Begrippen zonder inhoud zijn leeg.
Ideeën zonder inhoud zijn hol.
Ontwerp zonder programma is hol.
Een programma zonder design is verloren
.
Siegfried Mohrhof

THESE 1
Virtual reality ziet eruit als echt maar is het niet.
Bijvoorbeeld het interview van Paul Witteman met de kroonprins zag eruit als echt, maar het gerucht gaat dat het ging om een holografische projectie met 3d
suggestie op een 2 dimensionaal vlak.
Ik weet het niet, mij leek het echt.
Vanmiddag gaat het over het gebruik van electronisch gereedschap als creatief instrument. Techniek is het gereedschap van de programmamaker en wie z’n gereedschap niet beheerst is in de uitoefening van z’n
vak een gehandicapte. Techniek is niet iets om bang voor te zijn. Techniek verleidt, parfumeert, choqueert. Kortom, doet dat, wat jij als programmamaker met jouw talenten er mee wil.
De bedenker van de naam Virtual Reality, Jaron
Lanier,
oprichter van VPL research stond en staat
iets anders voor ogen, dan de wijze waarop wij de
televisiekijker een illusie offreren. Zijn idee wordt gekenmerkt door de oogphone, zeg maar de helm met twee oogschermpjes van vloeibare kristallen, de Dataglove, de handschoen met sensoren die controle geeft over de virtuele omgeving en... de highspeed computer, die in combinatie met de andere twee virtual reality mogelijk maakt. Inmiddels is er een gesensored
pak, zodat je als het ware de virtuele wereld niet alleen kan zien, maar ook voelen.
Een jongen of meisje zonder beentjes kan b.v. in zo’n
pak rennen en spelen op een computergegenereerd
sportveld.
Toepassingen van highspeed computertechniek kom je tegen in de architectuur, de wetenschap, speelfilms, reclame enz. Ik neem aan, dat iedereen die voorbeelden wel kent...
De nieuwe media zijn voortzetting en zowel wat betreft gebruik als toepassing verbetering van de oude media.
Oorlog en oorlogsdreiging zijn hoe treurig dat ook is,
de beste vrienden van de electronisch beeldsimulatie.
De Golfoorlog zorgde voor een aangrijpende en fascinerende electronische mediashow en de gevechtspiloten die daarvoor getrained moesten worden werden bediend met simulatiecomputers die nu als industriele spin-off de gereedschapskoffer van de televisiemaker hebben aangevuld.
De twee dimensionale werkelijkheid van het beeld- scherm, wordt door de nieuwe media makkelijker
en overtuigender omgezet in een drie-dimensionale suggestie.
De nieuwe media zijn een fascinerende voortzetting, verbetering en uitbreiding van al bestaande media.
Ik ben gevraagd, om te laten zijn hoe techniek in mijn werk een creatieve bijdrage levert aan het geheel.
Ik houd van vorm en ik houd van het gereedschap.
Dat die beide op een bepaalde manier ingezet, per definitie de inhoud van programma-televisie zouden overvleugelen is onjuist
Ons werkzame leven en voor sommigen veel meer dan alleen dat, is mogelijk geworden door de techniek.
Daarom hebben allen die op de een of andere manier
daarin werkzaam zijn, die techniek veel te danken.
Zoals alfabet en drukpers gereedschap is voor de schrijver; doek en verf voor de schilder of het notenschrift voor de componist, is techniek het gereedschap van de televisiemaker.
Jaren geleden heb ik een applicatie-cursus techniek
gegeven voor regisseurs. Het was opvallend hoe weinig de deelnemers wisten over het gereedschap.
Ik heb het misverstand meegemaakt, dat het correct uitspreken van het woord close-up, voldoende was om je regisseur te noemen.


