Biografie

BOB ROOYENS producer/regisseur/producent 

Geresearcht en opgetekend door: Arno Weltens

Bob Rooyens wordt in Rotterdam geboren Hij is muzikaal. Krijgt piano- en 

gitaarles. Hij schrijft liedjes, hoorspelen en toneelstukken die in kleine kring, 

met vrienden en vriendinnen worden uitgevoerd. Met een schoolbandje, 

toert hij in de avonden en weekends langs personeelsverenigingen en clubs 

die iets te vieren hebben en veelal weinig te spenderen. 

Er volgen radio-opnames voor Avro's jeugdomroep  Minjon .  

Het is zijn eerste kennismaking met  Gerrit den Braber.  

De man die een belangrijke rol in zijn leven zal blijven spelen.  

Rooyens , is verslingerd aan film. 

Wekelijks bezoekt hij in gymnastiekzalen en buurthuizen filmvoorstellingen. 

In de bioscopen wordt het publiek eerst nog geamuseerd met een 

varieteprogramma. Later worden dat populaire deuntjes op het hammond- 

orgel voordat de hoofdfilm begint.  

Rooyens  weet het zeker. Dat is zijn wereld! 

Hij vraagt een beurs aan om in het buitenland film te kunnen studeren. Die  

aanvraag wordt afgewezen. Als het zo niet kan, dan maar anders. 

Hij vertrekt met een vriend  (die als zanger carrière wil maken) naar  

Parijs met de intentie om aan het IDHEC , de Franse filmacademie, te gaan 

studeren.  

Gebrek aan financiën dwingen hem om de studie nog even op te schorten . 

Om te overleven werkt het duo in eerste instantie als straatmuzikanten  

langs boulevards en terrassen. Tijdens een van die optredens wordt hij aan een  

tafeltje genodigd door een echtpaar. Zij schrijft boeken, hij is de Canadese animation-  

regisseur  Jean Letarte. Letarte (op dat moment gastdocent aan het Idhec en naar 

later blijkt een begenadigd gitarist) luistert naar het verhaal van  

Rooyens en biedt hem een stageplaats aan bij zijn nieuwe film.  

Daar leert hij de principes van het vak.  

In het existentialistische Parijs van de jaren 60 heerst de geest van Jazz,  

Sartre, de Beauvoir en Greco In de Rue de la Huchette speelt Bud Powell.  

Het zijn de tijden van Les Tricheur. Rooyens raakt verzeild in studenten- 

gemeenschappen. Slaapt nu eens een tijdje hier, dan weer daar. Overdag 

werken aan de film, s avonds ergens optreden. Met zijn vriend, de  

zanger, lopen ze agency's af, doen audities en worden voorgesteld aan de  

machtigste talentscout van Parijs, Madame  Suzi Louvat. 

Zij regelt een optreden als gast in een tv-show met Lucienne Boyer.  

Wolf Lupi de manager van het Europees zeer populaire Deense jongensduo  

Jan & Kjeld, is geinteresseerd en biedt het duo een contract aan. Rooyens 

weigert, hij wil het filmvak leren. Muziek is daarbij uitsluitend een middel om 

te overleven. 

Gerijpt en rijk aan ervaringen keert  Rooyens naar Nederland terug om de 

dienstplicht te vervullen. Televisie is in opkomst. Tijdens zijn militaire 

diensttijd schrijft Rooyens televisieprogramma's. De NCRV ziet er wel wat  

in en koopt een paar scripts aan. Hij schrijft liedjes, o.a. voor het Vara 

radioprogramma  het Chansonnetje in huis

Rooyens ziet het vernieuwende tv-werk van regisseur Jef de Groot en voelt 

dat bij dat medium zijn toekomst ligt. 

In zijn hommage aan die regisseur in het door hem samengestelde boekje: JEF, 

http://www.bobrooyens.com/Jefboekpage.html 

vertelt hij hoe het werk van de Groot hem raakte en drijfveer werd voor zijn 

ambities. De Avro-televisie vraagt hem, om een programma te schrijven ter  

gelegenheid van een  Pia Beck jubileum. De titel heeft men al bedacht: 

Pia's Boekie. Rooyens schrijft het programma, maar is niet erg gelukkig 

met de manier waarop zijn ideeën door de regisseur zijn omgezet. Hij  

beklaagt zich daarover bij  Ger Lugtenburg de programmaleider en zegt 

dat hij voortaan zelf de regie wil voeren. Lugtenburg ziet wel iets in  

hem en stuurt hem naar de regiecursus.  

Rooyens wordt een programmamaker en regisseur van alle genres.  

Van Opera tot Jazz, van komediedrama tot klassieke en moderne balletten, 

van documentaires tot Rock Concerten. Talkshows, GameShows, 

Popshows, informatieve programma's, kinderprogramma's, literaireshows, 

personalityshows, bigband concerten, klassieke concerten. Geen enkel 

genre ontkomt aan zijn interesse. 

Hij regisseert, produceert, schrijft en bedenkt televisie, nationaal en 

internationaal. Binnen korte tijd valt zijn manier van regisseren op. Het is 

afwijkend en eigenzinnig. Een Rooyensprogramma heeft een eigen 

herkenbare signatuur.  

Zoals de geschiedenis al talloze malen heeft geleerd, leidt verandering tot 

verdeeldheid. Er ontstaat een groep enthousiaste voorstanders en een groep 

tegenstanders.  

Een tussenweg lijkt er niet te zijn. Belangrijke supporters van Rooyens' stijl 

zijn de prominente journalisten en televisiecritici  Nico Scheepmaker (GPD),  

Wim Jungman (Parool), Henk Huurdeman (Volkskrant) en Frans Happel 

(Haagsche Courant). Notoir tegenstander is de recensent van de Telegraaf 

Leo Riemens. De journalist  Hans van Reysen schrijft:  'Hij is de bekendste 

regisseur in Nederland en de bekendste Nederlandse regisseur in het buitenland. 

Zijn televisieprogramma's worden of diep bewonderd of diep verguisd. Maar 

er is vrijwel niemand, die geen mening heeft over tv- regisseur Bob Rooyens. 

Zijn passie voor experimenteren heeft hem gemaakt tot de Willy Wortel van 

de televisie. De Frankfurter Rundschau schrijft naar aanleiding van de 

uitzending HerzDamen: Er (Rooyens) setzt Zeichen, wie Fernsehunterhaltung 

heute sein könnte. ' Verrückt ', werden auch viele Zuschauer von Bob Rooyens'  

ARD-Show 'HerzDamen' sagen. Aber verrückt ist durchaus ein eigener Wert, 

wenn das Normale spieszige Langeweile ist. 

De Hannoverische Allgemeine Zeitung schrijft naar aanleiding van hetzelfde  

programma onder de koptitel: ' Nie um einen Einfall verlegen ', Das war schon  

ein Leckerbissen. Was Bob Rooyens da in seiner faszinierenden Show vorführte,  

gehört zu jenen optischen und akustischen Delikatessen, die nur ganz selten  

serviert werden.’  

In Die Welt schrijft Valentin Polcuch : 'Bob Rooyens, der einfallsreiche 

Magier  des elektronischen Mediums, hatte wieder seinen groszen Tag. 

En de  Süddeutsche Zeitung schrijft:  'Bob Rooyens, der Star-Mix unter den  

Show-Regisseuren, zapfte wieder seine unerschöpfliche Phantasie  an und 

verquirlte Op- und Pop-Art, Hieronymus-Bosch-Phantastik, TV-Tricks und 

die Hit-Mädchen Sue Kramer und Liesbeth List zu wahren Wunderwerken. 

Veelvuldig wordt werk van hem naar het  Gouden Roos Festival gestuurd. 

Hors- en in concours, representeert hij Nederland met:  Liesbeth List Show, 

Hoofdstuk III, Moef GaGa, Johnny & Rijkshow, Nina meets Boy,  

Hoofdstuk VI, Liesbeth & Ramses, Gala of the Year en Kinderen voor 

Kinderen. 

Duitsland vertegenwoordigt hij met:  Dusty en in seminar met  Männer wir  

kommen.  

It's all in the Game een coproductie met Roemenie, wordt ook voor dat 

land de nationale inzending naar de Gouden Roos. Altijd is er veel 

aandacht voor het werk.  

En ook altijd is er de nodige opwinding en controverse. De Gouden Roos,  

wordt hem ondanks alle voorspellingen steevast onthouden. Wel wint hij de 

‘Rose de la Presse’, een Bronzen roos en 6 eervolle vermeldingen o.a. voor 

Dusty (Duitsland)en It's all in the Game (Roemenië). Het Gouden Roos 

Festival kende in die tijd (tot eind jaren tachtig) slechts 3 rozen, plus de roos 

van de pers. Intussen is bij hetzelfde aantal deelnemende programma's het 

festival opgedeeld in categorieën, waardoor er nu zo'n 18 rozen te verdelen 

zijn. Wat neerkomt op gemiddeld 1 roos per 3 programma's.  


Door de internationale aandacht die hij krijgt maakt zijn werk internationaal 

ook school. Zowel in het buitenland als in Nederland, waren er talloze 

regisseurs, die zijn stijl probeerden te imiteren. Een van de meer geslaagde 

navolgers was regisseur Rob Touber, die er ook openlijk voor uitkwam dat 

Rooyens zijn grote inspiratiebron was. 

In Nederland krijgt hij on 1969 de Nipkowschijf. Internationaal wordt zijn werk 

veelvuldig gelauwerd. In 1972, krijgt hij van de  Akademie der Künste – Berlin 

de kunstprijs van de stad Berlijn. In het juryrapport staat: 'Bob Rooyens hat mit 

seinen für den Westdeutschen Rundfunk zwischen 1969 und 1971 produzierten 

Show- und Unterhaltungssendungen Pionierarbeit geleistet. Im gegensatz zu 

jeder bekannten Praxis in diesem Genre, hat Rooyens begonnen, alle 

Verschmelzung der musikalischen, theatralischen, optische, farblichen und 

dramaturgische Elemente zu nutzen. In seinen Produktionen finden 

Bilderereignisse statt, die mit vertrauten Formen der Fernseh-Show gebrochen 

und stattdessen neue Seh-Weisen und damit Maszstäbe gesetzt haben, welche 

die Arbeit anderer  Regisseure bereits mitbestimmen.' 

In juli 1987 schrijft Wim Beeren, directeur van het  Stedelijk Museum aan 

Rooyens naar aanleiding van de manifestatie;  '  Kunst voor Televisie ' :  

'Een van de onderdelen is een selectie van historische kunstprogramma's uit  

verschillende Europese landen. Voor Nederland is er door ons, na het bekijken 

van de vele producties, een selectie gemaakt van naar onze mening 

belangwekkende kunstprogramma's en vernieuwende Tv- programma's. 

Tot die selectie behoort het door U vervaardigde ' Moef GaGa ', aflevering 

Batman.  

In de loop der jaren, krijgt Rooyens van bewonderaars, critici en criticasters 

talloze etiketten en bijnamen:  Salvador Dali van de televisieregisseurs, 

Tv-beelden goochelaar, Avro-pionier, Bussums BeatBoy nr.1, Een opvallertje, 

veeleisende 1.95m lange blonde dictator, Formule Rooyens, Rooyaanse effecten, 

Aparte Rooyens-signatuur, Maestro Bob, De effectenmakelaar, jonge blonde 

zoekende Steenbok-regisseur, Pop-Artregisseur, de man met  de wiebelende 

beelden, de Meester, de Bob Rooyens show, Tovenaar met  techniek, inventieve 

Rotterdammer, omstreden topregisseur,  de angry young man, de Rooyens touch, 

componist van schitterende beelden, de Kees van Dongen van de TV, fel en 

geestdriftig, een bezeten kunstenaar, een rechtgeaarde individualist, brouwt als 

een magier, een bezeten regisseur, de Duitse Nederlander, een vakman, de pionier, 

' onze '  Bob, een groot kunstenaar, veelbelovende regisseur, jongleur met

 beeldtrucmogelijkheden, veelzijdig ' stukkenmaker ', de man met de 

verschrikkelijke flitsbeelden, kort aangebonden Tv-fenomeen, Nederlands 

succesrijkste tv-regisseur in het buitenland, karakteristieke signatuur, aan 

Duitsland uitgeleende blonde reus, gaat te werk als een schilder met zijn palet, 

grote kunst als kleurenrealisator, Rooyens groeit naar meesterschap, internationaal 

gevierde man, het voormalige wonderkind, Goliath met de kop van een Griekse 

wijngod, een ongevoelige zelfverzekerde vakman,  Rooyens die bewust sociaal 

denkt en zich opwindt over het minimumloon, het maximumloon, tovenaar Bob, 

een effectenjager als Karel Appel, de man van de wilde beelden, Bob ' Top of 

the bill ', topregisseur, meesterregisseur,  een ware kunstenaar, professor in deze 

business, de ongekroonde koning, deze week is duidelijk geworden dat Rooyens 

in andere landen beschouwd wordt als een soort God de Vader, programmamaker 

die obstakels niet uit de weg gaat, de Fellini van Hilversum, Nederlands meest 

barokke televisieregisseur, beeldenmagier, talentvolle beeldenmaker, bezielde v

akman, de onbetwiste pionier van de virtuele werkelijkheid, de vader van het andere 

televisiemaken.

Ein groszer im Schau-Geschaeft, Groszmeister Rooyens, Eigenwilliger Show-

Regisseur, den vielgelobten Hollaender, einfallsreichen Regisseur, eine

typischen Rooyens-Kulisse, ein Showman mit Ideeen, der laessige Bob,

Hollands Popregisseur, der begabte Hollaender, Regie-wunder aus Holland

vielversprechendes Nachwuchs-Talent auf dem Gebiet progressiver

Fernseh-Unterhaltung, Erfinder optische Alptraeume, der einfallsreiche

Magier des elektronischen Mediums, wohlrenommierte Hollaender, einer der

bekanntesten Europaeischen Fernseh-Unterhaltungsmacher, ein beliebter

Regisseur in Koeln, der trickreiche Hollaender, das Rooyens-Rad, der

schwingenden Hollaender, der Starmixer unter den Show-Regisseuren, der

flimmernde Hollaender, BlueBox-Boy, Elektronischer Buhmann, verschrien

und verehrt, Bildschirm-Magier und Elektronik-Kuenstler, vom Show-

Elektroniker zum Show-Mahler gewandelt, eigenwilliges TV-TrickTricktechnik-Genie,

Rooyens begon zijn carriere bij de Avro, maar werd al snel freelancer.  

Belangrijke producties zijn onder meer:  Hoofdstuk, Moef GaGa, Vers:, Dusty, 

Männer wir Kommen, Esther Color, Berlin Berlin, Liesbeth & Ramses,  

HerzDamen, Das Deutsche neue Design, Dr. Winter, It's all in the game, Lulu,  

Macht hoch die Tuer, die Tor macht weit, Antigone, Summernight Dreams, 

Kinderen voor Kinderen, The Young Messiah, Get up Early, Krieg und 

Frieden. [1]

Omroeploopbaan

Op 18 juni 1962 zijn op de AVRO-radio vakantie-impressies te horen 

vanuit Parijs in 'Eigen weg, een zomers half uur voor twintigers '. 

