigenlijk maar helemaal geen decor.
Dus begon het programma op een kale bühne met alleen
een tafel en een paar stoelen.
Kranten, kan water, kan jus d’orange, flesje wijn onder
de tafel en klaar.
De rekwisiteur vond ’t wel wat mager en ongezellig dus
die zei: 'wat denk je van een schemerlamp'?
Dat vond ‘k toch wel iets te oubollig.
Goudvissenkom dan? Hebben we toch iets huiselijks?
Leek me ook nogal truttig, maar ja ‘k dacht ach misschien
zit er nog wel een leuk shot in die kom. Dus zet maar neer.

Facilitair had ik 3 camera’s ter beschikking. Zoomlenzen
bestonden niet. Camera’s hadden aan de voorkant turrets
met daarop 5 verschillende lenzen.
Lang voor de close-up, kort voor het totaalshot.
Dollies waren niet meer dan rijdende statieven. Dat gaf veel
beperkingen ten aanzien van bijzondere shots en uitsneden.
Een vissenkom waardoor via de cameralens een fisheye-effect
bereikt kon worden leek me daarom wel aantrekkelijk.

Ook in die tijd zag je een recycling van dezelfde koppen op
televisie, dus Oster en ik vonden het interessant om naast
de BN’ers uit die tijd, ook mensen te zoeken die niet bekend
waren, maar wel bijzonder.
Uit de eerste aflevering herinner ik mij nog Dutmar
de aardappelboer uit Haarlem.
Hij schreef in zijn vrije tijd toneelstukken over eigenheimers
en pappenheimers. Hij kon er niet alleen heel gedreven
over praten maar hij kon zijn gedachten heerlijk relativeren met
een aanstekelijke harde lach.
Dutmar schreef stukken zoals Permeke zijn schilderijen
penseelde. Stevig en aards met af en toe dialogen, zwierig  
als de bloemetjesjurken van Laura Ashley.
Willem was verrukt. Hij meende dat er een nieuwe
Heijermans was opgestaan...en dat was knap want hij had
niks van de man gelezen.
Willem bereidde zich liever voor met een potje tennis en een
paar uur voor de uitzending een briefing tijdens een
rijsttafeltje bij Deli.
(Een Indonesisch restaurant dat zich op loopafstand
bevond van ’t theater Concordia in Bussum. De studio
van waaruit we live uitzonden.)
Eerste uitzending stond gepland tot een uur of 10 ’s avonds
maar liep uit tot voorbij middernacht.
Misschien hadden Oster en ik ’t een beetje
overgeproduceerd, maar ’t lag toch voornamelijk aan Willem.
Als hij ’t gesprek leuk vond, ging hij gewoon nog een
halfuurtje door.
We wilden het live-karakter van het programma
benadrukken door af en toe Willen een live telefoongesprek
te laten voeren.
Satellieten waren er niet. Straalverbindingen veel te
kostbaar, dus zochten we naar alternatieven.
De telefoon!
In de eerste uitzending planden we een telefoongesprek
met Jean Smits, een sportproducer bij de Avro die in Zweden
was voor een internationaal ijshockytournooi.
Die avond zou de loting plaatsvinden.
Niet al te spectaculair, maar onze ambitie om te laten zien
dat we live waren gaf de doorslag.
Een telefoontje dat gepland was voor anderhalve minuut,
ontwikkelde zich bij Willem tot een gesprek zonder eind.
Ik riep tegen Oster pak een schaar en knip de telefoondraad
door. Maar dat ging ‘m toen kennelijk nog iets te ver, want
hij deed ’t niet. ‘t Gesprek duurde langer dan 20 minuten.
Tot slot van de uitzending zou Willem een tv-recensent
bellen, om van hem te horen wat hij van de uitzending had
gevonden.
Misschien wel omdat de uitzending uren was uitgelopen,
liet Willem dat maar schieten en belde hij met z’n moeder.
Nou die oordeelde niet onverdeeld gunstig. Ze was kritisch
prees ‘m ook, maar vond wel dat ‘t nou lang genoeg had
geduurd en dat ’t tijd werd om te gaan slapen.
Ontroerend slot van een gedenkwaardig begin.

’t Wilhelmus.
Carel Briels organiseerde en regisseerde grote historische
spektakelstukken.
Over een nieuw project van hem was heibel ontstaan omdat,
de toen denk ik linkse regering er geen subsidie voor wilde
uittrekken.
Dat vond Willem schandalig.
Willem bemoeide zich eigenlijk nooit met de samenstelling
van de Vuist, maar hij wilde nu wel dat er een plekje werd
ingeruimd voor Briels.
Omdat ik nogal uitgesproken ben en duidelijk laat weten
wat ik ergens van vind, vond Willem ’t verstandig om mij
niet te informeren over een opzetje dat hij met Briels en
Oster (hoewel Oster het ontkent) bedacht had.
Uit onvrede over het weigeren van subsidie voor het Oranje-
project, zou de zoon van Briels, (uiteraard niet als zodanig
bekend bij het publiek) tijdens het interview opstaan en
‘spontaan’ ’t Wilhelmus inzetten.
De zoon durfde niet of, hoe dan ook, deed ’t niet.
Willem keek tijdens zijn gesprek met Briels verlangend naar
diens opstanding.
Briels bleef zitten.
..en toen, voor mij vanuit een misplaatst gevoel van
patriottisme, stond Willem zelf op en begon het Wilhelmus
te zingen.
Ik was verbijsterd. Ruud Bos, de muzikale leider van het
begeleidende combo,  begon te tune van “Zo is het toevallig
ook nog eens een keer’ te spelen en Willem zong
unverfroren het volkslied.
Nederland stond op z’n kop.
De Telegraaf bejubelde de held.
De banden van Willem z’n auto waren doorgesneden.
Veel commotie.

BBC
‘k Was producent van de Kraaykampshows.
Met Rijk de Gooijer die de teksteditor van de show was
ging ik naar Londen om tekstbijdragen te bespreken met
Johnny Speight. (De schrijver van o.a. All in the family.)
We spraken af voor een lunch in de White Elephant.
Speight was in het gezelschap van Dennis Main Wilson,
head of comedy bij de BBC.
Dat was niet toevallig.
Main Wilson had veel van mijn werk gezien op het
Gouden Roos Festival in Montreux en bovendien
had de BBC, 4 van mijn WDR-programma’s
uitgezonden in de serie “Aquarius”, over vernieuwende
televisie.
Hij wilde mij wel eens ontmoeten.
Het was een interessante lunch.
Naast ons aan een tafeltje knorden, kibbelden en
fluisterden luid, Liz Taylor en Richard Burton.
Dat leidde mij wel wat af.
Tijdens ons gebabbel informeerde Main Wilson naar de
authenticiteit van de Nederlandse televisie.
Daar moest ik even over nadenken en toen vertelde ik hem
over Willem Duys.
Rare man, voert net zo makkelijk gesprekken in de sfeer van
high culture als low culture, vecht in de studio een
robbertje met krokodillen, maar kan ook dol van woede met
overslaande stem tegen een moeder van een verkrachte
dochter roepen dat hij, als ze aan zijn kinderen zouden
komen, de kinderverkrachter hartstikke dood zou maken....
Bovendien heeft hij ook nog een keer Johnny Carson
vervangen in de Tonight Show.
Wow, zei Main Wilson, dat is een interessante man, die
wil ik wel eens ontmoeten.
Terug in Holland vertel ik Willem van mijn gesprek en
spreek af, dat we Main Wilson langzaam vertrouwd gaan
maken met wie Willem is. Ja hoor, zei Willem dat is goed.
Een uur later zat ‘ie al in het vliegtuig naar London en nog
’s een uur later stond hij voor de portiersloge van het
BBC centre en riep: ‘tell Mr Main Wilson, that Bill from
Holland has arrived’.
Leuk idee maar de overval werkte niet.
Ze hebben later nog wel contact met elkaar gehad.
Main Wilson is ook in Nederland bij Willem op bezoek
geweest, maar ’t is nooit iets geworden.

Binnenkort meer over Willem en zijn grote idee,
waarvoor we Liv Uhlmann bezochten in
Sandefjord, Noorwegen.

 


februari 2011
Voor een boek over 60 jaar televisie
stelde Ruud van Gessel mij een aantal vragen:

Vraag 1:
Hoe oud was je toen je het zeker wist....

Televisie dat wil ik later maken!

Zo rond 12 jaar wist ik al wel, dat ik iets wilde gaan doen
met beeld. Film lag voor de hand. Ik zag veel film.
Zowel in bioscopen, als in de buurtcircuits. Er was een
levendige verhuureconomie, waarbij in buurthuizen,
patronaatshuizen, gymnastiekzalen, 16 mm films werden
gedraaid die voor een dubbeltje of kwartje toegankelijk
waren.
Daarnaast ging ik elke week naar de Cineac.
Eerst de journaals en reclames en dan in het bijprogramma
op reis naar verre oorden en bijzondere gebeurtenissen.
Van de vertederende mama wasbeer in Noord-Amerika
tot angst, extase en roekeloosheid in de ogen van jongens
op het eiland Vanuatie in Oceanië. In een film van David
Attenborough bewezen zij hun moed door zich met een koord om
beide enkels, uit een 20 meter hoge bamboetoren te storten.
Een spectaculair voorlopertje van het huidige bungeejumpen,
beloond met de ontmaagding door een ervaren vrouw.
Maar dat laatste kan ook wel een versiersel zijn van mijn
herinnering.
Naarmate televisie opkwam en belangrijker werd verplaatste
mijn belangstelling zich van film, naar de nog onontgonnen
geheimen van dat nieuwe medium.

 

Vraag 2:
Wie was je grote leermeester?

Leermeester is misschien een groot woord. Vergeet niet dat
eigenlijk niemand nog goed wist, wat je met televisie kon doen en
waar het medium toe in staat was.
Inspirerende voorbeelden waren er wel.
Leen Timp was de man van ‘less is more’. Veel weglaten om met
de naakte boodschap te overtuigen. Willie van Hemert fascineerde
me met zijn gedrevenheid. Walter van der Kamp koppelde groot
vakmanschap aan een natuurlijke autoriteit.
Spannend vond ik het latere werk van Kees van Iersel.
Een drama regisseur, die ten strijde trok tegen de gangbare
wetten van de televisieregie. ’t Gebaande pad kon hem niet
bevredigen. ’t Liefst zette hij 3 of 4 camera’s tegelijk over elkaar.
Uiteindelijk bleek die route voor hem een Sackgasse, want in
1962 hield hij televisie voor gezien en keerde terug naar het
theater.
‘k Heb een jaar intensief samengewerkt met Ko van Dijk. Van
hem leerde ik onnoemelijk veel over toneel, acteren, theater,
dramaturgie en regie. Maar de grootste inspirator en
programmatische voorloper was Jef de Groot.