Even een terzijde:
Huub Stapel was ter gelegenheid van iets, gast in koffietijd. Tot de usp van dat programma hoort dat de gast wordt toegesproken door een verrassing:
De mysteryguest. (Waar heb ik dat eerder gehoord!)
Z’n vrouw Resi werd daarvoor gevraagd, maar die was zo verstandig om daar maar vanaf te zien. Ze zei bel Bob maar, dat is zijn vriend, die doet ‘t wel.
Na veel afzeggen en weer veel aandringen...’doe ‘t nou voor
Huub’ , was ik zo dom om mee te werken.
..er meldt zich een man met een boodschappentas aan de deur.
De runner en produktie-assistent van koffietijd.
Uit de tas komt een camera, fotostatief en een halogeen bewakingslamp. Hij pakt een stopwatch en zegt U heeft 45 sekonden vanaf nu...klik!
Ik praat zo’n anderhalve minuut vol.
Kijkt die jongen me droevig aan en zegt: Meneer Rooyen, ’t is veel te lang. Vraag ik: heb je gehoord wat ik zei? Nee, dat niet.
Maar ‘t is wel te lang.
‘k Zei, nou, dit is het.
..en hier is de deal...Of je zend ‘t helemaal uit, of je zendt het niet uit.
Nou, de redaktie had daar echt maling aan. M’n bijdrage was rücksichtlos teruggesneden naar 45 sekonden.
Weggedrukt naar het formaat van een postzegeltje uit Madourodam en totaal blauw omdat het verkeerde filter voorstond....
Maar ‘t kostte allemaal niks en achteraf is het de schuld van het misverstand.


Ik heb altijd gezocht naar beelden, die de inhoud, anders verpakten. De inhoud is sinds Adam en Eva niet veranderd. De inhoud bestaat uit identificeerbare emoties. Liefde, haat, angst, afgunst, geluk, woede,
begeerte etc. Het is dus niet de inhoud die verandert, het is de verpakking die verandert. Als een programma anders uitpakt dan het idee dat je voor ogen stond, dan ligt dat aan een verkeerde schikking of inzet van de vele elementen waaruit een tv-programma bestaat, zoals:

‘ n Idee, licht, geluid, design, cameravoering, graphics, tekst, muziek, uitvoerenden, kostuum, tempo, timing, dramaturgie, budget enz.

Dat conglomeraat heb ik ondergebracht in een
formule. De 4C Formula. Een checklist.
De eeste C staat voor Concept. Het idee.
De tweede C staat voor, Content. De inhoud.
De derde C staat voor: Construction. Het hoe..
en de 4 C staat voor Conceive. ..aan de slag!

Techniek is daarbij de verf van de schilder; het notenschrift voor de componist, het is de taal als voertuig van gedachten en emoties voor de schrijver.
Als programmamaker gebruik je het intellect voor de ordening, controle en afweging.
Maar succes wordt bepaald door het juist doseren van ‘t gevoel, instincten, en emotie!
Dat was zo bij het oertheater van de potsenmakers op de jaarmarkt en dat is nog steeds zo. Je kunt toch moeilijk zeggen, dat er een intellectuele sturing zat achter de emoties rond de dood van Lady Di.
Een programmamaker met angst voor techniek is verloren. Ik heb veel aan de creatieve mogelijkheden van de techniek te danken.
Virtuele beeldsimulaties zijn niet nieuw. Sinds ik leerde lopen in televisieland heb ik me daarmee bezig gehouden.
Mijn verhaal gaat over nieuwsgierigheid en het verlangen originele visualiseringen te vinden voor plat getreden paden. De techniek was daarbij m’n beste vriend.
Ik wil met jullie aan de hand van mijn eigen televisieverleden voor zover daar nog beelden van bestonden en beschikbaar waren, een tripje maken dat eindigt bij het heden.
Volgens de opgeklopte luchtzak Ratelband, is vandaag een geschenk...daar kan ik het wel mee eens zijn. Morgen de toekomst en gisteren geschiedenis.
Geschiedenis is ervaring, kennis en inzicht. We gaan niet over vuur lopen, maar reizen in de tijd..