Rooyens schrijft de teksten onder de naam Serge van Wijngaarden, een 

pseudoniem waar hij vaker gebruik van zal maken.

Op 25 juli maakt Rooyens samen met zijn collega Roelof Kiers: 'Naar mijn idee' 

meningen van jongeren op film anno 1962. Een van de jongeren, die door Rooyens 

en Kiers daarbij stevig aan de tand wordt gevoeld is de jonge student politicologie 

Hans Wiegel. Het eerste serieprogramma dat hij als jongste regisseur voor de AVRO 

verzorgt, is "Club Domino" (1962). In deze muziekprogramma's staan Franse 

sterren centraal. Zo maakt Rooyens onder andere opnames met: Patachou, 

Jacques Brel, Juliette Gréco. De regisseur had de beschikking over drie camera's. 

De bedrijfszekerheid liet nog wel eens te wensen over. Bij de live-uitzending met 

Juliette Gréco vielen 2 camera's uit en kreeg de derde een lekke band. 

Rooyens gebruikte zijn camera's intensiever, maakte meer gebruik van de ruimte. 

Zijn cameravoering was afwisselender en dynamischer. Hij gebruikte andere 

perspectieven dan gebruikelijk en hanteerde een hoog tempo in de snelheid en 

variatie van zijn beeldregie. 

Dat leidde bij Jacques Brel, tot nooit eerder vertoonde dialoogshots met zichzelf,  

dromerige poetische overgangen via een wegpannende camera naar zwart en een 

opkomende camera met een ander perspectief uit zwart. 

Bewuste overvloeiers van focus naar defocus naar focus. 

Bij het lied Les Bourgeois werkte Rooyens met provocerende foto's en  in Le Pendu

bungelde Brel met zijn hoofd als gehangene in een strop. 

Het was voor velen een schokkende belevenis. 

Niet iedereen van de AVRO-leiding is enthousiast over de  voor die tijd onorthodoxe 

wijze waarop Rooyens de artiesten in beeld brengt. Televisiedirecteur Siebe van der 

Zee overweegt na het programma met Brel, Rooyens zelfs te ontslaan. 

Vanwege de lovende reacties in de pers komt het overigens niet zover. Tv-criticus  

Nico Scheepmaker over de uitzending: 'Maar daar  was ook een regie – Bob Rooyens – 

zo perfect, zo rijk aan vondsten dat geen nuance verloren ging. Cameravondsten als 

het spel met het touw in ' Le Pendu ', de perfecte warming-up, de charmante 

explicatie van Denise Maes '  


Rooyens, zelf als werkstudent in Parijs (1958) ook straatmuzikant geweest,  

maakt in 1962 de documentaire: ' Toonkunst op de keien '. 

Mies Bouwman doet de interviews.  

Op 28 februari 1963 regisseert Rooyens een door Jan Blokker geschreven 

gedramatiseerde documentaire gewijd aan het fenomeen filmster in de serie: 

‘Voor de vrouw”. 

In mei beginnen de opnamen voor een zesdelige tv-komedie: 

"Met 24 pk door Europa". De serie volgt een gezin (gemodelleerd naar de auteur 

van de serie, Mazure) dat met een krakkemikkig autootje door Europa  reist.

Hoofdrolspelers zijn Ko van Dijk, Teddy Schaank en Simone Rooskens.  

De serie haalt de eindstreep niet.  

Bij aflevering 4, besluit de Avro programmaleiding dat de kwaliteit van de  scripts 

te laag is, om er mee door te gaan.  


Op 1 november 1963 staat Rooyens aan de wieg van het programma dat zal 

uitgroeien tot een van de legendarische series uit de Nederlandse televisiegeschiedenis:  

'Voor de Vuist weg'. Ger Lugtenburg,  Avro's programmaleider kwam met het idee 

voor deze eerste Nederlandse talkshow. 

Een orientatiereis door Amerika, had Lugtenburg enthousiast gemaakt over NBC's  

Tonight Show . Populair geworden door Steve Allen, overgenomen door Jack Paar 

en opgevolgd door Johnny Carson. Lugtenburg zag in het programma het ideale 

vehikel voor  Willem Duys. De Vuist, moest live en verrassen met gasten uit alle 

geledingen van de maatschappij. De locatie werd Theater Concordia in Bussum.  

Willem had  geen groot verlangen naar redactionele betrokkenheid. De mantra van  

Duys luidde voor de samenstellers:  een oude man,  een kind en een dier. 

Het programma werd tijdens de rijsttafel voorafgaand aan de uitzending met hem 

doorgesproken en dat was genoeg. Willem vertrouwde op zijn intuïtie.  

De productie en redactie in het eerste jaar, was in handen van Rooyens en Oster

Daarnaast deed  Rooyens de regie en vormgeving. Dat laatste was simpel en basic. 

Op het kale toneel stond een tafel met een paar stoelen. Op tafel, kannen met water, 

jus d'Orange, koffie en heet water voor thee. 

Verder was er een wijntje en een versnapering. Duys zou als een goed gastheer 

betaamt, zelf zijn gasten verzorgen.  

Er was een plekje voor een combo en verder een lege bühne, de originele 

trekkenwand van het theater en een kale stenen achtermuur.  

De goudvis, die tot het ikoon uitgroeide van het programma was een min of meer 

toevallig rekwisiet dat als vanzelfsprekend paste bij de huiselijke 'gezelligheid' van 

theelichtje en jus d' orange. 

De eerste uitzending, liep totaal uit de hand. Het was overgeproduceerd met teveel 

gasten en eindeloos lange gesprekken. Het programma was gepland  tot elf uur, 

maar liep uit tot ver na middernacht. 

Tot slot belde  Willem  met zijn moeder en vroeg wat ze er van vond.  

Hij werd als een kind door haar bestraffend toegesproken. 

Het publiek vond ' t geweldig.

De positie van de televisie-regisseur was de eerste 30 jaren totaal anders dan nu.  

Ideeën voor programma's begonnen veelal bij de regisseur. De regisseur beheerde 

het budget, bepaalde met zijn designers de artdirection, engageerde de 

medewerkenden, was de uitvoerend producent, producer, eindredakteur en 

regisseur.

Rooyens' eerste programma als regisseur/producer is op 27 juni 1962 en is, ironisch 

genoeg, de finale van de Opreghte Amateur. Het programma dat hij zeven jaren 

eerder in Theater Marcanti in Amsterdam, met zijn Loyal Trio gewonnen 

had. De Haagsche Courant schreef naar aanleiding van die uitzending: 

De finalisten van de Stichting d ' Oprechte Amateur werden fraai in een lijstje gezet, 

met zoveel zorg en talent was men geneigd te denken, dat de omlijsting het ingelijste 

soms overschaduwde. Regisseur Bob Rooyens (een ouwe lente, een nieuw geluid) 

had waarlijk eer van zijn werk. 

De Telegraaf: Het voordeel van zo ' n televisieprogramma als waarmede de Avro, 

de avond om zeep hielp, is altijd, dat velen zich realiseren iets beters te doen te 

hebben. Het meest oorspronkelijke bestanddeel kon men met wat goede wil het 

aaneen rijgsel noemen, waarin de Avro haar beste amateurs op het miljoenenpubliek 

losliet.

Op 17 april 1964 regisseert Rooyens in Carré de Sammy Davis Show.

Furore maakt Rooyens met de serie Hoofdstuk 1964-1965. 

Samen met de beeldend kunstenaar Armando, de schrijver  

Hans Sleutelaar, de graficus en cartoonist Frits Müller, decorontwerper Massimo Götz en Jef de Groot als aanjager 

en co-producer ontstond een nieuwe vorm van televisie.  Vormgevingsexperimenten die volkomen afweken van de gangbare  opvattingen. Technisch kon televisie in die periode niet veel meer dan het affotograferen van een gebeurtenis.

Rooyens bedacht spiegeldozen, roltonnen, beeldcomposities met

levensgrote maskers, en maakte 'composites avant la lettre' met

behulp van monitoren en Eidophor's. (Eerste zwart/wit

grootbeeldprojectoren)

In Hoofdstuk werd voor het eerst bewegend licht ingezet. Het was in de 

meest primitieve vorm, maar het bewoog en was een tot dan toe 

onbekende toevoeging aan televisievormgeving.

Verder ontwikkelde en gebruikte Rooyens de creatieve

mogelijkheden die in het technische medium tot dan toe 

verborgen en ongebruikt waren gebleven. 

Hoofdstuk III Jazz, werd door de NTS hors concours ingezonden

naar het Gouden Roos Festival in Montreux. Het zorgde daar voor

veel ophef en discussie. Naast de Internationale collega's die de 

nieuwe manier van televisie maken enthousiast omarmden waren

er ook de meer conservatieven die televisie meer zagen als een

technisch doorgeefluik. Bij Hoofdstuk VI Crime, dat een jaar later 

als nationale inzending naar Montreux werd afgevaardigd, laaiden 

de discussies weer op. Het programma viel niet in de prijzen, maar

Rooyens naam was  internationaal een begrip geworden.


In 1965 produceert en regisseert hij: ‘Dit is Tonvan Duinhoven ‘. 

Een muzikale literaire fantasie rond Ton van Duinhoven , geschreven door Remco Campert, met Kitty Courbois en de Ruud Bos Big Band .

Kitty, in de 'storytelling' de scriptgirl, verhaald In monologues Interieur

over haar liefdesrelatie met Ton. Haar terugblik op hun relatie. leidt 

tot de onontkoombare conclusie, dat haar liefde voor hem voorbij

is.

Tijdens het werken met de muzikanten op de studiovloer, richt Ton 

zich regelmatig even, via de camera tot Kitty in de regie. 

Gemaakt opgewekt, intuïtief aanvoelend welk proces zich in Kitty afspeelt, eindigt voor Ton de opname in de onafwendbare tragiek 

van een gebroken liefde

Rooyens maakte van dit balkendak een maquette. (Lucifers door een stukje karton.)

Licht uit, zaklantaarn aan. De lamp bewoog over het dak. De schaduwen bewogen

over de vloer. Het idee voor bewegend licht was geboren. Belichter Henk de Rover,

liet een rail bouwen waaraan de spot door zijn assistent Oler ter Kuile, heen en weer

getrokken werd. Die legendarische handeling bezorgde hem de koosnaam Oler en

de vliegende 5KW. Daarna werd de vliegende 5KW nog regelmatig ingezet, zoals te

zienis bij het ballet rechts.

De ontwikkeling in vormgeving, ingezet bij Hoofdstuk zette zich 

door in Moef Ga Ga, de eerste continentale televisie-popshow.

In een interview in het tijdschrift Wereldkroniek vindt Rooyens de

formule verrassender dan die van het ook op de Nederlandse

buis verschijnende Amerikaanse Shindig. [2] 

Moef GaGa had in tegenstelling tot Shindig voor elke aflevering  

een ander decor met een andere dynamiek en een ander verhaal. Dat varieerde van een parodie op de Batman serie, tot een  aflevering geheel in het teken van Op-Art.

De decorschilder die, net aangenomen door de NTS, de klus moest

klaren verdween na het zetten van duizenden lijnen, rechthoeken 

en cirkels volkomen in de war in de ziektewet.

De tekst van de herkenningsmelodie is van Rooyens; de muziek 

van Ruud Bos. De eerste uitzending van dit maandelijkse

programma was op 21 oktober 1965; de laatste op 1 mei 1968. Befaamd in de door Rooyens bedachte formule zijn de Beatgirls.

[3]

Aanvankelijk Engelse danseressen onder leiding van de Amerikaanse choreograaf Gary Cockrell, later vervangen door danseressen afkomstig van het Nationaal Ballet

De studiodecors zijn aanvankelijk van de hand van Massimo Gotz . en later van Roland de Groot. Vooral de op Batman geïnspireerde aflevering is typerend voor het vroege werk van Rooyens. De door de superheld geuite kreten, zoals: Wapp!! Voom!! en Klang!! 

worden, grafisch flitsend in beeld gebracht.

De NTS zendt deze aflevering in 1967 als Nederlandse inzending naar Montreux. [4]

Rooyens valt op dit tv-festival in Zwitserland niet in de prijzen, 

maar de inzending is wel de aanleiding voor het ZDF om hem te

vragen iets soortgelijks in Duitsland op te zetten.

Ook in 1968 regisseert hij de afleveringen van Moef Ga Ga.De presentatie is in handen van diskjockey Willem van Kooten. [5]


In december 1968 doet Rooyens de productie en regie van:

: Vers 1 (AVRO).  :Vers  is het vervolg in kleur van  Hoofdstuk .  Massimo Götz  verzorgt het decorontwerp, de grafische vorm-

geving is van Hans de Cocq en de choreografie is in handen 

van Gary Cockrell.  

Het betreft o.m. de vertolking van een gedicht van Armando

De teksten worden gelezen door Marja Habraken en Jef de 

Groot . 

De muzikale implementatie komt van Ann Burton, Shirley en het  Trio Louis van Dijk. Over dit programma merkt  Rooyens op: 

'Wat ik maak is niet een programma in kleur, maar een 

programma  van kleur '.  

Op 28 mei 1968 komt  :Vers 2 op het scherm.

:Vers ' was evenals ' Hoofdstuk 'een literaire vorm van  entertainment. Referenties aan literatuur, muziek en beeldende  kunst werden gebonden door een thematiek. De vormgevings- identiteit van het medium wordt verder ontwikkelt, maar nu met  

een grotere range aan technische faciliteiten en mogelijkheden.

Rooyens gebruikte als basis wit en zwart. Kleur kreeg daardoor  

een eigen intensiteit en betekenis. I

n de aflevering ' Angst en Geweld ' citeert hij onder meer uit het werk van  Max Ernst.


Grafisch ontwerper Jaap Drupsteen noemt Rooyens ' de onbetwiste pionier van de virtuele werkelijkheid in Nederland ‘. Journalist  

Henk van Gelder meent dat ' Rooyens al clips maakte voordat 

iemand nog maar van dit fenomeen had gehoord '.

De Supremes waren zo onder de indruk van de manier waarop 

Rooyens ze in beeld had gebracht, dat hij gevraagd werd om als

vaste regisseur met ze mee te reizen in hun trips around the 

world. 

Het leek Rooyens niet zo’n aantrekkelijke gedachte om altijd maar 

weer dezelfde liedjes op dezelfde manier in beeld te moeten

brengen, dus hij bedankte voor de eer.

In Studio Hamburg begint in 1967 zijn Duitse carriere met een 

serie magazine-achtige popshows voor het ZDF.  4.3.2.1. Musik 

für junge Leute. Het programma is zeer succesvol,  nieuwe popfenomenen als Jimi Hendricks en David Bowie verschijnen  

voor zijn camera's.  

Toch verloopt de samenwerking met het ZDF moeizaam. Men

 haalt  Rooyens naar Duitsland, vanwege zijn handschrift, zijn 

authentieke  manier van programma-maken, maar  toch wordt er 

steeds meer druk op  hem uitgeoefend om niet al te progressief  

te zijn. De situatie escaleert bij een citaat uit een klassieke 

slapstickscene. De ZDF-redacteur vindt dat met taarten niet

gesmeten kan worden. Dat is  voedsel en in India leiden mensen

honger. Rooyens stelt voor om deze compassie met de

noodleidende medemens te honoreren met een daad  en niet  

met hypocriet geklep.