 

Vraag 3:
Wat was voor jou het unieke aan het medium?

De uniciteit van de elektronica.
Daarin bevond zich creatief gereedschap dat nog onontdekt was.
Het zichtbaar maken daarvan veranderde televisie van het
doorgeefluik van een gebeurtenis (live of opgenomen) tot een
medium met een authentieke identiteit.
Ik wilde doordringen tot in de ziel van het medium.
Wat voor mij begon met het manipuleren van Iconoscoopbuizen
en ’t vast laten lopen van de zogenaamde straalstroom in de
cameraketen heeft zich via de eerste DVE-kastjes als de Cox-box,
(in elkaar gesoldeerd door een Engelse meneer Cox)
doorontwikkeld naar Startrek, Batman en Harry Potter.

 

Vraag 4:
Is dat nog zo of…?

Televisie is voor verreweg het grootste deel verworden tot een
stupide vermaakmachine. ‘k Heb eerder wel eens in een interview
gezegd, dat ’t zal uitgroeien tot de grootste gokmachine ter wereld.
De grote loterijen sponsoren al de grootste shows. Zolang de
interactiviteit nog is voorbehouden aan internet wordt daar
mensen ’t geld uit de zak geklopt, maar synthese van beide
apparaten zal mij gelijk geven.
Gelukkig worden er altijd nog wel hier en daar briljantjes en
andere juweeltjes geslepen. ’t Is niet zo dat elke avond alleen maar
verdomming wordt uitgezonden.

 

Vraag 5:
Wat is voor jezelf het hoogtepunt in die 60 jaar televisie?

Voor mijzelf zijn er talrijke hoogtepunten.
Bijvoorbeeld dat mijn visie herkend werd.
Dat ik, weliswaar bijna uitsluitend in het buitenland, de
faciliteiten en mogelijkheden kreeg om mijn ideeën te realiseren.
De waardering die er voor is en zich heeft uitgedrukt in de
vele prijzen die ik heb ontvangen.
Een bijzonder hoogtepunt was het moment dat ik op een avond
in Keulen de laatste hand had gelegd aan ‘Männer wir kommen”
een show met als thema de vrouwenemancipatie.
De betrokkenheid en de trots van het team was zo groot, dat ze
’s avonds laat naar de studio kwamen om gezamenlijk het resultaat
te zien.
We waren sprakeloos. Het medium legde haar ziel bloot.
We keken naar een nieuwe vorm van televisie.

 

Vraag 6:
Daaruit volgt vanzelfsprekend wat is het dieptepunt in die zelfde 60 jaar?

Niet om op te sommen.

 

Vraag 7:
Wat is de belangrijkste ontwikkeling geweest in het medium?

De knieval voor de grootste gemene deler. Met als resultaat:
vervlakking, verpaupering en verdomming.
’t Kijkcijfer is de Jezus Christus van de zendgemachtigde.
De offerande op het altaar van succes kent geen grenzen.
Dat wordt nog eens extra in de hand gewerkt door teveel
zenders, waardoor noodgedwongen de budgetten omlaag
moeten, sommige programma’s niet meer maakbaar zijn,
andere niks mogen kosten, de productiesnelheid nog meer
omhoog moet, medewerkers worden wegbezuinigd of
uitgeperst en dat de meetlat voor kwaliteit ’t synoniem is
van kijkcijfer!
De tijd dat je met beeldende kunstenaars, schrijvers en
journalisten samenwerkte aan eigenzinnige, tegendraadse
televisie is definitief dood.
Dankzij de muziekindustrie heeft de technische creatieve potentie
van het medium zich via de videoclip verder kunnen ontwikkelen.
Die nieuwe mogelijkheden hebben programmatelevisie weinig
gebracht, maar ze hebben wel een zieltogende filmindustrie
nieuw leven ingeblazen.
Van E.T. tot Star Wars, van Inception tot Lord of the Rings
tot Avatar.

 

Vraag 8:
Wat zal daar in de toekomst bijkomen?

3D. Interactiviteit. Geurmodules. Nog meer kopen, nog meer gokken, nog meer
dating, nog meer platvloersheid, nog meer seks. Anytime, anywhere.
Wat niet wegneemt, dat er altijd op welke manier dan ook, programma's
zullen worden gemaakt die verrassen door een andere mentaliteit, andere
vormgeving, vernieuwende invalshoeken.



Vraag 9:
Is EMO-tv een blijvend genre?

De mens is emotie en ratio.
Bij televisie zit de ratio bij marketing en aandeelhouders
en is de weerslag daarvan pulp for the millions.
Hoe meer geschreeuw, geblèr, gejank, gejuich en
gelachen, hoe beter dat is voor de portemonnee van de
exploitanten. In zoverre is bijna alles EMO-tv. Van de voetbal-
wedstrijd tot het uitgemergelde zwarte kindje in de armen van
de één of andere BN’er. Van Boer zoekt Vrouw tot de schaats-
wedstrijd, van DNA onbekend tot KoffieMax.
Met andere woorden het is niet een genre, ’t is gewoon
televisie.

 

Vraag 10:
Mag je Henny Huisman de Nederlandse vader van het genre noemen?

Henny mag je de vader noemen van z’n kinderen maar niet van
het soort televisie dat in het vak als EMO-tv wordt aangemerkt.
Dan denk ik eerder aan Willem Duys, die in zijn Voor de Vuist
Weg shows, heftig met emoties kon stunten.
Willem maakte heel wat gevoelens los, toen hij in een uitzending
opstond en in een vlaag van misplaatst patriottisme, het Wilhelmus inzette.
In een andere aflevering van de Vuist, toonde hij zich vol onbegrip
voor de ouders van een seksueel misbruikte kleuter.
In de ogen van Willem toonden die teveel begrip voor de dader.
Willem niet!
Doodslaan!, riep ‘ie. ‘k Zou ‘m hartstikke doodslaan!
...en het Folksempfinden was ’t hartstikke met hem eens.
Naast de vader is er natuurlijk de enige echte moeder.
Mies Bouwman. Denk aan Open het dorp.
Gehandicapten hadden behoefte aan een eigen biotoop. Het dorp.
Ger Lugtenburg bedacht een 24 uur televisiemarathon.
Nou is een idee niks zonder de omzetting ervan en die kwam van
Mies.
Zij werd het symbool van het verlangen tot goeddoen. Met lachen
met tranen, met veel inlevingsvermogen en een uniek talent zette
ze Nederland op z’n kop. Daarbij vergeleken was de Surpriseshow
een buitje in een stuwmeer.

 

Vraag 11:
De producent is nu de baas en is de rol van de regisseur daarom voorgoed uitgespeeld?

De oorspronkelijke televisieregisseur, die vanuit zijn smaak,
ideeën en personality leiding gaf aan het productieteam, verant-
woordelijk was voor het budget, de bezetting, de vormgeving, de
visualisering en de regie, bestaat niet meer. 
De huidige regisseur wordt meestal pas als het programma al
vaststaat ingehuurd om ’t idee om te zetten tot een beeldenreeks.
De regisseur is de sluitpost van een programmatische noodzaak.
Belangrijker nog dan technische, programmatische, leiding-
gevende en creatieve kwaliteiten, zijn sociale aaibaarheid en de
bereidheid om auteursrechten over te dragen aan de producent.
Personalities met ambitie staan er naast als ze zich niet laten
dresseren als het aapje op de arm van de speelman. Een
handschrift van een regisseur is niet meer herkenbaar. Is ook
ongewenst. Eenheidsworst domineert het menu. Daarmee is de
rol van de televisieregisseur gemarginaliseerd.
Soms zie je bij een regisseur de ambitie opvlammen en het
mediocre landschap uiteenscheuren. Die heeft dan kennelijk zijn
ballen op tafel gesmeten en gezegd: ‘Zo doen we het’!
Heerlijk!
Zulke mensen worden niet gekoesterd maar gezien als lastpak.
De opdrachtportefeuille zal er onder lijden en de collega die
meegaander is, staat al te trappelen. 
‘k Heb wel eens een pleidooi gehouden voor opleidingen die
regisseurs afleveren die ook uitvoerend producent zijn. Hoge
eisen, strenge selectie.
Een toplaag die een eenheid kan smeden tussen, idee, omzetting
en uitvoering. Die is nu zwaar zoek. De smakeloosheid, onkunde
en zelfoverschatting, overheerst.

 

Vraag 12:
Is het publieke omroepbestel eigenlijk nog wel van deze tijd?

De Publieke Omroep heeft zichzelf gediskwalificeerd, door het
creatieve gen uit het eigen dna te verwijderen. Programmamakers
met een binding aan het gedachtegoed van een specifieke omroep,
zijn weggesaneerd. Daarmee is het laboratorium, de research en
development opgeheven en vervangen door de tombola van
externe pitches. De leiding van omroepen, oorspronkelijk in
handen van creatieve programmamensen, is vervangen door
boekhouders en marketeers.
Het zijn de kijkcijfers die ’t m doen.
Men hengelt mee in de vijver van de populaire BN’er en als die
is binnengehaald wordt er eens nagedacht wat je ermee zou
kunnen doen. (Chantal Jansen, Harm Edens, Lama’s bij de
Avro bijvoorbeeld. Allemaal mislukt en niet bij gebrek aan talent,
maar bij gebrek aan visie en perspectief.)
Goed geslaagde en goed scorende producties zijn eerder
toevalstreffers, dan geboren uit een consequente visie.
Met de secularisering van de maatschappij enerzijds en het
vervloeien van het politieke landschap anderzijds, zijn de zuilen
gemarginaliseerd en is de identificatie met een omroep meer en
meer aan het vervagen.
De Publieke Omroep oude stijl is stervende. De autonomie over
programma-aanbod en zendschema hebben ze zich af laten nemen.
Netmanagers maken de dienst uit.
De gruwel ligt al besloten in het woord manager.

 

Vraag 13:
Is de toekomst aan de commerciële zenders?