Geluid:
Galop van paard.
Gemixed met tune
Lutulli


Het jaar is 1966. Programmamaken doen we nog in
zwart/wit. Ik had een serie programma’s gemaakt onder de titel Hoofdstuk. Hoofdstukken waren entertainment gebaseerd op een thema.
Het was een serie waarin het medium werd getest op de mogelijkheden. Televisie was en is in feite voor het grootste deel nog steeds een afgeleide van het theater principe. De zaal kijkt naar de bühne.
Hoofdstuk III had een scene waarin de kamera’s met de ruggen tegen elkaar stonden en dus van binnen naar buiten keken. Dat leverde iets op, dat op geen enkele andere manier gerealiseerd kon worden. Televisie als uniek medium.
We waren op zoek naar bewegend licht en vonden een oplossing. Geen Varilights.
Maar belichtingsassistent Oler ter Kuile, die aan een touw een 5kw langs een rail heen en weer trok..
Hoofdstuk 6 ging over misdaad en werd m’n eerste inzending naar Montreux. Dat programma is verdwenen. Maar Hoofdstuk III met als thema Jazz is er nog...
De jazzfotografie in die tijd was erg contrastrijk. Dat
wilde ik ook met televisie kunnen bereiken. Het electronenkanon dat een hoeveelheid varianten in grijswaarden afleverde moest te manipuleren zijn.
‘ t Begin van alpha-channeling, inlay/overlay en luminantie-keyen...
Er zaten vormgevingselementen in die voor die tijd totaal nieuw waren.: ..zoals het orkest en ronde. Kon niet zei men, maar ze speelden live en het klonk als een klok.
Op zoek naar een manier om ‘s een andere overgang te maken dan de intercutting of de crossfade maakte ik overgangen via de viewers van de camera’s en monitoren
en om ‘t geluid te visualiseren lieten we de muziek een oscilloscope aansturen.


HOOFDSTUK III
CLIP: 02:00 - 03:15t

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Omwille van de tijd meet ik mij een zevenmijlslaars aan en neem ‘s een paar flinke stappen.
Het gereedschap ontwikkelde zich en daarmee ook de mogelijkheden om m’n ideeën om te zetten.
Bij Liesbeth & Ramses kon ik voor ‘t eerst een framestore huren. De machine werd gebracht. Een onderhoudstechnicus plugde wat snoeren in en vol verwachting keken Gerard Antonioli editor van ‘t eerste uur en ik naar wat er zou gebeuren.Erg veel was ’t niet. Toen zijn we samen maar eens aan wat knoppen gaan draaien. Draadjes doorlussen hier en daar nog een schop en een vloek en zo tegen 2 uur ’s nachts werden we aangeraakt door een vonk van geluk. We zagen iets, dat we daarvoor nog nooit hadden gezien en we vonden het prachtig. Als twee kwajongens hebben we de hele nacht door geprobeerd om de machine al haar geheimen te ontfutselen. Nog ‘s een stekker in een ander gat en net zo lang zuigen tot het apparaat helemaal leeg is.


(samenvoegen met Kinderen voor kinderen, en All in the game.)
CLIP: 14:00 - 18:02

Liesbeth & Ramses

 

Ik houd van het fantastische beeld. Beelden die de realiteit ontsteigen maar de illusie als werkelijkheid laten ervaren. Ter afsluiting nog wat recenter werk.
In de opera Antigone van Ton de Leeuw vergroot ik
de symboliek en de poses van de macht uit, tot bombastische proporties en suggereer ik achter de muur van de gasfabriek in Amsterdam, een anachronistisch Thebe.
Een stukje uit Jubilee, een 1-malig concert aan de Rijnoevers van Keulen gecomponeerd door de Stockhausen broertjes, ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de Philharmonie,
..en nog een paar beelden uit Get up Early, een ongemonteerde balletproductie die ik een paar weken geleden in Duitsland heb opgenomen.