Zijn voorstel luidt: Laat een aflevering vervallen, ga een uur op 

zwart en stuur het budget  naar India. Ondanks die spanning,

wil het  ZDF, hem graag behouden. Hij krijgt een contract voor 

5 jaar aangeboden, maar weigert.

Dan meldt zich in 1968  de  WDR bij  Rooyens. Dat blijkt de 

zender te zijn, die bij  hem past en die hij tot op de dag van

vandaag, trouw is gebleven.  


Rooyens maakt in die (zwart/wit) periode talloze programmass in 

allerlei genres. Klassieke concerten met het Concertgebouw

Orkest , Drama met Ko van Dijk en met Koen en Richard Flink . Weekend Shows met Johnny & Rijk. Voor het theater 

regisseert hij Shaffy Chantant.  

Hij produceert en regisseert shows met Sammy Davis, Mireille 

Mathieu, The Who, The Bee-Gees, Stevie Wonder, Dakota  

Staton, The Supremes en blijft daarbij ook actief als schrijver 

van meer literaire  shows. Met o.a. een piepjonge  Willem Nijholt 

(Stolen Moments), Marijke (Merckens) en  de vrouw van de jaren 

60: Felicity. 

Hij vertaald de tijdgeest in ' Flowerpowerproducties als 'Love-In'  

en het  idioom van  de Jazz en de Beatnik in  'Hip'  .

Op 14 september 1966 maakt Rooyens, op uitnodiging van

Philips, in de  studio van  het natuurkundig laboratorium in 

Eindhoven een experimentele  uitzending in kleur,  onder de titel  

'Hoofdstuk Kleur'.

Uit nieuwsgierigheid vraag hij aan Ir. Tan, de grondlegger van 

Philips' kleurentelevisie om het beeld van 1 van de drie kleuren-

buizen te spiegelen. Tan vond  het wel een intrigerende gedachte

en soldeerde de schrijfrichting  van één buis om. Het resultaat 

was voor iedereen verbluffend en een ondersteuning van 

Rooyens' these, dat de televisietechniek een authentieke 

creatieve  component bezit.

De uitzending was ook voor de technici een hoogstandje omdat 

voor het  eerst in de geschiedenis van de kleurentelevisie een

programma ‘live’ bilateraal werd uitgezonden naar een ander 

Europees land. Zweden)  


In 1967 is Rooyens na Ger Lugtenburg en Jef de Groot, de 

regisseur die de Weekend Shows met Johnny Kraaykamp en  

Rijk de Gooyer produceert en  regisseert. [6]

Deze shows worden om de twee weken (nu onder de titel  

Johnny & Rijk (een paar apart) afgewisseld met een  serie van 

de Mounties. 

De zes afleveringen ‘De man zonder hoofd' met het duo Piet 

Bambergen en Rene van Vooren staan aanvankelijk ook onder 

regie van Rooyens. [7]

Na de eerste aflevering vreest Rooyens een loyaliteitsconflict

met Kraaykamp en de Gooyer. Hij draagt om die reden het vervolg  

van de serie met de Mounties over aan de zojuist  als regisseur 

bij de Avro in dienst getreden Guus Vertraete. In datzelfde jaar 

regisseert en produceert Rooyens naast shows met o.a. 

Tom Jones, Boy's Big Band, Nina Simone en Aretha Franklin een

serie spraakmakende discussie programma's met  Ds. Barthold 

van Ginkel onder de titel:  'Twistgesprekken met God '.

In 1968 volgt de documentaire “Session’ over Boy Edgar, die met zijn band in het Bavo-huis in Amsterdam werkt aan de opname van een LP met Maynard Ferguson. Een beroemde jazztrompettist.

De opname zou uiterlijk 23:00 uur klaar moeten zijn, maar duurde

nog tot de volgende ochtend. Er is plezier er zijn spanningen.

Tijdens de nachtelijke uren druppelen onverwachte gasten binnen,

waaronder de wereldberoemde tenor-saxophonisten Ben Webster en Don Byas, Ramses Shaffy, Betty Carter. [9]

In 1968 benadert de  Westdeutsche Rundfunk, (de grootste 

zender van het eerste Duitse net) Rooyens om een serie 

kritische jongeren programma's te maken.[8]

(Baff) Het satirische en kritische karakter van het programma 

leidde ertoe dat de programmaleiding van de WDR, die het programma voluit steunde, nogal eens onder druk kwam te staan van de WDR-Programmaraad. Een uit verschillende maatschappelijke stromingen samengesteld gremium, waarin 

het moralisme en conservatisme een zeer actieve

vertegenwoordiging had. Dit leidde uiteindelijk tot censuur van 

een programma-item.

In de uitzending vervangt Rooyens het item door zwartbeeld

met een countdown van de lengte en de tekst ' Zensuriert '.

De commotie die daardoor ontstond genereerde veel publieke aandacht en verzet tegen het regenteske karakter van de programmaraad. 

Het programma werd verder met rust gelaten.

Rooyens zou in de loop der jaren in opdracht van de publieke 

omroep een aantal muziekprogramma's regisseren. Opmerkelijk

hierbij is het genre (varierend van klassiek tot jazz tot pop). Zo

maakt hij in november 1967 een special met Nina Simone en 

het orkest van Boy Edgar .

 AVRO-directeur Van der Zee is enthousiast over het resultaat.

De eerste grote show die hij in 1969 voor de WDR regisseert is

rond de Engelse wereldster Dusty Springfield. Die show onder 

de titel 'Dusty' wordt door de televisiebazen aangewezen als de Duitse nationale vertegenwoordiging op het Gouden Roos Festival . Onder collega's en de pers opnieuw gedoodverfd als de winnaar, 

wordt tot algemene verontwaardiging opnieuw een'Rooyens' 

opnieuw afgescheept met een eervolle vermelding.

Wereldkampioen Karate,  John Bluming vocht aangejaagd door

opzwepende percussie in een witte scene, in een wit pak tegen 

rood aangeklede tegenstanders. Rooyens had voor deze scene

een nog nooit eerder gebruikte opnametechniek bedacht. De

opnameband  liet hij over twee machines lopen. De eerste 

machine nam het beeld op en de tweede gaf het weer. Die 

weergave werd doorgelust aan de eerste machine, waardoor een vertraagd en in beeld iets verschoven herhalingseffect ontstond 

dat de actie dramatisch verhevigde.

De vertraging beliep een vaste tijd. Namelijk de tijd die de tape

erover deed om van de opnamekop van machine 1 te arriveren

bij de weergavekop van machine twee. Rooyens wilde die

(loop)tijd kunnen varieren. De oplossing lag in het fysiek

wegsturen van het signaal. Omdat satellietverbindingen niet 

bestonden en de beschikbare lijnen voor televisie-uitwisseling 

zeer kostbaar waren werd een simpel alternatief gebruikt. 

Tussen de studio in Hilversum en de oude studio's in Bussum 

bestond een lijnverbinding. Door het signaal uit Hilversum heen 

en weer te blijven sturen, ontstond een vertraging. Door het aantal 

heen- en weerzendingen te varieren kon ook de lengte van de 

vertraging gecontroleerd worden.


Kleur professionaliseerde ook het gebruik van key-effecten.  De 

veelal onzuivere en rafelige helderheids- (luminanz) key kon

bij kleurentelevisie worden vervangen door de chroma-key. 

Rooyens was pioneer  op dat gebied.

Studio A van de  WDR in Keulen werd op zijn verzoek en in 

samenwerking met zijn vaste technische crew, waarin Technik-

Ingenieur Klaus Kossmann een sleutelrol vervulde, technisch aangepast aan de wensen van Rooyens aangepast. 

Speciaal licht, speciale horizons, speciale bodemplaten, dubbele chromakeyers, coxbox en schakelaars in de camera's om de 

verschillende elektronenbuizen aan en uit te kunnen zetten etc.


Rooyens reist in 1969, naar aanleiding van de zeventigste 

verjaardag van jazzcoryfee Duke Ellington naar Amerika.

In Las Vegas wordt pianist, componist, arrangeur en orkestleider

Ellington op de voet gevolgd. 

In juli en augustus volgen het Modern Jazz Quartet en de Ray

Charles Big Band.


Een absoluut hoogstandje qua regie is de op 11 februari 1969

uitgezonden en slechts in 2 studiodagen geproduceerde

muziek- special rond Liesbeth List. De Liesbeth List-Show vormt 

opnieuw  de inzending voor Montreux. Hier haalt de AVRO-productie

de ' Rose de la Presse ' van de persjury en een eervolle vermelding  

van de reguliere jury. Bij de bekendmaking daarvan werd de reguliere

jury getrakteerd op afkeurend geroep door het overgrote deel van de

aanwezige programmamakers. Later dat jaar volgt alsnog de

internationale erkenning en waardering. De ' Liesbeth List Show ' 

wordt uitgeroepen tot winnaar van het  Hollywood Festival of World

Television . Een Festival waarvoor uitsluitend programma's worden uitgenodigd, die elders al een prijs hebben gewonnen.

In november 1970 zendt de AVRO, het in 1969 voor de WDR-Bavaria geproduceerde Esthercolor uit, een vijftig minuten durende special rond de Israelische zangeres Esther Ofarim. Het is een ontroerende show rond een multi getalenteerde internationale beroemdheid, dit  keer niet met televisiecamera’s maar met 35mm filmcamera's  gedraaid. 

De show kreeg een extra emotionele lading omdat Bob  Rooyens haar na haar scheiding van echtgenoot Abi, voor de eerste keer solo voor de Duitse televisie wist te halen. Het regiewonder  uit Holland, zoals onze oosterburen hem omschrijven zorgt, voor een pop-spektakel van internationaal niveau, een delicatesse. [10]

De productie wordt door London Weekend TV ook uitgezonden als 

één van ’s werelds beste programma’s. [11]

De Bavaria-Studio's in München behoorden tot de belangrijkste film studio's in Europa. De buitengewoon succesvolle en in de  persoonlijke verhoudingen zeer prettige samenwerking, leidde ertoe dat Rooyens de aanbieding kreeg, om binnen Bavaria een eigen unit te gaan leiden. Later aangevuld met het verzoek om chef Unterhaltung te worden.

Zijn relatie met de actrice Marja Habraken (hoogst zwanger van  hun

eerste kind) maakte een permanente verhuizing naar München tot een

lastig dilemma. Haar carrière in Nederland verliep zeer succesvol. Om

die op te geven en in Duitsland te gaan wonen om daar eventueel

een nieuwe carrière op te bouwen, was een offer dat niet verlangd mocht worden vond Rooyens en bedankte voor de eer.

Wel bleef de band met Bavaria behouden  en maakte hij voor die Studio nog meerdere programma's, waaronder in coproductie met de Avro 6M2-NAP 'Beat behind  he dykes '. Een popspektakel dat alles

omvatte wat op dat gebied in Nederland enige naam en faam had.

De finale vond plaats in het IJsselmeer. Kilometers uit de kust, waar

desondanks het water niet hoger stond dan 60 cm. Voortgetrokken door een (als locomotief aangeklede) tractor, werden tientallen muzikanten, solisten, bands en dansers in wagonnetjes uit het kinderpretpark Oud Valkenveen naar de plaats van de opname gebracht. Omdat  de podia net onder of tegen de waterspiegel aanstonden waren ze nagenoeg onzichtbaar. De muzikanten

en dansers zweefden optisch  op het water. Elektronische hand-camera's bestonden niet. De opname werd met meerdere 35 mm

filmcamera's gedraaid. Dynamische  beelden kwamen van een helikopter en van camera's in speedboten.

Helaas was de tractor, nadat de artiesten waren afgeleverd, kapot gegaan en in het water blijven steken.

Dat leidde ertoe, dat na afloop van de opname de popartiesten met de

instrumenten boven het hoofd een paar  kilometer door het IJsselmeer

moesten waden om weer aan land te komen. Er zijn aansluitend aan de opname,wegens grieperigheid  en verkoudheidsproblemen vele

optredens afgelast.

Op 30 december 1970 werd  6m2 NAP (Beat behind the dykes) uitge-

zonden.


Bij de  WDR kreeg Rooyens van de Hauptabteilungsleiter Unterhaltung und Fernsehspiel Hannes Hoff, alle vrijheid om zijn ideeën en creativiteit te ontplooien.

Dat resulteerde in een serie programma's die als hoogtepunten in de

creatieve ontwikkeling van televisie in die periode geboekstaafd zijn.

De programma's werden in vele landen  uitgezonden.

Er werden verschillende internationale seminars aan het werk gewijd

(o.a. in Montreux) en programma's als 'Dusty ',

Label 1

'Esther Color'

en  'Männer wir kommen'.....

werden internationaal gebruikt als lesmateriaal op televisie- en

filmacademies.

De samenwerking tussen Rooyens en Kraaykamp & de Gooyer besloeg met de nodige pauzes, een periode van 1967 tot en met  1983. De laatste uitzending van de serie Johnny & Rijk Shows  

(een paar apart) kwam op 18 januari 1968 uit het RAI Congres- centrum in Amsterdam.

De haat- liefde relatie tussen beide verkeerde op een dieptepunt.  Rijk raakte ongeveer door alles wat Kraay deed geïrriteerd. Kraay kon het niet laten om Rijk te jennen en te zuigen. Er vielen klappen.

Beide hebben professioneel de uitzending afgemaakt, maar de relatie was totaal kapot. In de zomer van 1969 wordt  Rooyens door  Dr. Peter Köster, directeur van de Polyphon Productie-maatschappij uit Hamburg gevraagd, om een idee voor een ' Komische Unterhaltungsshow ' voor het ZDF. Rooyens stuurt  hem een aflevering van de Johnny & Rijkshow.

Het ZDF is enthousiast en wil binnen een half jaar een serie met het duo beginnen.

Een probleem was, dat Kraaykamp en de Gooyer nog steeds

gebrouilleerd waren en er geen idee van hadden, dat het ZDF ze graag wilde hebben. In het Amsterdamse Parkhotel, belegde Rooyens een verzoeningsgesprek waarbij hij er vanuit ging, dat een flinke zak Duitse Marken, de verzoening een stuk  zou vergemakkelijken. Op zijn hotelkamer zat Peter Köster te wachten op het  telefoontje van Rooyens om zo mogelijk meteen spijkers met  koppen te slaan.

Die verzoening bleek uiteindelijk niet zo moeilijk. Hoewel het twee totaal verschillende persoonlijkheden zijn, hebben beide professioneel gezien, groot respect en waardering voor elkaar's talent en kunnen. Soms vertroebeld door afgunst, soms vertroebeld door overschatting of door gebrek aan waardering, maar zich wel bewust, dat op dat moment in tijd, de combinatie van beiden sterker was (en financieel waardevoller) dan een solocarrière.


Johnny was in topvorm. Hij verlangde van Köster 50% meer gage

dan werd geboden. Het ging in zekere zin voor beide heren,  in

vergelijking met Nederlandse gages om astronomische bedragen.