‘k Vrees van wel. Waar ik me wel aan erger is aan mensen
die roepen dat de Publieke Omroep van hun belastingcenten,
maar wat aanrommelt. Een radioprogrammamaker sluit zijn
programma af met dank aan de belastingbetaler voor het mogelijk
maken van zijn programma. Dat wekt de suggestie dat ‘t bij de
commerciëlen voor niks gaat. Althans niet op kosten van de
belastingbetaler.
Quatsch!
Diezelfde belastingbetaler betaalt ook voor de programma’s die
door de commercie geproduceerd worden. Weliswaar niet direct,
maar indirect via allerlei aankopen. De vrouw die boodschappen
doet bij Albert Heijn betaalt mee aan de programma's van RTL
en SBS.
De fabel die ook zo graag door tweede kamerleden en de
commerciëlen wordt uitgevent, namelijk dat commerciële televisie
gratis is, is bedrog. (to put it mildly)
In 2011 zal er meer dan een miljard worden uitgegeven aan
televisiereclame.
Wie zou dat nou gaan betalen!?

 

Vraag 14:
Is er over 60 jaar nog altijd televisie?

Ach er is ook nog altijd radio. Televisieschermen zullen in allerlei
processen en op allerlei plaatsen geïntegreerd zijn. Schermen
kunnen worden aangestuurd voor allerlei functies. Kijken naar
entertainment of informatie is er daar één van. Interactiviteit zal
aanzienlijk toenemen. De exclusieve vorm, als centrale
ontspanningsplek in de huiskamer zal verdwijnen. Maar het
medium blijft bestaan als deel van een veel groter geheel.
Beschikbaar en oproepbaar op elk door het individu gewenst
moment.

 

Vraag 15:
Wat is de rol van de kijkcijfers.

Kijkcijfers zijn de marketingindicatoren van de programmering.
Voor de commerciële televisie betekent het geld verdienen of
geld verliezen. Het is het alfa en omega voor hun voortbestaan.
Successen worden nageaapt. Programma’s die matig scoren
krijgen geen kans zich te ontwikkelen tot een succes.
Bij de publieke omroep gunde men in het verleden programma’s
waar men in geloofde, nog wel eens de tijd om zich te bewijzen.
Maar sinds de netmanagers de dienst uitmaken en kijkcijfers leidend zijn,
zal dat niet meer gebeuren. Nou ja, met één uitzondering dan.
Paul de Leeuw is misschien de enige kaskraker die zijn
mislukking mag blijven vieren.
Maar verder zijn kijkcijfers de strop waar veel creativiteit in
sterft.

 

 

 

De Wereld draait door.

Van een paar kanten kreeg ik het verzoek om mijn teksten
die nogal rap voorbij vlogen in ‘De Wereld Draait Door’ op
de site te zetten, zodat duiding en motief voor een bepaalde
keuze nog eens nagelezen kan worden.

Op 17 augustus j.l. ontving ik een mailtje van Sander van den
Eeden, (redacteur Vara, DWDD) met de vraag of ik
in de week van de vernieuwende televisie, mijn voorbeelden
van vernieuwende televisie uit de geschiedenis van het
medium wilde aanprijzen.
Leuk idee!
Nou lijken de media al jarenlang met elkaar te hebben
afgesproken dat er maar één iemand is, wiens oordeel over
televisie er toe doet, daarom was ik wel nieuwsgierig waarom
men mij vroeg.
Men wilde wel eens een ander gezicht en als het over
vernieuwing ging, waarom dan niet de grootste vernieuwer
van televisie zelf gevraagd.
Hoeveel stroop kan een mens verdragen, voor het gewicht
hem door de knieën jaagt.
Van den Eeden vroeg om 5 voorbeelden van 1 minuut.
Voorbeelden van vernieuwende televisie in 1 minuut
motiveren, duiden en tonen, vond ik op zich al een
vernieuwing. ‘Maar’, zo zei Sander, ‘dat is nou eenmaal
de hartslag van DWDD’.
Ik accepteerde, dacht na en schreef op:

1.

In den beginne was er niets en toen was er televisie.
Variété als amusement, toneel als drama, zang en dans
als voorstelling. Er was, wat er was maar nu kwamen er
camera’s bij om het te fotograferen en op een klein zwart/
wit schermpje in huiskamers af te leveren.
Een referentiekader was er niet, per definitie was alle
televisie nieuw. Eind 50er, begin 60er jaren waren er
pioniers die televisie tot meer maakten dan een doorgeefluik
van een gebeurtenis.
Leen Timp was met Kunstgrepen, de vernieuwer van de
soberheid.
Frans Peter Wirth vernieuwde met zijn Luther verfilming
het drama...
.. en in Nederland schiepen Jef de Groot en Ton van
Duinhoven de literaire show. De creatieve potentie van het
medium werd zichtbaar.
Roep me maar....

Captions:
Auteur: Hugo Claus
Productie en regie: Jef de Groot
3.5.1961

2.

Vernieuwende televisie is in mijn definitie televisie
die verrast en emotioneel overrompeld. Een voortzetting
van wat er al is vanuit een andere invalshoek, vorm of
toon. Dorus, maakte van Variété televisie.
Zonder Tom Manders geen Rudy Carrell.
Amusement, gericht op lachen, ontroeren en paaien van een
paar mensen in de huiskamer.
Vernieuwend was de toon van Willem Ruis. Hij doorbrak
het keurige formuleren, aaien en likken. Hij was aardig,
pissig en nam geen blad voor de mond.
Zonder Willem geen Paul de Leeuw. Paul heeft katten,
jennen en beledigen tot nieuw credo gewekt.
Zonder Paul geen Gordon en Jolink. De uiteen gevallen
toppers die de grens van wansmaak, grof gebektheid en
onderbroeken lol nog een stukje hebben opgerekt.
Vanavond de vernieuwer van de toon, Willem Ruis.

Fragment uit ‘Willem Ruis een terugblik’.
waarin Willem het publiek uitkaffert
bij een finalegame.

3.

Er is een vorm van televisie die haar oorsprong vindt
bij de potsenmakers op de Jaarmarkt. Figuren uit de
Commedia dell’ Arte die door de tijd vervloeiden naar
allerlei andere stereotypen. Van Jan Klaassen en Katrijn
tot Snip en Snap.
De Arlecchino, stond model voor de clown, de stoute
grappenmaker met ontroerende inborst, zoals Charlie
Chaplin.
In ‘88 diende zich in Veronica’s kinderprogramma B.o.o.s.
een nieuw fenomeen aan.
Een man van 20 die er uitzag als een ventje van 12.
Gele haren, geleerde bril, brutale toon.
In 99 was hij oprichter, voorzitter, presentator en
boegbeeld van zijn eigen publieke omroep BNN.
Een zender met de toon van Pietje Bel en Giel de la Tourette.
‘Belletje trekken' kreeg door hem een nieuwe dimensie en 
leidde tot vele vernieuwende provocerende programma’s.
Bart de Graaff.

4.

Koos Postema is een man met grote verdiensten voor het
bespreekbaar maken van moeilijke onderwerpen. Zonder
een Groot Uur U, geen taboedoorbrekende televisie van
Paul de Leeuw. De creatieve koorddanser die de geniale
inval, afwisselt met de spontane adremheid van de mislukte
grap. Wim Schippers is een vernieuwer. Authentiek
kunstenaar met een sterk persoonlijk gebonden oeuvre.
Vpro’s Hoepla doorbrak de truttigheid van
jongerenprogramma’s. Gat van Nederland, gemodelleerd
naar het Amerikaanse Dreammachine, was ‘n
inhoudelijke en esthetische vernieuwing. De VPRO was
sowieso jarenlang toonaangevend in vernieuwende televisie.
In belangrijke mate geïnspireerd door een jonge, ambitieuze
graficus.
Hij speelde net als ik met de illusie van het 3 dimensionale,
op het 2 dimensionale beeldscherm.
Dat leidde tot briljante vernieuwingen in de beeldtaal van
het medium.
Jaap Drupsteen.

Illustratie met VPRO Leaders
Fragment uit Hertejoch Zanker NPS 1983

5.

Programma maken is een idee en de omzetting daarvan.
Big Brother is een oorspronkelijk idee. Onbekende mensen,
kijken naar andere onbekende mensen die niks
bijzonders kunnen, noch iets te melden hebben. Dat simpele
gegeven, maakte van onbekende mensen helden.
Het vraagt lef en moed om zoiets uit te zenden en het hoort
zeker bij vernieuwende televisie.
Televisie is veranderd van televisie waarbij het programma
voorop staat, tot marketing televisie. Het programma als 
aantrekkelijk product voor de adverteerder.
De publieke omroep heeft die focus niet maar gedraagt zich
wel zo.
Tot slot een vernieuwend programma dat iets totaal
baanbrekends had kunnen worden, maar volledig mislukt
is.
Zonder risico geen vernieuwing. De bedenker is een moedig
man, omringd door enthousiaste televisiemensen, die hem
niet goed begrepen hebben....

(Heerlijk eerlijk Heertje.)

Met bijdrage 5 is iets eigenaardigs gebeurd.
Die is niet uitgezonden.
Sander van den Eeden belde mij op en legde uit dat de
oorzaak lag bij een redactiemedewerkster die de licentie-
aanvraag voor een fragment uit Heerlijk eerlijk Heertje
had laten liggen tot de middag van de uitzending.
Heertje, die toch nog een appeltje te schillen had met DWDD,
weigerde toestemming.