De danseres die door de stad rent is afgezien van het beeld in de tunnel, nooit in die stad geweest. De botsing met de auto vond plaats in de studio en de
dansers waren niet in de monumentale hal van het Maritim Hotel, maar gewoon in de studio zoals aan het slot te zien was.
Als je de werkelijkheid wilt simuleren, dan biedt het gereedschap doeltreffende middelen. De Ultimatte 7 en de opvolger 8, zijn overtuigende leugenaars.
Daarmee en met de Onyx of de Flock of birds is de sky de limit. Met inzicht in het gereedschap moet je en kan je jezelf afvragen of je realistisch wilt bouwen of realistisch wilt simuleren.
Het 2 dimensionale scherm weet het niet en als jij als maker het niet wil, dan weet de kijker het ook niet.
Ik vind het belangrijk dat je, in het vak waarin je werkt ook weet wat het gereedschap kan. Een aantal jaren geleden gaf ik een applicatiecursus in creatief gebruik van de techniek. Toen we aan de cursus begonnen bleek, dat de regisseurs in hoofdzaak geinteresseerd waren in het trucje. Hoe heb je dat nou gemaakt?
Mijn antwoord was dit... Programma’s maak je niet aan de hand van een lijstje met effeckten. Jullie moeten met een eigen idee komen, dat is je vak en ik wil helpen om dat visueel, programmatisch en dramaturgisch, om te zetten. Je smukken met de creativiteit van een ander is ordinaire diefstal.
Wie zelf ervaring op wil doen met de nieuwe media, kan aan het eind van het jaar dacht ik, terecht bij de Media-Academie. Die plannen een cursus.
Ten slotte nog dit: Techniek is geen programma.
Maar zonder techniek zijn we verloren!
Ook in Montreux, net als overigens in Nederland, leidde die manier van programmamaken tot heftige discussies. Na de Hoofdstukken begon ik aan een serie popshows onder de titel Moef Gaga.
Begin 1966 werd het de heren, Frans Marks en Paul Römer van de facilitaire dienstverlener NTS te gortig. Hun irritatie over mijn programma’s stuuwde golven braaksel en gewetensnood naar hun geteisterde besef van smaak en esthetica.
In een gesprek met Ger Lugtenburg, mijn programmaleider en baas, vorderden zij mijn ontslag.
De twee achterbakse nietsnutten kregen van Ger de kous op de kop en het verzoek om zich voortaan met hun eigen armetierige besognes bezig te houden.

De Moef GaGa-aflevering Batman, waar de heren zich zo over hadden opgewonden, werd later opgenomen in de collectie videokunst van het Stedelijk Museum.

Clip: Moef GaGa

Ik wil nog eens benadrukken, dat het gereedschap
de techniek, op zich geen synoniem is voor programma. Het is een deel van het geheel zoals ik dat heb ondergebracht in de 4 C (foresee) Formula. De manier waarop de regisseur met al die gegevens omgaat is bepalend voor het eindresultaat. Elke zwakke kant van je vakkennis vertaald zich in het eindprodukt.
Elke sterke kant ook!

KLEUR:
In ‘65 en ‘66 vonden in ‘t Natuurkundig Laboratorium van Philips in Waalre, experimentele kleurenuitzendingen plaats.
De tovenaar daar heette Ing.Tan. Een nieuwe wereld ging open. Tot die tijd kon je uitsluitend de grijswaarden van 1 buis manipuleren. Nu, met 3 buizen, kreeg magie een totaal andere dimensie.
De electronische buizencamera schrijft het beeld van links naar rechts. Ik vroeg Tan of het mogelijk was om het signaal in 1 buis om te draaien, zodat het signaal van rechts naar links zou worden geschreven.
Hij had daar nooit aan gedacht. Waarom zou hij ook, maar zei hij: ’dat moet wel kunnen’. Hij vroeg om een soldeerbout en draaide de electronenstraal om. Wat er toen gebeurde vond ik fantastisch. Het allereerste effekt met een kleurencamera. Het medium bevestigde ook in kleur zijn onverwisselbare identiteit.
....als iemand een idee heeft wat dat voor een effect zou kunnen zijn, dan kunnen de oplossing worden afgegeven bij Theo van Kralingen.

Die zorgt dan voor een passend cadeau.
Tot zover de eerste ronde van het onvermijdelijke spelletje.