Rijk keek Johnny verbijsterd aan. Köster weigerde, waarop  Kraaykamp het hard speelde, opstond en wilde vertrekken.

Uiteindelijk kreeg Kraaykamp wat hij verlangde. De Gooyer zat  lachend toe te kijken. Een slecht onderhandelaar maar een groot  levensgenieter. Dat zwembad bij zijn huis in Giethoorn kon  gebouwd worden.

Op 26 en 27 januari 1970 werd in Studio Hamburg de eerste  aflevering van ' Spasz durch Zwei '  opgenomen. Op 4 en 5 mei 

van dat jaar werd de 8 e en laatste show van de eerste serie  opgenomen..

De serie was zo succesvol, dat het ZDF een vervolgserie bestelde. Dat resulteerde uiteindelijk in een coproductie van vier landen.  Duitsland, Oostenrijk, Belgie en Nederland. De show werd tussen  januari en mei 1971 zowel in het Duits als in het Nederlands opge- nomen in Hamburg en Hilversum. 

Rijk de Gooyer gaf aan het eind  van de tweede serie een interview

aan de Showpagina van de Telegraaf. Dat artikel werd overgenomen door ‘BildZeitung en kreeg een vervolg in tal van

Duits bladen. 

De Gooyer eiste in dat interview zijn in de 2 e wereldoorlog gejatte

fiets terug, liet zich laatdunkend uit over de Duitsers en zei dat

geld zijn enige beweegreden was om de shows te maken.

De Duitse pers stond bol van de negatieve reacties en het ZDF zag

zich genoodzaakt om de samenwerking te beëindigen.

In 1971 bedacht Rooyens voor de WDR, samen met de Belgisch-

Franse kunstenaar Guy Peellaert (Bedenker van de Stripfiguren  

‘Jodelle' en 'Pravda la Survireuse' en de tekenaar-schilder van de boeken 'Rockdreams' , 'The Big Room' en 'Twentieth Century  Dreams' ) een absurde persiflage op Helsa Poppin.

Het programma  onder de titel ‘Mariechen sasz weinend im Garten’

was een pastiche van sublieme kitsch, anachronismen en satire.

Zangsolisten zongen, vol gloed en overtuiging van het eigen talent,

volkomen vals. 

De Bacharach-song  ‘This guy's in love with you’ werd

gezongen door een als G.I. aangeklede zanger in een zilver gespoten battledress.

Op de achtergrond werd na de verovering van IWO JIMA, de 

iconische vlag gehesen op een snuisterijen-doosje.

Othello speelde de sterfscene in een ommuurde woestijnburcht.

In de verte passeerde een karavaan van pakjes Camelsigaretten. Een ridder te paard reed Othello's oase binnen en roofde 1 van de zeer schaars geklede haremdames. Honden klommen in bomen, de parelvissers gingen te zwaar beladen met gewichten, zingend ten onder.

In datzelfde jaar maakt Rooyens, ook voor de WDR, een serie

satirische programma's onder de titel Meerschweinchen Revue.

Leading character was de toen nog redelijk onbekende acteur

en enfant terrible Harald Junke, het latere kijkcijferkanon van het ZDF.

Met  Vivi Bach maakte hij de personalityshow  Vivat Vivi.

In 1972 kreeg Rooyens van de EBU het verzoek om een programma te concipiëren dat, ter gelegenheid van het 50 jarige jubileum van de BBC, als cadeau kon worden aangeboden door

de gezamenlijke Europese publieke omroepen.

Het programma werd gepresenteerd door Peter Ustinov.

Voor de finale vroeg Rooyens aan Hans van Hemert een lied  te

schrijven voor een koor van continentale sterren.

Artiesten, waaronder b.v. Hildegard Knef, Enrico Macias, Vicky

Leandros, wilden graag meewerken, maar konden door allerlei verplichtingen niet naar de studio in Hilversum komen. Met een muziekband onder de arm, reisde Rooyens Europa door om op basis van een storyboard solisten tegen chromakeyblauw hun stukje in te laten zingen. Bij de editing werd alles samengevoegd en ontstond de indruk dat alle artiesten op hetzelfde moment in de studio performden.

De techniek werkte prima en de BBC, was zeer verguld met het

geschenk.

Titel van programma en lied: Thank you Auntie

(Auntie is de troetelnaam voor de BBC)

Op 2 november 1972 zendt de Vpro, live een door  Rooyens

bedacht familiespel uit onder de titel: Democratie.

Twee  gezinnen krijgen een maandbudget en worden, gegidst 

door Joop van Tijn, geconfronteerd met normen, waarden en  

spelregels van de samenleving. Waar liggen de grenzen van  

nuttig en nodig en van bureaucratisch en betuttelend?

Hoe alert en assertief wordt er gereageerd op prikkels van  

agressiviteit en hulpbehoevendheid?

Wanneer ben je te goedgelovig en wordt je belazerd? Het  

programma kwam uit de Meerpaal in Dronte. Het speelde zich  

af in een stadsomgeving met wisselende speelplekken.  

Opdrachten varieerden van de aanschaf van een 2ehands auto  

tot boodschappen doen in de  supermarkt (kijk wat je koopt, let 

op wat je betaald) van klein gesjoemel, tot stevig bedrog. 

De gezinnen verplaatsten zich  per witkar door het speelveld. 

Het programma kende de primeur van het eerste live (telefonische)

referendum. Er waren dilemma's  uit de actualiteit waarop de

kijkers konden reageren met een ja-  en een nee-nummer.

In najaar 1972 voor uitzending 8 januari 1973 maakt  Rooyens 

een personalityshow rond het vroegere tieneridool Heidi Brühl. 

Na een verblijf van jaren in Amerika, waar ze na haar huwelijk 

met Mr. Universe, werkte aan een film- en tv-carrière was ze

weer een tijdje in Duitsland. Het tienersterretje had zich 

ontwikkeld tot een echte comediènne en een sterke persoonlijkheid.

Voorjaar 1974 wordt  Rooyens door de net beginnende producent  

Joop van den Ende gevraagd om de regie te doen van de 

muzikale comedyserie  Citroentje met Suiker .

Het programma is de opvolger van het succesvolle ;’t Schaep 

met de vijf Pooten' . (8 afleveringen) 

De cast is nagenoeg gelijk, met in de belangrijkste rollen: Adèle Bloemendaal, Piet Römer, Leen Jongewaard, Lex Goudsmit,  

Elsje de Wijn en in een aantal gastrollen Ko van Dijk.  

Er werden 16 afleveringen geproduceerd en uitgezonden.

Boven van l naar r: Elsje de Wijn, Bob Rooyens 

Onder: Piet Römer, Leen Jongewaard, Adèle Bloemendaal, Ko van Dijk, 

Lex Goudsmit, Eli Asser.

Auteur van beide series is  Eli Asser.  Een graverend verschil is 

de populariteit van de liedjes. Niemand zal een aflevering van 't Schaep of Citroentje  kunnen navertellen. De liedjes van 

’t Schaep daarentegen zijn evergreens geworden van het

Nederlandse muzikale erfgoed. Bijvoorbeeld:  

“Als je mekaar niet meer vertrouwen kan…’  en  

't zal je kind maar wezen.. '  

De componist van 't Schaep  was Harrie Bannink. Na een conflict met Eli Asser, weigerde hij zijn medewerking aan Citroentje .

Voor de  ARD (WDR) schrijft en regisseert  Rooyens een

amusementsprogramma dat ingaat op de vooroordelen die de bewoners van het ene land hebben over de bevolking van het 

andere. Onder de titel: ‘Whisky, Käse, Sauerkraut’ worden 

door, het absolute Duitse kijkcijferkanon Peter Frankenfeld, de Deense zangeres Gitte en de Ier Gilbert O 'Sullivan, zowell 

muzikaal als in sketches, flimclips en statistieken, bestaande vooroordelen op de hak genomen.

Het programma is voor Gilbert O 'Sullivan de switch van crisis-

outfit naar een moderne entertainer. Op 12 juni 1974 wordt de 

show uitgezonden.


Voor de Avro produceert en regisseert hij in dat jaar een show 

met Liesbeth List en Ramses Shaffy (10 jaar Liesbeth en Ramses)

en een kerstspecial met Gilbert O 'Sullivan . 

Dat programma met veel nieuw O 'Sullivan repertoire, waaronder  

I 'm not dreaming of a white Christmas, wordt tevens een 

emotionele confrontatie met zijn fans. Sonja Barend haalde de 

fans op in Londen en reisde per bus met ze mee naar de studio 

in Hilversum. In de gesprekken die zij onderweg voerde fileerde 

Sonja feilloos de ziel van de Gilbert O'Sullivan fan.

In 1975, na een pauze van 3 jaar, lijkt de tijd rijp voor een nieuwe 

serie shows met Kraaykamp en de Gooyer.  Rooyens is nu niet 

alleen de producer en regisseur, maar treedt tevens op als produ-

cent. Kort voordat de eerste aflevering zal worden opgenomen, 

trekt de Gooyer zich terug. Kraaykamp is kwaad en teleurgesteld. 

Hij wil absoluut doorgaan. Dan maar zonder Rijk. De zender (Tros) 

kan het niks schelen of de Gooyer wel of niet meedoet, als  

Kraaykamp alleen verder wil, is het wat hen betreft in orde.

Rooyens weet de Gooyer te behouden als teksteditor en trekt  

Adèle Bloemendaal en Albert Mol aan als aangevers .

Toon Hermans schrijft speciaal voor Kraaykamp een aantal 

liedjes en op 6 oktober 1975 wordt de eerste  Johnny Kraaykamp- show uitgezonden.

Na die eerste show wordt  Adèle ziek en een paar dagen voor 

opname van de 2e show, vervangen door Rita Corita.

Hoewel de eerste show buitengewoon succesvol was 

(meer dan 6 miljoen kijkers) miste men toch het geniale

samenspel met Rijk. Tijdens de periode dat Rooyens met  

Kraaykamp en de Gooyer in Hamburg woonde, speelde het 

duo voortdurend de act van twee oude homoseksuelen die 

samen op een flatje woonde. De Gooyer speelde het mannetje  Herman en Kraaykamp speelde het vrouwtje Babs.

Het was een hilarische act met als enig publiek Rooyens. Niet 

alleen genoten beide van het geïmproviseerde rollenspel, maar 

het had tevens een voortreffelijke therapeutische werking. 

In de rol konden ze veel van hun wederzijdse ongenoegens 

kwijt, waardoor er in de praktijk harmonieus en vriendschappe-

lijk kon worden samengewerkt.

Rooyens stelde voor, om die act in de vorm van een kook-

rubriek in de show op te nemen. Herman & Babs met recepten 

uit grootmoeders keuken.

Beiden vonden het een leuk idee en onderhuids begrepen ze

heel goed, dat dit een prachtige aanleiding was, om de samen-

werking, zonder gezichtsverlies voor wie dan ook, te hervatten.

Het had even geduurd, maar bij de tweede show was de samen-

werking tussen het duo hersteld.

Begin 1977 zendt de KRO een, door Rooyens zelf 

geproduceerde, vijftig minuten durende special uit met  Liesbeth 

List en  Charles Aznavour. De Franse zanger is niet zo gewend 

aan de werkwijze van producent/regisseur  Rooyens. List is veel

lovender: ' Bob is fantastisch, soms heeft hij zulke geniale ideeen 

dat je mond openvalt van bewondering [12]

In de jaren daarop volgend opereert Rooyens als regisseur, 

producer en producent van eigen concepten. Voor de KRO 

ontwikkelt hij de serie The Allrounders. Een grootse sport-

competitie tussen coaches vanuit Het Ahoy sportpaleis. 

Het draaide daarbij niet om flauwe spelletjes zoals bij sommige

sportshows uit die tijd, maar het ging om echte sport en de 

beinvloeding van de resultaten door slimheid en inzicht van 

een coach.

Voor de Tros produceerde hij de comedy-serie Humbug en 

verder veel opdrachten die buiten de directe televisiesfeer 

lagen, zoals commercials, films voor Universiteiten en voor 

het bedrijfsleven.

Met de NDR in Hamburg werkt hij aan een groots opgezette 

versie van Alice in Wonderland. Nadat heel veel 

pre-production werk verricht was, bleek de zender uiteindelijk 

niet in staat om het project financieel rond te krijgen en 

verdween een half jaar werk in het afvalputje. Maar  ook

die  ervaringen zijn deel van het werken als free-lancer.

In mei en juni 1977 is Rooyens weer te vinden in Keulen. Hij 

werkt aan een aantal producties voor de WDR, waaronder een 

muzikale special rond Vicky Leandros. 

Dat programma heeft een opmerkelijke voorgeschiedenis.

In een eerdere WDR-productie had Bob samengewerkt met

Olivia Newton-John. Beide waren daar erg enthousiast over 

en in samenspraak met Hannes Hoff Haubptabteilungsleiter 

der Unterhaltung und Fernsehspiel werd afgesproken om een 

show aan haar te wijden. Rooyens bedacht een concept, 

zocht met Olivia het repertoire uit en werkte met ontwerper  

Peter Gabrielse aan een 'hoogblond' decor, met dieren en 

planten. Een paradijselijke setting.

Drie weken voordat het programma zou worden opgenomen 

vertrok Rooyens met een kleine delegatie van de WDR naar 

Londen om de laatste puntjes op de i te zetten. Olivia had een gastoptreden bij de BBC en daar zou men elkaar treffen.  

Bob ging met Olivia aan het werk. Vertelde wat hij wilde gaan 

doen, toonde decor-schetsen etc. Intussen sprak de 

productionele delegatie van de WDR met het management over

nog wat details in het contract. Daarbij waren ook een paar jonge

crewcut gemillimeterde Amerikaanse producers aanwezig die, 

naar al snel bleek, Olivia in Los Angelos wilden testen als 

partner voor John Travolta in de film Grease .

Olivia zou de Show in Keulen alleen kunnen doen, als de

screentests voor haar negatief zouden uitpakken. Aangezien het 

contract met de WDR nog niet getekend was, voelde het 

management van Olivia zich vrij om in  het belang van haar  

carrière de kans die geboden werd, te benutten.

Terug in Keulen werd besloten om de screentest niet af te 

wachten en binnen de resterende tijd zo snel mogelijk een 

andere artiest (e) te zoeken.

Er werden lijstjes gemaakt met mogelijke kandidaten. Carly

Simon, Linsey de Paul, Melanie. Persoonlijkheden met een 

grote aantrekkingskracht voor een breed publiek, die tevens 

qua repertoire heel goed zouden passen in de decors.  

Carly Simon, had verplichtingen en viel af. Melanie ,

verlangde dag en nacht een witte Limo ter beschikking. First 

class tickets voor een absurd aantal persoonlijke begeleiders 

en nog zo het een en ander. Melanie viel ook af.

Linsey de Paul was meteen enthousiast. Bob, voerde lange 

telefoongesprekken met haar die het wederzijdse geloof in een 

mooi programma enorm prikkelden. Inmiddels waren er nog 

maar twee weken tot de eerste studiodag. De avond voordat  

Bob ter voorbereiding, naar Londen zou gaan, belde Linsey  

hem op. Met een nauwelijks verstaanbare stem, raspte ze 

haar leed. Zware keelontsteking. Kon de show worden

uitgesteld. Nee! Dat kon niet. Exit Linsey.