6 september 2009
Bob Rooyens

Cherubijntje
(Joost van den Vondel)
Albert Verlinde is nooit te beroerd om als boegbeeld van darm-
en onderbuikpubliek, met vals slijm, likken uit te delen  aan zijn
kruiperige volgelingen.
Die variëren van onbeduidende byzantinisten tot onaantastbare
iconen.
Zeg maar van Mies Bouwman tot het zangeresje dat in één
van zijn eigen musicals staat.
Daarnaast en eerlijk gezegd kan ik, op de spaarzame momenten
dat mijn hart, lever en nieren het aankunnen om de man te zien
en te horen, nog wel eens hartelijk lachen om de manier waarop
hij met stralende ogen en guitige trek om de mond het dartele
showbiz-vee naar de slachtbank leidt.
De slacht wordt dan beloond met hartelijk gelach door de kompanen
van dienst.
Ooit zaten daar wel eens mensen met een eigen opvatting en
een gezond verstand dat nog niet verpest was door geld en
afhankelijkheid, zoals Daphne Bunskoek en daarvoor Beau van
Ervan Dorens.
Beau’s kritische toon ten aanzien van de Messias van de stront
leverde hem een karaktermoord op.
Scrupules zijn voor Verlinde het argument om iets juist wel te laten zien.
De God van de stront vindt het schandelijk dat mensen geld vragen
voor foto's van een voetballer die een meisje van een Volendamse
zanger kust in een parkeergarage.
Tegenwoordig zit er op de stoel van Beau en Daphne een man met
een gerespecteerde naam uit de wereld van de cinema die voor wat
aandacht en een paar centen Albert wel een opkontje wil geven:
'Hebben wij die foto"s?'
Ja hoor’, zegt de Messias, ‘wij hebben ze’.
Maar ja, zoiets gaat ons toch niks aan, dat is toch privé’, probeert de
aangever nog.
Even lijkt het erop alsof het fatsoen wint....
Maar dan zegt de heilige koning van de drol dat de journalist in hem
eist, dat de foto's vertoond worden.
Zo ging het daarvoor ook met Georgina Verbaan en anderen.
Het is de huichelachtigheid die zo kwetsend is.
Daarom was het zo geweldig dat BNN hem zo geniaal te kakken
heeft gezet.
Mij interesseren de verhalen aan de keukentafel of in bed met zijn
partner totaal niet. Maar het feit dat hij in de val gelopen is, vind ik
ronduit meesterlijk. Z'n onstuitbare ijdelheid was groter dan z'n
achterdocht. Hij voelde even hoe het is om professioneel genaaid te worden.
Toen ik vanavond na het verbod op uitzending van de rechter zijn
commentaar hoorde in Één Vandaag, gleed die triomfale glimlach alweer
van oor tot (gouden) oor.
De rechter beschermt de God van de stront.
Hij heeft iets meegemaakt wat maar weinig Nederlanders in hun leven
hebben meegemaakt, zei hij.
De begenadigde artiest die maar niemand vond om zijn talent te
herkennen, toonde voor de camera het ongelijk van zijn beoordelaars.
De ogen toonden pijn, het gezicht pruilde van aangedaan onrecht,
de mond zei:
‘Wij zijn in onze privé-sfeer aangetast. Wij zijn afgetapt door de Publieke
Omroep, door BNN en die hebben meegeluisterd naar ons leven.’
Zouden Verbaan en van Erven Dorens en Meuldijk en Manon Thomas,
niet naar de rechter kunnen om de God van de stront, alsnog te laten baden in
zijn eigen uitwerpselen.

Moeder, zeit hij waarom schreit gij?
Waarom greit gij, op mijn lijk?
Boven leef ik, boven zweef ik,
Engeltje van 't hemelrijk:
Joost van den Vondel

17.07.09
Bob Rooyens

Naschrift: Songfestival
Wekenlang ging de scheur van Gordon
wagenwijd open.
Hij zou meelopen in de demonstratie en als die
door de politie uiteen zou worden gedreven of
geslagen, dan zou hij niet deelnemen aan de
finale.
De NOS, zou in dat geval, uitzending van de finale
boycotten.
Dat dilemma deed zich niet voor, omdat hij
ook wel wist, dat bij alle natte dromen die al
in vervulling waren gegaan, Shine, ondanks al
die wezenloze en hersenloze BN'ers die het
zo’n geweldig nummer vonden, niet verder
zou komen dan het afvalputje.
Jan Mulder, ooit een serieus te nemen
criticaster van opportunisme, wansmaak en
populisme, vond het optreden van de Tobbers
in "De Wereld draait door",geweldig!

Corrumperen blijkt ongelooflijk makkelijk als je
publieke existentie in het geding is, nietwaar
Jan?

De NOS zou, mocht iemand in elkaar worden geslagen
de uitzending boycotten!
Misschien was de aanleiding de moedige daad van
Gordon om zich in de frontlinie van de demonstratie
te begeven.
Gordon is iemand die veel mensen weet te betoveren.
Van de minister van Cultuur (mind you een Beta-
wetenschapper) tot en met z'n twee gabbers in
het songfestival.
Vanmiddag toen de homo's uit elkaar werden
gejaagd door de politie, zat Gordon in het hotel
op z’n krent naar de beelden te kijken.
Hij wilde er wel bij zijn, maar helaas zijn veiligheid
werd niet gegarandeerd.
Zoiets als Nelson Mandela die tegen het Zuid-Afrikaanse
gezag zou zeggen: Ik strijd tegen apartheid, maar als
jullie me opsluiten, dan houd ik m'n mond'.
Wat een flapdrol!
16 mei 2009
Bob Rooyens

 

Songfestival
De eerste halve finale is achter de rug. Mocht ik punten
toekennen dan wordt dat 0 Kelvin. Een groter dieptepunt
is volgens mij nog nooit bereikt en nou moet Nederland
zich nog belachelijk maken met Shine, uitgevoerd door 3
vette heren in een hysterisch pak uit de garderobekast van Liberace.
Een volslagen fantasieloos stupide lied, dat ontsnapt is uit
het psychiatrisch-dynamische brein van Gordon.
Dat die man niet spoort, zou toch zo langzaamaan voor
iedereen wel duidelijk moeten zijn.
Afzeiken, uitkafferen, ruziën, beledigen, dan weer janken,
klagen, zielig zijn, ongelukkig zijn. Jojoënd van politieke
schandknaap tot politieke held. Van slijmend aan de
volkspopulaire rok van Rita tot aan de homoheld van
de hoed. Onze cultuurtribuun die staat te trappelen om in
de populariteitspool van zonnekoning Gordon een straaltje
mee te pikken.
NOS directeur Gerard Dielessen, is ook al meegezogen in de
slipstream van het grote licht. Als de politie zaterdag de
homodemonstratie uiteen jaagt, doet Nederland niet meer
mee.
Nou deden ze dat onder de bezielende leiding van Dielessen
al jaren niet meer, maar dit terzijde. Was het songfestival
eerst alleen nog maar verworden tot een belachelijk,
liefdeloos, lawaaierig, spektakel voor homo’s, nu wordt de
malaise gedeeld met een politiek en sociaal statement van
de Nederlandse Omroep Stichting.
Bij eerdere festivals heb ik Dielessen nooit gehoord over
armoe, onderdrukking van mensenrechten, dubieuze
politieke standpunten van organiserende en deelnemende
landen. Trouwens ook niet onze flamboyante Aristide
Bruant, noch enig ander lid van de Nederlandse regering.
Het kan bijna niets anders zijn dan Gordon’s magische
persoonlijkheid die zoveel mensen in de war brengt.
Cornald Maas, eloquent taalvirtuoos, die helaas in navolging
van Mathijs van Nieuwkerk ook probeert zoveel mogelijk
woorden in zo min mogelijk tijd te proppen, relativeerde
de heisa gelukkig in een radiointerview.
In Moskou weet, afgezien van de Nederlandse delegatie,
niemand wie Gordon is, zei hij. 
Maar de hoed roept zijn Russische collega ter
verantwoording en volgens de kranten siddert de
burgemeester van Moskou, want ook als de Toppers niet
verder komen dan de halve finale, dan nog blijft Gordon in
de stad, om mee te lopen in de demonstratie.
Weer zo’n prachtige, solidaire, door de Nederlandse regering
gesteunde actie van Gordon, waar de Moskovitische homo
volgens Nova, totaal geen behoefte aan heeft.
Maar Gordon is in town en dat zullen ze weten ook.
13 mei 2009
Bob Rooyens

Aanvulling:
Aanleiding om bovenstaande column te schrijven was de
abominabele vormgeving van het songfestival.
Led’s en led’s en led’s en niemand met enige smaak.
Kleuren die schreeuwden, tierden en vloekten.
Voorstellingen en patronen, die naar het leek, lukraak
op de schermen werden afgevuurd. Natuurlijk weer de
vlammen, de wolken en de raderwerken.
De beeldregie knalde als een kip zonder kop shots aan
elkaar waaraan elke context ontbrak. De steadycam-
operators renden van links naar rechts, de kraan vloog weer
alle kanten uit en de camera achter het publiek reed
doelloos op en neer.
De inleidende filmpjes zijn gemaakt naar analogie van een
reclamespot waarvan de attentiewaarde na 15 seconden
toch echt versleten is.
Dus, om één van de trouwe lezers van de columns, die
vroeg wat ik ervan vond niet teleur te stellen:
ik vond het helemaal kut.


50 jaar Studio Sport.

Zondag 5 april, Studio Sport viert feest. De feestgangers troffen elkaar in
''De Reünie' de door de KRO geconfisqueerde versie van ''Klasgenoten'.

't Was niet bepaald een leuk feestje. Veel stoffage, weinig warmte.
De animositeit onder de heren was zelfs bij de gepensioneerden als
Theo Reitsma, nog pijnlijk aanwezig. De verslaggevers, over het algemeen
vlot gebekt, wisten zich wel te weren, maar het plezier van een ouwe jongens
krentenbrood ontmoeting wilde er maar niet inkomen. Ook wel logisch, want
een reünie leeft van de herinnering.
Sommige van de heren leden aan geheugenverlies. Kees Jansma althans kon
zich niets meer herinneren van een paternalistische uitval tijdens zijn chefschap
tegen Joan Haanappel. Die had het als verslaggeefster gewaagd om tijdens een
kampioenschap een mening te hebben over bobo’s en een selectieprocedure.
Bij Kees gold echter het adagium: verslaggevers doen verslag en hebben geen
mening. Kees bleek een regent die in de periode van zijn bewind een gebrek
aan gezag compenseerde met aanvallen van woede. In drift werden verslag-
gevers ontslagen om na enige bezinning weer te worden aangenomen.
Dat klinkt wel koddig, maar toch kon niemand er echt om lachen. Dat men
elkaar weinig gunt, bleek ook wel uit het sympathieke filmpje rond Herbert
Dijkstra. Autodidact pianist, mooi verhaal over zijn Russische connecties en
een liefdevol gebaar naar zijn dochtertje verrasten mij. Je verlangd na zo'n
filmpje naar een empatisch applausje van de collega's. Iets van instemming of
waardering. Maar 't kon er niet af. 't Kon er bij geen enkel filmpje dat ik gezien
heb vanaf. Koos Postema werd er ongemakkelijk onder en beëindigde godzijdank
de akelige pauze na een clip met een waarderende opmerking.
Niemand voelde zich op zijn gemak. Frank Snoeks in mijn ogen verreweg de
beste commentator die men bij Studio Sport heeft, (kennis van zaken gepaard
aan een verfrissend origineel en geestig vocabulaire) kwam nauwelijks aan het
woord.