Toen hier in Hilversum de eerste kleurenstudio operationeel was en ik dit effect wilde gebruiken bij een ballet, had ik een probleem. De hoofdbeeldtechnicus wilde voor geen prijs met een soldeerbout de camera te lijf.
Onder het motto er is altijd wel een oplossing lukte ‘t toch om zonder te solderen dat effect te bereiken.


Kwiz 2e ronde.
Hoe werd het effekt zonder soldeerbout bereikt? Antwoorden naar Theo.
Mooie prijzen lokken.
.
In 1969 kreeg ik van de WDR volledig de vrije hand
om naar eigen inzicht een serie showprogramma’s te maken. De eerste was met Dusty Springfield.

Voor die show liet ik een metalen trommel bouwen, waarin een loodzware, grote studiokamera een 360 graden spin kon maken. Verder bedacht ik voor dat programma m’n eerste onbegrensde decor.
De oneindigheid van een cirkel benutte ik als grondprincipe. Een vorm van virtual reality avant la lettre in het pré-computer tijdperk.
Die show haalde voor de Duitse televisie de eerste internationale aandacht in Montreux en was zowel bij de pers als de collegae de gedoodverfde winnaar van de gouden roos. Helaas werd het programma afgescheept met een eervolle vermelding. De teleurstelling daarover bij Hannes Hoff de toenmalige Unterhaltungschef was zo groot dat hij nog 2 dagen na de uitslag in een wolk van alcohol lag te verdrieten. Zoveel betrokkenheid schept een band voor het leven.

Na Dusty kwam er nog een hele serie programma’s,
waaronder Männer wir kommen. Een programma over vrouwen en emancipatie. Armando en ik schreven het scenario, Allen Jones deed de art direction en Senta Berger was het intelligente en prachtige uithangbord.
Ik beschikte inmiddels over een uitgebreid arsenaal aan spiegeldozen en -tonnen die, geplaatst voor monitoren en aangestuurd met feedback-effecten, tot interessante resultaten leidden. De synchroniteit van het beeld werd moedwillig verstoord zodat ‘t effekt ontstond van een doorrollende beweging. Toen we de snelheid van het doorrollen onder controle hadden, kond ik een ander idee verwerkelijken.

Ik wilde zo graag het onzekere van een liefdesverhaal uitbeelden in een gokkast. Een slotmachine. De 1-armige bandiet. Dat lukte.
Er is redelijk veel over al deze producties te vertellen, maar tijdgebrek dwingt tot slechts een paar opmerkingen:
Männer wir kommen had een goed verhaal. De journalistiek en de Bundesabgeordneter waren erin aanwezig zowel als Dolle mina, Brecht, Charles Dyer de non en de hoer. Herzdamen ging om liedjes, maar ging ook over 2 totaal verschillende zangeressen. Sue Kramer en Liesbeth List.
‘ t Ging ook om de onderlinge bekentenissen en opvattingen over zichzelf en het vak. ‘t Ging ook om een vorm die dat omvatte. Voor de eeuwige herhaling van altijd weer hetzelfde liedje van de verloren liefde, zocht ik naar een tredmolen, een beeldende herhaling van: altijd maar weer hetzelfde liedje.
Door een toeval en een balorigheidje, ontdekte ik het visuele perpetuum mobilé.
De techniek-ingenieur waarmee ik bij de WDR werkte was een geniale liefhebber.
Ons werk werd gewaardeerd. De programma’s werden door Japan en Brazilië aangekocht als studiemateriaal.
We kregen van alle kanten prijzen. De techniek- ingenieur kreeg een Bambi voor z’n creatieve prestaties. Was nog nooit voorgekomen en is daarna ook nooit meer gebeurd. Hij hield van het avontuur. Ik zei: ‘ wat denk je dat er gebeurd als je de tape niet op de spoel windt van de eerste machine maar via de kop van de tweede, windt op de 2e machine. Verbijsterd en verrukt keken we naar het eerste electronische Perpetuum Mobilé.
Ik laat nu een compilatie zien, van een aantal produkties uit de periode 1970 tot 1975.

Start clip:

Männer wir kommen
Herzdamen
Vivat Vivi
Heidi Brühl