Wat nu? Tijd begon te dringen.  Hannes Hoff  dacht aan  

Esther Ofarim. Bob had aan de film die hij in 1970 met 

haar gemaakt had een zeer goede band met haar over 

gehouden. Er was echter wel een probleem. Esther had 

besloten om een pauze te maken in haar carrière. Ze had

zich teruggetrokken in Israel. Bob telefoneerde met haar, 

maakte haar enthousiast voor een nieuwe samenwerking. 

Ze dacht een dag na, waarna ze Bob belde en vroeg of

hij naar Tel Aviv wilde komen. Dezelfde dag was  Bob onderweg 

naar Israel. Drie dagen werd er intensief gesproken en naar 

repertoire gezocht. Zodra een keuze was gemaakt, werd die 

doorgebeld naar arrangeur Klaus Doldinger. De tijd drong. 

Opgelucht en enthousiast reisde Bob terug naar Keulen. 

Een dag later belde Esther op. Ze had er nog eens over 

nagedacht en durfde het toch niet aan. De tijdsdruk was te

hoog. Een enorme domper!

Er bleven nog 5 dagen over tot de eerste opnamedag en nog 

steeds geen performer. Gedurende de tijd dat  Bob  in 

Hamburg woonde was hij een huisvriend van papa 'Leo en  

Vicky Leandros' .

Vicky! Waarom niet eerder gedacht aan Vicky? Bob belde 

haar op. Vicky was verguld, papa Leo ook.

De show was gered.

Op 27 oktober 1978 wordt Rooyens 's middags door zijn vriend

Gerrit den Braber (chef amusement Avro) gebeld met het verzoek

om die avond de bijzondere aflevering van Voor de Vuist weg te

regisseren.

De vaste regisseur Theo Ordeman was onwel geworden en

niet in staat om het programma die avond te regisseren. Bijzonder 

is dat het programma die avond het 15 jarige bestaan viert en voor Rooyens  is het voor 1 avond de terugkeer bij het programma, 

dat hij in 1963 zelf heeft opgestart.


In januari 1979 voert Rooyens de regie van een muziekspecial 

rond de groep ‘Rainbow Train’ van Hans Vermeulen. [13]

Het is, Gerrit den Braber die na zijn terugkeer bij de Avro als 

hoofd amusement, Bob weet te verleiden tot een nieuwe zeer 

actieve periode voor die omroep. In maart van dat jaar begint hij 

onder de titel:  'Zit dat zo...?' een serie politieke praatprogram-

ma's met als 'anchor ' Mr. G.B.J. Hiltermann. Het programma 

kende heftige discussies, waarbij de emoties bij het geënga-

geerde studiopubliek soms hoog opliepen. Het was voor 

Mr. Hiltermann een wonderlijke overgang van zijn, tot dan toe, 

reguliere voor 1 camera uitgesproken commentaren, naar een

discussieprogramma met diametraal tegenover elkaar staande

kemphanen. Hiltermann keerde na 1 seizoen terug naar zijn oude,

vertrouwde vorm.

Hij is de bedenker van ' Avro's Laatshow ' een talkshow op de 

late avond met drie presentatoren, drie gasten, drie gesprekken volgens het zwaan kleef aan principe. (Gasten schoven na elkaar aan, bleven zitten en discussieerden mee). Het thema van het slotgesprek was voor de gasten een verrassing. Het Criterium daarvoor was een heftige ervaring die de drie gesprekspartners 

met elkaar deelden. (B.v. de gasten bleken alle drie ouder van

van een hoog begaafd kind of waren zelf een kind van een

foute ouder in de oorlog.) 

Na elke gast was er een kort pauze, waarin een trio muziek

maakte, het publiek in de studio met elkaar het zojuist 

gepasseerde gestrek doornam en het publiek thuis via een 

tickertape onder in beeld, in kernachtige woorden  een samen-

vatting van het besproken zag.

Hij regisseert het concert van John Denver en met fotograaf  

Anton Veldkamp maakt hij een serie documentaires onder de titel  Man in Action.  

Veldkamp, gekleed in een witte outfit, geladen camera's als

colts bungelend aan een belt rond zijn heupen, benaderde de

protagonisten o.a.: Broeder Maasbach en Anton Heyboer als onderwerp voor een fotoshoot, waarbij hij haast achteloos 

tussen het fotograferen door, vragen stelde in een sfeer die verraderlijk afleidend was.Het gesprek  leek ondergeschikt 

aan de uiterlijke fixatie op de fotografie. Dat schiep  een

ambiance die verleidde tot openhartigheid.

Rooyens is producent en regisseur van een concert met de,

op dat moment razend populaire Julien Clerc.

Zowel in 1979 als in het daaropvolgende jaar maakt Rooyens 

opnamen gedurende het drie dagen durend North Sea Jazz 

Festival in het Congresgebouw in Den Haag. [14] [15]

In 1979 zet de AVRO de  Ramblersin het zonnetje.  

Rooyens regisseert het afscheidsconcert: ‘Farewell Blues'  

Nog 1 keer The Ramblers.[16]

In 1980 regisseert en produceert hij o.a. 

Muzikale Hartewensen [17]

Enkele maanden later worden de hoogtepunten van een

jubileumoptreden van de Dutch Swing College Band door 

Rooyens op het scherm gebracht. [18] [19]

In 1981 overtuigd Rooyens de AVRO programmaleiding ervan

om een programma rond Liesbeth List en Ramses Shaffy te produceren. Hij schrijft, produceert en regisseert Liesbeth

en Ramses een opmerkelijke productie die door de Werkgroep Amusement van de NOS geselecteerd wordt als Nederlandse 

bijdrage aan het  Gouden Roos-Festival.[20]

De Zilveren Roos wordt op het nippertje gemist en wederom 

krijgt een Rooyens productie een eervolle vermelding.

Dit dateert nog uit de tijd dat het Gouden Roos Festival, slechts 

drie rozen te verdelen had op 35 a 40 meedingende producties. 

Vanaf ongeveer 1990 kent het festival categorieën en zijn er op

hetzelfde aantal producties inmiddels zo'n 18 rozen te verdelen. 

De creatieve uitholling en vercommercialisering van het festival 

heeft  daarmee het bedroevende peil bereikt waarop 1 op de 2 

à 3 ingezonden programma's met een roos naar huis gaat.

Later in dat jaar wordt Liesbeth en Ramses wel onderscheiden 

met de prestigieuze Premio Ondas in Barcelona.

In januari 1981 zendt de AVRO, de in 1979 en 1980 gemaakte 

film 'Toots' uit. Het is een in opdracht van de WDR, door de  

Bavaria-studio's in München  geproduceerde documentaire

over de wereldwijd bewonderde en gerespecteerde muzikant  

Toots Thielemans. Bob volgt Toots op zijn muzikale reizen 

door de wereld. Hij voert gesprekken met hem voor de 

legendarische Cottonclub in New York, bij het Apollo Theatre 

in Harlem en is getuige van ontmoetingen en jamsessions met 

grote namen uit de Jazz. 

In New Jersey bezoekt Toots thuis de pianist Bill Evans. Met

1 hand in het gips gaat  Evans  achter de vleugel zitten. Toots  

vist zijn 'broodje'  uit zijn jaszak en beide spelen met kinderlijk 

plezier, de sterren van de hemel. Het zal de laatste vastgelegde 

muziek zijn van Bill Evans. Een week later overlijdt hij.

Ook in 1981, maakt hij met Toon Hermans een film in Gstaad . 

Een programma met liedjes, overpeinzingen en verrassende humorvolle Toon-monologen.

In zijn boek:  Ik heb het leven lief , schrijft  Toon op pag.154 

daarover:

Rooyens regisseert in april 1981 het live-optreden van de 

Canadese zangeres  Anne Murray in de RAI. ‘Anne Murray 

in Concert '  wordt in twee delen op het scherm gebracht. [21]

         Bob

         Onlangs stond ik op een 2300 meter hoge berg, in de

         sneeuw en in de kou, om een tv-opname te maken van 

         een liedje. ‘Mijn moeder met die twee lieve handen had  

         het moeten weten, stond ik daarboven op die bergtop te 

         denken, terwijl de camera als een soort elektrische hond 

         om me heen dolde. Ik vond het een geweldige belevenis.

         Kun je je voorstellen, als je altijd hebt staan zingen op  

         een toneeltje van acht bij tien, aan alle kanten (behalve 

         aan de voorkant uiteraard) afgebakend met donkere     

         coulissen, kun je je voorstellen, als je altijd hebt staan    

         zingen in die kleine ruimte, wat er met je gebeurd als je 

         dan op je vierenzestigste ineens met je deuntje onder 

         de open hemel staat... met je voetjes in de sneeuw? 

         En dan  zo'n man als Bob, die je duidelijk aanzet dit te  

         doen.... nee, laat ik maar zeggen ' aansteekt ', want dat 

         is weer het  vuur dat je nodig hebt, het vuur dat de 

         sneeuw doet smelten, het vuur van het leven.

De jaarlijkse uitreiking van de Gouden Harpen wordt zowel in 

1981 als 1982 door Rooyens geproduceerd en geregisseerd. 

[22]

De stichting Conamus verzorgt, in samenwerking met de AVRO

deze onderscheidingen voor Nederlandse artiesten, musici,

componisten en tekstschrijvers.


In 1982 laat Rooyens weer van zich spreken met  'The Young

Messiah' (Händels oratorium in een modern jasje gestoken

door Tom  Parker. Het wordt niet alleen een muzikaal, maar

tevens een boeiend  visueel spektakel. Rooyens zorgt voor 

ongewone locaties, zoals een  kerkhof voor de afgedankte

goederen van een overspannen consumptiemaatschappij, een 

afvalberg met auto's, koelkasten en wasmachines. Halleluja!  

Het IJsselmeer, waar de solisten in heilige navolging over het 

water lopen. Halleluja!

Een zingende zwarte engel, vastgebonden aan de voorkant van 

een Amsterdamse tram reed door de Leidsche Straat en over

het Rokin. Halleluja!

Tussen de schapen in een wei in Nigtevecht. 

Over de opnamen in de wei merkt soliste Madeleine Bell op: 

'Het was steenkoud en om dan in alle vroegte tussen het 

Nederlandse vee te staan, is geen pretje '.

Voor de  WDR ontwikkelt en regisseert Bob in 1982 een serie 

shows onder de titel Telezirkus. Een rondreizend familie-

programma vanuit de circustent van het  circus Williams-Althoff . Naast circusacts met wereldfaam, zijn er optredens van nationale 

en internationale performers. (van Valente tot Bee Gees van 

Roger Whittaker tot Dalida) Het programma kent verder 

interviews en interacties met het aanwezige publiek, roept in een live-actie kijkers op om naar de tent te komen teneinde een wens 

of fantasie te realiseren en biedt  interviewsen participatiespellen met prominente publieke figuren uit  de Duitse samenleving. Een populair onderdeel was de tas. Het publiek werd geanimeerd, om een tas vol allerhande voorwerpen  mee te nemennaar de tent. 

Als er in de tas van de presentator overeenkomstige artikelen voorkwamen, dan kreeg de bezitter ervan mooie prijzen en

participeerde in een aantrekkelijk publieks- spel. 

Het programma promoveert tot de ARD zaterdagavondshow  

en zal 3 jaar lopen.

Telezirkus is het model waaraan Willem Ruis in1985 zijn

Sterrenshows ontleend. Hans Peters, Vara-producer van de  Willem Ruis shows, groot circusliefhebber en vader van twee  zoons met een internationale circusact, dook wel eens op 

aan de ‘buffetwagen’ als de reportagewagens van de WDR 

weer bij de circustent van Franzi  Althoff geparkeerd stonden.

Die ambiance wilde Hans Peters ook voor de nieuwe serie 

shows met Willem Ruis. Hij vroeg aan Bob videobandjes van  Telezirkus om Ruis (die er niets in zag) te kunnen overtuigen. Uiteindelijk ging Willem om en waren de Sterrenshows in de 

tent geboren. Bob werd gevraagd voor de regie, maar had door 

een overvolle agenda, slechts tijd om het eerste jaar 2

uitzendingen te regisseren. Het jaar daarop (toen de Vara bijna failliet was en de tent niet meer reisde maar vast geparkeerd 

stond in Utrecht) heeft Bob de regie gedaan van de  hele serie.

Ook het Nationale Songfestival wordt in 1983 door Rooyens

geregisseerd. [23] Daarnaast regisseert/produceert hij in dat

jaar een breed scala aan programma’s.

Met Rijk de Gooyer maakt hij de serie: Komt Rijk, komt Raad.

Een absurde show waarin Rijk het als een soort ombudsman 

opnam voor veelal gefingeerde  slachtoffers van de bureaucratie.  

Avro-directeur Siebe van der Zee, vond het allemaal veel te ver 

gaan en stopte de serie voordat de 2e aflevering werd

uitgezonden.

Met als co-auteur de Oostenrijkse kunstenaar Andre Heller 

schrijft en regisseert Rooyens eind 1983 de prestigieuze familie kerstshow 'Wunderland'. 'Das Meer der Phantasie'.

Artdirector is de chef-ontwerper van de Bavaria-studio's, Rolf

Zehetbauer. (Art director van onder meer wereldberoemde 

films als: Cabaret, Das Boot en Never ending story). Budget 

de voor die tijd gigantische som van 2 miljoen D.Mark. Locatie 

is studio 5, de grootste filmstudio van  Bavaria. De televisie-

trein komt van de WDR in Keulen, de opname- techniek is van

het ZDF uit Mainz. De cameraploeg en director of  photography komen van de Bayerische Rundfunk, studio personeel en belichters zijn van de Bavaria Studio's. Gustl Bayrhammer beroemd en geliefd acteur voerde de kijker mee in een wereld waarin alles mogelijk is, als je er maar in wilt  geloven.

Boven de zee van de fantasie hangen tientallen regenbogen, 

 rijzen eilanden op met complete circussen, vaart een galjoen

langs met een luidruchtig zingende Asterix en Obelix

Kanonnen vuren luchtballons, het boegbeeld is een 

aantrekkelijke vuurspugende zeemeermin. Vanuit het kraaien-

nest blaast een kraai de hoorn. Jeugdhelden maken hun

opwachting. Van Pinokkio tot Räuber Hotzenplotz, van

Winnetou tot Donald Duck in een onderwater 'drive-in' movie,

van Tijl Uylenspiegel tot Pippi Langkous in een citaat van 

Fred Astaire.

Eveneens in het najaar van 1983 produceert en regisseert Bob  

een 'special' met de Engelse vocalgroup  Wall street Crash

Een samenwerking die zo goed bevalt, dat voor het jaar1984 

een serie shows met de groep gepland en gemaakt wordt.