Waarom een volledige ploeg naar de andere kant van de wereld is gegaan voor
een filmpje over de vermeende bloedband van Griselda Visser met een voorvader
uit Burkina Faso is een programmatisch raadsel. Ik geef toe die vrouw is een
'Schmukstück uit de vitrine, maar toch niet bepaald het watermerk van S.S.
(Kill your darlings!)

De ego’s van het klasje stonden strak als stramme kabouters na een rondje viagra.
Weinig relativering, veel zelfingenomenheid. Uit niets bleek enige waardering
voor elkaar.
Een hydra met glad gepolijste giftanden.
Onontkoombaar voorgezegd door de KRO-presentator mocht Jack van Gelder
zich van zijn collega's een vakman noemen. De instemmende reactie was zo dun
dat Jack er maar niet al te veel waarde aan moet hechten.

En dan die grenzeloze ophemeling van de manier waarop sport in beeld wordt gebracht.
Dat hoor je ook alleen maar binnen de kring van Sport in Beeld zelf. Daar worden
veren van de Paradijsvogel in reten gestoken, waar toch veeleer een kippenveertje
op z'n plaats zou zijn. Volgens mij valt er aan het in beeld brengen van Sport nog veel
te verbeteren. De lofzangen die binnen de kathedraal van Studio Sport echoën over
het in beeld brengen van een wielerwedstrijd bijvoorbeeld, zijn werkelijk onnavolgbaar.
Als koersregisseur volg je met een stuk of 4 mobiele camera's een ploeg renners die
ergens opstappen en ergens anders weer afstappen.
Soms ook onderweg en dan heet het drama.
De regisseur hoeft deze acteurs niet te auditeren, noch te engageren.
Hij hoeft niks te repeteren, hoeft geen dramaturgie te bedenken, noch een lichtplan of
decor. Een camerascript is ook al niet nodig, noch ideeën over design of over een
stilistisch vormgevingsconcept. Hij moet gewoon de koers volgen. Rijdt er één weg
dan verteld de GPS hoe ver die vooruit is.
Je brengt de wegloper en de achtervolgers in beeld.
Klaar!
Soms is er een waaghals die nog wel eens een splitscreen aandurft. Dan worden
twee of drie camera’s tegelijk in beeld gebracht maar bijna altijd in uitsnedes en
richtingen waardoor het lijkt of de renners allemaal een andere kant uitfietsen.
Je zou willen dat zo’n mixeffect spanning brengt, de strijd voelbaar maakt tot op
het bot, maar door gebrek aan regie van de verschillende cameralieden ziet de
beeldcompositie eruit als een uit het luchtledig gecreëerd beeld van een psychoot.
Het is de beeldtaal waar je bij Monty Python om moest lachen, maar waarvan je
bij sport bijna gaat janken. Na zo’n regievondst is de beeldtaal van de sportregisseur
uitgeput. Het sportvocabulair bestaat uit het kiezen van aangeboden beelden en de
herhaling daarvan. De regisseur bedenkt voor de koers helemaal niks en kan ook
helemaal niks bedenken over strijd noch pech. Over winst noch verlies.
Hij gaat daar niet over. Op zijn best en dan doet hij z'n vak gewoon goed, heeft hij
een strategie die is voorbereid op een aantal varianten van het koersverloop.
De dramaturgie van de uitzending, is de ontwikkeling in de koers. Daar komt geen
scenarist, dramaturg, componist, of designer aan te pas. De koers zelf is soms niet
om aan te zien. Daar zou in de eerste plaats de koersleiding over na moeten denken,
maar het is ook de taak van elke regisseur om zich te bekommeren over de bouw,
de ontwikkeling en de spanningsboog van zijn programma. Een regisseur moet
iets bedenken waardoor de dooie momenten kunnen uitgroeien tot hoogtepuntjes
tijdens de status quo van het peloton. Hij (of zij) moet vooral ook voorkomen,
dat verslaggevers gaan denken dat ze het totale gebrek aan strijd en spanning
kunnen verhullen door allerlei ditjes en datjes uit hun database aan de kijker te
serveren als informatie die er toe doet.
Nog erger wordt het als een renner wegrijdt, de verslaggever opveert en roept
"Wat een koers!' waarna blijkt dat de man alleen maar even naar voren reed om
zijn blaas te legen.
Vertel ook je verslaggevers dat het journalistieke niveau dient uit te stijgen boven
het oplepelen van woonplaats, lengte, gewicht en voornaam van vriendin of vrouw
van de renner.

De Duitse sportverslaggeving had voor een dooie koers korte filmpjes klaarliggen
over renners, ploegleiders, soigneurs, chauffeurs en aanverwante relevantie.
Studio Sport doet niks.
Men brengt een peloton in beeld van een ouwehoerend fietsclubje of een pittoresk
landschapje en intussen lullen de verslaggevers maar een eind in de ruimte.
En als er dan in de laatste 15 km wordt gedemarreerd, de locomotief van de ploeg
de coupeetjes aankoppelt om de sprinter naar de meet te trekken voor de zoveelste
massasprint, dan roepen ze juichend: 'wat een finale, geweldig, geweldig....!!!!'
De juichtoon moet de sof van vele uren koers zonder strijd doen vergeten.
Fout!
Het was een koers van niks en een finale zoals de meeste anderen.
Neem je kijker toch eens serieus!

Smeets heeft er ook zo’n handje van, om door zijn voorgebonden loftrompet
iedereen die een camera vasthoudt te bejubelen als z'n lievelingshondje, terwijl ik
toch niet vaker dan elders zie dat iemand zijn werk goed of minder goed doet.
Hij kan prachtig strak in de camera kijken en met een geweldige vanzelfsprekendheid
woorden aaneenrijgen tot onbegrijpelijke taal.
Als de syntaxis al klopt dan heb ik vaak het gevoel dat hij met de overtuiging van de
Heilige geest dingen beweert, die kant nog wal raken.
(Ria Visser herkent dat feilloos en kan hem dan ook vol onbegrip en met
enige verbijstering aankijken. Heerlijk om te zien!)
Gelukkig is Smeets ook iemand die beschikt over het enzym dat alles wat hij zegt
weer verteerbaar maakt en terugbrengt tot de wet van de thermodynamica;
(uiteindelijk wordt alles stront) z’n sympathieke vermogen tot zelfrelativering.

Wordt het verslaan van het live sportevenement zwaar overschat, zo worden de eigen
documentaires misschien wel onderschat. 'k Heb van Tom Egbers mooie films gezien.
En de reportages en documentaires van Smeets zijn vaak fascinerende inkijkjes in het
leven van de sporter.

De toekomst rolt door. Diona het pittige intelligente anchorzonnetje van nu is bezig
om alle schroom van zich af te zetten en de patriarchale toon van Mart door te knippen
als de onnutte navelstreng na haar geboorte. Tom Egbers is de prettige volwassen
anchor zonder de groteske adjectieven van Jack en de onbegrijpelijke psychoanalyses
van Mart.
Met frisse moed en optimistisch als het voorjaar zie ik uit naar de komende 50 jaar
Studio Sport.
Bob Rooyens


Circus Rens.
Geinig ventje, die Peter Jan Rens.
In 1989, Joop van den Ende was net gestruikeld over TV 10
en door de Nederlandse omroepen ‘kalt gestellt’, vroeg John
de Mol mij of ik een speciale ‘Doet’ ie’t of doet ‘ie ’t niet’ wilde
maken.
Het programma was gekoppeld aan een loterij en diende
landelijke aandacht te genereren voor het werk van
‘Humanitas’. Tot dan toe was ‘Doet’ ie ‘t geheel in
overeenstemming met het toenmalige zelfbeeld van de Mol,
een mager tribuneshowtje.
Ik nam mijn eigen vormgevers en technische crew mee en
veranderde het tribuneshowtje in een echte televisieshow.
De Mol stond erbij en kon zijn ogen niet geloven. Joop lag
op z’n rug en hij was toegetreden tot de crème van de
Nederlandse showbusiness.
(Later volgden nog ‘Loveletters’ en de “100’.000 Show maar
daarover bij een andere gelegenheid meer.)
Peter Jan Rens zei tegen mij, dat hij het altijd al zo gewild
had maar dat de Mol zijn visie nooit begrepen had.
Willem Ruis was al een paar jaar dood en niemand had
gezien dat hij P.J. Rens het in zich had om die leegte te
vullen. Nou kon ik vrij makkelijk de verschillen zien, omdat
ik bij de laatste serie Sterrenshows als regisseur intensief
met Willem had samengewerkt.
De Mol vroeg of ik, na de Humanitas show, ook de komende
serie Doet ‘ie ’t zou willen regisseren. Ik stond niet te
dringen. John wel. De persoonlijke verhoudingen waren in
die tijd goed. Dat daar alleen een zakelijke afweging aan ten
grondslag lag, realiseerde ik me toen niet. Voor mij waren de
persoonlijke verhoudingen doorslaggevend om toe te
stemmen.
2 Seizoenen heb ik het programma gemodelleerd en
geregisseerd. Peter Jan bedong bij de Mol, dat hij nu ook in
navolging van Willem Ruis, mocht stralen in
productienummers. Zingen, dansen het circus Rens zou de
showbusiness verrijken met zijn nog onbekende talenten.
Vaak tenenkrommende ellende die overeind bleef,
omdat choreografie en beeldtaal palen sloegen die
voorkwamen dat P.J. omviel.
Tijdens gezamenlijke maaltijden met de staf, bleek dat het
zelfbeeld van Peter Jan soms groter was dan zijn hersens
aankonden. Hij schoolmeesterde gretig zijn gehoor met
wijsheden en opvattingen waaruit je de lucht hoorde
ontsnappen als een stiekem gelaten windje. Sommigen
roken het niet, anderen wilden het niet ruiken en
bejubelden het windje als een verrukkelijk parfum.
Je kon in zijn ogen zien, dat hij zelf niet meer wist waar hij
het over had. Toch zag hij kans om anderen te laten geloven
in een verhaal, waarover hij onderweg de controle al was
kwijt geraakt.
Peter Jan was voor zichzelf en voor het incestueuze kliekje
om hem heen het epicentrum van de wereld.
Een gladde praatjesmaker, een fysiotherapeut met woorden
wiens showtalenten niet groter waren, dan de plastic
bekertjes, plastic ballen en luchtballonnen die John de Mol
in zijn programma’s recyclede.
Nadat ‘Doet ‘ie ‘t’ ter ziele was gegaan, heeft de Mol en
misschien ook wel anderen het circus Rens nog op allerlei
concepten losgelaten. Ik herinner mij een tragische
talkshow. Niets beklijfde. Lege praatjes bleken ook niet meer
te zijn dan lege praatjes. Het circus verdween naar Thailand.
Over allerlei kunstjes die hij daar heeft vertoond wemelt het
van verslagen en geruchten op het internet.
Nu is het circus terug en vindt hij met een nieuw nummertje
luchtfietsen serieus entré bij kranten, bladen, radio en
televisie. Het is crisis, op Schiphol valt een Boeing 737 in
stukken op de polderbaan, het is nog volop winter maar in
de media is de komkommertijd al begonnen.
25.2.’09
Bob Rooyens

Heerlijk eerlijk Heertje. (2)
Naar aanleiding van de uitzending van 20 februari
kom ik nog een keer terug op het programma van
Raoul Heertje. (column 17.1.’09)
Het grote misverstand in het programma is, dat er
niet één werkelijkheid bestaat en dat alles manipulatie is.
De televisie-esthetiek: het licht, het decor, de aankleding,
de taal, zijn vormgevingselementen die verwachtingen
scheppen en de afspraak met de ontvanger aangaan,
duiden of bevestigen.
De beeldgrammatica manipuleert door keuzes van uitsnedes
en overgangen, het oog en daarmee het hart.
Heertje’s programma is niet de werkelijkheid achter de
afgesproken werkelijkheid; het programma is Heertje.
Was het de zoektocht naar een gedefinieerd idee, dan
zou het team de ideeën kunnen toetsen aan de definitie.
De definitie is Heertje. Een bijzondere man, die zich niet
langer wenst te verbergen achter een grap, maar die
zichzelf als kwetsbaar, onzeker, nieuwsgierig mens
onbewust tot inhoud heeft gemaakt.
De redactievergaderingen die aanvankelijk een nogal
manifest deel waren van het programma, zijn inmiddels
geminimaliseerd. De spaarzame shots die daarvan nog
gebruikt worden, laten Heertje aan het woord en tonen
een nogal radeloos team dat niet de indruk maakt Heertje
nog te kunnen volgen.
De aflevering van gisteravond begint met Heertje in de
biechtstoel. Eindeloze confessies in jumpshotdiarree.
Mijn aandacht verflauwde. Van een rondje zappen werd
ik ook niet vrolijker. Terug naar Heertje.
En toen zag ik iets dat mij deed denken aan de schok die
Monty Python veroorzaakte begin jaren 70. Wat ik zag
was eigenlijk nog beter omdat hier de werkelijkheid en
de groteske ongeëvenaard op elkaar botsten. Heertje
interviewde Harry Mens waarbij hij niet alleen de vragen
stelde maar op basis van eerdere interviews ook de
antwoorden gaf. Zelden zo’n mooie ontluistering gezien als
in het gezicht van Mens. Z’n enkele opmerkingen om quasi
leuk te anticiperen sloegen dood op z’n kwaaie kop en de
hulpeloosheid van z’n taal.
Geniale televisie met een afscheid in het café dat ontroerde
door Heertje’s onbevangenheid en Harrie’s
ongemakkelijkheid.
De afsluiting in de biechtstoel had nou net weer niet
gemoeten. Soms is ‘less’ echt ‘more’.
21.2.’09
Bob Rooyens

Debat
Monter zakte hij onderuit achter zijn bureau in het Torentje.
Z’n blik, die soms in de hitte van het debat fel de grote zaal in pookte, stond mild.
Hij sloot z'n ogen en zag Femke.
Ergens had hij eens gelezen dat ze op zondagochtend naakt door het huis
liep. Hij kon daarna nooit meer met haar debatteren, zonder daaraan te denken.
't Maakte hem bij voorbaat al tot een winner. Wat ze ook aantrok, hij keek er
dwars doorheen. Wat ze ook zei, hij zag altijd meer dan woorden.
Getoast brood, kopje jasmijnthee en blote billen op de leren bank.
Dat lag wel even anders met Agnes.
Die is zo gedreven, dat haar lichaam schokt en wankelt onder een overgewicht
aan verontwaardiging.
Bizar voor zo'n anorexia-plantje.
Was de hele oppositie maar van het soortelijk gewicht van Agnes.
Voorspelbaar als het weer van gisteren.
Met name zij was zo'n heerlijke trigger om zijn gekwetste integriteit aan te
jagen. Even een kleine pauze, een woedende blik en dan kon hij, in een half
verstaanbare brei van woorden, de moraliteit van christelijke
rechtschapenheid uitspuwen, over de ongelovigen.
Hij was er in de loop der jaren best goed in geworden.
Met het ventje Pechtold, neusje omhoog, parmantig borstje vooruit, éénmaal
andermaal op de tong, had hij de goeie balans nog niet helemaal gevonden.
Toen van Mierlo bij P&W, statsmännisch boven de partijen uitsteeg en zei; dat
het controlerecht van het parlement niet kan worden weggegeven, was hij wel
even jaloers geweest. Ademloos hadden ze naar hem geluisterd. 
Het boven de partijen uitsteken wilde nog maar niet lukken. Ging hij met een
goed verhaal naar de televisiestudio, dan kwam steevast elke actualiteitenrubriek
of talkshow met die onvermijdelijke mantra: ‘laten we even
het geheugen opfrissen’ een zin die als een epidemische ziekte zijn optredens
verpeste. Altijd weer het beeld dat hij de bal niet in een opening kreeg zo groot
als de IJtunnel  en natuurlijk hoe hij op z’n bek ging op het skateboard.

Terugdenkend aan de verkiezingen, kon hij een gevoel van lichte triomf niet
onderdrukken. Maxim had de schandpaal opgericht met die prachtige one-
liner: 'Met Bos ben je de klos' en hijzelf mocht Bos eraan nagelen met:
'U draait en u bent niet eerlijk'.
Een vuistslag waardoor de PvdA de verkiezingen verloor.
'n Geniale strategie. Dat douceurtje aan Jack de Vries was dik verdiend.
En wat kan er nu nog misgaan?
Aan alle kanten gedekt, door van Geel,  Slob en Hamer.
Zijn eigen heilige drie-eenheid. Pieter, een transpirerend nerveus wrak, met
feminine-gebaartjes en holle retoriek, maar voor de partij het ideale vaantje
voor alle streken van de politieke windroos. En Arie, een leuk schoothondje.
Blaft nooit, likt braaf de hand, een echte knuffel.
Mariëtte hulpeloze blik: Ik wil wel, maar ik mag niet.
Alles een beetje uitgezakt. Motoriek, taal, hoofd, lijf, argumentatie,
respect geloof, hoop en liefde.
Een glimlach krulde zijn lippen toen hij terugdacht aan zijn laatste
briljante zet. Twee toverwoorden, meer was er niet voor nodig:
commissie en onafhankelijk. Een verdwijntruc waar Hans Klok nog een
puntje aan kon zuigen. Toch zeker een jaar geen gezeur meer over Irak.
Kaltgestellt!

Z'n gedachten dwaalden af naar Beetsterzwaag.
Daar had hij Bos mooi in het pak genaaid.
'Alles goed en wel Wouter, maar Irak gaat op slot.'.
Heerlijke tijd.
Politiek was veel minder ingewikkeld dan hij dacht toen Piet-Hein hem nog
souffleerde.
Primus inter pares.
Dat voelde goed. Hij de primus, die het in de contemporaine geschiedenis
gelukt was, om het parlement te verbouwen tot machteloos praathuis.
Een betere strateeg had Nederland sinds Piet Hein (nee niet die) Michiel
Adriaanszoon en Tromp niet meer gehad. Hij mocht het niet meer hardop
zeggen, maar kom op hé, hij is toch de verpersoonlijking van de VOC mentaliteit.
LPF geëlimineerd. De Partij van de Arbeid teruggetrimd tot repeteergeweer
met losse flodders. Het onderzoek naar de Nederlandse deelname aan de
Irak-oorlog uit de parlementaire democratische controle geweerd.
Goed gedaan J.P., dacht hij bij zichzelf.
Zijn blik dwaalde door de ruimte.
OK, geen Oval Office, maar qua vorm leek het er toch verdomd veel op.
Bob Rooyens
5.2.’09



Heerlijk eerlijk Heertje.
De queeste van Raoul Heertje naar de
echtheid achter de gespeelde werkelijkheid
van televisie is interessant, maar leidt in de
huidige vorm noch tot ontluistering van de
code, noch tot inzicht in het bedrog.
Het programma is een idee zonder vorm.
Het is een soms tragische worsteling van
de stand-up comedian in Heertje met de
zoeker naar de echtheid in Heertje.
Het programma zelf is een hartverwarmende
mislukking door de onmachtige vormgeving.
Er is geen sluitende gedachte en als gevolg
daarvan ook geen sluitend concept.
Daardoor wordt het programma het
getroebleerde tegendeel van wat het
beoogt te zijn.
Het signaleert niks, zeker niet wanneer het
voortdurend zichzelf analyseert.
De ontmaskering ligt niet bij de integere
intenties van Heertje, maar juist bij de
minder integere misvormde codes van
andere programma’s.
Ga vissen bij de ‘De Wereld draait door’
of bij ‘Pauw en Witteman’ en het programma
mits goed geproduceerd en met visie en
intelligentie geregisseerd, wordt spannend
en onthullend.
Heertje probeert in zichzelf en binnen zijn
productieteam te ontdekken wie de echtheid
manipuleert.
Dat is niet interessant. Het is ook geen fair
deal tegenover de gasten die hij vraagt.
Onthul wie er liegt in de programma’s die
door een groot publiek worden geslikt
als integer en waar.

Leer van het aanwezige publiek bij de opname.
De verwarring is groot.
De standup comedian werkt niet in deze setting.
Een grap wordt niet begrepen want het complot
met het publiek is dat we serieus op zoek zijn
naar de echtheid van alles en iedereen.
Grappen nemen die gedachte niet serieus.
Dus wordt er niet gelachen.
Het programma is de gekunstelde valkuil
van zichzelf geworden.