In 1984 wordt Rooyens benaderd voor een coproductie van de

Romanian Television Radio en de AVRO. Middelpunt van de

muziekspecial  'It's all in the game ' zijn zangeres Therèse Steinmetz en haar Roemeense collega Angela Similea. [24]

Dit programma wordt de Roemeense inzending voor het  Montreux-festival 1984 en voor het eerst in de geschiedenis  van de Roemeense Televisie wordt een programma in Montreux onderscheiden. Het programma valt net buiten

de rozen maar wordt apart geëerd met (alweer) een eervolle

vermelding. 

(Met deze nationale inzending naar het 'Gouden Roos Fesitval' is Rooyens de enige regisseur die voor drie landen de nationale bijdrage heeft geconcipieerd en geregisseerd. (Nederland, Duitsland en Roemenië)

In 1986 maakt Rooyens voor de NPS een documentaire

over het "North Sea Jazz Festival". Dit clipje is geplaatst

naar aanleiding van het overlijden van Dr. John [25]

In 1987 verzorgt Rooyens het televisieconcept en de regie van 

het gala ter gelegenheid van het honderdjarige bestaan van

Theater Carré. Het "Gala van de eeuw" wordt onder andere  bijgewoond door koningin Beatrix en prins Claus. [26]

De finale van het programma was de bekendmaking en uitreiking  van een door Carré ingestelde nieuwe theaterprijs:

‘De Hermans’. De eerste Hermans werd toegekende aan:

Toon Hermans

Rooyens had voor de opkomst van Toon een speciaal effect

voorbereid. Aan een toneeltrek was een op afstand bestuurbare

camera opgehangen die bij de opkomst van Toon, razend-

snel zou zakken tot ongeveer 30 cm boven de bühnevloer.

De repetities verliepen vlekkeloos. Toen het erop aankwam 

glipte het touw door de handen van de verantwoordelijke

toneelmeester en knalde de camera stuiterend over de 

vloer. [27]

Drie dagen eerder was Rooyens met zijn vaste team

neergestreken  in het  Sportpaleis Ahoy  in Rotterdam om daar de regie te voeren  over het Gala of the year 1987, het meeslepende showspektakel van Lee Towers.[28]

Rooyens is ook tweemaal regisseur van het muzikale VARA-

kinderprogramma "Kinderen voor kinderen" . [29]

Door een conflict met de Vara haakt Freek de Jonge af als  presentator.

Rooyens besluit om van een presentator af te zien en de 

kinderen zelf aan het woord te laten over de thema's die in de

liedjes worden aangesproken.

Het resulteert mede door de volstrekt afwijkende vormgeving van  de tot dan toe gebruikelijke bühneshow, in openhartige, geestige  uitspraken en ontroerende bekentenissen van de jonge

koorleden.  Het programma wordt de vijfde Nederlandse inzending

van Rooyens  naar  het 'Gouden Roos Festival ' in Montreux en 

wint daar de  Bronzen roos. Later wordt het programma ook nog onderscheiden met de Golden Antenna voor beste productie, beste regie en beste vormgeving.

In Duitsland regisseert hij voor de SüdwestFunk Baden Baden de

Michael Schanze Show, voor  Radio Bremen in co-produktie met

de WDR heeft hij de ' Gesammtleitung 'en regie van een serie

zaterdagavondshows op Duitsland 1, onder de titel:

Noten für Zwei.  

Ook in 1986 is hij mede-auteur en regisseur van de succesvolle 

WDR 'UnterhaltungsShow' "Telezirkus". Dat programma staat 

model voor de latere  Sterrenshows van Willem Ruis.

(Zie Telezirkus 1982 hierboven) 

Het laatste seizoen van de  Sterrenshows, voert hij ook de regie. 

De eerste aflevering van de laatste serie, markeerde een nieuw tijdperk in televisievormgeving door de introductie van de 'kraan'. Speciaal voor de tent liet Rooyens wissels bouwen om ondanks

de beperkte ruimte in de tent, toch naar alle kanten met het 

nieuwe instrument, te kunnen manoeuvreren.

Vanaf 1986 hernieuwd hij de samenwerking met Joop van

den Ende en regisseert Rooyens talloze amusementsproducties

waaronder: Wedden Dat, Sterren PlaybackShows, Harten Gala's, Showmasters, Los Vast, [30] Way of life, Soundmix Finales.

Herbert Feuerstein , de uitgever van de Duitse  Mad , 

een klein, intelligent en grappig mannetje, verleidt  Bob tot 

het bedenken van een vormgevingsconcept rond de door 

F bedachte antiheld

Dr.Winter. Het wordt een combinatie van live-action, graphics en

animation. Het is een nieuwe vormgeving die gretig wordt 

gecopieerd. De eerste aflevering is in 1984 en tot 1988 worden er

meerdere series geproduceerd.

In september 1986 organiseert de ARD in Keulen een 

internationaal congres over Television Design. Rooyens is 1 van 

de sprekers en maakt er een documentaire over.

In 1987 gaat hij samen met Rüchel naar Israel om met een live 

concert van de maatschappelijk zeer betrokken rockstar Shalom

Hanoch de Duits-Israelische Jugendtag te vieren. Het concert 

komt uit  Sultan's Pool een sfeervol openluchttheater onder de 

muur van Jerusalem.

Samen met zijn vriend Peter Rüchel, (bedenker en drijvende 

kracht achter Rockpalast) ontwikkelt hij dat jaar een vrolijk kerstprogramma met een charitatief doel in de tent van het 

beroemde Circus  Roncalli, onder de titel Hoppla Herzchen.

Begin maart 1988, wordt Rooyens door de NOS gevraagd, om 

het openingsprogramma van het 3e Net te maken.

De dienstdoende regisseur, die al geruime tijd aan het project 

had gewerkt, zag het niet meer zitten en had zich ziek gemeld.

Het programma is bedoeld om de kijkers inzicht te geven in de 

filosofie achter het 3e Net en de programmering die daarvan

het gevolg is. De N.O.S programmadirectie werkt nu al 2 jaar

aan de lanceren en op het moment dat Rooyens gevraagd 

wordt, 4 weken voor uitzending, blijkt er bij inventarisatie niet

veel voorhanden te zijn. 

Dimitri Frenkel Frank, werkt aan een filmclip van een minuut 

of 6 waarin hij de rol van Net 3, als aanjager van de Nederlandse speelfilm zal belichten. Basis daarvoor is Bert Haanstra’s film

Fanfare. 

Verder bereidt regisseur Frans Weisz een toneelscene voor 

waarin verschillende genres met elkaar verweven zijn. De 

diepere betekenis daarvan is de stimulering van Nederlands

televisiedrama in een breed scala. Van volkstoneel tot thriller,

van historisch kostuumdrama tot postmodern.

2 Thema's waarover Rooyens zich geen zorgen meer hoeft

te maken.

Van de 120 minuten programma blijven er, zo lijkt het althans 

nog (maar) 108 over. Titel van het programma:  

‘Net wat je zoekt.’

Een dramaturgie is er niet. Men had onder anderen wel eens 

gesproken met Peter Faber als mogelijke acteur/presentator, 

maar wat hij zou moeten presenteren was nooit geconcretiseerd.

Rooyens ontwikkelt een concept en bedenkt als vorm een

oneindige (360 graden) studiogang. Samen met ontwerper  

Roland de Groot gaat hij aan de slag om het programma een 

gezicht te geven.

De Groot zorgt binnen de kortste keren voor een sublieme 

vormgeving. Die snelheid was noodzakelijk omdat er, gelet op 

de korte nog resterende tijd, dringend gebouwd diende te worden. 

De gang moet de vitaliteit, dynamiek, creativiteit en ambitie

visualiseren van het nieuwe net. Er is letterlijk dag en nacht 

gewerkt, om het programma inhoudelijk van de grond te tillen, tekstschrijvers aan het werk te zetten, componisten aan te sturen 

en medewerkers  (artiesten, acteurs/actrices, kunstenaars, 

filmers, zangers/zangeressen, dansers, prominenten en 

figuranten) aan te trekken. Een gigantische organisatie en 

planning die vanwege een professioneel ijzersterk productieteam vlekkeloos verliep.

Frans Weisz, zorgde nog voor een verrassing. Roland deGroot 

had hem gesproken en geïnformeerd naar zijn wensen voor het

ontwerp. Weisz, was er met de tekstschrijver nog niet uit en kon

slechts het allesomvattende basisidee vertellen.

Daarop tekende de Groot een decor. Weisz was er niet helemaal 

happy mee, maar kon bij gebrek aan een definitieve versie van 

het script, de Groot niet uitleggen wat hij veranderd zou willen zien. 

De decorbouwers konden niet langer wachten. Toen het decor in 

de studio stond opgebouwd kwam Weisz kijken en verlangde 

allerlei mutaties. 

De Groot gaf er de brui aan en vertrok. Rooyens, de  overall 

regisseur, werd met de problemen geconfronteerd. Hij liet een 

aantal elementen, die de regie van Weisz in de weg zaten slopen 

en drong er bij hem op aan om te beginnen met de camera-

repetitie.

Weisz en Rooyens, die elkaar al heel lang kennen en waarderen,

zei, dat hij geen camerascript had en dat daar met hem ook geen

afspraken over konden worden gemaakt, simpelweg omdat hij

geen televisieregisseur is en ook geen ervaring heeft met meercameraregie.

Om de impasse te doorbreken, pakte Rooyens een script, ging

met Frans Weisz door de mise en scene, coupeerde de scene in

shots en nam hem op.

Zeer motiverend bij de hele productie was de altijd inspirerende aanwezigheid van Peter Faber. Hij bleek met zijn talenten het 

ideale vehikel om een interessant en geslaagd programma af te leveren.

10 september 1988  "Haal 't doek maar op"

Vanuit de Stadsschouwburg Amsterdam, de uitreiking van de

theaterprijzen. Het programma werd gepresenteerd door  

Annemarie Oster en een stoet van prominenten uit de wereld van 

theater en kunst. Het was een live-programma. Tijdens de

uitzending klonk er vanuit een aanliggend cafe op het Leidsche 

Plein zulke luide muziek, dat het in de uitzending te horen was. 

Rooyens' zoon Rinke, die uit belangstelling aanwezig was, werd 

er met de productieportemonnee op uit gestuurd om middels een 

rondje van de crew, de muziek te laten zwijgen. 

Dat lukte! 

Na een kwartier begon het lawaai opnieuw. De portemonnee 

moest er weer aan te pas komen en omdat men in de kroeg 

begrepen had hoe het werkte, ging de frequentie ook flink omhoog.


Het programma dat een mooie theatertraditie in de geest van de

Tony-awards kunnen worden, maar werd door een actie van

choreograaf  Rudi van Dantzig om zeep geholpen. Het was een  

Joop van den Ende productie en die naam stond voor van 

Dantzig voor alles wat vuig en lelijk was. De theaterkunsten 

mochten volgens hem niet verkwanseld worden aan 

kapitalistische uitbaters.

Rooyens: ' Als er een is die veel, met hoge kwaliteit en met 

smaak aan het theater heeft teruggegeven, dan is het Joop.

Het was een belachelijke maar effectieve actie. Een jaar later 

werden de theaterprijzen in een ambiance van tafelkleedjes en 

rieten stoeltjes, uitgereikt in de foyer van een schouwburg. 

Als er nou iets treurig was en gespeend van elke allure, dan was 

het die bijeenkomst. Respect voor het theater werd daarmee 

geen enkele dienst bewezen, integendeel.

In 1989 zendt de NOS naar aanleiding van de toekenning van de 

Bird Award aan  Art Blakey een twee jaar eerder door 

Bob Rooyens gemaakt portret van deze drummer uit. [31]

1989 Is ook het jaar waarin Joop van den Ende zijn eigen zender

TV10 wil beginnen. Op verzoek van van den Ende, concipieert

Rooyens, samen met ontwerper Roland de Groot, het 

openingsprogramma. 

Alle enthousiasme ten spijt, is het er niet van gekomen. De 

aanvraag voor een zendlicentie wordt door het Commissariaat 

voor de Media afgewezen en van den Ende  stond met lege 

handen. De productiemachine van Joop van den Ende

Producties stond stil.

John de Mol was in die tijd in vergelijking met van den Ende ,

een kleine firma. Het bedrijf produceerde Medisch Centrum 

West, een paar magazine-achtige programmaatjes en ‘Doet

'ie ’t’ als een eenvoudige tribuneshow met minimaal decor.

De boycot van van den Ende door de publiek rechtelijke 

omroepen gaf productiebedrijven als de Mol en Stokvis, de 

kans om hun marktaandeel flink te vergroten.

Het is in die periode, dat de Mol contact zocht met Rooyens  

en vroeg om een serie programma's voor hem te willen

regisseren.

Ondanks de temperatuur, die tussen Rooyens en van den Ende 

nog wel eens hoog op kon lopen, (twee gedreven mannen, 

beide altijd uit op het beste resultaat, beide emotioneel)  voelde  Rooyens een grote solidariteit met van den Ende. (Zakelijk altijd correct, nooit de goedkope oplossing zoeken maar de beste, als 

dat geld kostte dan moest dat maar, veel passie.) Rooyens  

zocht contact met hem en vroeg zijn mening over het aanbod 

van de Mol . Van den Ende raadde  Rooyens  aan, om met  de 

Mol in zee te gaan.

In betrekkelijk korte tijd zette Rooyens het bedrijf van de Mol  

op de kaart als showfabriek. Van Doet 'ie 't maakt hij een 

volwassen amusementsprogramma. Hij zet Loveletters op, de kaskraker met Linda de Mol en de 100.000 Show .

Ondanks het feit, dat Rooyens en de Mol het aanvankelijk goed 

met elkaar kunnen vinden verpietert Rooyens in het lege milieu 

van het bedrijf. De Mol grossiert in medewerkers die weinig tot 

niks mogen kosten. Dat zijn over het algemeen niet de beste.  

Rooyens krijgt te maken met een volslagen onervaren en 

incompetente uitvoerend producente. De kwaliteiten die de Mol 

in haar ziet, moeten op een heel ander vlak liggen dan die waar 

het bij een ingewikkelde televisieproductie om gaat. Wat fout 

kan gaan, gaat fout. De Mol grijpt niet in. Zijn argument is, dat 

hij niemand anders kan vinden. Zijn gedachte lijkt, Rooyens 

knapt het wel op. Na een seizoen had Rooyens het wel gezien. 

Hij wilde meer tijd om programma's te maken die hem

inhoudelijk meer te zeggen hadden. De Mol dringt er erg op 

aan om te blijven. Rooyens wil dat het auteursrecht op zijn vormgevingsconcept wordt vastgelegd in een contract. Binnen 

de vriendschappelijke sfeer waarin beide met elkaar omgaan 

zegt De Mol van alles toe, maar concretiseert niks. Wel vraagt 

hij om naast Loveletters en 100.000-show, toch ook nog 

‘Doet 'ie ’t’, het  programma waar Rooyens helemaal geen zin 

meer in had, erbij te willen doen. De Vlaamse televisie was

als co-producent ingestapt en het was voor hem, de Mol heel 

belangrijk dat Rooyens bij de show betrokken zou blijven. Een 

klein probleempje was het bescheiden honorarium dat de Vara 

voor de regie wilde betalen, maar Rooyens zou hem een 

enorme dienst bewijzen, om desondanks toch de regie te 

doen. 