Er is iets veel groter aan de hand, dan wat
Heertje tracht te achterhalen in televisie.
Het is de versluierende taal van politici.
Gemakzuchtige journalistiek
die eerder de knipselmap gebruikt dan de
eigen onbevooroordeelde speurneus.
Een minister-president die zich verzet tegen
de kernwaarde van democratie: controle!
Dit versus een publiek dat alles in de krant
of op televisie als waar ervaart.
Ogylvi en Char doen ons geloven dat er
naast de onze een parallelle wereld bestaat.
De gelovigen janken tranen met tuiten.
Albert Verlinde doet ons geloven dat de
mensen die hij niet mag ook niet deugen.
De gelovigen in Verlinde stropen de mouwen op.
Het lijkt onbegonnen werk om de oplichting
van de waarheid en de beïnvloeding van het
gezonde verstand te ontmaskeren.
Heertje zoekt het dicht bij zichzelf en blikt
daarbij verrast en naïef om zich heen.
Alles in hem toont op een geweldig lieve
en integere manier aan, dat hij de emotionele
en cognitieve manipulatie van het publiek
wil doorzien en aantonen,

Hij omringd zich daarbij met mensen die zelf
deel zijn van het oude complot. Spigt ken ik niet.
Lijkt mij een integere vrouw, maar is ook deel
van een coterie die elkaar hééél erg goed vinden.
Voor promotie van haar nieuwe CD weet ze daar ook
heel goed gebruik van te maken. Niks op tegen,
maar niet geschikt om te ontrafelen.
Inhoudelijk waren de "Buitenhof's" onder van Friesland
prima in orde. Qua vormgeving was het onder zijn
verantwoordelijkheid toen, evenals nu van een
rampzalig armoede.
En dat is de grote makke van het Heerlijk eerlijk Heertje
programma (wie was er nou zo geil op die truttige alliteratie?)
Er is noch bij inhoud noch bij regie iemand die in staat is
om idee en vorm samen te brengen als twee
passende helften van een ritssluiting.
Het is zowel redactioneel als vorm een treurige
chaos. Het programma verteld niet, wat het beoogt
te vertellen.
Iemand heeft bedacht dat de regisseur ook een
functionaliteit moest dienen binnen de parameters
van het concept.
We zien een regiekamer en een man die roept: TWEE!
Waar slaat dit in godsnaam op?
Goed idee. Slecht omgezet in programma en net zo
beroerd omgezet in vorm.
16.1.'09
Bob Rooyens

 

17.1.'09
Er is op televisie nauwelijks nog sprake van een
kritische benadering. Met af en toe een eenzame
uitschieter van Pauw, is P&W ook zo'n voorgekookt
uurtje televisie.
Nu Henk Hagoord, de nieuwe morele bewaker
van de publieke omroep, heeft laten weten, dat er te
weinig rechtse geluiden hoor- en zichtbaar zijn,
leidt het navelstaren bij actualiteitenrubrieken
tot steeds meer zouteloze gesprekken.
De angst om te worden bekritiseerd
is de journalistieke pokon tot zelfcensuur.
Bij het coterietje van Mathijs van Nieuwkerk
was likken, parfumeren, aaien en zegenen nog wel
eens de dekmantel voor een venijnige valkuil.
Inmiddels produceert de bakoven van 'De wereld
draait door' alsmaar hetzelfde ouwe jongens krentenbrood
en wordt de platvloersheid van Gorden en de
glibberigheid van Jack de Vries al net zo
breed lachend en gezellig omarmd als de
prettige aanwezigheid van Halina Reijn
als sidekick voor zoete koek.
IJdeltuiterij is ook zo'n hinderlijk
bijproduct van interviewers.
Clairy Polak, hoofd schuin, gezicht in een
glimlachende grimas mist door haar focus
op het vragenlijstje nogal eens de openingen
die de verborgen waarheid, naar buiten zou
kunnen brengen.
Meesterlijk is ook haar vermogen om gesprekken
samen te vatten in een opsomming, die de
herhaling is van het zojuist gevoerde gesprek.
Voor zover althans de weergave juist is en
niet gecorrigeerd wordt door de geïnterviewde.
Dan gaat zowel het gesprek als de samenvatting
daarvan in de herhaling.
Maar er gloort hoop.
Peter van der Vorst die vaak maar net
droge voeten houdt bij het geslijm en
gekwijl dat zo rijkelijk uit alle lichaams-
openingen van Albert Verlinde vloeit,
toont zich in zijn nieuwe programma '
Van der Vorst ziet sterren' een interessante
eigenzinnige interviewer.
Waar Niehe aait en streelt om tussen
hem en geïnterviewde een gezellig complot
te smeden, is Peter van der Vorst borstelig,
kritisch soms op het cynische af.
Interviewers die op bezoek gaan bij een 'ster'
zijn geneigd die naar de mond te praten.
Dat kan duiden op een overdaad aan respect,
maar veelal is het een (onuitgesproken)
afspraak om elkaar wel een plezier,
maar geen pijn te doen.
De mantra die de uitwisselbaarheid van
interviews dekt, heet: 'we hebben elkaar nodig'.
Ogylvi was de perfecte man voor de 'van der
Vorst' aanpak. Een labiele man die ondanks
zijn succes een nogal ongelukkige indruk maakt.
Veel emotie weinig cognitie.
Ik ben heel nieuwsgierig hoe het Peter vergaat
bij een ster die slimmer is en zich niet laat
opnaaien door argwaan, kritiek en twijfel.
Voorlopig ben ik enthousiast en hoop dat hij
zijn verfrissende eigenwijze toon vasthoudt.
Bob Rooyens



11 september ‘08

Radio1
Gefeliciteerd de vertrutting van Radio 1
is geslaagd. Presentatoren hebben zich de
toon aangemeten van de verpleegster
tegenover de demente bejaarde en de hurkzit gevonden
om het kleutertje luisterpubliek te bereiken.

Om de luisteraar helemaal rijp te maken voor de
psychiatrisch-dynamische kliniek  heeft de
zendercoördinator ook nog bedacht dat het
een verbetering zou zijn, als hij bestaande
programma's op een ander uur programmeert
dan tot nu toe. Daarbij raak je tot op het bot
doorweekt van de jingels en bumpers die
als motregen op je neerdrenzen.

Om half twaalf giebelt de de presentatie over
de vindingrijkheid van een op rijm gezette weergave
van een gesprek dat in werkelijkheid een uur
duurde maar blijkt te kunnen worden samengevat
in een Sinterklaasrijm van 30 seconden.
..en ja hoor gelukkig is er een creatieve geest
opgestaan die de actualiteit heeft samengepropt
in een spellutjûh waarbij lontjes
worden aangestoken en nieuwsraketten
worden gelanceerd.
Camus schreef: een huwelijk gaat
vanzelf over in hechten en gewennen. Veel
luisteraars zullen de zender wel op hebben
staan uit gewoonte. Van een zender die met interessante
signalen het brainframe prikkelt, vervlakt het aanbod
wat mij betreft tot behang waar je langskijkt.
Voor de provincies Utrecht en Noord-Holland ligt
de redding Godzijdank direct naast Radio 1 en
heet BNR.
Bob Rooyens

 

2 september 2008

Het dominerende genre van het Nederlandse tv-amusement
is de schuifdeurtelevisie. Het is het vermaak waarmee de
‘leuke’ oom en het ‘getalenteerde’ nichtje de familie ontroert
en amuseert op verjaardagsfeestjes.
De gelauwerde en gekroonde koning van het genre is Paul
de Leeuw.
Hij is de leuke oom, de platte boer, de standwerker, de
nar, de provocateur, de lolbroek die zijn programma
letterlijk tussen de schuifdeuren presenteert.
Bij Paul vonkt het van de invallen, creativiteit, passie en
drive. Zijn gedrevenheid is naast z’n kracht, misschien ook
wel zijn grootste zwakte. De noodzaak die hij zichzelf oplegt
om op ongeveer elke reactie van zijn gasten ad rem te
reageren is behalve de trampoline die zijn opmerkingen laat
stuiteren tussen leedvermaak, gêne en ontwapenende spot,
tegelijk de valkuil van botheid, platheid en misplaatstheid.
Veel doet het er niet toe. Paul heeft taboes geslecht en met
tomeloze energie het televisieamusement opgeschud.
Hij heeft zijn lintje verdiend.  
Niet dat ik als kijker geniet van zijn talent. Ik kan er zelden
om lachen en moet vaak denken aan een opmerking van de
oude ‘Kraay’. Die zei eens bij een voorstelling in Carré van
een artiest die algemeen gezien werd als een groot talent:
’ ..wat kan die man hard werken’!
Dramatisch smakeloos zijn de talloze andere programma’s
waar het dédain van de makers voor programma en
kandidaten vanaf druipt als rioolwater.
Snel in elkaar gerotzooide formats, in goedkope decors of op
bestaande locaties met een lullig zetstukje. Programma’s die
getoetst worden aan een panel dat vrijwel altijd wordt
gerekruteerd uit de grabbelton met de bekende
Nederlanders. Een dieptepunt in het genre vond ik de
Million Dollar Wedding. Niks tegen Wendy van Dijk.
Heerlijke meid, de ideale ‘girl next door’. Liefde en bedrog in
de liefde lijken haar vitaliteit te hebben aangescherpt.
Verdriet ging over haar heen als Katrina over New Orleans,
maar de negatieve energie was haar catharsis. Krachtig en
gelouterd vatte zij het tegenstribbelende monster van de
showbusiness weer bij de strot.  
Nu heeft RTL haar opgezouten met een schuifdeurenshow,
die perverteert, obsceen is en de laagste gemene deler van
het sentiment uitbaat bij de jacht op succes.
Over het onvermijdelijke panel zwijg ik maar. Zelden zoveel
onbenul in één programma bij elkaar geveegd zien worden.
‘Can’t buy me love’ is ook weer zo’n slecht bij elkaar gejat
programma. Van den Ende vertelde in Zomergasten dat
tijdens zijn bewind bij Endemol er drie jaar lang op
universiteiten werd gezocht naar kader voor zijn bedrijf.
Dat getuigde van het inzicht dat opleiding er toe doet.
Hij zei ook, dat hij die talenten met universitaire
achtergrond nu op allerlei plaatsen weer tegenkomt in
managementfuncties bij productiemaatschappijen en
omroepen. Dat ze daar deel zijn geworden van een industrie
die de trash produceert waar hij zich tegen afzet toont aan
dat marketing en management een veel hogere prioriteit
hebben dan creativiteit, smaak, liefde en aandacht voor het
programma.
Eerlijkheidshalve moet ik daar wel aan toevoegen, dat Joop
meerdere malen in onze samenwerking getoond heeft dat
hij het programma belangrijker vond dan het behalen van
de maximale winst. Die houding is voorbij.
Eyeworks, overigens een maatschappij waar van den Ende
een belang in heeft, is een typisch voorbeeld van jattelevisie
en winstbejag.
Oerlemans stapelt shitprogramma’s op elkaar als oom
Dagobert Duck gouden dukaten.
Het grootste virus dat televisie bedreigt heet ‘beter goed gejat
dan slecht bedacht’. De zin wordt met trots uitgesproken.
Het stelen van iemand anders’ gedachtegoed steekt men als
een creatieve veer in de eigen reet. Men beleefd het als de
voltrekking van een slimme geuzendaad.
Ik kan er geen enkel respect voor opbrengen. Het is de
ultieme uiting van creatieve armoede door niets anders
aangejaagd dan misplaatste ijdelheid en hebzucht.
Producenten jagen allemaal op dezelfde 10 a 12 procent
kijkers van dezelfde soort met dezelfde soort programma’s.
Dat zijn er zo’n anderhalf miljoen en echt niet meer. Zet
twee gelijksoortige programma’s tegenover elkaar en je zult
zien, dat ze samen weer uitkomen op hetzelfde aantal kijkers.
Zou er bij die academici van Joop nou niemand zijn die
inziet dat 90% meer is dan 10?
Bob Rooyens  - 
wordt vervolgd.

 

Column 3.2.2008 door
Bob Rooyens

P&W

Het was schrikken!
Paul Witteman, die met een byzantinistische houding,
serviele blik en empatisch gedrag, Joran van der Sloot
hééééél erg bedankte voor zijn bereidheid om zijn, door
de actualiteit van Peter R. achterhaalde leugens en ge-
draaikont, te voorzien van nieuwe vaagheden.
Zij blik straalde liefdevolle sterkte uit naar de huichel-
achtige tiener.
Ik geef toe, dat het programma zelf bij mij regelmatig
jeuk veroorzaakt door de voorspelbaarheid van de
interviews en de beeldbegeleiding.
Is er een leuk meisje, of gast met een klein deficiënt in haar
of zijn verleden, nou dan weten ze bij P&W je dat nog wel
een keer aan te wrijven.
De volstrekt zinloze zappservice, die niets anders
doet dan het reproduceren van stukjes informatie die
al een keer of vijf eerder op de dag door anderen zijn
vertoond, tekent de creatieve leegheid van de redactie.
Het valt mij op dat Witteman ook steeds vaker zwijgt en
de lead van het gesprek overlaat aan Pietje Bel.
Ik verheug mij op een nieuwe irritatie als “God zij Dank”
de EO het overneemt van de zelfgenoegzame P&W.

 

 

Column 25.12.2004 door
Bob Rooyens

Het is nogal stuitend, zoals de 'anchors' en 'stootkussens'
van Studio Sport zich in het poepgat van John de Mol aan het
persen zijn. De sfeer bij die club, waar regelmatig hoog wordt opge-
geven over moraal en ethiek, moet ofwel totaal verziekt zijn, of je
hebt hier te maken met journalisten en commentatoren, die zonder
enige scrupule hun integriteit verkwanselen aan de hoogste bieder.
De gretigheid waarmee ze zich beschikbaar stellen duidt er sterk
op dat kritische overwegingen, zoals de journalistieke onafhankelijk-
heid, geen rol speelt. Het vurige pleidooi van dit koor voor het belang
van onafhankelijke verslaggeving door een hoogwaardige publieke omroep,
versus sportverslaggeving die het belang dient van handige zakenlieden,
heb ik (op Stekelenburg en Bob Spaak (87) na) niet gehoord.
Zodra sport als winstobject er belang bij heeft negatieve bijeffecten te
verdonkeremanen dan begint het manipuleren van de werkelijkheid
en daar zou je als integere journalist of verslaggever niet aan mee
moeten willen werken.
Het gemengd koor uit Studio Sport wekt de gretige indruk om voor
iedereen te willen zingen die een kwartje meer in de gleuf werpt.
Dit koor zingt vals. Moet je daar als Studio Sport nou wel mee verder
willen. Mag je daarvan een weerbaarheid, ambitie, creativiteit en inzet
verwachten, die de competitie op geniale wijze pareert?

Als ik de Mol was, zou ik er nog eens goed over nadenken of ik die op
geld beluste koppen, waar het gebrek aan loyaliteit en integriteit zo
vanaf straalt, wel op mijn zender zou willen!

De Mol is een illusionist. Gewaagd aan Copperfield laat hij heel
veel mensen geloven, wat ze graag willen geloven. Zoals besturen
van voetbalclubs die denken dat een paar duizend Euro meer aan
rechtenopbrengst beter is voor hun club en beter is voor het betaalde
voetbal. Die rekensom, op hoge toon georkestreerd door Michael van
Praag
zou ook nog wel eens heel anders kunnen uitpakken, als
mensen doorkrijgen, dat hun voetbal steeds meer een kassa en steeds
minder voetbal zal zijn. De demagogische oorvijgen die 'van Praag'
uitdeelde aan het 2e kamerlid Atsma (CDA) maakten wel duidelijk hoe
de van Praag doctrine in elkaar zit. De politiek moet z'n kop houden
en de NOS kan oprotten. Atsma staat er alleen voor. Andere politieke
partijen vinden het wel best zo.
Voor de VVD, loopt het op rolletjes.
Het criterium van marktaandelen zal er binnen afzienbare tijd
voor zorgen, dat de Publieke Omroep wel terug kan van drie, naar
twee zenders. Het meest tragische aan die ontwikkeling is het gebrek
aan cohesie tussen de Publieke Omroepen zelf. Krachteloos en mach-
teloos is het verweer tegen de oprukkende marginalisering.
De slag om te overleven als Publieke Omroep kent helaas geen
generaals waarmee je die strijd kansrijk kan aangaan.
De slag om het voetbal is verloren.
Je kan je afvragen of het voetbal gediend wordt met slippendragers die
journalistiek de gewenste canon van 'their masters voice' zingen.
Van tevoren afgesproken vraaggesprekjes die gemakkelijk glijden
op het slijm van belangenverstrengeling, zijn niet bepaald een prikke-
ling voor de journalistieke onafhankelijkheid. Nou is er met die
afgesproken vraaggesprekjes sowieso iets heel fundamenteels mis.
In mijn speech voor het Omroepcongres in 2002 heb ik al gewezen
op deze operetteachtige schertsvertoningen. De opvattingen van Raoul
Heertje, in Nova van 23 december jongstleden, waren mij dan ook
uit het hart gegrepen.

In het 'VEB-magazine' dat zichzelf afficheert als 'het Grootste
onafhankelijke beleggersmagazine'
onthult John de Mol in een
opmerkelijk interview het één en ander over zijn denken en handelen.

'Begin 2003 had hij een belang van 10% in Versatel. Aankoop
variërend tussen 30 en 48 eurocent. Een jaar later was het aandeel
gestegen naar € 2,30. Dat vond John wel een redelijk niveau om te
verkopen.'
Knap! Een winst van zo'n 800 % in een jaar. Goed gedaan!

 

Even verderop zegt hij: '....ik vind dat aandeelhouders onvoldoende
trouw zijn aan de onderneming. Ze stappen in en met een paar
dubbeltjes winst stappen ze alweer uit. Ze zouden een grotere
loyaliteit aan de dag moeten leggen.' (!)
...en een klein stukje verder: 'Bij Talpa Capital wordt het vermogen
professioneel beheerd. Daar wordt ook aan daytrading gedaan.
's Ochtends in ING en 's middags er weer uit.'


'John' is zonder twijfel een geniale zakenman en z'n opvattingen over
'Steve Jobs' deel ik van A tot Z, maar de enige consistentie die ik in
bovenstaande citaten kan ontdekken is die van geld verdienen. De
trouw die hij bij aandeelhouders onvoldoende aanwezig acht is
hemzelf vreemd. Ontrouw als de profijtelijke aanjager voor persoonlijk
gewin neemt hij liever een ander kwalijk.

Betrokkenen, KNVB, Clubs , John de Mol en Politiek den Haag ,
zeggen dat het voetbal op een open, voor iedereen toegankelijk, net te
zien zal zijn. Het enige dat verandert is het nummertje op de
afstandbediener.
Dat is onjuist!

Wie niet op de kabel is aangesloten kan Nickelodeon niet ontvangen.
Tenzij, men bereidt is een contract af te sluiten met Canal+.
Uiteraard tegen betaling.
De dooddoener van het open net, is een bij elkaar gelogen doekje
voor het bloeden. Veel politieke woordvoerders, dekken het
ongemakkelijke wondje toe, door het gewoon te negeren.

Wat voor soort regisseur zal de Mol gaan inzetten op de wedstrijden?
Ik gok op volgzame types. Geen relletjes of spreekkoren in beeld.
Geen microfoons in de nabijheid van dug-out, fans, scheids of grens.

Geen herhalingen van doodtrappen en andere verminkingen.
Een enkel voorzichtig elleboogje kan misschien nog wel, om vooral de
illusie van echtheid te suggereren.
De wedstrijden zullen worden opgeleukt met Gordon, Jolink, Froger
Cheergirls en andere gezelligheid.
Er zullen shots gemaakt worden waarin (geheel terloops uiteraard)
reclame-uitingen zichtbaar zullen zijn en de pauzes zullen worden
gevuld met commercials, onderbroken door wat gemelk, aan het
stamboekvee uit de stal van Kees Jansma.

De teloorgang van het publieke bestel heeft mede door deze
ontwikkeling definitief haar beslag gekregen. Mede door deze
ontwikkeling omdat de grootste schuld niet ligt bij handige
zakenmensen met opportunistische meelopers, maar bij de Publieke
Omroep zelf. Teveel na-aap programma's, teveel trendvolger van de
commercie, teveel opdrachten verstrekken aan oppervlakkige licht-
gewicht productiemaatschappijen. Te weinig eigen nieuwe program-
mering, te weinig steun, begeleiding en opleiding van talenten, te
weinig identiteit, te weinig samenhang, te weinig vuist, te weinig
eenheid, te weinig visionair, te weinig personality.
Daarbij komt dat de politieke trend haar verantwoordelijkheid op
talloze gebieden afdoet met marktwerking. Laat de wal het schip
maar keren. Een laissez-faire mentaliteit die een heel land in ver-
warring heeft gebracht. De politiek is in meerderheid niet geïnte-
resseerd in een sterke publieke omroep.
Spijt komt altijd achteraf, als het......

Bob Rooyens