Wanneer RTL-Duitsland interesse toont in de programma's 

doet Rooyens hem het idee aan de hand om dezelfde show in 

hetzelfde decor in twee talen op te nemen. De financiële

voordelen daarvan zijn uiteraard voor alle partijen zeer aan-

treffelijk. Rooyens had dat idee eerder gepraktiseerd bij 

Johnny & Rijk en met Joop van den Ende en de WDR had 

hij via Hannes Hoff aan een soortgelijke constructie gewerkt 

bij de serie: ‘Way of life.’

Rooyens wordt gevraagd om in Parijs een groot gala te 

regisseren ter gelegenheid van de 60e verjaardag van Peter

Ustinov. De Duitse producent vraagt Rooyens om ook de 

productie op zich te nemen. Probleem is de volle agenda.  

Rooyens stelt voor om de Mol de productie te laten verzorgen.  

De Mol is verbaasd, verguld en onzeker. Zou hij zo 'n klus wel 

aankunnen? 

Er vindt bij Rooyens thuis een bespreking plaats tussen de 

Duitse producent, de Mol en Rooyens. De omvang is groot, de

tijd is kort en de Mol durft het niet aan. 

Intussen gebeurt er op het politieke wereldtoneel ook zo het

een en ander. Ceaucsescu wordt verdreven en Roemenië

schreeuwt om morele en financiële steun. Rooyens stelt voor

om een grote nationale actie te lanceren als morele steun-

betuiging, tevens financiële inzamelingsactie op te zetten. Hij

zoekt samen met Gerrit den Braber contact met de 

mannen en vrouwen waarmee ze eerder in Boekarrest 

hebben samengewerkt. Het plan voor de uitzending wordt

daar emotioneel omarmt.

In korte tijd wordt het nationale programma 

Help de Roemenen’, in elkaar gezet.  

Nederland toont veel sympathie met de Roemeense 

vrijheidstrijd.  

Alle medewerkers werken gratis en staan hun gage af voor het 

goede doel. Producent de Mol mag 20% van de niet geringe 

opbrengst aftrekken als kosten.

Als iedereen uit solidariteit de gage inlevert, voelt het niet zo

goed als de producent als enige aan het werk van allen, geld

verdient.

Als blijkt, dat de Mol een programma-idee van Rooyens  

schaamteloos jat, een afspraak over een dramaserie niet 

nakomt en hem ook nog eens financieel blijkt te hebben

belazerd met betrekking tot de gage voor  ‘doet ‘ie ’t’, is de 

maat  vol. 

Begin '91 eindigt de samenwerking.

Eind '89 begint  van den Ende Producties weer een beetje op

gang te komen. Vanaf december regisseert Rooyens een serie

Wedden Dat voor het Belgische VTM. Begin 1990 sluit van den

Ende tegen wil en dank, een deal met de groep die wel een

zendlicentie heeft gekregen, RTL-Veronique en ook voor die

zender wordt een serie  Wedden Dat geproduceerd.

In Duitsland valt in 1989 de Berlijnse Muur. Rooyens wordt 

door de ARD gevraagd een concept te schrijven voor een kerstprogramma waarin historisch besef en verzoening centraal

staan. Het zal de eerste coproductie worden tussen de 

Oostduitse- en de Westduitse televisie. Een eervolle 

opdracht.

Rooyens baseert zijn concept op 4 thema's. Verleden, (de

scheiding)  De Elementen (eeuwigheid),  Doorbraak (val

van de muur), Verzoening. (nieuwe eenheid)

Het programma krijgt de titel  "Mach hoch die Tür, die Tor

macht weit" naar een lied van Georg Weissel uit de 17e eeuw.

Het programma heeft een muzikaal klassiek karakter en zal 

worden opgenomen in Das Schauspielhaus de prachtige 

officiële muziektempel van het voormalige Oostduitse regime.

De Dresdner Staatskapelle staat onder leiding van 

Felix Leitner. 

Solisten zijn o.a. Hermann Prey, Doris Soffel, Siegfried 

Jerusalem en het Zagorsk Monastery Choir.

Heinz Rühmann , de in Oost en West alom geliefde acteur, 

zal begeleid door harpiste Maria Graf, voorlezen uit het

Evangelie van Lukas.

De eerste bespreking met de directie van het Schauspielhaus 

had een merkwaardig verloop. Rooyens, begeleidt door zijn

Produktionsleiter, vertelde aan de (nog steeds in functie zijnde) 

directie uit het Honnecker tijdperk wat zijn plannen waren.

Het was zo kort na de Wende een onzekere tijd voor de 

Oostduitsers. Niemand was zeker van zijn baan, had geen idee 

hoe de nieuwe situatie zich zou ontwikkelen, kende alleen de 

oude directieven van de partijleiding. De directie van het  

Schauspielhaus vouwde plattegronden open en vertelde aan  

Rooyens , waar hij camera's mocht neerzetten en waar plaats 

was ingeruimd voor spots. Alles keurig gemarkeerd op 

plattegronden van het oude regime.

Rooyens  legde uit, dat hem een andere camera line-up voor 

ogen stond, dat de voor spots gereserveerde plaatsen niet

voldeden aan zijn lichtplan en dat er bovendien stoelen moesten

worden verwijderd, om rails te kunnen leggen voor de kraan.

De gezichten van de directieleden toonden verbijstering. Hier 

voltrok zich voor hun ogen, de verandering van de nieuwe tijd.

Niets was meer wat het geweest was. De stoelen gingen eruit. 

De kraan kwam erin, de camera's stonden op andere posities 

en het lichtplan dat voorheen braaf voldeed aan het ‘plat’ 

uitlichten van een symfonieorkest, was omgebouwd tot een 

sfeervolle toverdoos. De shock was groot.

Een mogelijk probleem van een hele andere orde voor 

Rooyens, betrof de medewerking van Heinz Rühmann. Een verzoenender, geliefder, vader des vaderlands, was er eigenlijk 

niet. 

Rooyens verheugde zich enorm op de samenwerking met deze 

ikoon van film en theater. Maar ja, hij was al 88 jaar. Broos, met 

een kwetsbare gezondheid. Zou hij de inspanning aankunnen? 

Zou hij wel fit en gezond genoeg zijn? Rooyens zocht contact 

met Rühmann en stelde voor om een vooropname met hem te 

maken, zodat zijn medewerking (waar hijzelf ook zeer veel prijs 

op stelde) hoe dan ook gewaarborgd zou zijn. Rühmann

vond het een goed idee, zodat Rooyens met een camerateam 

afreisde naar zijn huis aan de Starnbergersee bij München.

Er zaten enkele weken tussen de opname bij hem thuis en de 

opname in het Schauspielhaus, Berlijn.

Rühmann was er live bij. Broos, maar fit en monter. Zijn vrouw 

bedankte Rooyens voor de vooropname. Hoewel nooit gebruikt, 

was het voor haar man een geruststellende gedachte geweest 

dat hij ook bij eventuele gezondheidsklachten aan het 

programma een bijdrdage zou leveren. 

Bijna 4 jaar later op 30 oktober 1994 overleed hij.

In 1991 wordt Rooyens door Jose Montes-Baguer, kunstpaus 

van de ARD en Arte gevraagd om met gebruikmaking van de 

nieuwe HD-techniek, het verhalende ballet, LuLu van 

Wedekind, in de choreografie van Jochen Ullrich, te 

regisseren. 

Sony heeft de eerste reportagetrein met de nieuwe High 

Defenition techniek in Berlijn gestationeerd en wil graag 

participeren in een aansprekend project. Montes-Baguer meent

in de combinatie van choreograaf Jochen Ullrich en regisseur

Bob Rooyens de juiste combinatie te hebben gevonden voor 

deze eerste Europese HD-productie.

Rooyens ziet de voorstelling in het Stadttheater in Duisburg 

en maakt daarbij kennis met Ullrich. Ze kunnen het meteen 

goed met elkaar vinden. De theatervoorstelling is voor een 

televisie-uitzending te lang, daar moet dus iets aan gebeuren. 

Bovendien is een theaterchoreografie gebaseerd op 

continuïteit, weinig detail en een ruimtelijk gebruik in de breedte. 

Het televisiebeeld verlangd diepte. Kent close-ups voor het 

detail, kan de handeling decouperen en editen. 

De twee media zijn te verschillend om via een theaterreportage 

tot een optimaal televisieresultaat te komen.

Rooyens  laat de voorstelling van bijna 2 uur, met 1 kamera in 

een totaalbeeld opnemen. Hij snijdt die band terug naar 50 

minuten. 

Scenes zijn ingekort en waar overbodig weggelaten. De 

consequentie daarvan vereist aanpassingen en hier en daar

herchoreografie. Nieuwe aansluitingen, andere danslijnen.

Met Ullrich werkt hij een lang weekend aan de nieuwe edit van 

het ballet. Daarna wordt er met de dansers nog een week in

de balletstudio gewerkt aan de inkortingen en veranderingen.

Synchroon daaraan schrijft Rooyens een camerascript waarin 

niet alleen de camera-instellingen vermeld staan, maar ook

de aanwijzingen voor scriptgirl en editor.

Begin 1992, wordt  Rooyens gebeld door Joop van den Ende

Joop heeft via een partnerschap met Rudi Carrell, voet aan de 

grond gekregen in Duitsland. Hij heeft 3 series verkocht.  

Superfan, Showmasters en een Duitse variant van het 

consumentenprogramma ‘Ook dat nog’, onder de titel 

Wie bitte...?! 

Van den Ende wil in Duitsland goed voor de dag komen en

meent dat Rooyens als bekend en geacht regisseur bij de 

Oosterburen, naast Rudy Carrell een prima ambassadeur 

is, voor zijn nieuwe bedrijf.

Hij vraagt hem om de drie series voor hem te regisseren.

Rooyens die ondanks zijn incidentele clashes met Joop, hem 

om allerlei redenen zeer waardeert, wil hem graag ter wille zijn, 

maar heeft andere afspraken en verplichtingen. 

Joop dringt aan. 

Hij wil de zekerheid dat bij zijn entree op de Duitse markt, er 

alles aan gedaan is, om zo goed mogelijk voor de dag te

komen.

Rooyens zegt het een en ander af en laat van den Ende weten, 

dat hij twee series kan doen, maar geen drie. 

Hij raadt hem aan om voor Wie bitte..?! , qua regie een

betrekkelijk eenvoudig programma, iemand anders te

zoeken.

Van den Ende is opgelucht en gaat akkoord.

Bij de eerste de beste ontmoeting in Keulen met van den 

Ende's partner Carrell heeft Rooyens al meteen een conflict.  

Carrell heeft buiten medeweten van Rooyens om, een 

ontwerper opdracht gegeven een decor te bedenken voor  

Superfan. Rooyens ziet de maquette en vindt het een lelijk, 

smakeloos, ouderwets, onpraktisch ontwerp en keurt het af.  

Carrell meent dat het ontwerp heel goed is, waarop Rooyens  

hem aanraadt om dan zelf de regie maar te doen.

Van den Ende krijgt de maquette te zien en keurt het ontwerp 

ook af. Hij geeft Rooyens ‘carte blanche’ om een nieuwe 

ontwerper te zoeken. Rooyens belt Roland de Groot en een 

paar dagen later is er een nieuw decor. 

Carrell was not amused. De samenwerking tussen Carrell en  

van den Ende was ook niet optimaal. Twee sterke persoon-

lijkkleden met grote ego’s en verschillende opvattingen en 

inzichten zijn niet bepaald de ideale partners voor een  

harmonieus huwelijk. Het verstand hield ze een tijdje bij 

elkaar, maar het samenwerken corrodeerde en zou enige tijd 

later ook beëindigd worden.

De serie ‘Superfan’ werd met een geheel Nederlandse crew,

geproduceerd in de Duitse Mohnheim Studio's en was, 

afgezien van het tamelijk dunne concept, een wekelijks feest 

voor iedereen die er bij betrokken was.

Showmasters, werd geproduceerd in Studio Aalsmeer.

Rooyens had 10 studiodagen ter beschikking. De eerste dag 

ging verloren aan het omgaan met de HD-cameratechniek. De

beelden waren technisch prachtig, maar de cameravoering,

waarvoor Rooyens zijn vaste team uit Holland had meege-

nomen, vereiste aanpassing.

Een nadeel van HD was de afwezigheid van technische

middelen voor beeldmanipulatie. Daarmee diende rekening te 

worden gehouden bij het maken van het draaiboek en bij de uiteindelijke editing.

Het resultaat, ging in grootbeeld-projectie met veel succes in 

premiere als openingsfilm van de Funkausstellung in Berlijn.  

Op het International Electronic Cinema Festival in Tokyo

werd het programma bekroond voor de beste regie.

Op verzoek van de Vara bedenkt Rooyens in 1992 samen

met de gerenommeerde reclamemaker Bert Voorwinde een televisie-

concept waarin de facettering van de reclame centraal staat. 

Titel van het programma is ‘De Verleiding’. Het wordt 

gepresenteerd door Astrid Joosten. 

Rooyens laat een reclamefabriek ontwerpen, waarin o.a. een

teststudio, een filmstudio, een ontwerpstudio, conferentieruimtes en

viewingruimtes zijn opgenomen. 

Er worden clips getoond, er zijn interviews en er is publieks-

participatie. Voor de vormgeving worden de middelen die de reclame 

ten dienste staan niet gemeden. De serie is redelijk succesvol en de 

Vara gaat ermee door.  

Rooyens heeft andere besognes en stopt als regisseur van de

Verleiding. (Hij is als auteur/regisseur nauw betrokken bij de opstart 

van de nieuwe cultuurzender van Frankrijk en Duitsland Arte

In het tweede seizoen breekt de nieuwe regisseur van de 'Verleiding'  

per uitzending steeds meer af van het oorspronkelijke dynamische 

decor. De gedachte  less is more wordt hier rigoureus gepraktiseerd.  

Rooyens: ‘less is vaak ook echt 'less'.

De nieuwe regisseur weet kennelijk geen raad met alle mogelijk-

heden van het decor en na een paar uitzendingen is de dynamiek 

totaal verdwenen en worden er alleen nog maar gesprekken gevoerd 

aan tafel. Het programma is overwegend teruggebracht tot een 

talkshow over reclame. Kijkdichtheid daalt, waardering zakt en

binnen een seizoen is het  programma om zeep geholpen.

Hij

      maakt  Kultursprung een

        cultuurshow opgedeeld in de decennia na

Begin november is Rooyens in Shanghai als internationaal jurylid

van het belangrijkste Aziatische Film- en Televisiefestival: Magnolia.


Rooyens vindt het leuk om zo af en toe voor de lol en de kick een

(meestal live) rockconcert te regisseren. Zijn vriend Peter Rüchel

(grondlegger van RockPalast) vraagt of hij belangstelling heeft in 

een rockconcert met Keith Richards

Midden november 1992, vertrekken ze voor een week naar 

Kopenhagen om met Richards, die daar repeteert met zijn

eigen band the X-pensive Wino's een aansluitend rockconcert in 

het Sportpalast Köln voor te bereiden. Heerlijke tijd.

Op 29 november gaat het programma live de lucht in.


In 1993 heeft de NPS (weer) een probleem. In het kader van het  

Holland Festival, waar de NPS financieel substantieel aan bijdraagt, 

is afgesproken dat de nieuwe opera Antigone van Ton de Leeuw

zal worden opgenomen. De daartoe aangezochte regisseur is ziek

geworden of anderszins ongesteld en niet in staat de opdracht uit te

voeren. Rooyens opnieuw (na het openingsprogramma 3e net) in de 

rol van troubleshooter. 

Met videocamera's een voorstelling in het theater fotograferen is 

naar het oordeel van  Rooyens te oneigenlijk om aan de prestatie 

van betrokkenen, recht te doen. Camera's staan op vaste posities. 

Bij de positionering moet rekening worden gehouden met de zicht-

lijnen van het publiek. Er wordt met degene die over de kassa gaat 

eeuwig gezeurd en gechicaneerd over het aantal zitplaatsen die een 

camera in beslag neemt. 

De mise-en-scene ontwikkelt zich in de breedte. Dat dwingt tot absurd

ruime totalen. Niet een televisie-dramaregisseur van enige kwaliteit, 

zou ooit op die manier een mise-en-scene in elkaar zetten. Televisie, 

dwingt door de beperkte afmetingen van het beeldscherm om de

close-up te gebruiken voor details. Details van handeling, details van 

emotie. In de totaalshots staan de ogen van de protagonisten op 2 

beeldlijnen. Knap, wie daar nog emotie in herkent. De beeldvoering 

is noodgedwongen plat. Close-ups kunnen alleen worden gemaakt 

met behulp van lange lenzen. Dat betekent, dat de inhoud van het 

beeld is samengeperst. Er is geen ruimte meer in het plaatje, 

waardoor de toeschouwer, onbewust in ademnood raakt.

Kortom, doe je werk goed en ga naar een studio, of gebruik het 

theater als studio, zonder enige beperking van uitbater of bezoeker.

Laat je camera's vliegen en dansen en geef de uitvoerenden de kans 

om intiem en klein te zijn in plaats van luid en groot.

Voor de televisieversie worden 3 dagen vrij gemaakt.

Het concept van Rooyens, gaat uit van storytelling en niet van een 

beeldverslag van de voorstelling. Een noodzaak om het orkest te 

gebruiken is er niet. De opname zal geschieden met playbackbanden. 

De aanwezigheid van een mimend orkest zal alleen maar de aandacht 

van het verhaal afleiden.  

Rooyens bespreekt zijn opvatting met de productieleiding en stelt voor 

om zelf de dirigent Reinbert de Leeuw tekst en uitleg te geven.  

Rooyens  wordt verzocht dat aan de productieleiding over te laten. 

Helaas gebeurd dat niet. Op de eerste opnamedag in de Wester 

Gasfabriek ziet Rooyens Reinbert de Leeuw rondlopen. Hij spreekt 

hem aan en merkt dat de Leeuw door de productieleiding niet op de 

hoogte is gebracht. Een pijnlijke situatie. De Leeuw  verontwaardigd. 

Zijn vriend van Vlijmen directeur van het  Holland Festival, kwaad. 

Niet op de productieleiding, maar op  Rooyens.

Rooyens die Reinbert de Leeuw hoog acht, vindt de nalatigheid van 

de productieleiding buitengewoon vervelend. Zo slordig hoor je met 

niemand, maar zeker niet met een man met zijn verdiensten, 

kwaliteiten en portuur om te gaan.


Rooyens ging op zijn eigen wijze aan het werk. Paste hier en daar 

de mise-en-scene aan. Gebruikte de middelen en taal van televisie 

om er een zelfstandig werk van te maken.

Op de persconferentie voorafgaand aan de uitzending toonde van 

Vlijmen, in tegenstelling tot de pers, weinig enthousiasme. 

De componist van Antigone, Ton de Leeuw daarentegen was lyrisch.  

De Leeuw, schreef Rooyens een emotionele dankbrief.


In de jaren daarna maakt Rooyens voor de Duitse commerciële

zender Sat 1, een aantal amusementsseries. Hij geniet, als altijd 

van het werken met een ploeg in de studio, maar inhoudelijk

kunnen de programma's hem steeds minder bekoren. 

De commercie, die programma als middel ziet en niet als doel, rukt 

steeds agressiever op.

Zijn hart ligt veel meer bij de programma's die hij voor de WDR en

Arte maakt. Met het Ballett der Deutsche Oper am Rhein in de

choreografie van de Zwitser Heinz Spoerli maakt hij het avond-

vullende ballet "Summernight Dreams", naar Shakespeare.

de

        2 e wereldoorlog.

         Met

        de gebroeders  Stockhausen ,

        het openair concert  Musik Jubilee

In 1995 schrijft en regisseert hij het Vara-jubileumprogramma

De nacht van de vrouw van de warme bakker.

De nacht valt in. De vrouw Astrid Joosten, kan niet slapen en

besluit haar man (Peter Tuinman) in de bakkerij te verrassen, met een kopje thee. Daar betrapt ze hem met de aantrekkelijke bakkersassistente (Maike Meyer) tussen wolken meel en knedende deegmachines in een orgie van room en zelfrijzend genot.

In shock loopt ze de stad in en wordt opgenomen in een ketting van beroemde filmcitaten. Vara presentatoren en prominenten spelen daarin de protagonisten. Aan het einde van haar

avontuurlijke tocht keert de vrouw zelfverzekerder en zelfbewuster terug in de bakkerij voor de afrekening. Ze wekt  haar man's begeerte en verlangen met de striptease-scene uit “Nine and a half weeks’. Niet om hem terug te winnen, zoals  de bakker kwijlend hoopt en denkt, maar als afscheidstatement.

Begeleidt op de tonen van het oude socialistische strijdlied  

‘Op naar het licht’ verdwijnt ze aan de horizon op weg naar  een nieuw leven.

In de periode hierna concentreerde het werk van Rooyens 

zich op producties van de ARD en Art.

In 1997 wordt hij gevraagd iets origineels te bedenken ter gelegen-

heid van de 350jarige herdenking van de Vrede van Münster

Hij schrijft een scenario, vanuit de aanname, dat televisie in 1648 

(het jaar waarin de Vrede van Münster getekend werd) al bestond.

Het programma krijgt het karakter van een CNN breaking news 

report.

Correspondenten van de ARD (1e Duitse net) worden ingezet om 

breaking news en reportages te verzorgen met historische feiten 

waarin het gedachtegoed, de cultuur en de tijdgeest zijn verwerkt. 

De correspondent bij het Vaticaan breekt in met de newsflash, dat  

Galileo Galilei door de paus huisarrest is opgelegd. Omdat hij 

tegen het dogma van de katholieke kerk in, volhoudt dat de aarde 

rond is.

In de kroegen wordt gedronken, gefeest en geroddeld. Met de 

gezanten wordt op cabareteske wijze de draak gestoken. Er zijn 

interviews met notabelen, reportages van emotionele toespraken 

en live schakelingen met de Friedenssaal, waar de

voorbereidingen voor een groot banket, ter gelegenheid van

de ondertekening in volle gang zijn. 

Onder in beeld loopt de beurs ticker mee met de laatste koersen, 

naast een ticker die jaartallen met statistieken weergeeft over de

oorlogen en aantallen slachtoffers die na 1648 (het jaar van de 

eeuwige vrede meende men toen) in oorlogen gevallen zijn. 

De vorm blijkt een vehikel om op een aantrekkelijke, inzichtelijke

wijze, geschiedenis voor een breed publiek interessant te maken.

Draaiboek

Programma frames

Hij maakt voor Arte en de ARD, Kultursprung een cultuur-

show opgedeeld in de decennia na de 2e wereldoorlog.


Met de gebroeders Stockhausen het openair concert

‘Jubilee’, ter gelegenheid van het 2e lustrum van de ‘Kölner

Philharmonie’. De muziek, gecomponeerd door de  

Stockhausen’s, omvat jazz, pop naast klassieke invloeden

en kent een scala aan uitvoerenden, waaronder de WDR

Big Band.

Rooyens keert nog een aantal malen, op uitnodiging van de

Chinese Televisie, terug naar China. Hij wordt, opnieuw 

gevraagd als jurylid, houdt lezingen en geeft masterclasses.

Met choreograaf Jochen Ullrich, schrijft hij het scenario voor

het videoballet Get up Early, waarover hij tevens de regie 

voert.

Bij de uitreiking van de Gouden Beelden, eind 2004, wordt hij door zijn collega's onderscheiden met de ‘Carriere Award’.

In 2006 maakt hij voor de WDR 'Made in Europe'  een

grappige confrontatie tussen Duits sprekende journalisten en

tv-presentatoren uit andere Europese landen. Merkwaardige

verschillen in leefwijze, smaak, gewoontes, opvattingen en

eigenaardigheden tussen de volkeren onderling, leiden aan de

hand van voorwerpen, filmpjes, statistieken en andere 

middelen tot ongeloof, interessante informatie en hilariteit.

In de jaren erna houdt Rooyens zich intensief bezig met het

ontwikkelen van allerlei projecten en is hij de reflector voor

zijn zoon die begin 2000, een inmiddels zeer succesvolle

televisie productiemaatschappij is gestart in Polen, onder 

de naam ' Rochstar'. http://rochstar.tv/

Ook mengt hij zich met enige regelmaat via columns op zijn 

eigen website in het publieke debat. In hoofdzaak gaan de 

columns over zenders, omroepen en programmazaken, maar 

ook thema's met maatschappijkritische onderwerpen, mijdt hij 

niet.

In 2019 is hij door de Dutch Directors Guild geëerd met

een  Oeuvre Award.

In 2011 wordt Rooyens onderscheiden met een Edison

voor zijn concertfilm met ‘Aretha Franklin’.

1* Renso van Bergen: “Bob Rooyens. Vorm als transporteur   van inhoud”, Aether nr. 48, juli ’98, blz. 5. 

      2* Wereldkroniek medio ’66. 

      3* Auditie beatgirls voor 'Moef Ga ga'. Audionr. HAC542 (13'24") op 3 jan. '67. 

      4*  Interview van Ageeth Scherphuis met Bob Rooyens en Jef de Groot (1'56") Filmnr. 81848/18375G 

      5* Balletfragment uit 'Männer, wir kommen' (2'55") van de WDR; uitgezonden door de AVRO op 21 april  

        '71. In Duitsland leidt het werk van Rooyens tot een brievenstroom met afkeurende teksten. 

        6* Compilatieband nr. AR30159 (10'42") AVRO op 6 juli '68. 

        7*  Filmnr. 3/3168 (19'16") AVRO op 14 okt. '67. 

        8* Bandnr. AR42077 (30'10") AVRO op 4 april '68. 

        9*”Sessie" bandnr, AR  42546 (32'00") NTS op 1 okt. '68. 

        10* AVRObode nr. 48 (28 nov. '70). blz. 9 

        11* 22 jan. '72 in "Aquarius" (23.40 – 00.40 uur). 

        12* Bandnr. TD52461 (24'19"0 AVRO op 8 jan. '79.. 

        13” Bandnr. TD42915 (48'30") op 30 juni '80. 

        14* Compilatie in "Jazzpodium" (29'46") AVRO op 1 juli '85. 

        15* Bandnr. TD42903 (54'38") op 23 nov. '79. 

        16* Bandnr. TD43133 (53'08") AVRO op 15 juni '80. 

        17* ”De DSC-reünie". Bandnr. TD28993 op 13 sept. '80. 

        18* "De Dixieland Pipers" (20'20") AVRO op 24 juli '81. 

        19* Bandnr. TD47311 (44'55") AVRO op 21 febr. '81. 

        20* Bandnr. TD27221 (23'00") AVRO op 18 sept. Zie ook op 24 april '81. 

        21* Bandnr. TD29230 (73'25") AVRO op 15 jan. '83. Zie ook 20 okt. '81. 

        22* Bandnr. TD42679/42550/3711 (96'03") NOS op 23 febr. '83. 

        23* TD291 (89'29") AVRO op 22 aug. '83. 

        24* Bandnr. TD34819 (51'10") AVRO op 21 april '84. 

        25* Bandnr. TD27354 (85'11") NOS op 8 juli '87. 

        26* Bandnr. TD38795 en 38533 (140'42") AVRO op 14 dec. '87. 

        27* Dit programma wordt op 26 dec. '91 herhaald. 

        28* Bandnr. TD40272 (74'19") VARA op 27 dec. '87. 

        29* Bandnr. TD37202 (75'50") VARA op 10 nov. '88. Zie ook 19 nov. '87. 

        30* Bandnr. TD40666 (54'00") NCRV op 26  april '88. 

        31* Bird award voor Art Blakey". Bandnr. TD3688 (20'39") NOS op 15 juli '89. 

        32* Bandnr. TD41559 (onbekend) TROS op 5 jan. '90. 

        33* Bandnr. TD40944 (onbekend) TROS op 20 mrt. '91. 

        34* Bandnr. T976 (50'56") KRO op 26 okt. '74. 

        35* Banndr. TD12898 (55'02") TROS op 29 dec. '75. 

        36* Bandnr. TD3728 (41'19") AVRO op 4 juni '83. 

        37* Bandnr. TD563 (41'30") AVRO op 13 april '84. 

        38* Bandnr. TD1114 (87'15") VARA op 16 april '86. Zie ook 30 okt, 20 nov. 11 dec. '85 en 1 en 22 jan. '86,  

        12 febr., 5 en 23 mrt '86. 

        39* Bandnr. TD57816 (88'17") KRO op 21 mrt. '87. 

        40* Bandnr. TD 43651 (89'55") NOS op 4 april '88. 

        41* Bandnr. AR30988/30989 (84'57") KRO op 8 april '88, 

        42* Bandnr. TD32098 (24'06") KRO op 19 sept. '88. 

        43* Bandnr. TD7004 (47'27") VARA op 4 nov. '95. 

        44* Voor de vuist weg" (163), bandnr. TD54796 (72'03") AVRO op 27 okt. '78. 

        45* Bandnr. TD42476 (55'00") AVRO op 15 juli '79. 

        46* ”Mens voor de lens". Bandnr. TD43488 (60'00") AVRO op 20 april '80. 

        47* Bandnr. TD51838 (74'27") AVRO op 4 nov. '79. Eveneen sop 31 mrt en 26 mei '79. 

        48* Bandnr. TD40313 (59'15") AVRO op 15 juni '83. 

        49* Bandnr. TD3774 (63'55") VRO op 19 sept. '83. 

        50* Bandnr. TD451 (71'04") AVRO op 40 april '84. 

        51* Deze band is een verkorte versie van een eerdere uitzending op 12 nov. '88. 

        52* Bandnr. TD3997 (68'48") VOO op 21 jan. '89. 

        53* Bandnr. TD2610 en 4016 (117'40") AVRO op 27 febr. '89. 

        54* Bandnr. TD31714 (94'26") TROS op 1 aug. '89. 

        55* Bandnr. TD10562 (49’23”) VOO op 22 nov. ’90 (compilatie). 

    56* Bandnr. AR26568 (onbekend) VARA op 5 mrt. ’91. Uitzendingen vanaf 8 febr. ’90.